• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

18 februari: In het verborgene…

[print]

Aswoensdag

Schriftlezingen:

  • Joël 2, 12-18

  • Matteüs 6,1-6.16-18

Vasten is een tijd van goede werken doen: daden van gerechtigheid.
De daden van gerechtigheid zijn: almoezen, gebed en vasten.
Jesus noemt deze werken met nadruk..
wij moeten ze doen maar… ‘in het verborgene’.

Wonderlijk genoeg moeten wij
als goede hoorders (en doeners!) van de bergrede
èn licht en zout der wereld zijn
èn tegelijkertijd werken aan de omgang met God in het verborgene.
Zijn die dingen met elkaar in tegenspraak?
Neen. Het gaat om het vinden van je goede plaats op aarde,
om de verhouding van jou met God.
De daden zijn daar een stille maar krachtige uitstraling van… als het goed is.

Neem het voorbeeld van een klooster.
Een klooster heeft zijn uitstraling niet door de folders die verspreid worden
of het aan de weg timmeren maar vooral door het feit
dat het -als het goed is- een haard is van mensen
die in het verborgene hun relatie met God vormen.
Dat is de werkelijke aantrekkingskracht.
Een goede parochie kan ook zo’n uitstraling hebben.

Iets over de verschillende werken van gerechtigheid.

De aalmoezen als daden van gerechtigheid zijn wel belangrijk
als ze maar te maken hebben met de Vader in het verborgene.
Het boek Leviticus spreekt er over in het 19e hoofdstuk.
Gerechtigheid en het geven van aalmoezen worden in een adem genoemd.

Het geven van aalmoezen hoort niet voort te komen uit medelijden
maar uit een tot in je binnenste geraakt worden
door de nood van de ander zoals God daardoor geraakt wordt.
Er staat heel lijfelijk in de Bijbel
dat Gods ingewanden letterlijk beroerd worden
als Hij door de nood van Zijn volk ziet.

Een hele concrete bijna medische beeldspraak over Gods
-je zou bijna zeggen- lichamelijke toestand
als Hij nood van mensen ziet.
En dat is ook iets wat bij de mens wordt verwacht
opdat ook hij er beroerd van wordt
in alle betekenissen van het woord.
Opdat hij er ook ‘lichamelijk’ onder lijdt
als hij het leed van anderen ziet
en er ook echt door in beweging komt:
‘be-roerd’ in de andere zin van het woord.
Niemand kan door een beroep op onze goed sociale voorzieningen
zich onttrekken aan de praktische oefening in en beoefening van gerechtigheid.

We hebben in ons land een prachtig sociaal wets-systeem opgebouwd
en dat is heel fijn maar daarbij zal altijd blijven horen:
jouw persoonlijke betrokkenheid.
Opdat jij kunt laten zien
dat het jou ernst is met de zaak van het koninkrijk van God.

Persoonlijke daden van gerechtigheid zullen gedaan moeten worden
opdat ons eigen geloof concrete vervulling krijgt,
omdat het voor ons belangrijk God na te volgen.
In het verborgene – niet voor de show !-
maar het moet gebeuren!

Omdat deze lichamelijke expressie voor ons zelf van belang is
bij onze geestelijke vorming, is de arme in dit geval de weldoener
omdat de arme ons de mogelijkheid geeft
om zelf tot die navolging te komen.
Het volgende verhaal leert dat ons:

De kerkbestuurderen van een joodse geloofsgemeenschap in oost Polen
vragen even voor de herfst zal aanbreken aan de rabbijn:
hoe zit het met de voorbereidingen van de grote feesten?
Ze bedoelen: ‘hebt u uw preek al klaar, wat krijgen we dit jaar te horen.
Moeten er misschien nog nieuwe banken bij in de synagoge,
moet de kapel nog worden opgeknapt…
moet er nog iets gebeuren, iets belangrijks.

En dan zegt de rabbijn: ‘het moeilijkste zal ik morgen gaan doen,
jullie moeten wel even geduld hebben.

Onder elkaar vragen ze zich dan af: ‘wat zal hij gaan doen?
Hij moet zeker nog veel gaan studeren.

Maar neen, de volgende dag loopt de rabbijn
de hele dag maar rond in de armste wijken van de stad.
Vol verbazing zien ze dat aan
en de dag daarop komen ze hem dan ook vragen:
HEBT u zich eigenlijk wel voorbereid op de feestdagen?
Hij antwoordt: ‘jazeker en wees verheugd ik ben geslaagd.
Ja maar, wat hebt u dan gedaan?

Ja‘ zegt hij ‘ik heb de armen gevraagd
of ze alsjeblieft jullie aalmoezen willen aannemen
en ze hebben zich bereid verklaard om dat te doen… is dat niet heerlijk.

U begrijpt de bedoeling van dit verhaal.
Wie is de weldoener? Dat is de arme.

Het bidden wordt in het evangelie van vandaag ook genoemd.
Bidden als activiteit: het richten van jouw eigen hart op God.
Bidden, het ‘in het verborgene’ verkeren met de Vader.
We hebben daartoe weer nieuw kansen in de Veertigdagentijd
laten we ze benutten!

Het vasten sluit de rij van werken van gerechtigheid.
Om je niet te zeer te hechten aan het aardse
is er toch de mogelijkheid om te vasten.
Het gaat dan niet om de ascetische prestatie
maar om de wil tot solidariteit om samen met andere mensen
te willen leven naar een nieuwe toekomst toe.
Het gaat dan nooit om zelfkwelling
maar goed vasten heeft altijd te maken
met de verhouding tot God en de naaste en het verstaan
van de oproep tot terugkeer tot die twee.
De joodse traditie kent twee vastendagen
de christenen ook vroeger altijd de woensdag en de vrijdag.
Het vasten is naast een oefening in rouwbeklag
en ommekeer voor jezelf
ook een oefening tot deling.
Opdat we allen weten mogen dat wij er allen zijn
om alles samen te hebben.

Er is ook zo’n mooie psalm, het oude tafelgebed:
wij danken U Heer dat u spijs geeft aan al uw schepselen.‘ (Ps.144,15-16)
Als wij dat horen, tenminste dat gevoel heb ik, denken we:
dat is niet leuk God want wat dacht U van Afrika en Azië te maken?
Maar de psalm zegt het heel uitdagend:
wij danken U God dat U al uw schepselen te eten geeft.
De bedoeling van het bidden van die psalm is dat het schaamrood
ons naar de kaken stijgt.

Immers: op het moment dat we die gaan bidden
zouden we eigenlijk onmiddellijk moeten weghollen van de tafel
en moeten gaan zorgen dat er gedeeld wordt,
dat het koninkrijk van God werkelijkheid kan worden
omdat alles anders kan worden dankzij ons.

De aalmoezen, het bidden en het vasten
zijn allemaal de daden van de gerechtigheid
waardoor we kunnen laten zien dat het ons ernst is
met de zaak van het koninkrijk van God.
Moge de komende vastentijd een goede tijd zijn
in plaats van een tijd van minder,
een tijd van meer.

Meer tijd nemen voor de goede dingen waar je mee bezig bent;
meer aandacht besteden aan je relatie;
meer stilstaan bij je manier van leven;
meer aandacht hebben voor het grote wereldgebeuren
en tegelijk:
meer in jezelf keren;
meer rust nemen.

Meer van al die zaken en dingen
die de overige dagen van het jaar vergeten worden.

Ik wens ons allen een goede vastentijd toe.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor