• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

13 december: Licht onder de mensen

[print]

Zondag Gaudete

Schriftlezingen:

  • 2 Makkabeeën 10,1-8; Het nieuwe licht

  • Lucas 3,10-18; Wat moeten wij doen?

Ik heb dit jaar al vele verlichte kerstbomen al gesignaleerd
volgens mij verschijnen ze veel eerder dan vroeger.
Denkend aan het groen en het licht
wil ik vandaag eens een oud feest belichten
waar veel elementen in te vinden zijn die aan kerstmis doen denken.
Ik denk aan het joodse Chanoukah-feest
dat in de komende week begint
en ook op de oude Groenmarkt in Haarlem
in de schaduw van onze oude Bavo gevierd gaat worden.
Bij het Chanoukah-feest hoort de Chanoukahkandelaar,
de kandelaar met de 7 of 8 armen. Ik zal dat straks uitleggen.
Die lichten zijn, net als onze kerstlichtjes,
een teken van hoop in donkere dagen.
Het Chanoukahfeest herinnert aan duistere tijden.
De geschiedenis speelt zich af zo’n 130 jaar voor kerstmis.
De Grieken hadden onder leiding van Alexander de Grote
bijna heel de bekende westerse wereld veroverd.

Ook Jeruzalem was ingenomen.
Een brutale landvoogd van Alexander, Antiochus Epifanes genaamd
had in de tempel van Jeruzalem een beeld laten zetten
van de Griekse oppergod Zeus,
een gruwel in de ogen van de Joden.
Toen kwam er een protest een opstand
onder leiding van Judas Maccabeus
en de tempel werd heroverd.
Het joodse Chanoukah-feest herinnert er aan
hoe die Griekse bezettende macht werd verdreven
en hoe midden in de winter, zo rond half december,
de tempel van Jeruzalem gereinigd werd
en opnieuw ingewijd.
Volgens het verhaal werd er toen een klein kruikje olie gevonden
om de 7-armige kandelaar die midden op het tempelplein stond
aan te steken.

Eén kruikje olie, normaal gesproken net genoeg
voor één dag licht. Maar,
zo vertelt de vrome overlevering,
de kandelaar bleef op die olie maar liefst acht dagen branden.
Als herinnering daaraan
branden de joden van Haarlem en Amsterdam en overal
vroeger en nu als teken van hoop door alle ellende heen,
de Chanoukahkandelaars met de acht lichten.

Zo’n 160 jaar later loopt er een vreemde man rond
ver van tempel. Zijn vader had daar gewerkt
(Zacharias) maar Johannes was naar de woestijn gevlucht.
Neen, niet om rust te vinden in de eenzaamheid
of zich te ‘versterven’ in de woestenij
maar om terug te kunnen gaan naar de oorsprong.
De woestijn is immers de plaats waar het volk Israël
zijn bruidstijd met de Eeuwige heeft gevierd,
de plaats waar het bevrijde volk van God
het brood uit de hemel kreeg.
Het Manna, het brood om niet te bezwijken naar het lichaam,
en de TIEN GEBODEN, het brood om van te leven in de Geest.

Johannes wil de mensen terugleiden naar die tijd
en opwekken tot trouw aan die tien geboden.
En er gebeuren dan wonderlijke dingen.
Geen wonderen in de gewone zin van het woord
maar dingen die eigenlijk veel belangrijker zijn.
Er komen mensen naar Johannes luisteren
en dat niet alleen, ze zijn onder de indruk
en gaan hun levensstijl veranderen
en is dat geen geweldig wonder?

En dan is er ook sprake van een wederopstanding
-net als in de tijden van het eerste Chanoukahfeest:
er gebeurt een wonder.

Het is immers volgens de joodse leer het grootste wonder
wat er gebeuren kan als mensen zich bekeren.

Als mensen niet op de oude manier blijven leven
maar willen veranderen.
Dat hoorde u in het evangelie van vandaag.
Ze gaan allemaal vragen:
‘wat moeten wij doen?’

Er is hoop voor de toekomst
want velen willen horen naar Johannes
en van de partij zijn: meedoen.

Ze komen misschien niet toe aan al te verheven idealen
die je toch niet haalt maar willen wat doen.

En Johannes helpt hen. Hij is een realist en verkondigt:
ieder mens zal op de plaats waar hij/zij staat
moeten doen wat er gedaan moet worden.
En de gewone mensen krijgen dan van Johannes te horen
wat zij in hun eigen levenssituatie moeten doen.

De tollenaars zullen niet allemaal
hun tolhuis hoeven te verlaten
(zoals Matteüs die er vandaan geroepen werd) maar
‘niet méér vragen dan is vastgesteld’.
Ook soldaten komen aangelopen:
‘wat moeten wij doen?’ Johannes zegt hier niet:
‘je dienst verlaten’ maar: ‘niemand uitplunderen,
niemand iets afpersen en tevreden zijn met je soldij’.
De mens die veel heeft
zal niet alles moeten verkopen en straatarm worden
maar wel vele, zoveel mogelijk anderen
moeten laten delen in zijn rijkdom.

Het gaat allemaal om heel nuchter handelen,
hier en nu.
Ieder heeft zo zijn eigen taak.

We kunnen niet allemaal heilig worden,
ook niet allemaal tegelijk
maar wel op de plek waar wij staan
werken aan de doorbraak van het licht.

Zondag Gaudete is het vandaag, 3e Advent,
zondag ‘heb hoop, het kan nog wat worden.’

In het Romeinse rijk in de dagen dat Jesus geboren werd
en op aarde leefde
werd het feest gevierd van de onoverwinnelijke zon.
Het Evangelie van de kerstnacht zal ook spreken over een stralende zon.
En dat zal dan niet keizer Augustus zijn
(hoewel zijn naam: ‘de stralende’ betekent)
maar het kleine weerloze Messias-kind in de kribbe.

Van deze mens geloven wij
dat Hij licht heeft gebracht in ons bestaan.

Zijn komst was de oproep tot menselijkheid en liefde
waar we niet meer omheen kunnen.

Zijn leven was inzet en trouw tot het uiterste,
zijn wezen was liefde in persoon.

Uitziend naar hem en naar Zijn nieuwe toekomst
vieren wij zondag Gaudete: wees blij!

Wees blij om het merkwaardige geheim
dat God alleen maar daar wonen wil waar wij mensen wonen

Weest blij, want in alle tijden zijn er mensen
die niet willen leven bij de waan van de dag
wees blij want ook in deze tijd zijn er mensen
op zoek naar de diepte in hun bestaan.

Weest blij want straks na deze viering
zullen veel mensen in de rij staan
omdat ze de boodschap van kerstmis willen horen
en omdat ze hun leven willen richten op het goede.

Weest blij. En dan te bedenken dat Paulus zijn oproep opschreef
terwijl hij in de gevangenis zat en helemaal niet blij hoorde te zijn.

In de gevangenis was hij alles kwijt en misschien daardoor
zo’n rijk mens geworden. Niet meer de fanatieke prediker
zoals wij Paulus vaak horen
maar een milde wijze mens die in zijn ellende,
terwijl hij alleen maar kwaad om zich heen ziet
tegelijkertijd ziet dat Gods geschiedenis met de mensen doorgaat
in zijn dagen, in onze dagen, in alle dagen.
Daar geloven we in vandaag
dankbaar voor allen die zich bij ons willen aansluiten
God is niet weg: Hij woont bij ons mensen.

Daarom eindig ik met Paulus’woorden
waarnaar deze zondag genoemd is te herhalen:

Broeders en zusters
al moet ik veel doormaken en al gebeuren er veel dingen
die donker zijn en slecht, ik zeg u:
‘Verheugt u in de Heer te allen tijden.
Ik durf het zelfs te herhalen: verheugt u!
Uw nieuwe levenshouding, uw vriendelijkheid
moet alle mensen bekend zijn.
De Heer is dichtbij. Weest onbezorgd.
En laat aan God in al uw bidden en smeken
vertrouwvol weten wat uw wensen zijn
maar vergeet nooit te danken voor alles wat je kreeg.
Dan zal God met zijn vrede, die alle begrip te boven gaat
waken over je hart en je gedachten
en je behoeden in Christus Jesus.’

(naar Filippenzen 4,4-7)

Hein Jan van Ogtrop, pastoor