• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

22 maart: Nu is het uur gekomen

[print]

Passiezondag

Schriftlezingen:

  • Jeremia 31, 31-34; Nieuw verbond

  • Johannes 12,20-33; Mijn uur

Vandaag gaat de passietijd in, de tijd waarin wij Jesus’ lijden overwegen.
En bezingen: een passieconcert vanmiddag, de nodige Passionen volgen,
de paarse doeken hangen om de beelden.
Is dat niet een hele vreemde zaak, een komedie bijna.

Een kritische jongere -gelukkig zijn die er nog- zei:
wat een onzin, treuren om een mens,
één mens, die stierf bijna tweeduizend jaar geleden.

Er zijn toch zoveel duizenden mensen later omgekomen…
100-en, duizenden in Afrika en Azië de Balkan..
Irak en zoveel miljoenen in de eeuwen daarvoor.

Een woord van Abel Herzberg over de moord op
de zesmiljoen joden in de 2e wereldoorlog kan ons helpen.
Hij zegt: ‘zo’n getal zegt niets, het gaat ons bevattingsvermogen te boven.
Je moet niet praten over de moord op zesmiljoen
maar zeggen: zes-miljoen keer is toen, zonder één enkele reden
iedere keer maar weer, één mens gedood.

De passiemuziek die deze dagen zal klinken is mooi,
maar het lijden waarover zij ons willen spreken niet..
Als wij de dood van Jesus, de ene rechtvaardige gedenken
willen wij ons door aan deze mens te denken
verenigen met allen die rouwen om de dood van hun dierbaren
en willen wij alle zinloos geweld van alle eeuwen aanklagen.

Johannes vertelde ons in zijn evangelie
in de vorige hoofdstukken
over Jesus’ trouw aan de Tora tot het uiterste.
Hij genas en bemoedigde.
Hij sprak over licht maar ook over verblinding…
over levenden die zijn als doden en over doden die slapen.
Hij noemde zichzelf een herder, een goede herder zelfs
-in tegenstelling tot anderen-
die mensen in Zijn goede spoor zou meetrekken
en die navolging verdiende.

Hij stelde in Jeruzalems tempel
-in het voetspoor van Jeremia- orde op zaken.
Zo werd Hij voor velen een trooster, een supporter
maar tegelijkertijd door Zijn duidelijke taal,
– midden op het tempelplein had Hij Zijn stem verheven:
krachtig, duidelijk, beangstigend duidelijk –
en door Zijn keuzes een groot gevaar
vooral voor de machthebbers,
voor de Romeinen en de joden die met hen collaboreerden.

Mensen die eerst wel iets in Hem zagen keren zich
van deze radicale leider af.
Maar onverwacht komen daar nieuwe geïnteresseerden
aan de deur.
Je leest er gauw over heen:
Enkele Grieken klampten Filippus aan en wilden Jesus spreken.
Dat deze Grieken Jesus willen zien
is een geweldige doorbraak: iets ongehoords
en in de ogen van de leerlingen misschien ook iets ongewensts.
De leerlingen schrikken er dan ook van.
Filippus weet er niet goed raad mee
en, zoals gewoonlijk, gaat hij naar Andreas om hem raad te vragen.
Samen brengen zij de moed op naar Jesus te gaan.

Als Jesus het verzoek van de Grieken om Hem te spreken hoort
en merkt hoe gespannen Andreas en Filippus zijn die hem dit melden
reageert Hij met het raadselachtige woord:
MIJN UUR IS GEKOMEN..
Neen dat betekent niet op de eerste plaats
dat hij meteen dood zal gaan -al zit dat eraan te komen-
neen het eigenlijk belangrijke is voor hem:
het grote uur is daar, het uur dat Hem deugd zal doen:
eindelijk is het zover. Er zijn nieuwe mensen
die het oude geloof omhelzen willen en mee willen doen.

Maar wel voegt Hij de enthousiasme aspirantvolgelingen
wel harde, realistische opmerkingen toe.
Hij heeft het over de pijn en moeite die
degenen die gelooft in Gods nieuwe toekomst zal ervaren.
Bij iedere doorbraak van iets nieuws
moet iets ouds en hardnekkigs worden doorbroken.
Het zaad dat tot nu toe bewaard werd,
voorzichtig binnen de veilige omheining van Israël
moet openbreken en het risico van een nieuwe confrontatie aandurven
om een nieuwe toekomst teweeg te brengen.

Jesus zegt dan: ‘mijn uur is gekomen
en ‘als de graankorrel niet in de aarde sterft
zal ze niet leven

en ‘de mensenzoon moet dit alles lijden
om zo zijn heerlijkheid binnen te gaan.

Dit is geen uitspraak van een glanzende held
of iemand die het noodlot nu eenmaal moet ondergaan.
Hij is ontroerd, er is twijfel:
moet ik vragen dat dit aan mij voorbijgaat
dus niet: Hij gaat verder op zijn gevaarlijke weg.
Niet omdat Hij graag de martelaar wil spelen.
Hij is geen masochist en Hij zal angstig zweten
in de hof van olijven en het uitgillen aan het kruis…
Het lijden zal Hij tegemoet treden om een andere reden:
omdat Hij trouw wil zijn aan de Tora, aan de Wet,
aan het grote Woord van Zijn Vader,
in solidariteit met allen die lijden moeten voor het recht.
Dit is het nieuwe verbond waar de profeten van droomden.

Er vormde zich rond Jesus een nieuw volk:
rond zijn leerlingen, rond de Grieken die mee willen doen.
Later sluiten daar de slaven van Rome bij aan,
nog later de kleinen van Europa:
mensen op zoek naar geluk en toekomst
naar een zin in hun bestaan.
De mensen uit Europa, Noord en Zuid Amerika kwamen erbij,
de dansers uit Afrika,
kleine proletariërs uit de lagere kasten in India…
en de eerlijkheid gebiedt om te zeggen
dat het in onze dagen de mensen zijn uit de armere landen
die de boodschap –en ze laten de oudere christenen beschaamd achter-
het beste verstaan.
De Paus heeft ze bemoedigd op zijn reis.
Maar dat komt niet in de krant.
Wel dat ene zinnetje in de gang van het vliegtuig
hem door een handige journalist ontlokt.

‘Mijn uur is gekomen’ zegt Jesus als de Grieken ook mee willen doen:
een geweldige nieuwe kans die hier geboden wordt.

In het voetspoor van die éne man, Jesus Messias
trekken de mensen die hem durven volgen, wij en vele anderen, verder.
Die nieuwe mensen, wij, willen niet dichtgroeien in hun eigen zekerheden,
ze geloven niet meer in ideologieën en waandenkbeelden
als de exclusiviteit van het eigen ras,
de puurheid van de eigen natie.

Ooit ging het volk van God op weg uit Egypte
Hun aanvoerder was Mozes die de slaven eerst vergeten was

Uit het vuur riep Hem een stem die riep IK ZAL ER ZIJN.
Hij bracht die boodschap over aan zijn mensen
en omdat ze innerlijk wisten dat ze mee moesten
gingen ze op weg de onzekerheid van de toekomst in.
En in hun voetspoor volgden anderen de eeuwen door.
Niet altijd enthousiast..
soms slofte het gezelschap van Gods gelovigen moeizaam voort,
soms strompelden ze en vielen ze… maar ze gingen door.

Verbaasd nagestaard door velen die blijven kiezen voor wat bekend is:
die blijven zweren bij macht, aanzien of geweld.

Waarom zijn gelovigen zo hardnekkig?

Omdat Hij, voorganger Jesus, zijn weg is gegaan ten einde toe.
In solidariteit met iedere mens die ooit nog het donker in moet
is Hij ons voorgegaan: ten einde toe.

De veertigdagentijd is de tijd
waarin ook WIJ herinnerd worden aan onze roeping tot trouw.

De lijdenstijd die nu aanbreekt
is de tijd waarin wij het schandaal overwegen
van de dood van deze rechtvaardige
en de dood van alle andere rechtvaardigen
die niet capituleren voor de machten
maar die kiezen voor God en Zijn Koninkrijk.

Jesus’ trouw was ijzersterk, zijn handelen consequent,
Hij ging de nacht in van het lijden
-wij volgen Hem nu vanaf deze passiezondag
op weg naar het einde.

Maar daar is Hij gevonden
door de Vader, de God voor wie ieder mens telt.
En tot de mensen die nog in zijn voetspoor durven gaan
zegt Hij: houd vol, ga verder:
durf te kiezen voor deze koning.

Hij zal je gelukkig maken en wakker
en… ‘wat je voor de minste der mijnen hebt gedaan
dat heb je voor mij gedaan.
Innig verbonden trekken we zo samen
dwars door de dood heen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor