• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

24 januari: Begin van het genadejaar

[print]

3e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Nehemia 8,2-10

  • 1 Korintiërs 12,12-14.27

  • Lucas 1,1-4; 4,14-21

Vanuit onze eigen kerk gaan we vandaag kijken
naar andere kerken. We zijn vandaag te gast
in de synagoge van Nazareth in Galilea.
Op de sabbathmorgen is de gemeenschaap daar bijeen.

Plotseling is er onrust:
er komt een dertig-jarige man binnen.
In het dorp werd er erg veel over hem gesproken.
Een gewone timmermanszoon was Hij
maar er was wel iets bijzonders met Hem aan de hand.

Hij was al een paar jaar weg uit het dorp;
Hij was al in Jeruzalem geweest

en had met vele wijze mensen gesproken.
Met de oude Nikodemus eens in de nacht.

Toen had Hij gesproken over de vernieuwende kracht
van de heilige Geest van God en had zelfs
gezegd dat iedere mens opnieuw geboren moet worden.

Dat had de oude wijze Nikodemus zeer verbaasd:
moet een mens dan misschien terugkeren
in de schoot van zijn moeder
‘.
Maar Jesus had gesproken over de kracht
van de Heilige Geest die ieder mens innerlijk totaal vernieuwt
en verandert.
Het is met de Geest als met de wind,
je hoort hem suizen maar weet niet precies
waar hij vandaan komt en waar hij je naar toe zal leiden
‘.

Jesus was zelf een mooi voorbeeld
van een mens vol van die Geest.

De geruchten van al zijn activiteiten
waren al in zijn vaderstad doorgedrongen.
Hij zou mensen die waren vastgelopen nieuwe kansen aangereikt hebben,
hij zou veel mensen getroost en zelf genezing hebben gebracht.

De verhalen over hem hadden veel verbazing,
misschien ook wel ergernis gewekt zo van: wat een uitslover.
Nu is Hij, na al dat gereis en getrek en gepreek overal
eindelijk eens thuis.
Hij bezoekt op de Sabbat
volgens zijn gewoonte als trouw jood de synagoge.

En deze bijzondere zoon van Nazareth mag,
zoals dat de gewoonte is als er gasten zijn,
(in Afrika is dat nog zo, ik kom daar straks op terug)
de voorlezing doen.

Neen, niet de wet van Mozes
maar de bijlezing uit de boekrol van de profeten
(het epistel als het ware).

Die Sabbat staat een gedeelte
uit de boekrol van Jesaja op het rooster.

Lucas, de enige evangelist die dit voorval uit Nazareth vertelt
citeert met instemming de tekst van de lezing
die die Sabbat aan de orde was.

Het gaat om het gedeelte
waarin de profeet Jesaja het heeft over zijn eigen zending:
De Geest des Heren is over mij gekomen
omdat Hij mij gezalfd heeft.
Hij heeft mij gezonden om aan armen
de Blijde boodschap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden dat zij zullen zien,
om verdrukten te laten gaan in vrijheid
en een genadejaar af te kondigen van de Heer
‘.

Het is een heel programma: een genadejaar, ook wel jubeljaar genoemd
zoals wij dat nu ook hebben.
Een wereldomvattend programma.
Het heeft te maken met troost bieden aan de armen,
met het openen van de ogen van allen die verblind zijn
en niet kunnen of soms ook willen zien
wat er van hen verlangd wordt
met het opkomen voor mensen die niet vrij zijn:
een programma dat de lofzang en de aanbidding omvat
maar ook het werk van Amnesty International.

Jesus zelf staat voor dat programma en zegt heel duidelijk:
dat woord is in mij in vervulling gegaan‘.

Dat zegt Hij niet triomfalistisch
in de trant van zie je wel IK BEN DE ECHTE MESSIAS
maar meer in de Geest van de dienstbaarheid.
Ik wil voor dat programma van Gods Koninkrijk staan,
Ik wil Hem dienen en liefhebben
‘.

Zo’n nieuw begin kan altijd gemaakt worden:
ook altijd weer opnieuw gemaakt worden.

II. Een ontroerend verhaal lazen we
in het (vrij onbekende) bijbelboek Nehemia.
Het vertelt ons over de terugkeer van het volk Israël
in hun land na de ballingschap in Babel.

De tempel lag nog in puin
en inderhaast wordt een podium opgericht
op de plek waar de tempel stond.
Het verhaal vertelt hoe ze onder het puin
een oude boekrol terugvonden
en de priester Ezra daaruit gaat lezen.

De lezing uit het oude boek ontroert de hoorders zo
dat ze in tranen uitbarsten.

De priester moet de mensen zelfs troosten
door te zeggen: ‘niet huilen, dit is een dag van vreugde!.’

Het is een prachtig verhaal dat ons vertelt
hoe je het oude verhaal met nieuwe oren kunt horen.
Vooral als het je tegen zit en je een crisis hebt doorgemaakt
hoor je de woorden anders.

Misschien is een van de grootste problemen
van de vroegere geloofsbeleving
dat we alles zo vanzelfsprekend vonden
en de oude woorden ons zo bekend waren
dat wij ze niet meer hoorden.

Dat is nu anders:
vele mensen, jong of oud, kennen de verhalen niet meer :
je moet helemaal opnieuw beginnen.
Misschien niet eens zo slecht,
de oude ballast van de vooroordelen slepen ze ook niet met zich mee.

Ze kunnen gewoon lekker enthousiast worden,
voelen dat het geloof hun leven kan veranderen
een nieuwe start maken
en handelen naar hun geloof.

In Nazareth duurde die nieuwe kijk op het oude boek maar kort:
er moet teveel veranderen, en ze stoppen hun oren dicht
en het verhaal eindigt ermee dat ze Jesus de stad uitgooien.
Maar dat horen we pas de volgende week..

Enkele jaren geleden was ik in Zuid Afrika
in een kleine kathedraal.
Het was zaterdagavond,
de grote feestmis zou morgen zijn.
Die avond waren er alleen maar blanken
en wat kinderen van een naburige kostschool.

Zij, de blanken, hadden mij hun verhaal verteld:
hun wereld was verstopt geraakt.
Het oude evangelie werd nog wel gelezen
maar dat het werkelijk een totaal nieuwe levenshouding vroeg
waren ze totaal vergeten.

Nu was er een nieuw begin gemaakt:
de apartheid was voorbij.
Maar een nieuw begin maken is en blijft moeilijk.

Ik mocht aan het einde van de dienst iets zeggen.
De eerste schriftlezing was die week
ook uit de profeet Jesaja
en net als Jesus in Nazareth
mocht ik die op bezoek was
mocht daar ook iets over zeggen
Ik heb toen geprobeerd ze te bemoedigen:
‘Het kan lukken, een nieuw land opbouwen
als je het samen echt wil.
Het is nooit te laat om het te proberen.
Wij Hollanders hebben veel kritiek op jullie gehad,
en dat was toch wel terecht
maar nu kan het anders
nu kunnen jullie nieuwe mensen worden
mensen van liefde en vriendelijkheid
en ik zie dat jullie dat willen zijn
daarmee wens ik jullie geluk.’

Het klinkt een beetje arrogant
als je als buitenstaander zo praat
maar ik werd de kerk niet uitgegooid
neen velen kwamen verhalen vertellen
over hun nieuwe ervaringen.
De dienst eindigde met het samen bidden
van het gebed om de Heilige Geest
zoals dat toen als voorbereiding op het genade of jubeljaar net als nu
(toen was dat het jaar 2000) voorgeschreven was.

Wij krijgen deze zondag niet zo’n vreemde prediker op bezoek:
we moeten het gewoon met elkaar doen.
Maar: het woord van God, dat wij samen mogen horen
iedere week opnieuw is verrassend genoeg.
Het is een zegen om dat iedere week weer te mogen horen.
Het is hier een huis van troost en bemoediging
het is een zegen dat wij deze kerk hebben
waarin wij de woorden van God
en de prachtigste muziek mogen horen.

Dat verdienen wij als mensen hier
want allemaal, zoals wij hier zitten
zijn wij kostbaar en waardevol.
Wij allemaal zijn de moeite waard,
en iedere dag opnieuw krijgen wij nieuwe kansen:
de Geest heeft ook ons gezalfd
om ons in te zetten voor anderen iets te betekenen.

En al het goede dat wij samen
vandaag, in de komende week en daarna gaan doen;
al is het alleen maar door vol te houden in moeilijke omstandigheden
kan helpen het aanschijn van deze wereld te veranderen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor