• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

21 februari: Zal het licht winnen?

[print]

2e Zondag Veertigdagentijd

Schriftlezingen:

  • Genesis 15,5-18; De sterren

  • Filippenzen 3; Ons vaderland is de hemel

  • Lucas 9,28-36; Op de Taborberg

Het is in een stad een beetje moeilijk
om de sterren aan de hemel te zien.
Soms wordt ons dat nog wel een gegund
als we op vakantie zijn bijvoorbeeld
in een omgeving waarin nog geen kunstlichtvervuiling is
en waar je ’s nachts als het echt donker is
plotseling overdonderd wordt door de pracht
van ene hemel vol en vol met duizenden en duizenden sterren.
‘Kijk naar de sterren aan de hemel Abraham,
zo talrijk zal jouw nageslacht worden.’
Zo talrijk…
Abraham is verbijsterd
zijn nageslacht bestond tot dan toe uit nul, werkelijk nul personen!
Hij was ooit op weg gegaan uit Oer,
vlak bij Babel omdat hij een stem hoorde uit de hemel:
‘Abraham ik heb jou nodig’
en hij was gegaan. Met zijn vrouw Saraj en zijn neefje Lot
die kennelijk veel bij Abraham en Saraj rondhing..
een lange lange reis.

Het idee van die reis.
Daarin herkennen wij ons als 20e eeuwse gelovigen.
We voelen dat beeld mee: het leven is een reis.

We zijn op weg.
Hier proberen we te geloven
op weg naar een nieuw toekomst.. naar Sjaloom,
naar vrede naar goedheid. Maar zal die er ooit komen?

Het evangelie van Lucas, waaruit we dit hele jaar lezen,
is bij uitstek een reisverhaal.
Lucas beschrijft het hele leven van Jesus als één lange tocht.

Al heel vroeg in zijn evangelie staat vermeld
dat Jesus vastberaden begint aan zijn: ‘opgang naar Jeruzalem’:
Gods vaste woonplaats op aarde.
Het levensverhaal van Jesus is een reisverhaal:
vooruit, en route, op weg!
Jesus gehoorzaamt en gaat op weg
anderen ook: Maria haast zich naar Elisabeth,
de herders haasten zich naar Bethlehem,
Maria en Jozef gaan met Jesus op naar Jeruzalem.
Zelfs na Jesus’ verrijzenis houdt Lucas aan dat reismotief vast.

Jesus loopt met twee van zijn volgelingen mee,
en aan het einde van zijn reisverhaal
worden de leerlingen er op uit gestuurd met de belofte
dat Jesus ‘voor hen uit zal gaan in Galilea’.

Lucas zelf reisde er ook lustig op los,
naar de uiteinde der aarde, met Paulus mee:
hij reisde naar Judea en Samaria, naar Damascus, Fenicië,
Cyprus en de Romeinse provincies van Cilicië,
Galatië, Azië, Achaje, Macedonië en uiteindelijk Rome zelf,
‘het einde -en tegelijk het nieuwe middelpunt- der aarde’.

Het leven is een reis.
En op die reis proberen Jesus’ leerlingen hun meester
-soms met de grootste moeite- te volgen.
Het evangelie van vandaag gaat op het eerste gehoor
over een rustig moment
maar dat is toch niet helemaal waar:

ook op de berg Tabor gaat het over de tocht
beneden door het dal.

Op de berg heeft Jesus
Petrus, Johannes en Jakobus in zijn nabijheid.
En daar doet Jesus iets
wat geen van de andere evangelisten vermeldt:
Jesus begint te bidden.

Hij kan Zijn tocht niet volbrengen
zonder de steun van Zijn Vader, de grote reisgenoot onderweg.
Na dat bidden verschijnen hem Mozes en Elia.

Mannen die van wanten weten.
Mensen die geleefd hebben uit de kracht van de God van Israël
die met mensen meegaat.
De God die ooit al met Abraham meeging,
die hem verbijsterd deed kijken naar al die sterren,
lichten in de verte…

-de God die -zoals wij vandaag hoorden-
als een laaiend vuur tussen de stukken vlees
op de offerstenen voorbijging.

-De God die het gelaat van Mozes deed stralen
zodat de mensen hem niet durfden aan te zien
voordat hij voorganger mocht zijn van God volk

-de God die als een laaiend vuur Elia hielp
toen hij op de berg Karmel zijn naam in ere hiel
en het volk daarna weer de goede kant op gidste.

Als enige evangelist vertelt Lucas ook
waarover de drie daar op de berg spraken..
nl. over ‘Jesus’ heengaan
dat Hij in Jeruzalem zal voltrekken.
Letterlijk staat er ‘Jesus’ uittocht in Jeruzalem,
Jesus’ Exodus.
Zijn uittocht die Hij zal voltrekken
uit het oude land naar een nieuwe wereld.

Een uittocht van een zieke naar een gezonde wereld,
vanuit het donker naar het licht.

De leerlingen worden uitgenodigd
die Uittocht mee te maken.

En om ze de kracht te geven te volharden
wordt hun hier al een glimp gegund
van het licht van de Paasmorgen
dat uiteindelijk zal stralen in ons midden.

Een Afrikaanse missionaris uit Zuid Afrika
beschrijft hoe de straatjongens in Johannesburg vertelden
hoe ze dagen lang, soms weken lang gelopen hadden
op weg naar de lichten van de stad.

De eerste dagen als het licht nog ver was
bemoedigden zij elkaar door verhalen over dat licht in de stad.
Tot ze op een goede dag de verhalen over dat licht
niet meer nodig hadden omdat ze aan de horizon
een licht zagen
dat niet langer kwam van de maan of van de sterren
maar dat het donkere oranje-achtige licht was,
dat als een halve ballon over iedere stad van de wereld hangt.
Dat was het licht dat hen aantrok: de grote stad!
Een licht waarheen ook nu nog miljoenen vluchtelingen
die hun heil zoeken in de grote wereldsteden op weg zijn.
Voor hen het licht van een nieuwe wereld.
Maar of ze dat daar zullen vinden?
Volgens Lucas zijn we allemaal op weg
naar een nog beter licht naar een nieuwe betere stad:
Gods lichtende definitieve aanwezigheid in ons midden.
Het licht van deze ene mens die in glans verscheen op de Tabor
bereidt ons daar op voor.

Hij is in glans verschenen,
een moment op de top van de berg,
daarna is Hij zijn weg gegaan.

Hoe zwaar was de tocht, hoe bitter zijn lijden,
hoe bitter de pijn die Hij in Jeruzalem moest verdragen
maar deze Exodus,
Zijn Exodus was de bevrijdings-reis bij uitstek,
de weg naar Pasen: Gods belofte van een nieuwe toekomst van licht!

Als wij Hem durven volgen
zal het donker ons niet kunnen deren.
Hij is het ware licht dat iedere mens verlichten wil
die komt in deze wereld.
Als wij naar zijn stem durven horen
en ons op onze levensweg willen laten bijlichten door zijn woord
zullen wij Zijn licht in de paasnacht
aan elkaar kunnen doorgeven en samen nieuwe mensen worden.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor