• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

10 januari: Jij bent mijn helper

[print]

Doop des Heren

Schriftlezingen:

  • Jesaja 42,1-4,6-9; De dienaar des Heren

  • Lucas 3,15-22; Jesus en zijn mensen

Israëls God onderscheidt zich van de andere goden die niemendal zijn.
Die maken veel koude drukte, hebben grote beelden.
Griezelig zien ze er uit, Moloch, Baal en al die anderen van
Assyrië en Babel. Soms eisen ze zelf kinderoffers.
En geweldige tempels hebben ze nodig.
De God van Israël niet. Een tempel mocht wel
maar de tempel van Jeruzalem was een eigenlijk meer een dorpskerkje;
onze Bavo is vier keer zo groot.
Maar daar gaat het niet om. 
Het gaat niet om de glorie van het kerkgebouw
maar om de glorie van de mensen
die God willen dienen.

De eigenheid van de echte God wordt zichtbaar gemaakt
door de mens die namens God doet wat er gedaan moet worden
in de Bijbel heet die Zijn ‘trouwe dienaar.

In de boeken van de profeten lezen we over een trouwe dienaar
die God naar de mensheid zal sturen om ze te troosten en te bemoedigen.
Wie is bedoeld met die trouwe dienaar waar de profeet over spreekt?

Volgens Jesaja (41,8) is dat het heel het volk;
´Jij, Israël, mijn dienaar Jakob, die ik uitverkoren heb …
tot wie ik zei “Jij bent van mij”.‘
Het volk Israël zal een bijzonder volk moeten zijn onder de volkeren.
Met Israël maakt God zijn geschiedenis die alle volkeren tot lering dient.

De God die uit chaos aarde schiep,
zal zijn volk terugvoeren uit de chaos van de ballingschap
(hoorden we vandaag), Hij wil troosten
en het volk helpen opdat het opnieuw zijn trouwe dienaar kan zijn;
een licht voor de volkeren
het 2e Vaticaanse concilie gebruikte dat als titel voor de kerk.
Tot medewerking aan dat goddelijke plan
zijn alle leden van het volk bevoegd en geroepen.
De getuigen van Jesus van Nazareth zullen ons verkondigen
dat Hij een trouwe volksgenoot is geweest,
voorbeeldig trouw aan zijn roeping als eerstgeborene
temidden van vele broeders en zusters
– zoals Mozes, Saul en David – en alle andere lichtdragers van alle eeuwen.

Lucas ziet in Jesus dé trouwe dienaar bij uitstek,
de besliste voorganger van zijn gemeente.
Hij aarzelt niet en gaat met allen die hem willen verstaan zijn eigen weg
zonder koude drukte maar… in overduidelijke dienstbaarheid en trouw..

We horen vandaag het startpunt noemen
van waar Jesus wil opgaan naar Jeruzalem,
en dat is de rivier de Jordaan waar Johannes’ verkondiging klinkt.
Een verkondiging die aan duidelijkheid niets te wensen over laat.

Johannes bezweert de menigte,
(wellicht gesterkt door de fanatieke verkondiging
van zijn Esseense leermeesters),
dat het oordeel en de ondergang van deze wereld nabij is.
Neen, hij zegt dat niet om mensen de stuipen op het lijf te jaren
of als voorspeller van een grote ramp zoals sommige nep-profeten
in onze dagen dat graag doen. Johannes zegt:
‘deze wereld gaat voorbij.’
En met déze wereld is dan bedoeld de nog steeds bestaande wereld
waar machtigen de dienst uitmaken en recht ver te zoeken is.
DEZE wereld heeft geen toekomst,
DEZE wereld gaat aan zichzelf ten onder:
daarom zegt Johannes: de bijl ligt aan de wortel (Luc. 3, 9).
Niet om ons de stuipen op het lijf te jagen zegt hij dat dus
maar om Herodes te verontrusten.
Herodes vreesde, aldus de joodse historicus Flavius Josefus,
dat door Johannes een revolutionaire beweging zou ontstaan
en dat Herodes daarom besluit om hem te doden.

Jesus ziet Johannes echter als een partijgenoot
en ervaart Johannes´ verkondiging als een nieuw begin
dat het aanschijn der aarde kan doen veranderen.
´Vanaf de dagen van Johannes zal het koninkrijk doorbreken
en geweldenaars kunnen de strijd daarvoor aan´(Mat. 11, 12).
Jesus ziet hoe mensen worden geraakt
en hun leven gaan veranderen.
Hij ziet mensen voor wie de maat der ongerechtigheid vol is
en die dus hun leven gaan veranderen
en zich keren, bekeren tot de God van Israël en tot elkaar.
Hij schouwt het visioen van een totale ommekeer van deze bestaande orde,
het visioen van het koninkrijk van God.

De doop van Jesus wordt beschreven tegen een decor van onrecht (19-20). Herodes speelt een korte hevige hoofdrol door zich
– in tegenstelling tot het volk – niet te willen bekeren.
Het onrecht wordt zelfs zo overheersend dat de Doper zelf
al in de gevangenis is gesmeten (vgl. Luc. 3, 18-20)
voor Lucas Jesus´ gedoopt zijn in de gemeenschap
van de medebekeerden vermeldt.

Lucas hanteert dit als literair middel om de volle nadruk te laten vallen
op Jesus, de Messias, én op de gemeente van gedoopten
die de verdrukking weerstaan en Johannes´ woorden gaan doen
en daardoor belangrijker zijn dan de verkondiger zelf
die in de gevangenis zit en weinig meer kan doen.

De nadrukt ligt bij Lucas op het feit dat Jesus als Voorganger
van dat vernieuwde volk door God bevestigd wordt.
We lezen: ´Terwijl al het volk zich liet dopen,
en Jesus na zijn doop in gebed was, geschiedde het dat de hemel openging.´

Over dit hele gebeuren rond het vernieuwde volk en zijn Messias
gaat de hemel open en klinkt de stem:
´Gij zijt mijn Zoon in wie ik mijn welbehagen heb.´

Zo rijst, temidden van zijn volk, voor onze ogen de gestalte op
van de trouwe dienaar over wie ik sprak.
De trouwe dienaar die de Enige de hand reikt.
Jesus is die dienaar met de nieuw gedoopten daar beneden.
Samen willen ze de weg bewandelen naar Gods vredesstad, Jeruzalem!
Zij weten dat die weg te vinden is in henzelf,
in hun ziel en geweten.

II. Het echte nieuwe begin zal gemaakt moeten worden
door een nieuw volk van gedoopten, met ons dus,
rond de nieuwe Jozua, Jesus uit Nazareth in Galilea.
Hij is onze onmisbare Voorganger.

De evangelisten zullen ons blijven spreken
over deze ene mens, deze trouw knecht van Mozes
die in Zijn leven en sterven alles heeft volbracht.

De mensen in de sloppenwijken van de Filippijnen of Brazilië
herkenden hem als hun voorganger,
gemakkelijker dan wij doen zij dat.
Hun verdrukking is voelbaarder dan die van ons.
De mensen in het verpauperde Oost Europa
hebben met op 6 januari met luister gevierd:
God is in Hem in ons midden verschenen.

De mensheid mag nooit meer kiezen voor wat zich groot maakt.
We mogen nooit meer bouwen op macht.
We hoeven als kerk ook helemaal niet machtig of groot te zijn…
als we maar in leven en handelen kiezen voor Hem
en voor de dienst zoals Hij die voordeed aan de Zijnen..

1 Tot de mensen die doen willen als Hij, tot de navolgers
en navolgsters van alle eeuwen zegt Hij:
‘ik maak jou, op jouw eigen plek
tot een licht voor allen die jou zullen ontmoeten.’

2 De mensen die het wagen in zijn voetspoor te wandelen
-en wij willen dat toch proberen- mogen weten dat dezelfde God
die Hem bij de hand nam en naar het nieuwe land leidde,
dwars door de dood heen ook ons bij de hand zal nemen
en zal zorgen dat wij goed terecht komen.

3 En voor alle mensen die zo durven leven mag het prachtige woord gelden
dat vandaag over Hem is uitgesproken,
(en vult u daarom steeds uw eigen naam maar in)
‘Jij bent mijn veelgeliefde, ik wil graag met jou (vult u hem weer in) verder,
ik zie jou (en vult u dan weer uw eigen naam in) graag:
IN JOU HEB IK MIJN WELBEHAGEN,

Hein Jan van Ogtrop, pastoor