• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

25 oktober: Requiemmis van Bernard Bartelink

[print]

De lof van de heer bezingen

Boven de aankondiging van het plotselinge overlijden
van Bernard Bartelink staat een citaat uit het boek der Psalmen:
de lof van de Heer wil ik altijd bezingen.
Op het eerst gezicht een hele toepasselijke tekst
Bernard heeft inderdaad met zijn muziek niets anders gedaan.
Hij heeft muziek gemaakt bijna 85 jaren lang,
de eerste jaren nog wat ongeordend denk ik
maar daarna iedere dag beter…heel toepasselijk dus.
Dat is zo maar er is meer.

De tekst die geciteerd wordt is uit het boek der Psalmen,
niet zomaar een liedjesboek
maar een boek waarin alle menselijke emoties benoemd worden.
Een boek waarin gescholden wordt en gezegend
een boek waarin geklaagd wordt en gejuicht.
Een boek met vreselijke klachten
maar nooit in het wilde weg.
Een boek dat weet dat er Iemand is met een hoofdletter
die naar ons luistert.

Een boek met vreselijke klachten:
God mijn God waarom hebt u mij verlaten
-een tekst die Jesus citeert hangend aan het kruis.
Maar ook een boek met gewonere klachten waarmee we bij Hem terecht kunnen
wat is ons bestaan nu waard, er is veel om over te zuchten en te klagen’.
En een wat serieuzer klacht: ‘wat is de mens zelf nu waard
hij wordt hooguit 70 jaar en als het meezit 80.

Dat kunnen we tegenwaardig wel rekken hoor maar toch…
het is wel waar: we zijn kwetsbaar.
We doen wel flink we gedragen ons alsof we het eeuwig leven op aarde hebben
maar dat hebben we niet.
Ben ik nu ook aan het zeuren? Het is niet de bedoeling.

Mijn bedoeling is het om allereerst weer te geven
wat alle mensen eigenlijk iedere dag meer moeten beseffen
dat we als mensen kwetsbaar zijn en zwak.
En daarmee wil ik u en mij niet de put inpraten
maar erop wijzen dat het zaak is te zoeken
naar de dingen die echte belangrijk zijn
en alle dagen die wij hebben te besteden
aan het opbouwen van het enige echt belangrijke project
dat er op aarde in ontwikkeling is: de opbouw van het Koninkrijk van God
de opbouw van het Koninkrijk van de Liefde.

En het tweede is dan dat we mogen horen
dat er iemand is, die Iemand met een hoofdletter
die naar ons mensen kijkt, van ons houdt
en ons tot nieuw leven zal opwekken.

Iemand zei gisteren nog tegen mij:
Bernard had wel 100 kunnen worden
en daar zag het ook naar uit.
Altijd maar bezig, altijd maar studeren
weer aan het nadenken over een tournee
in oost Europa of in Frankrijk, dat deed er niet toe.
Hij kwam overal.
En dat terwijl hij toch geen topchauffeur was:
hij was handiger achter de Setzer dan achter het stuur.
Zijn kinderen weten daar alles maar dan ook alles van.

Maar Bernard was niet zo maar een actieve en getalenteerde muzikant.
Er was in hem een hele bijzondere kracht werkzaam:
die van de onvoorwaardelijke inzet met al zijn talenten
voor zijn Heer. En wat gaf die Heer hem een geweldig talent mee
om als docent zeer velen te vormen,
om samen met Rina een geweldige uitstraling te hebben.
Om van de Bavo een tempel van cultuur te maken
en van hun huis aan de Leeghwaterstraat
een gastvrij oord waar velen werden ontvangen.

Bij de uitvaart van Rina, in november 2012 dachten wij daar over na.
We lazen toen hetzelfde evangelieverhaal als vandaag
over het huis van Martha, Maria en Lazarus
het huis waar Jesus zo graag op bezoek kwam.

In Amsterdam was het huis van Bernard en Rina
vooral een huis voor hun kinderen.
Het huis aan de Leeghwaterstraat waar Rina de gastvrouwe was
voor alle organisten en vrienden die Bernard daar naar binnen haalde
was een gastvrij Haarlems huis.

Het bezoek aan het huis van Martha zoals we dat vandaag hoorden
heeft een serieuze context: er is verdriet!
En dan doet het een beetje denken aan het huis aan de Waddenstraat
waar Rina haar ziekte toesloeg en Bernard alleen moest achterblijven.

De namen die we in het evangelie hoorden
vertellen ons al iets over wat er aan de hand is en wat dit verhaal ons wil leren.
Het verhaal speelt in Bethanië… dat betekent, plaats van verdriet
(dat doet denken aan de dood die alles leeg en donker maakt)
maar het ligt tegen de olijfberg aan,
de berg waarop de Schrift de opstanding der doden
op het einde der tijden programmeert.
Daar komen we straks op terug.

Verdriet is er: Lazarus is gestorven.
Maar ook nu gloort er hoop.
De naam LAZARUS is de Griekse weergave
van de Hebreeuwse naam Eleazar: ‘God is mijn helper’.
In deze naam heeft Israël zich herkend:
dankzij de hulp van de kant van de Eeuwige, leeft het volk.

Matha is er zeker van dat Jesus Lazarus niet zou hebben laten sterven
zijn vriendschap voor Lazarus betekende immers: trouw tot over de dood.
Ze getuigt: ‘als Gij hier waart geweest
zou mijn broeder niet gestorven zijn
‘.
Martha is dus geen sloofje
ze is een gelovige bij uitstek in de God
van Abraham Isaak en Jakob.
Maar zij is ook een gelovige in het nieuwe begin
dat er met Jesus’ komst op deze aarde gemaakt is.

Ze is nu opeens een profetes die perfect weet te getuigen:
ik weet dat mijn broeder zal verrijzen op de jongste dag
en als Jesus zegt dat Hijzelf het leven is en de verrijzenis
en vraagt of zij dat gelooft zegt ze (net als we elders Petrus horen zeggen):
JA HEER IK WEET DAT GIJ DE MESSIAS ZIJT,
DE ZOON VAN DE LEVENDE GOD.

Martha gelooft dat de kringloop van het lijden doorbroken kan worden
en is zo een goede getuige van het nieuwe leven dat ons allen ten deel kan vallen.

De twee zusjes (Marta en Maria) en de omstanders
(die ook van Je­sus’ liefde voor Lazarus weten)
krijgen te zien wat de consequentie
van het met Jesus meetrekken is:
Jesus toont Zijn trouw en Zijn vriend­schap
door Lazarus weer tot leven te wek­ken.
Er is hoop voor Lazarus, voor Martha en Maria
voor de leerlingen toen en voor ons.

Bij de voorbereiding van deze dienst hebben we naast
de lezing over Bethanië ook gekozen voor de klassieke lezing
uit Paulus’ brief aan de christenen van Thessalonica
-Bernard wilde toen we Rina hadden uitgedragen
daar nog een keer naar toe: het is er niet van gekomen.

Thessalonika is een havenplaats in noord Griekenland
waar een zeer gemengde bevolking woonde.
Daar, juist daar, klinkt Paulus’ krachtige verkondiging
van de opstanding der doden.

Er waren allerlei mooie en vage theorieën in omloop
-zoals dat ook in onze dagen nog steeds gebruikelijk is-
over een soort vaag eeuwig leven,
een opgaan in het al, een verdwijnen in de sterrenhemel of zoiets.

Het is niet mijn bedoeling die theorieën te bespotten
maar wel om ons geloof duidelijk te profileren.
Wij geloven meer! Wij geloven in de verrijzenis van het lichaam.
Met het woord lichaam is dan de mens bedoeld
in zijn unieke individuele structuur.

Dat geloof is gebaseerd op de opstanding van Jesus.
Ik citeer Paulus:
Wij geloven immers dat Jesus is gestorven en weer opgestaan’.
Dat is mooi maar nu komt het:
Evenzo zal God hen die in Jesus ontslapen zijn
levend met hem meevoeren.

Wetend dat zijn vrouw Rina Bernard voorgegaan is naar dat nieuwe leven
heeft Bernard verder geleefd.
Wel heel verdrietig en onzeker soms maar toch ook dapper.

En toen gebeurde de ramp de vorige week.
Zijn val in de supermarkt.
Hij bleek ziek, heel ziek, niemand wist dat
kinderen vermoedden misschien wel iets.

En voor we het wisten was het aardse leven van Bernard ten einde.
Gelukkig kon hij nog de ziekenzalving ontvangen
en weer lazen we een psalm:
mijn Herder is de Heer, nooit zal het mij aan iets ontbreken.

Hij was onrustig en al die medische apparaten bevielen hem niets
hij hield meer van zijn orgelregisters.
In de kerk hadden wij toen net het ‘Salve Regina’ gezongen
waarin we bidden om verlossing uit dit aardse tranendal.
Bij de stervende Bernard hebben Ton van Eck en ik
dat toen ook zachtjes gezongen
en er kwam rust. Hij ging naar zijn einde toe.

Zijn oude trouwe registrant Florentijn kwam nog,
broer Gerard uit Nijmegen en toen was het einde daar;
de zon ging onder.

Rina is bijna twee jaar geleden plotseling overleden.
Bernard nu ook.
Bij de opstanding der doden mogen zij eerst -zegt Paulus,-
wij moeten allemaal keurig op onze beurt wachten.

De kinderen en wij moeten ze nu allebei missen
allebei plotseling maar niet onvoorbereid.
Wij bidden dat wij ook zo voorbereid mogen zijn.
Houden wij in de tussentijd elkaar goed vast
zoals dat in het Vredeslied dat in deze dienst klinken zal word gepropageerd.

Intussen kunnen we met onze klachten bij God terecht.
Hij luistert naar ons huilen.
De psalmen –daar zijn ze weer-
vertellen dat God onze tranen bewaard
als waren het kostbare parels.
En wat nog belangrijker is
we lezen daar dat God van ons kwetsbare mensen houdt
en ons, het werk van zijn handen nooit loslaat.

Troostend is het te weten dat Bernard en Rina
hun taak volbracht hebben.

Daar gaan we weer over zingen, Bernards compositie:
Beati mortui qui in domino moriuntur:
zalig de doden die sterven als vrienden van de Heer
Dicit enim Spiritus ut requiescant a laboribus suis
de Geest des Heren vertelt ons dat zij mogen uitrusten van hun inspanningen
et opera illorum, sequuntur illos
de goede dingen die zij hebben gedaan
zullen hen volgen en ons tot zegen zijn.

Dat is goed troost.
Maar er is nog meer reden tot blijdschap:
wij allemaal mogen deel uitmaken van Gods liefdesplan.
Hij heeft ons nog even nodig om te bouwen aan zijn Koninkrijk
zoals Bernard en Rina dat hebben gedaan.
En als wij ons zo inzetten voor de dingen die echt belangrijk zijn
mogen ook wij weten dat wij geborgen zijn in Gods hand.

Dezelfde God Die Jesus uit de dood redde
die Rina en Bernard in zijn heerlijkheid heeft opgenomen
zal ook ons allen geleiden naar een nieuwe toekomst
naar het echte nieuwe leven!
Daarvan mogen wij tot in eeuwigheid blijven zingen

AMEN