• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

8 februari: Bid en troost

[print]

5e zondag door het jaar

Schriftlezingen:

  • Job 1, 1-7

  • Marcus 1,29-39

In Heemstede was het groot feest,
een kleine nieuwe synagoge is ingericht
aan de Lanckhorstlaan; voor Haarlem en omstreken.
Een groep jongeren van onze parochie heeft enkele jaren terug
een bezoek gebracht aan de oude synagoge van Haarlem
een klein zaaltje op de 1e verdieping van een villa aan het Kenaupark.

Synagoges, de gebedsruimtes voor de joden,
zijn over heel de wereld verspreid.
Vooral toen er geen tempel meer was in Jeruzalem
werden al die kleine dorpskerkjes heel belangrijk.
In Amsterdam gingen we met de kinderen ook eens
naar de grote synagoge bij de dokwerker.
Daar is geen elektrisch licht.
Alleen maar grote kaarsenkronen verlichtten het gebouw…
voor de kinderen heel vanzelfsprekend..
want: ‘toen Jesus daar naar de kerk ging was er ook nog geen stroom.

Heel vanzelfsprekend. Zo’n oude synagoge
hier moest Jesus zeker nog geweest zijn. Maar helaas…
Jesus was nooit in de synagoge in Amsterdam
maar wel in een synagoge, de synagoge van Kafarnaum
aan het meer van Galilea.
Daar was hij naar binnen gegaan om de verhalen te horen
van God die van de mensen houdt
maar die ook veel van hen verwacht.
De sjabbat is de wekelijkse ruimte in de tijd
voor de gedachtenis van God verlossing en bevrijding.
Maar dat vraagt om actie als vervolg. Dat is bij Jesus ook zo.
Op de dag van het gebed gaat hij na gebeden te hebben,
onmiddellijk van het gebedshuis naar het huis van de zieke schoonmoeder
van zijn vriend Simon die later Petrus zal heten.
Een grappig idee dat de eerste Paus, Simon Petrus getrouwd was.
Maar terug naar het verhaal. Jesus’ bezoek aan de synagoge en daarna.
Het gaat bij kerkgebouw en synagoge
nooit om de kerk of de synagoge alleen
maar altijd om wat wij daar horen.
En dat is dat de mens buiten die geholpen moet worden.

Je komt niet alleen naar de kerk
voor de gezelligheid of de mooiigheid
maar om als je de kerk verlaten hebt
en je de verhalen hebt gehoord van God met de mensen
je zelf ook zo gauw mogelijk op die mensen afgaat
om ze te gaan helpen.

Jesus helpt de zieke schoonmoeder van Simon,
en als de mensen daar eenmaal gemerkt hebben
dat Hij troost te bieden heeft en genezing
komen ze in drommen aan de deur.
Een beetje zoals de mensen ooit op Jomanda in Tiel afkwamen:
voor de sensatie of het wonder.

Eigenaardig genoeg lezen we dan dat Hij er gauw vandoor gaat.
Dat doet Hij niet om ze in steek te laten
maar om gauw naar andere mensen te kunnen gaan
en ze te vertellen dat God van hen houdt
en dat ook zij elkaar moeten helpen.
Jesus genas niet als een tovenaar
als gebedsgenezer
maar als een helper… die ons opjutten wil
opdat wij zoveel mogelijk ons best zouden doen
elkaar ook te genezen, te troosten en te helpen
en dat kunnen wij heel goed.

Dat deden de vrienden van Job allerminst.
Misschien kent u het verhaal:
Job was eerst rijk en gezond
en plotseling verliest hij alles…
zijn rijkdom, zijn huis,
zijn kudde… de pest slaat toe.
Dan komen zijn vrienden hem troosten.
Zou het? Deden ze dat maar.
Ze troosten hem niet maar zeggen alleen maar:
je zult vast wel eens een scheve schaats gereden hebben vroeger
zodat je dit als straf verdient hebt.

Dat is een slechte troost.
Toch komen mensen er vaak mee aanzetten.
Een nieuw benoemde bisschop –geen succes-
in het zuiden van de Verenigde Staten
vertelde ooit dat de overstromingen enkele jaren terug
een straf waren van God. Net zoals vrome Zeeuwen dat zeiden
bij de watersnood meer dan 50 jaar terug:
‘straf van God voor de zedeloosheid op de stranden.’
Dat is niet de God van de Bijbel.
Het hele boek Job verzet zich tegen die gedachte.
De hele boodschap van het Job is juist:
niemand verdient het lijden.
En ook al zou er iets gebeuren in je leven wat niet goed is
en wat je eigen schuld zou zijn…
dan nog is dat de vraag niet
die andere mensen moet bezig houden.

Want het enige belangrijke dat ik mij moet bedenken is:
hoe kan ik de ander die lijdt of pijn heeft,
die ziek is, die een ongeluk heeft gehad;
die moeilijkheden heeft in zijn of haar huwelijk
die gescheiden is of bijna gescheiden,
hoe kan ik die mens nabij zijn en troosten.

In de avond brachten ze allen die lijden of bezeten zijn tot hem.
Als het donker is en mensen somber worden
is het goed als er mensen zijn die je troosten.
Hij is wanhopig alleen blijkt, door vrienden gehoond en verlaten.

Job zucht in zijn eenzaamheid:
’s Avonds denk ik wanneer wordt het morgen?
En Job kreunt ’s morgens ook:
wat moet ik aan met deze nieuwe dag, was het maar weer avond.

Aan het einde van de vorige eeuw werd rond deze tijd
Mgr. Bekkers uitgeroepen tot katholiek van de eeuw.
Velen herkenden zich in zijn manier van geloven
die de gewone traditie doorbrak. Zo ook bij zijn uitvaart.
Toen hij door een hersentumor geveld
veel te jong stierf werd er (en dat was voor het eerst
in en katholieke uitvaartdienst) gelezen uit het boek Job.
Nooit tevoren had bij een uitvaart
zo’n klacht, zo’n vrijmoedige aanklacht van God geklonken!
Uit het 14e hoofdstuk werd toen gelezen:
Zou een dode weer tot leven kunnen komen?
Ach, heel mijn leven zou ik op wacht blijven staan tot mijn aflossing komt.
Ik zou antwoorden als God roept, hunkerende naar uw eigen schepsel.

Job schildert zich bijna af als een dode.
Op Jom Kippoer (de grote verzoendag)
kleden de aanwezigen zich in de synagogen in witte gebedsmantels…
lijkwaden eigenlijk. Het is de weg van de complete ontluistering:
Levend zijn we zonder Gods erbarmen als doden.
Job is aan de diepste twijfel toe, als hij zegt dat de draad ten einde is.
Er staat ‘tikva’: draad. Een woord dat ook vertaalbaar is met ‘hoop’
(bekend van het Israëlische volkslied ‘ha-tikva’).

Maar de levende doden in de synagoge op de grote verzoendag
en allen die zonder hoop lijken te zijn,
weten toch dat er Eén is die al dat vragen hoort, die antwoorden kan
en die alle leven en toekomst van de mensheid in handen heeft.
De God die als naam draagt: ‘Ik zal er zijn’.

Jesus staat vroeg in de morgen op en trekt zich terug in gebed
Hij zoekt contact met de hemelse Vader:
God die heeft gezegd: ik laat je nooit alleen.
Job en alle mensen die lijden mogen weten:
je bent nooit alleen,
er is Iemand met een hoofdletter die van je houdt.
Het zou heerlijk zijn als er omdat uit te beelden
iemanden met een kleine letter
naar die mensen in nood toe zouden gaan…
het zou goed zijn
als wij die mensen zouden durven zijn.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor