• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

20 december: Jij Bethlehem…

[print]

Vierde Zondag van de Advent

Schriftlezingen:

  • Micha 5,1-4; Jij Bethlehem

  • Lucas 1,39-56; Maria’s bezoek aan Elisabeth

Er speelt zich nog al wat af in onze dagen
Parijs, Syrië, met enige regelmaat hoor je mensen precies vertellen
wanneer de wereld zal vergaan.
Mensen vinden dat altijd interessant.
Soms vragen mensen aan elkaar:
‘wat zal er gaan gebeuren?’
het antwoord is dan vaak:
‘dat weet ik niet, ik ben geen profeet’
dat betekent zoiets als: ‘ik kan niet in de toekomst kijken.’
Kunnen profeten dat dan wel?
Profeten komen voor in de bijbel.
Wat doen die dan? De toekomst voorspellen
zoals Nostradamus of een helderziende?
Neen, niets van dat alles,
ze voorspellen niet maar
ze waarschuwen en geven mensen hoop: die twee dingen,

‘Ja maar die profeet van vandaag, Micha dan,
die voorspelt toch maar mooi
dat Jesus in Bethlehem zal geboren worden:
JIJ BETHLEHEM, JIJ ZEKER NIET DE MINSTE
VAN DE STEDEN VAN JUDA
WANT UIT JOUW MIDDEN
ZAL EEN LEIDER GEBOREN WORDEN’.

Dat lijkt zo maar het is niet waar.
Had Micha dan geen gelijk?
Zeker hij had gelijk maar zijn tekst is geen voorspeltekst
maar heeft een diepere zin.

Micha leefde in de zorgelijkste tijd
die Israël ooit gekend had.
De tijd van David en Salomo was al lang voorbij,
er waren koningen die van God noch gebod wilden weten
maar die wel er prat op gingen
dat ze van koning David afstamden en zijn troon bezetten.
Met trots hielden zij hun hofhouding in Jeruzalem
en gaven veel geld uit aan hun harem en aan hun paleizen.
De profeet Micha ziet dat het zo de verkeerde kant opgaat.
Hij ziet hoe Juda innerlijk verzwakt is,
de regering corrupt is en hoe niemand zich nog iets aantrekt
van Gods geboden en van zijn naaste.
In die dagen kondigt Micha
de komende ballingschap van Gods volk aan.
Niet omdat hij in de toekomst kan kijken
maar omdat hij ziet dat het zo niet langer door kàn gaan.

Maar hij ziet niet alleen ellende.
Hij ziet meer. Hij ziet
dat er altijd de mogelijkheid is van een nieuw begin.
En dan komt zijn visioen
over het kleine herdersdorp Bethlehem.
Het is in zijn tijd een totaal vergeten
en verlaten oord geworden
waar alleen nog maar wat herders rondscharrelen.

Maar de profeet zegt:
‘wil het nog wat worden met Jeruzalem
dan zal er een nieuw begin gemaakt worden,
zoals toen in Bethlehem.
Daar werd de kleine David,
de herdersjongen door de profeet Samuël
uitverkoren om herder te gaan zijn over zijn volk.

Een koning die liederen maakte:
‘MIJN HERDER IS DE HEER,
HET ZAL MIJ NOOIT AAN IETS ONTBREKEN’

Zo’n koning, in de stijl van David, zou in staat zijn
op te komen voor zijn mensen.
Een koning die God eerbiedigde en de mensen wilde dienen
zou het volk weer tot zegen kunnen zijn:
een koning van de kleinen -zoals David dat was,-
kan redding bieden.

II. Enkele honderden jaren later leefde Maria,
Mirjam heette ze echt, Mirjam van Nazareth.

Ze droeg de naam van het zusje van Mozes.
Die had haar broertje gered
door hem in het riet te verstoppen in een biezen mandje
en ze had dapper haar broer gesteund
toen hij de joden aanvoerde weg uit het slavenland Egypte.
Ze had gezongen met alle joodse vrouwen
uit dankbaarheid aan de overkant van de zee.

Mirjam was de profetes van de bevrijding,
de zangeres van een nieuwe toekomst.

Dat zal Mirjam van Nazareth,
(die wij met haar Griekse naam Maria aanduiden), ook zijn.
Met Mirjam zal een nieuw toekomst beginnen zegt de evangelist Lucas.

Het lijkt er voor de oppervlakkige waarnemer op
dat alles bij het oude zal blijven.
Maar een andere geschiedenis,
waar de profeet Micha ook van droomde, staat op doorbreken:
Gods Koninkrijk, een toekomst die alle verwachtingen te boven gaat
komt naderbij. Een boodschap die wij kunnen gebruiken!

De bode -de engel van God- had het gezegd:
‘JE NICHT ELISABETH HEEFT IN HAAR OUDERDOM
EEN ZOON ONTVANGEN, EN,
OFSCHOON ZIJ ONVRUCHTBAAR HEETTE
IS ZIJ NU IN HAAR ZESDE MAAND;
WANT VOOR GOD IS NIETS ONMOGELIJK!

Beloften van God zijn nooit voor niets gesproken,
de kracht van de heilige Geest die ooit boven de chaos zweefde
zal iedere keer opnieuw het aanschijn der aarde vernieuwen:
Gods woord keert nooit werkeloos terug.

Maria zal door de kracht van de Geest worden overschaduwd
en de droom van iedere joodse vrouw
zal aan haar in vervulling gaan:
zij zal de moeder van de Messias mogen worden.

Ze weet hoe wonderbaarlijk God met Israël wil omgaan
en zegt in dankbare verwachting, namens haar volk:
‘ZIE DE DIENSTMAAGD DES HEREN,
MIJ GESCHIEDE NAAR UW WOORD’.

Daarna gaat ze vlug naar Elisabeth
en zal met haar, -de vrouw die onvruchtbaar heette-
als eerste getuige zingen over Gods nieuwe toekomst
in haar Magnificat.
Mirjam van Nazareth zal,
bezield door de Geest van God, haar roeping trouw vervullen
want het Koninkrijk van God vraagt niet alleen om bejubeling.
maar vraagt om trouw en deelname.

En trouw moet blijken.
Uit Maria’s hele leven blijkt die trouw.
Ze zal, overschaduwd door de Geest,
niet alleen een kind baren maar
overschaduwd en geholpen door die zelfde Heilige Geest,
trouw zijn aan haar zoon tot aan het kruis.
Ze zal daarna, met alle leerlingen samen,
wachten tot de pinkstermorgen komt
en de kern van Gods afwachtende volk,
(de 12 apostelen), met haar, werkelijk overschaduwd gaat worden
door de Heilige Geest.

Terug naar het begin in Nazareth.
De engel had gezegd: ‘Wees gegroet Maria
vol van genade, de Heer is met U’.
Toen kon de engel van God rustig van haar heengaan
want een hechte relatie tussen hemel en aarde was tot stand gebracht.
De bevrijding van Israël -en via Israël van heel de mensheid-
kon gaan beginnen.

En in het huis van Zacharias…
Waarom wordt dat het huis van Zacharias genoemd?
Zeker weer omdat de mannen de baas zijn.
Neen, het gaat om zijn naam:
Zacharia betekent: GOD DENKT AAN ONS.
En in dat GOD DENKT AAN ONS-huis
gaat de geschiedenis verder:
twee vrouwen zijn bereid om met God mee te doen.

Elisabeth zingt Maria toe:
‘de Heer is met jou
en gezegend is de vrucht van je schoot.’
En Maria stemt in:
‘Magnificat, mijn ziel prijst groot de Heer
want Hij heeft grote dingen aan mij gedaan.’
Maar het mooiste is wel dat het kleine kind
in de schoot van Elisabeth ook meedoet,
het danst als het ware als het opspringt in haar schoot.

Maria, Elisabeth en de kleine Johannes
zijn blij omdat het woord van God zal gaan doorbreken.
Ze zijn blij omdat de groten der aarde
die zich breed maken ten koste van anderen
van hun tronen zullen worden gestoten.
Ze zingen over de armen die zullen worden verzadigd,
(dat gaat niet vanzelf, daar moeten de mensen bij helpen)
en ze zingen over de hulp die alle mensen van goede wil
zullen krijgen altijd weer:
‘Gods barmhartigheid reikt over alle generaties heen.’

We zijn ons aan het voorbereiden vandaag op het grote kerstfeest.
Hier is nog de rust om een beetje als Maria en Elisabeth
het heil te verwachten van omhoog.

Het grote feest buiten zal een feest zijn van
toeters en bellen en met echte sneeuw zelfs dit jaar.
Maar het echte feest zal plaatsvinden
hier, in de kerk en in de huizen van ons, gewone mensen toch.
Hier komen de echte engelen aan het woord
de boden van God. Die spreken duidelijk genoeg.
Ze zeggen:
‘God zal zijn woord gestand doen..
voor God is niets onmogelijk’.

En van ons wordt als reactie verwacht
het ‘mij geschiede naar Uw woord.’
Niet als een slaafse onderwerping aan wat God wil
maar als een bereidheid om voor Hem te kiezen
en voor Zijn mensen voor wie wij mogen leven.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor