• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

13 september: Hij neemt ons voor lief

[print]

24e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 50, 1-9; De knecht van de Heer

  • Marcus 8, 27-35; Jesus’ eerste lijdensaankondiging

Deze week dinsdag is het prinsjesdag:
de regering verantwoordt zich en kijkt naar de toekomst.
We vergelijken de zalen:
de ridderzaal is vernieuwd,
deze kerk is volle restauratie.
In de Ridderzaal schaart men zich rond de koning
hier zitten wij rondom altaar en lessenaar.

Het kabinet heeft het niet gemakkelijk
wat komt er van de grote plannen van vorig jaar terecht?
Ze doen erg hun best al onze brave ministers
ze hebben ook wel christelijke idealen
maar het blijft toch een moeizame zaak
die te realiseren, vluchtelingen bij duizenden.

En de kerk dan? Gaat het daar allemaal goed?

Mensen vragen het wel eens aan mij:
‘ís het niet naar om priester te zijn
en moeilijk voor jullie al die veranderingen.’

Ik aanhoor al die opmerkingen altijd met enige verbazing.
Waarom is dat moeilijk? Alles verandert toch in het leven.
Zou het geloof dan een soort reservaat moeten zijn
waar alles stil is en nooit iets gebeurt?

Ik vind het juist leuk dat alles verandert
maar het heeft mij ook altijd gefascineerd.
Ik kijk niet naar de dingen die mogelijk minder zijn geworden
maar blijf gefascineerd door mensen
die ook nu bezig zijn en blijven met het geloof.

Neen ik bedoel het niet zo vaag als: ík geloof wel in iets.‘
Want zo’n iets kan er zijn of niet zijn.
Dat heeft geen invloed op je bestaan.

Neen ik merk dat mensen allemaal bezig zijn met de grote vragen.
Waar leef ik voor? Heeft het zin dat ik besta.‘
Gisteren klampte mij weer iemand aan:
‘ik wil wat meer weten over het geloof.’
En een jongen die ik regelmatig stiekem de kerk zie binnenkomen:
‘wanneer zijn hier bijbelstudies?”
Eric en ik hebben het druk met de gewone dingen
en niet eens tijd genoeg om aan al die aanvragen te voldoen.

Bijbelstudie, dat doen we hier ook toch een beetje.
Wat geloof ik eigenlijk.
Onze ervaring leerde en leert dat we altijd
dichter bij de kern van ons geloof komen
als we gaan luisteren naar de boodschap van
de oude joodschristelijke geschriften: de Bijbel.
De Bijbel, geen systematisch handboek van het geloof
Gelukkig maar zeg ik, al stelt dat sommige mensen
met een overdreven gevoel voor orde en netheid teleur.
De Bijbel is nu eenmaal geen systematisch handboek
maar een groot en veelkleurig document van menselijk zwoegen,
van angst en twijfel, van mistasten en tot inkeer komen.

Van steeds weer afdwalen maar ook
van steeds weer opnieuw op weg gaan en je aangesproken weten
door de woorden van oudsher,
eigenlijk door die Ene hoofdpersoon van het boek:
God die in gesprek gaat met mensen,
ze roept en uitdaagt om antwoord te geven en hun leven te veranderen.

Het is een groot dramatisch verhaal over een volk
dat in alle verwarring toch wil vertrouwen op Iemand
die ze de ENIGE noemen.
De ENIGE was hun God.

Profeten kwamen het volk daaraan herinneren.
En al gingen mensen vaak aan het dwalen
Hij bleef getrouw. De Bijbel spreekt over onze bruidegom
en wij, zijn volk, zijn dan de bruid.
Onze bruidegom heeft nog nooit scheiding aangevraagd.
Altijd kan er weer een nieuw begin gemaakt worden.

De laatste hoofdstukken van Jesaja, de grootste van alle profeten,
hebben een bijzondere ernstige toon.

Hij beschrijft een man die gemarteld wordt,
de haren worden uit zijn baard gerukt
en hij wordt gehoond en geminacht.

Spreekt Jesaja alleen over zichzelf en schiet hij zo in het zelfbeklag?
Niet alleen. Hij heeft het eigenlijk over alle rechtvaardigen
die gekwetst zullen worden, gemarteld of geminacht
om hun opkomen voor de waarheid.

Zo is deze tekst ook bij uitstek toepasbaar op Jesus van Nazareth
wiens dood en opstanding wij iedere week hier gedenken.

Jesus’ lijden was de consequentie van zijn hele handelen,
Marcus reageert in zijn lessen over Jesus
tegen een in zijn parochie verkeerd begrepen verheerlijkingstheologie
van de Messias (en van de kerk!).
Christen zijn is voor Marcus niet iets om prat op te gaan
maar een levenswijze, een bestaanskeuze.

Het is niet gemakkelijk om christen te zijn.
Om dat te benadrukken wordt Petrus in het evangelie van vandaag
zo bijna onbarmhartig zwak neergezet.
Wist Marcus niet dat Jesus hem had uitgekozen om de kerk te leiden?

Dat Jesus hem dan toch aanwijst als eerste leider van de kerk
is een mysterieuze zaak. Wij zouden anders oordelen.
Wij kijken strenger tegen het kwaad in andere mensen aan.
Zou God dat niet zien?

Integendeel, Hij ziet dat veel beter.
In de Bijbel staat dat Hij harten en nieren doorgrondt.
Hij kent onze diepste bedoelingen maar toch
blijft Hij voor ons, gewone mensen kiezen.

Bent u parochiaan omdat u de heiligste mensen bent
van heel Haarlem? Met alle waardering voor u:
het antwoord is nee. Er zijn mensen die veel heiliger zijn.
En dat geldt ook voor uw voorgangers.
Op priesters en bisschoppen,
diakens en alle kerkelijke actievelingen
ook op organisten en zangers
is heel wat aan te merken.

God kiest gewone mensen als medewerkers,
doodgewone mensen met hun tekorten en hun fouten.

Dat u hier bent betekent dat u een geroepene wilt zijn.
U weet van uzelf dat u fouten maakt
maar u wilt toch horen bij dat grote volk van pelgrims onderweg.

Voor al dat gewone volk geldt dat één heeft gezegd:
ik zal met u zijn.

Nu is Jesus zelf niet meer zichtbaar
in Zijn menselijke gestalte
maar Zijn adem en Zijn kracht zijn nog hetzelfde.

Hij heeft beloofd: ‘ik zal bij jullie zijn’.
‘Ik zal bij jullie zijn’.
Dat geldt voor ons allen hier deze morgen
iedere dag en iedere nacht, al onze levensdagen.

Mogen wij onze geest openen voor zijn woord, voor zijn kracht.
Dan kunnen wij hopen en verwachten.

Dat hopen is niet hopen de honderdduizend te winnen
maar hopen is hopen op die éne.

Hopen is als een schipbreukeling staan op een rots
en wachten en weten dat er een schip voorbij zal komen
waarmee ik gered wordt uit de duisternis
en gebracht zal worden in het licht, van Gods nabijheid,
van Hem die ons aanraken wil en opwekken tot eeuwig leven.

De Heer die veel verdroeg en solidair was met zijn leerlingen
wil ook onze solidaire broeder zijn
in de tekenen van brood en wijn.

Wij gedenken in deze viering zijn offerdood.
En wij vieren ook zijn opstanding.
Hij is de levende in ons midden die ons niet loslaat.
Het komt er op aan dat wij het er met Hem op wagen.
Alleen door alles te verliezen,
ons leven te verankeren in Hem,
vinden wij -volgens het evangelie- de laatste vrijheid
waaraan zelfs de dood niets meer af kan doen.
De echte gelovige kan de ogen sluiten
zich storten in de handen van Hem die heeft gezegd
IK ZAL ER ZIJN.

Samen kunnen wij verder gaan.
Door de dood heen zelfs,
het laatste woord is leven, licht, opstanding,
verrijzenis, onvergankelijke vreugde.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor