• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

22 februari: In de woestijn

[print]

1e Zondag van de Veertigdagentijd

Schriftlezingen:

  • Genesis 9, 8-15; Het nieuwe verbond

  • Marcus 1,12-15; Bij de wilde dieren

Over momenten van crisis gaan de lezingen vandaag.
Momenten van proberen te overleven,
teruggeworpen zijn op jezelf.
Zo’n crisis kan op je af komen als een dreiging,
waar je je misschien lang tegen zult verzetten,
tot het niet meer gaat.
Totdat je onderuit gaat en je wel moet erkennen:
het gaat niet meer in mijn werk, ik heb er geen plezier meer in,
ik hou dit niet vol.
Of. het gaat niet meer in mijn relatie,
er is niets meer dat ons nog bindt,
we zitten elkaar in de weg.
Of misschien wordt je getroffen
door een ongeluk of een ernstige ziekte,
die zomaar een streep zet door het leven dat je tot dan toe geleid hebt.
Ineens zit je thuis, met een gehavend of onwillig lichaam.
Of ben je uit je thuis weg, omdat je relatie in een crisis is beland.
Of zit je ineens op de bank, terwijl de dokter het oordeel heeft geveld:
Overspannen, of burned out. Daar zit je dan.
Nooit gedacht dat het jou zou kunnen overkomen.
Plotseling is allerlei franje verdwenen,
allerlei gewone dingen die zó je leven vulden dat je ook niet zoveel
na hoefde te denken over waar je mee bezig was.
Ineens ben je teruggeworpen op jezelf,
en rest alleen de vraag: wat nu?

De Bijbel vergelijkt ons leven met
een tocht door de woestijn.
Niet altijd gemakkelijk dus.
In die woestijn kunnen allerlei duivels je lastig vallen.
Spoken er vragen door je hoofd als:
Waarom kon ik mijn werk niet aan?
Waarom ben ik niet sterker geweest?
Waarom liep onze relatie op de klippen?
Wat heb ik toch fout gedaan?
Waarom moet mij deze ziekte overkomen?

Soms maken schaamte en twijfel aan jezelf het je moeilijk.
Je had ie leven toch zo mooi op orde? Waarom ging het dan mis?
Het is een oerangst van mensen. Dat de chaos ons zal overmeesteren.
Want ergens weten we, dat we allemaal kwetsbaar zijn.

We proberen ons leven goed te regelen.
We verzekeren ons ook, tegen brand en diefstal en zo.
Maar wat als er een overstroming komt, of misschien wel een oorlog.
Wat als mijn liefste mij ontvalt, wat moet ik dan?

Het is een erg troostende gedachte te weten dat het
-hoewel wij anders zouden verwachten-
Jesus zelf niet altijd zo gemakkelijk afging.
Zijn leven was een leven van geloof
maar ook van twijfel
(al klinkt dat Godslasterlijk),
van zekerheid èn onzekerheid,
van een warme goede relatie met de Vader
maar ook van beproevingen en van
God mijn God waarom hebt U mij verlaten.

Troostrijk is het te weten
dat Hij ook beproefd is,
dat Hij ook gekweld werd
door de Satan die Hem voorstelde de gemakkelijke weg te kiezen.

Daarover horen we iedere eerste zondag van de vasten spreken.
Ieder jaar door een andere evangelist.
Dit jaar is Marcus aan de beurt.

Hij is een evangelist van weinig woorden.
Hij valt vaak ‘met de deur in huis.’
Zo begint hij deze zondag:
Jesus werd terstond door de Geest naar de woestijn geleid.
De woestijn is bij alle evangelisten de plaats
waar de beproevingen van Jesus worden beschreven.
In de woestijn.
Was de woestijn niet bij uitstek de plek
van hoop en wanhoop, van geloof en twijfel:
pelgrimstocht der mensen veertig jaar woestijn.

Mozes, bij uitstek de leraar in de woestijn,
had in de woestijn de tien geboden gehoord
die zijn mensen zouden moeten gaan vervullen.

Het viel niet mee om de mensen aan dat woord te houden.
Veertig jaar woestijn was
veertig jaar hoop en vertrouwen in een nieuwe toekomst
veertig jaar je best doen
maar ook veertig jaar wanhoop en teleurstelling.
Als Mozes oud is en de tocht door de woestijn voltooid is
kijkt hij terug en hij zegt:

de Heer heeft je misschien vernederd
en op de proef gesteld..
maar dat diende niet om je te pijnigen
maar om je gezindheid te leren kennen.
Hij heeft je vernederd en je misschien honger laten lijden
maar je ook het Manna (het brood uit de hemel)
te eten gegeven en zo hebt je kunnen volharden.

Zo kijkt Mozes terug
op alle zorgen en angsten van de lange woestijntocht.
In alle beproevingen is de mens die met God mocht wandelen
steeds op de been gebleven.
Hij heeft kunnen leven van het Woord van God,
het ware brood dat uit de hemel ons is gegeven.
Daardoor is de mens rijker geworden volgens hem
en meer mens, meer kind van God ook,
volwassener partner in het Verbond.

Arme mensen die het alleen maar moeten doen
met het gewone brood:
die geen opdracht of roeping in hun leven erkennen
die niet kunnen breken en delen,
die denken dat alle geluk afhangt van mooie spullen.,
arme mensen die zich alles kunnen en willen permitteren,
arme mensen die alleen maar de kruimels
die overblijven willen geven aan de armen,
arme mens die nooit een ander ontmoet heeft en
nooit gekeken heeft in de ogen van de ongelukkigen

en zalig de mensen die zoeken,
die zoeken, die verlagen, die dromen van een nieuwe wereld,
die verdriet hebben omdat die er nog niet is.

De Heer jullie God -zei Mozes aan de rand van de woestijn-
heeft je opgevoed zoals een man zijn eigen zoon opvoedt.

‘Jesus werd terstond naar de woestijn geleid
en verbleef bij de wilde dieren.’
In sobere bewoordingen roept Marcus door de woestijn te noemen:
de oude geschiedenis van het volk Israël in herinnering.
Dan klinkt er heel wat mee: hoop, wanhoop, geloof en twijfel,
zekerheid en aarzeling.

Het Koninkrijk dat nabij is volgens Jesus’ verkondiging bleef ver weg.
Alles ging door zoals het altijd gegaan was.

Aan wilde dieren en teleurstellingen geen gebrek
maar -en dat horen we ook in die paar verzen uit het evange­lie van vandaag-
God zal toch getrouw zijn en Hem er doorheen halen.

Er is een happy end -geen goedkoop happy end- in zicht.
De tegenkrachten, de machthebbers om hem heen
zullen Hem niet klein krijgen.
De Satan zal het niet winnen: Jesus komt er doorheen
want God zal naar Hem toekomen.

Hij verbleef bij de wilde dieren
zeker, het werd goede vrijdag, er was pijn, onzekerheid en angst
maar de engelen dienden hem daarna:

de engelen gaan hem dienen op de paasmorgen
en zullen het leerlingen melden:
Hij is niet hier Hij gaat voor jullie uit.

De regenboog
-waarover wij in de eerste lezing hoorden spreken-
staat als een teken van hoop aan de hemel:
God zal er voor waken
als het aan Hem ligt zal de aarde nooit, nooit ten onder gaan.

Hoezeer de zorgen ons mogen beknellen
en hoe droevig de dingen soms zijn die wij door moeten maken
Hij staat aan onze kant en geeft ons hoop.

Wij gaan niet alleen de woestijn door,
we hoeven niet te zwichten voor de bekoring.
Als wij een beproeving meemaken
kunnen we bedenken:
Hij is hier ook geweest.
Als het ons tegenvalt kunnen wij bedenken:
het is Hem ook tegengevallen.
Als wij angstig zijn:
Hij is ook angstig geweest.
In die solidariteit was Hij de gezant van Israëls trouwe God
de God die met zijn volk meetrekt alle jaren door.

Mensen die veel moeten meemaken hebben dat soms ervaren
en als ze als gelovigen terugkijken op hun levensweg
zeggen ze met Mozes mee:
inderdaad: onze voeten zijn niet gezwollen al die veertig jaren
en de kleren aan ons lijf zijn niet versleten.
We hebben het vol kunnen houden
en altijd is er wel iemand geweest
die ons troostte en weer op de been hielp.

En voor ieder van ons geldt
ook als we ooit wel eens een beetje beproefd zijn:
Altijd is er wel een engel geweest
die ons gediend heeft op dat moeilijke uur.
We zullen dus samen kunnen volharden
Hem achterna.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor