• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

12 juli: Eerlijk de waarheid onder ogen zien

[print]

15e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Amos 7, 12-15

  • Marcus 6,7-13

Een zeer krachtige prediker die er op uit trok
en wiens boodschap ons schriftelijk is overgeleverd, is de profeet Amos.
Zo’n 2700 jaar geleden liet hij zijn overduidelijke woorden horen.
Hij was een schapenfokker (waarschijnlijk voor de offerdienst in de tempel)
uit Tekoa, even ten zuiden van Jeruzalem.
De tijden van koning David en Salomo liggen al lang achter ons.
Het rijk is verdeeld in twee gedeelten: het Zuidrijk Juda)
met als hoofdstad Jeruzalem en het Noordrijk (Israël)
met als hoofdstad Samaria.
Hoewel Amos zeker kritiek gehad zal hebben op de offercultus in Jeruzalem, richt zijn gramschap zich vooral tegen het nieuwe staatsheiligdom in Betel
in het Noordrijk. In zijn dreigpreken noemt hij ze allebei:
Wee jullie, zorgelozen op de Sion Jeruzalem),
jullie gerusten op de berg Samaria.

Tot de laatsten gaat hij verder: ‘Jullie liggen op ivoren rustbedden,
op jullie divans uitgezakt
‘ (6,1 e.v.).
Tot die priesters (van Betel) – u hoorde in de lezing van vandaag
wat voor een woede hij teweeg bracht-
tot de priesters richt hij de woorden:
Zo zegt de Heer, Ik haat jullie feesten,
Ik kan jullie samenkomsten niet meer luchten …
doe weg het getier van jullie liederen, het getokkel van je harp,
Ik kan het niet meer aanhoren.

Nee, niet direct een geschikte patroon van een zangkoor, deze Amos.
Ook wat ruw in de mond.
Zo bezigt Hij zeer onhoffelijke taal,
als hij de ‘society-ladies’ van Samaria toespreekt:
Hoort dit woord, jullie koeien (!) van Basan op de berg Samaria.
Koeien van Basan … in die tijd geweldige koeien,
wij zouden zeggen Fries stamboekvee.
(u zou het eens moeten nalezen in zijn 2e hoofdstuk)

Waarom fulmineert hij zo tegen liturgie en de ‘society’ van zijn dagen?
Hij zegt het zo:
Omdat jullie de rechtvaardige verkopen voor geld
de behoeftige voor een paar schoenen.
Jullie snakken ernaar dat het stof van de aarde de armen bedekt
en willen de neergebogenen van de weg afdringen.

De priesters van Betel waren op de godsdienst-
en maatschappijkritische verkondiging van Amos allerminst gesteld
dat hoorden wij in de eerste lezing vandaag.
De op hun rust gestelde rijken in Samaria (en Juda) evenmin.
Zijn waarschuwende kritiek op de rijken en de gerusten
heeft helaas nog niets van actualiteit verloren.

Onze Pausen schreven, in deze geest krachtige profetische boodschappen,
onze vorige paus zijn encycliek Caritas in Veritate
waarin hij de de wereldeconomie heel kritisch bekijkt,
met name het kapitalistisch liberalisme.
Onze huidige paus klaagt ons aan omdat wij niet goed omgaan met het milieu.
Ze wijzen ons op de gevaren van die nonchalance:
de rijkdom kan ons ontnomen worden en
de leefbaarheid ook.

Ze zeggen het wel eleganter dan Amos.
Moet je die horen (ik citeer):

Ze zullen uw rijkdom komen weghalen en uzelf ook wegtrekken
zoals een visser zijn haak in de neus van de vis slaat.

Deze dreiging waarover Amos spreekt in het jaar 760
heeft niet lang op zich laten wachten.
Nog geen 15 jaar later rukken de legers van Tiglath-Pilezer III,
koning van Assyrië, op tegen Israël.
De mensen van het Noordrijk zullen het eerst worden gedeporteerd.
Genoeg over Amos en zijn kritische verkondiging in Noord Israël.

In datzelfde Noordrijk worden Jesus’ leerlingen erop uitgestuurd.
En hij verbood hun iets anders mee te nemen
dan alleen een stok; geen voedsel, geen reiszak,
geen kopergeld in hun gordel.
Wel moogt ge sandalen dragen, maar trekt geen dubbele kleding aan.

De sandalen zijn belangrijk want
dan kunnen de leerlingen lopen en mensen bezoeken en daar gaat het om.

Met deze sobere uitrusting
zendt de leraar uit Nazareth zijn volgelingen naar de dorpen en de steden
van het land, om aan de joden in herinnering te brengen
wat het betekent jood te zijn, zoon van Abraham,
en wat dit inhoudt aan toekomstverwachting.
Een uitermate sober tenue; armer kan bijna niet.

De vromen van Jesus’ dagen waren herkenbaar
op de hoeken van de straten aan hun plechtige gewaden
waarmee ze op mensen indruk wilden maken.
Jesus vindt dat allemaal niet nodig.
Zo krijgen vandaag niet alleen de koorleden kritiek te horen middels Amos
maar op de priesters en alle fraai uitgedosten in de liturgie van Jesus zelf

Het is duidelijk: de opzienbarende prediker uit Nazareth
wilde geen mooie presentatie geven van godsdienstige waarden;
Jesus zelf is geen glamourboy maar wil door de manier
waarop Hij mensen activeert
zelf hun levensbeginsel zijn.

Hij roept mensen op het met Hem te wagen.
Zijn leerlingen zullen als mannen van het geloof
geen kunstmatig gecreëerde voorsprong hebben
op hun gehoor. Jesus bindt ze vast op hun echte overtuiging.
Ze zijn geen ambassadeurs van een herkenbare grootmacht,
maar de getuigen van de Onzienlijke,
met alleen maar een reisstok en sandalen.
Het bericht dat ze moeten aanzeggen is hetzelfde als dat van hun Heer:
Word wie je bent, bekeer je!

En nu komen wij ook in zicht.
Jesus zendt ons er ook op uit, wij worden Zijn handen.
We weten nog niet wat dat oplevert,
wat wij allemaal mee moeten maken is ons onbekend.

Wie had enkele jaren terug kunnen vermoeden
wat IS zou gaan betekenen, hoe wanhopig
de situatie in Syrië zou worden.
En in ons persoonlijk leven
maken we misschien ook veel mee.
We hebben allemaal een eigen
hopelijk lange, hopelijk niet te moeilijke weg te gaan.
Maar ons leven krijgt inhoud als we dat willen doen
als wakkere medewerkers
van de God die met ons meetrekt op onze pelgrimstocht.
Hij die onze toekomst is en onze hoop.

Teveel bagage meenemen mag niet
zelf nam ik op mijn vakantiereis net als iedereen
ook weer veel te veel spullen mee.

Het gaat hier echter over geestelijke bagage.
De zware oude lasten van onze conflicten
moeten we achter ons laten,
ook ons eigenbelang en onze gewichtigheid.

Het evangelie zegt dat alleen sandalen mee mogen,
die zijn nodig om verder te lopen
en om nieuwe ontmoetingen te kunnen realiseren
met andere mensen die wij tegemoet gaan.

God zelf is daarbij een bemoediger en fan van ons, oneerbiedig gezegd
en bovendien bevrijdt Hij ons ook van onnodige belasting,
van onze schulden bijvoorbeeld.

We lezen daarover in de Schrift:
Al zijn uw zonden rood als scharlaken
ik zal ze witter maken dan sneeuw.

De zonde heeft niet het laatste woord:
wij worden uitgedaagd, iets, veel voor anderen te betekenen
en God steunt ons bij die actie.

Gaan we zo waakzaam en ook hoopvol verder
om ons te richten op wat echt belangrijk is
en weer eens goed te beseffen
dat wij er zelf mogen zijn en God echt van ons houdt.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor