• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

1 juni: Zelf de eerste stappen zetten

1 juni: ZONDAG VOOR PINKSTEREN.

Schriftlezingen:

  • Handelingen 1,12-14; Samen in gebed.

  • Johannes 17,1-19; Bewaar hen in Uw handen.

Donderdag vierden we Hemelvaart:
Jesus in kracht gesteld, wij verder.
Hemelvaart –zeiden we toen- is een moeilijk feest.
Vooral omdat we het woord ‘hemel’ horen
in een bepaalde context die niet bijbels is.
Hemel is niet een verre, hoge plek. Hemel is iets anders:
de hemel is de woonplaats van God.
Niet uitgekozen omdat het zo’n verheven oord is
maar uit strategische overwegingen.
De hemel omspant heel de aarde.
De hemel is de hemel van de Heer
om zo de hele aarde aan de mensen te kunnen geven.

De apostel Paulus noemt zijn mensen soms ‘burgers van de hemel’.
Daarmee zijn geen mensen bedoeld
die al met één voet in het graf zouden staan
maar mensen in het volle leven, die met beide benen op de grond staan
en weten wat er gedaan moet worden om Gods Koninkrijk
op aarde werkelijkheid te kunnen laten worden.

Jesus’ volgelingen zullen niet verbaasd
naar hun ten hemel gevaren Heer blijven staren
maar zelf worden ingeschakeld en…
de Geest zal hen sterken.
Jesus is de nieuwe messiaanse koning die zijn volk met actieve onderdanen
die voor Zijn programma willen kiezen, krachtig bij zal staan.

Daarom wordt aan het einde van Lucas’ evangelie ook gezegd
dat zij na de Hemelvaart meegemaakt te hebben
met blijdschap naar Jeruzalem terugkeerden,
God loofden en voortdurend in de tempel verbleven.

Ze ervoeren die Hemelvaart niet als een eind
Maar voelden: nu gaat alles pas goed beginnen:
wacht af in blijdschap:
het zal gaan beginnen:
je zult vervuld worden van de Heilige Geest !
In de eerste lezing van vandaag uit het boek Handelingen
hoorden wij het zelfde. Ze gaan naar de avondmaalszaal
in Jeruzalem terug: vol blijde verwachting:
het hele gezelschap, mannen en vrouwen, daar bijeen.
vertrouwvol wachtend op de grote dingen die komen gaan.

En hoe is het met onze toekomstverwachting?
Ons geloof in de grote dingen die God kan doen
ook in onze tijd?
We geloven heus nog wel hoor
zeggen mensen haastig als je ze ontmoet..
maar het is wel moeilijk in deze tijd te blijven geloven en hopen.

Toch zal het ook in 2014 weer het Pinksteren moeten worden maar hoe?
Kunnen wij die blijde verwachting nog wel opbrengen
van de leerlingen van toen? Eensgezind samen biddend met Maria

Tot onze troost
vertelt het evangelie van vandaag ons
dat Jesus in diezelfde zaal waar ze op Pinksteren wachtten
eerder, bij zijn laatste Avondmaal uitdrukkelijk voor ons gebeden heeft.

Hij bad eerst – en misschien is dat een bemoedigende gedachte,
dat Hij dat ook nodig had –
om kracht voor zichzelf
opdat Hij zijn eigen roeping tot het einde toe te volbrengen.
Er zal veel van Hem gevraagd worden:
een trouw aan zijn opdracht tot en met de dood.

Maar het grootste gedeelte van het gebed is een bede voor Zijn volk.
Mijn vrienden, Vader, hebben het goed gedaan
-hm. was dat zo- ‘daarom bid ik voor hen
maar ook bid ik voor degenen die later
in mij willen geloven.

Dat laatste slaat op ons
die ons op Pinksteren aan het voorbereiden zijn.

Dat is toch troostend,
te horen dat Hij voor ons gebeden heeft
opdat wij stand houden door alles heen?

Wij worden niet aan ons lot overgelaten,
hoeven niet te zuchten en te kreunen
onder de zwaarte van onze levensopdrachten.
Er is er één die voor ons opkomt en aan ons denkt wat er ook gebeurt.
Hij bidt voor ons die op Hem willen bouwen.
Die uit durven zien naar een nieuwe toekomst, een nieuwe wereld.

Over die wereld gesproken:
er staat iets merkwaardigs in het evangelie
wat ons misschien een beetje schokt:
niet voor de wereld bid ik U.
Wat bedoelt Jesus daarmee?

Als er staat dat Jesus NIET voor de wereld bidt
wordt een heel bijzonder soort wereld bedoeld.
Niet die van ons en onze kinderen,
wij doen toch ons best, net als de apostelen.
Neen met die wereld waar Hij NIET voor bidt
wordt de wereld bedoeld die wij helaas de gewone wereld noemen.
Die wereld waar het recht van de sterkste nog altijd geldt.
die wereld waarin het gaat om macht en aanzien.

Als je aan het Koninkrijk van God wilt bouwen zul je moeten beseffen
dat het ‘niet van DEZE wereld’ is.
De wereld waar Jesus wel voor bidt is een andere, een nieuwe wereld.
Waar het onmogelijke mogelijk zal blijken,
waar zacht wordt gemaakt wat verhard is
waar liefde zal regeren in plaats van haat
en waar God ooit alles in allen zal zijn.

De blijde hoop dat die zal komen mogen wij nooit verliezen
maar tegelijkertijd moeten we serieus blijven nadenken
over onze eigen bijdrage aan die nieuwe wereld
zoals Jesus die voor ogen stond.
Wat hebben we al gerealiseerd, wat niet?

Veel niet. Sommigen zeggen: eigenlijk niets.
Dat is gelukkig niet waar: de Verenigde Naties zijn opgericht
De Europese samenwerking is er;
maar de verkiezingen van de vorige week hebben ons geleerd
er moet meer gebeuren: opbouwen van respect voor elkaar
een eerlijke verdeling van de welvaart, het uitbannen van de honger
het uitbannen van haarden van terrorisme vooral door nieuwe initiatieven.
Onze Paus heeft een eigen strategie
bouwen aan nieuwe relaties: gewoon gaan bidden met elkaar:
joden en Palestijnen; christenen en Moslims,

De mensen van het Koninkrijk van God zien hoop als er geen hoop meer is,
zien licht waar iedereen alleen maar donker ziet.

Jesus gaf zijn leerlingen de belofte:
Ik zal jullie niet als wezen achterlaten.
En dat deed Hij ook niet, ze werden sterk.
Dat geldt ook voor ons nog in deze dagen van onze eeuw:
Hij laat ons niet aan ons lot over.

Hij helpt ons, Hij helpt Zijn kerk.
Hij begeleidt ons met Zijn Geest,
de Geest die zacht maakt wat onbuigzaam is,
die het kille hart koestert
en die leidt wie zelf de weg niet vond.

Een leerling vroeg de Baalsjem;
‘Hoe is het mogelijk dat iemand die God aanhangt en zich Hem nabij weet,
soms een onderbreking, een verwijdering meemaakt?’
De Baalsjem verklaarde: ‘Als een moeder haar zoontje leert lopen,
zet zij het eerst dichtbij recht tegenover zich, opdat het niet kan vallen
slaat haar handen open en zo loopt de jongen
tussen moeders handen op haar toe.
Maar zodra hij dicht bij de moeder komt, trekt die zich een beetje terug
en houdt de handen nog verder uit elkaar
en zo maar door om het kind te leren lopen.’

We hebben een moeder God, je mag hem ook Vader noemen
die ons begeleidde en nog begeleidt,
we hebben een gids op ons levenspad
maar we zullen zelf de stappen moeten zetten.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor