• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

5 juli: Wee de lauwen!

[print]

14e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Ezechiël 2

  • Marcus 6, 1-6

Marcus’evangelie begint vrolijk;
uitgebreid vertelt hij
dat Jesus’ Koninkrijk zich op een overduidelijke wijze openbaart:
als hij preekt bij de armen in de noordelijke uithoek van Israël
bij de mensen aan het meer van Galilea.

De socioloog Rosier die jarenlang in de slums van Latijns Amerika was
preekt over ‘de geweldige levenswijsheid
en het uithoudingsvermogen van de armen.
Eigenlijk zijn ze al vrij, vrijer dan anderen.
Alleen uiterlijk moet die vrijheid nog gerealiseerd worden
door hun verlossing van de corrupte machtssystemen
de geweldscomplexen van anderen die hen schaden.

Terug naar Marcus:
er worden vele genezingen gedaan in dat arme land van Galilea
waar ze vanuit Jeruzalem zo op neerkeken.
Een storm wordt gestild
een legioen boze geesten wordt verdreven;
ziekte, dood en zonde lijken hun kracht te verliezen.
Het dochtertje van Jaïrus huppelt weer rond
het kan niet op.

Indrukwekkend en hoopvol wat er gebeurde dus in die streek
dan komt vandaag de anticlimax.

Jesus verlaat zijn geliefde Kafarnaüm waar zoveel wonderen gebeurden.
In deze grensplaats werden werkelijk barrières doorbroken.
Die tussen vroom en niet-vroom, tussen heiden en jood,
ja zelfs die tussen dood en leven.

Jesus gaat daar weg en komt in zijn vaderstad
en nu worden we na alle vreugde over Jesus’ successsen
ruw op de grond gesmakt:
de voortgang van de verkondiging van het van het Koninkrijk stagneert.

Met opzet vermeldt Marcus niet de naam van die vaderstad.
Zo kunnen wij bij de beschrijving van dit duffe plaatsje
gemakkelijker de naam invullen die ons zelf passend lijkt,
helaas zal dat geen erenaam mogen zijn:
het is de stad van ‘laat maar’, ‘maak je niet druk’.
Het zal duidelijk worden dat deze vaderstad eigenlijk overal kan liggen
en oorlogen en crises helaas steeds weer overleeft.

Zijn de mensen van die stad die Marcus beschrijft slecht?
Daar wordt niets over gezegd.
Het is alleen een stad waar niets veranderen kan.

Vandaag horen we in Marcus’ verslag
hoe rustig Jesus in de synagoge wordt ontvangen.
De voorlezing uit de Tora wordt braaf aanhoord.
Het verhaal van vandaag lijkt op het verhaal zoals Lucas dat vertelt’
we lezen dat ieder jaar bij de oliewijding (Lc.4,21 e.v.).
wanneer een heel programma wordt aangekondigd:
een genadejaar voor de Heer, vrijlating van de gevangenen,
blinden zien, doven horen
en aan armen wordt de blijde boodschap verkondigd.

Bij Lucas is er een hevige reactie:
sommigen willen Jesus zelf van de berg buiten de stad
in de afgrond storten.

In het evangelie van Marcus is in deze vaderstad zonder naam
de reactie kalmer. Gematigd positief om te beginnen.
‘Allen betuigden hun instemming’ maar ook
wel wat suffig:
‘ze verwonderden zich wel over zijn woorden van genade’.

Er wordt niet ontkend,
dat Jesus bijzondere daden heeft verricht maar de vraag,
die iedereen in onzekerheid brengt,
is in dit verhaal: wat moeten wij hiermee aan?
Is deze de Messias?
Hij komt hier vandaan, moet het hier gebeuren?
Ze weten geen raad met de verschijning van deze timmerman-redder.

Geen oppositie dus, maar onbegrip.
Ze lazen iedere sabbat in de profeten
maar die worden niet verstaan.
Niemand heeft ‘last’ van visioenen.
Alles zal bij het oude blijven, niemand is onzeker of onrustig:
‘We weten alles al … doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg.’
Tegen deze loomheid is zelfs de Heer niet opgewassen.
Hij tast ‘in piepschuim’ en DAT IS VRESELIJK!

Geen enkel teken kan hij hier doen.
De geschiedenis van het Koninkrijk kan simpelweg niet doorgaan.

En, wat het ergste is: deze vaderstad is inderdaad van alle tijden.

Ja zult u zeggen: de wereld buiten de kerk gelooft het wel.
Maar waarschijnlijk moeten we het ons zelf aantrekken:
de kerk gelooft het soms ook wel
en heeft weinig verwachtingen van goede dingen die kunnen gebeuren.
Misschien is ze zelf niet visionair genoeg
om open te staan voor Gods vernieuwende kracht.
Steeds moeten we wakker worden geschud.

II. Gelukkig dat er dan profeten zijn!
Ze begonnen vooral in Israël;
mensen die anderen willen oppeppen.
Soms lijkt het alsof ze trekken aan een dood paard.
Daarom schelden ze soms lekker maar of dat aankomt?

Vandaag hoorde u hoe Ezechiël in Babel
de uit Jeruzalem gedeporteerde joden probeert wakker te schudden:
een hele opgave.
Volgens de rabbijnen was de ballingschap in Babel erger
dan de slavernij in Egypte.

In Egypte werden de kinderen Israëls geslagen,
ze hadden bijna niets te eten, maar vertrouwden op de Heer.
In Babel werden ze niet geslagen, hadden ook genoeg te eten,
maar vergaten de Heer die hen ooit had bevrijd
en hun in de woestijn ooit het Manna had gegeven voor iedere dag.

Daarom riep Ezechiël op tot een nieuw geloofsleven
blijf wakker, blijf luisteren!
Er zal als je goed luistert,
bijna als niemand het meer ziet zitten
een nieuwe profeet komen die je zal wekken.

Hij zal geen bevrijder zijn die alle ellende even komt wegnemen.
Hij is de bode van God die de onrustbarende boodschap brengt:
jij zult zelf voor God, zijn Tora, zijn Koninkrijk moeten kiezen.

Jesus is zo’n nieuwe profeet, DE nieuwe profeet
die zijn ‘vaderstad’ probeert te wekken.

Deze vakantie was ik op bezoek in Ars
u kent het wel, van de pastoor.
Hij geldt ook als een bijzondere profeet.
Waarom? Zei hij zulke geweldige dingen?
Neen, als je zijn preken leest: niets bijzonders.

Maar hij had wel een duidelijke agenda:
mensen wakker te schudden
en los te weken uit hun lauwheid.
‘Lauwheid is het ergste wat er is’ zei hij:
Jesus citerend. Waren jullie maar tegen mij
-zegt Jesus ergens- maar omdat jullie lauw zijn
spuug ik jullie uit.

Mensen voor wie geloof een gewoontezaak is
of sleur zullen het nooit snappen;
wel de mensen die zich blij verbazen kunnen
over het altijd weer nieuwe van ons geloof
die zullen het begrijpen

Een collega van bisschop Helder Camara in Brazilië
vertelt hoe hij wekelijks een melaatsen-kolonie bezoekt
‘om nieuwe benzine in mijn levenstank te doen’.

Jesus was verbijsterd over het ongeloof
en het piepschuim waar hij in Nazareth in tast.
Daarom trekt hij gauw verder
want het verhaal moet doorgaan.
Dat geldt ook in onze dagen.
Geen piepschuim dus in de Bavo
maar een wakkere geloofsgemeenschap
van mensen die hun verantwoordelijkheid durven nemen:

als wij dat willen zal de pastoor van Ars
die hier naast de preekstoel naar ons kijkt
tevreden zijn.

In het slotgebed van vandaag horen wij:
Heer God, met onbegrijpelijke barmhartigheid
hebt Gij U tot ons zwakke mensen gewend
sterk ons met de kracht van uw Zoon
maak ons ontvankelijk voor zijn heilzame kracht

en ik voeg daar aan toe:
verlos ons van de lauwheid die in ons mensen ingebakken zit
en maakt ons tot actieve gelovigen, die anderen tot zegen zijn.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor