• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

17 januari: De beste wijn voor het laatst bewaard

[print]

2e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 62, 1-5

  • Johannes 2,1-12

Samen gaan we naar boven vandaag, we gaan de berg op.
We zijn niet meer beneden bij de grensrivier de Jordaan,
waar Jesus gedoopt werd maar hoog in het heuvelland van Galilea.
Daar ligt Kana, de stad waar wij allemaal even vertoeven mogen.
De stad met de bijzondere naam: KANA.
De naam met daarin de klank van Kanaän,
het beloofde nieuwe land van melk en honing.
In Kana wordt een feest gevierd. Een bruiloft nog wel.
Maar wie is in het land van God de bruidegom… en wie de bruid?

De verhouding van God met Zijn volk wordt in de Schrift
herhaaldelijk beschreven in termen van de omgang
van een bruidegom (God) met zijn geliefde bruid: het volk Israël.
Het huwelijk tussen God en Zijn volk was vaak niet je dat:
dat lag niet aan God maar aan die lastige bruid. Maar altijd is er hoop.

Daarover sprak Jesaja vanmorgen.
Hij droomt erover dat alles weer goed komt:
dat God en zijn volk weer echt verliefd op elkaar zullen zijn
en elkaar weer volkomen nieuw, als was het de eerste huwelijksdag,
tegemoet zullen treden. De profeet wordt al zo enthousiast dat hij zegt:
‘ik kan niet zwijgen omwille van Jeruzalem. Jij zult heten: de nieuw gehuwde’.
Het huwelijk van God met de mensen kan opnieuw beginnen -zegt de profeet:
‘Jij Jeruzalem zult niet meer de eenzame
genoemd worden, jij zult heten: de bruid!’

De evangelist gaat daarop door:
God laat zijn volk nooit in de steek.
En dan vertelt hij over de bruiloft van Kana
over een feestmaal dat wordt aangericht.
Een eerste vraag zou zijn:
wie trouwen er eigenlijk? Daarover horen we niets.
De bruidegom in het verhaal is maar een bijfiguur:
alle aandacht richt zich op een vrouw Maria,
en een eregast, ja de hoofdpersoon is Jesus Messias.

Jesus komt als de ware bruidegom
-de andere bruidegom zal achter de coulissen terugtreden-
Kana binnen met zijn leerlingen,
Andreas, Simon, Filippus en Nathanaël:
een hele stoet. En zo hoort het ook
want net als een gewone bruidegom
moet Jesus door bruidsjonkers worden begeleid.
Johannes wil ons leren dat, als Jesus op aarde komt
er een nieuwe fase van de geschiedenis begint:
er komt weer hoop in plaats van wanhoop:
er komt weer toekomst voor mensen die geen toekomst hebben:
kortom ER IS FEEST!

En zo is er op die derde dag een wonderlijke bruiloft in Kana:
een bijzondere bruiloft want
God zelf in de persoon van de Messias is op aarde gekomen
en wandelt als de ware bruidegom bij de mensen rond.

Maar … wat is een bruiloft zonder wijn!
Die brengt Hij, overvloedig.
Wijn die er, als je het verhaal letterlijk leest,
eerst helemaal niet was:
(er staat letterlijk niet: er was geen wijn MEER
maar gewoon er was geen wijn).
De oude wijn telt niet meer mee:
de nieuwe wijn die Jesus schenkt is pas echt DE wijn:
alles is nieuw: er is echte vreugde.

De waterigheid van ons gewone leven verdwijnt
het leven krijgt weer glans, alles wordt nieuw.
De mislukking die dreigde doordat alles
kleinmenselijk en wel in het water liep werd opgeheven.
Maria helpt de leiders van het feest over hun mislukking heen:
‘doe maar wat Hij je zeggen zal, dan komt het goed.’

God laat de mensen niet met hun mislukkingen zitten.
Jesus helpt namens God.
‘Doe maar wat Hij je zeggen zal’
zegt Maria vertrouwvol.
En ze gieten het water in de kruiken.

In een prachtig epifanielied van Thomas Naastepad
klinkt het dan:
In Kana was de gloed geweken.
het vuur bedolven onder as…..
toen zei de vlam in iedere beker
wie er de ware bruidegom was.

Jesus staat daar namens God
Maria namens de hulpeloze mensheid..
God en mensen vinden elkaar
het leven kan doorgaan.

Het wordt tijd dat we gaan nadenken
over de betekenis van dit verhaal voor ons hier op dit uur.

Met kerstmis hebben we feest gevierd
dat wel, toen waren alle kerken te klein
en kon er geen een gemist worden.

Maar daarna gaat iedereen weer over tot de orde van de dag:
er zijn de gewone zorgen om de wereld, om de kerk.
En wat zijn er weinig mensen
-voorgangers, priesters, diakens, pastorale werkers en werksters,
die het oude verhaal door kunnen vertellen.

De tijden zijn hard en door een feestroes die problemen wegdringen
zal niet helpen want je zult aan de problemen ten onder gaan
als je doet of er niets aan de hand is,
en als een struisvogel de kop in het zand steekt.
Mensen als Maria zijn nodig die zeggen: ‘er is geen wijn.’
Na de erkenning van de problemen zul je ze kunnen overwinnen
en te lijf gaan vanuit de kracht die het geloof je geven wil.

In Kana was de situatie troosteloos maar er kwam hoop:
-doe maar wat Hij je zeggen zal-
er kwam hoop want Hij bracht redding:
de ware bruidegom schonk zijn wijn.
Dat is de kracht van Gods Heilige Geest
die altijd met de mensen meegaat.
Zou dat ook voor onze dagen gelden?

Zeker: de bruidegom is trouw.
Er moet wel -net zoals dat voor een gewoon huwelijk geldt-
aan onze relatie met de Heer gewerkt worden.
Dat vraagt veel inspanning, bezinning en geduld.
Het vraagt een hele nieuwe oriëntatie van ons hele hart,
van onze hele persoon.

Als het Evangelie alleen maar een mooi sausje is
over ons gewone bestaan,
-de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen
dat alle tumult en alle vroomheid rond kerstmis
mij een beetje in die richting doet denken-
dan zal het verdwijnen.

Wil het Evangelie niet verloren gaan
in de grote oceaan van informatie
die over deze wereld spoelt als één opinie te midden van vele,
dan moet de christelijke gemeenschap weer worden wat ze in wezen is:
geen onderdeel van de gevestigde orde,
geen timide groepering die zich graag schikt naar de heersende meningen,
maar een gemeenschap die misschien wel een minderheid vormt
maar die weet waar ze voor staat
die getuigt van de liefde van haar Heer
en zo vreugde uitstraalt en kracht.

Het geloof biedt de mogelijkheid je leven te openen
voor het echte leven.

En dat geloof zullen wij samen, pastores, actieve parochianen
bisschoppen en kerkbestuurders
ieder op haar of zijn eigen plek mogen behoeden.

Een oude Amerikaanse missioloog zegt het mooi:
‘het ziet er slecht uit
als de mensheid niet meer weet
waar de echte waarden te vinden zijn
over de zin van het leven,
over het waarom en waartoe,
dan is het met de mensheid net zo hopeloos gesteld
als met een groep bedelaars
die de honger aan hun magen voelt knagen
maar er is niet aan te doen
want niemand weet meer waar het brood te vinden is.’
Wij mogen weten waar het brood te vinden is,
ja er is vandaag zelfs wijn bij in het evangelie.

Tenslotte:
het verhaal van Kana heeft de mysterieuze zin:
‘de beste wijn is voor het laatst bewaard’.

Dat is een blijde boodschap
die voor iedere generatie gelovigen
die druk bezig zijn,
die werken en volhouden
maar misschien soms wanhopen en er niet meer tegen kunnen
herhaald wordt en aldus mag worden vertaald:
er is een toekomst die alle verwachtingen te boven gaat:
‘de beste wijn is voor allen bewaard
die volharden door alles heen’.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor