• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

7 februari: Je kunt nieuw worden

[print]

5e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 6,1-8; De profeet geroepen

  • Lucas 5,1-11; Vissen en preken

Woorden… kunnen een wereld van verschil maken.
Wat mensen tegen je zeggen
kan heel je leven veranderen.
Wat zal dat dan niet zijn als God zelf spreekt?

Jesaja maakte dat mee..
‘Ik zag en hoorde de Heer,
het geschiedde in het sterfjaar van koning Oezziahoe’
Het noemen van dat sterfjaar van koning Oezziahoe
is niet alleen maar een tijdsaanduiding.
Het is bedoeld als de aanduiding dat een oud régime
dat mensen ringeloort en klein maakt
op zijn einde loopt.
(vgl. het ‘in de dagen van keizer Augustus’ of
‘in de dagen van koning Herodes’ zoals wij dat in de kerstdagen hoorden).

Het wil zoveel zeggen als
Oezziahoe’s macht is definitief ten einde.
Hij was een slechte koning-
en als de koning dood is klinkt in de tempel
‘leve de echte Koning’ leve de God der hemelse machten’.

De drempels schudden, alles beeft, de engelen zingen:
Jesaja schrikt er van-
(maar het is wel eens goed voor een kerk
als alles lekker door elkaar wordt geschud)
‘Heilig, Heilig, Heilig,’
de zang die nog steeds in onze liturgie klinkt
Het Sanctus is geboren…
is de dood van Oezziahoe toch ergens goed voor!

Jesaja ziet de Heer, hoort de stem van de engelen
die Hem omringen en voelt het schudden van de drempels,
hij ruikt de rook die het heiligdom heeft gevuld.

De jongen Jesaja, de latere profeet siddert van angst…
hij wordt geroepen. Hij zal mee moeten doen
aan de verkondiging van de ware koninklijke macht van de God van Israël.

En dan roept hij uit: ‘Wee mij, ik ben verloren,
want ik ben een mens met onreine lippen
en woon temidden van een volk met onreine lippen.

Alsof hij zeggen wil:
‘dit wat ik hier ervaar gaat mij ver te boven,
ik ben maar een gewoon mens,
ik ben niet beter dan andere mensen,
hoe zou ik betrokken kunnen raken bij God?

Wie ben ik dat Hij mij zou aanspreken?’

Om hem te helpen gebeurt er iets van goddelijke zijde,
één van de engelen komt tot vlak bij Jesaja,
raakt zijn lippen aan met een gloeiende kool
terwijl hij sprak: ‘Hiermee zijn je lippen aangeraakt,
en je zonde is verdwenen.’

En diep onder de indruk van dit gebaar
verdwijnt de angst en de twijfel van Jesaja
als sneeuw voor de zon
en roept hij als de Heer vraagt:
‘wien zal ik zenden?’.. ‘Hier ben ik Heer, zend mij.’

Jesaja zal luisteraars verzamelen
die zijn woorden zullen optekenen opdat mensen eeuwen later
-en dat wij zij- ze nog zullen horen.
Zijn oproepen tot trouw aan Gods woord
tot bekering en zijn grootse visioenen
over de vrede en Gods nieuwe toekomst
die we dit jaar met Kerstmis weer hoorden
en iedere keer weer, tot aan de dag van vandaag, mensen ontroeren.

II.
Eeuwen na Jesaja zullen mensen hun oren spitsen
als Jesus van Nazareth aan het verkondigen slaat
Nog voor Hij zijn apostelen bij name gaat roepen
is Jesus al op zoek naar mensen,
naar zoveel mogelijk mensen,
mannen en vrouwen.
Jesus wil veel mensen verzamelen
omdat de vervulling van de oude dromen
van vrede en recht nu voor de deur staat:
een vervulling die afhangt van de trouw en de inzet,
van de volharding vooral en de moed
die mensen dan zullen kunnen opbrengen.
Jesus wil mensen verzamelen, veel mensen verzamelen
er zijn er veel nodig.

Als hij dreigt in de menigte verdrongen te worden
stapt hij in een bootje dat aan de oever ligt vastgemeerd:
‘Steek een eindje van wal’ zegt hij tot de verbaasde vissers
die later zijn belangrijkste leerlingen zullen worden.
En hij spreekt de mensen toe vanuit dit schip.

En vanuit dit schip waaruit Jesus de mensen toespreekt
worden, op Jesus’ woord, de netten uitgeworpen:
het net wordt vol.
‘De zaal moet vol worden’ lezen we elders in het evangelie,
als Jesus spreekt over de bruiloft van het Koninkrijk.
Het net moet scheuren;
De apostelen zullen na het teken van de wonderbare visvangst
op weg moeten gaan om mensen, zoveel mogelijk mensen
uit het doodsgebied weg te halen en te leiden naar het leven.

III. Jesaja beefde toen hij geroepen werd.
Petrus en alle anderen die zichzelf kennen
zullen dat later ook doen.
Namens hen, en ook alvast namens Petrus zei hij
‘Ik ben een zondig mens, stuur liever een ander’
maar de Heer is onverbiddelijk: ‘ik heb jou nodig.

Niet omdat jij Jesaja, Petrus, of jij
-en vult u dan uw eigen naam maar in- zo geweldig bent
maar omdat Ik helpers nodig heb
om mensen te verzamelen van overal vandaan,
opdat er recht gedaan wordt aan de arme
de bevrijding van de verdrukten werkelijkheid wordt,
bedroefden worden getroost, mensen op de been geholpen
en mensen die het niet meer niet zien zitten
weer uitzicht krijgen.
IV. God verzamelt nog steeds mensen die mogen verkondigen
dat Zijn nieuwe toekomst al begonnen is,
in hun eigen levensdagen. En dat doet Hij ook vandaag.

Als kerk van het westen moeten wij een beetje aan wennen
dat de kerken in Afrika en Azië zich zo stormachtig hebben uitgebreid.

Wij worden geroepen met hen en met alle anderen van goede wil
samen kerk te zijn,
om samen gevangen te worden,
omhooggetild uit het donkere water van de dood.

Als gelovigen zullen we nooit mogen wanhopen
al denken we dan dat we met weinigen zijn
maar dat kon wel eens meevallen.
Met alle mensen van goede wil, hier en nu
en in ons eigen land zullen wij in gesprek moeten gaan.
Wij zullen er nooit naar moeten streven
een kleine elitekerk te worden van volmaakte gelovigen
maar een geloofsgemeenschap van gewone mensen
die het allemaal ook niet zo zeker weten
en die samen willen werken met anderen.
(goed dat de Groenmarkt dat doet met Stem in de Stad, met de moslims e.a)
In onze Antonius-Bavoparochie hebben wij daarom als pastoraal model
de gastvrijheid: de kerk moet uitnodigend zijn.

En daarom gebeurt er hier ook van alles.
Eerste communicanten hebt u al weer gesignaleerd.
Ouders en kinderen die er samen weer voor gaan.
Voorbereiding voor het vormsel is al lang weer van start gegaan
neen geen horden maar er zijn weer ouders en kinderen
die er voor gaan en zij zullen merken dat ze niet de enigen zijn want
vlak na Pasen komen ze weer van heel ons bisdom
en dan zijn ze plots met zijn 1500, een hele troost
voor de kleine groepjes in de afzonderlijke parochies.
Gastvrij willen wij zijn ook naar binnen toe:
ouders zijn welkom met hun kleine kinderen
die ze gedoopt willen hebben,
mensen met hun verdriet kunnen hier terecht.
Voor kinderen is er in deze kerk een eigen aandacht,
ze hebben eigen activiteiten.
De Jongeren hebben in deze kerk een eigen inbreng
altijd nieuwe mensen komen aanzetten
en hebben allerlei plannen om vooral veel te gaan doen.
Bruidsparen zijn zich ijverig aan het voorbereiden.

God heeft ons nodig als een teken in de wereld
om te kiezen voor het leven:
om er te zijn voor anderen.
Goed om samen kerk zijn

En dan is iedereen belangrijk,
ook u die haar vandaag luistert, meeviert of meezingt.
En als ook vandaag weer Zijn vraag klinkt,
als eens aan Jesaja gesteld:
‘wie zal ik zenden’
zeggen we dan in ons eigen hart:
‘zend mij, zend ons,
ik ben, wij zijn beschikbaar’.

De verhalen van deze zondag gaan over wankelen
en toch op weg durven gaan.
Mensen die bemoedigd werden
en iets gingen doen waarvan ze eerst niet wisten
dat ze het zouden kunnen.

De vorige week hebben wij de Blasiuszegen gekregen.
Een mooi gebeuren omdat de enige keer in het jaar is dat alle mensen
die in de kerk zijn persoonlijk de zegen kunnen ontvangen.
Opdat wij allen op onze eigen en unieke levensweg
een beetje kracht en bemoediging mogen ontvangen.
Een woord, tot óns gesproken,
een duwtje in de goede richting,
opdat we mogen gaan de weg waar wij in geloven.
Een gebaar van liefde, de liefde van God,
die ons wil dragen op onze eigen weg.

We sluiten ons aan bij Ramses Shaffy die in een van zijn liedjes zingt:
‘we zullen doorgaan, we zullen doorgaan…’

En als het moeilijk blijkt
troost ons het prachtige verhaal over de roeping van de apostelen
die over diepe wateren moesten varen.
Diep is eng…. staat er niet in de psalmen:
‘uit de diepte roep ik tot u…’
maar Jesus zegt: ‘steek maar rustig van wal
ook naar de diepten toe.’
Hij zegt tegen alle geroepenen, wie ze ook zijn:
‘wees niet bang, Ik ga met je mee
wees niet bang: ik red je
zelfs uit de dood.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor