• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

13 maart: Niet streng genoeg?

[print]

5e Zondag Veertigdagentijd

Schriftlezingen:

  • Jesaja 43,16-21

  • Filippenzen 3,8-14

  • Johannes 8,1-11

Misschien vindt u het interessant om te weten
dat het evangelie van vandaag
in bepaalde handschriften van het Johannesevangelie ontbreekt.
Waarom zou dat interessant kunnen zijn?

Omdat er uit blijkt dat de oude kerk
kennelijk een beetje moeite had met dit verhaal.

Het past ook niet zo goed
in het verheven evangelie van Johannes.
Het verhaal is te schokkend,
vragen doemen op.
Kan een mens, laat staan de God-mens Jesus,
zo ruimhartig met iemand die gezondigd heeft
zoals Hij dat die morgen op het tempelplein deed?

We horen de stemmen van de moralisten van alle tijden
al protesteren.
Wie de regels die het huwelijk beschermen niet serieus neemt
brengt een bijna onherstelbare schade toe
aan het huwelijk als instituut
en ondergraaft het fundament van de menselijke samenleving.

Wat zal Jesus’ reactie zijn op dit gebeuren?
Zal Hij de geschokten gelijk geven
die zeggen dat het werkelijk een schande is
en dat er hard gestraft moet worden
of zal Hij alles maar een beetje relativeren
en zeggen dat het niet zo erg is wat er gebeurd is?

Een vrouw wordt aangeklaagd
-zo gaat dat vaak, de mannen
met wie ze al of niet een relatie heeft gehad
blijven buiten schot. Ik las deze week nog de klacht
van een ongehuwde moeder:
‘wij worden geminacht
maar de ander die ook zijn aandeel geleverd
heeft gaat altijd vrijuit.’

Bij Jesus een aparte reactie.
Van die hevige verontwaardiging van de omstanders,
vindt je bij Hem geen spoor.

Een duitse psycholoog zegt,
peinzend over die verontwaardiging van de omstanders
die in dit verhaal zo hevig is dat ze haar willen stenigen het volgende:

‘de verontwaardiging over schending van de huwelijkstrouw door anderen
is vaak zo hevig omdat de bekoring van de ontrouw
in iedere relatie en ieder moment op de loer ligt.
Ieder mens is zwak en beseft dat maar al te goed.
Meestal geldt: hoe verontwaardigder hoe onzekerder.’

Wat moet Jesus aan met dit merkwaardige gezelschap?
Met die vrouw die na een onstuimige nacht wordt betrapt
en met al die omstanders die de vermoorde onschuld spelen?

Hij begint met peinzend in het zand te schrijven.
Een van zijn meest raadselachtige gebaren
– maar een subtiele vorm van onderricht.

De betekenis van dit gebaar moet gezocht worden
in wat er in de boeken van de profeten (van Jeremia) geschreven staat.
Het is een boetetekst die op de grote verzoendag
-en iedere jood kent die uit zijn hoofd-
door de synagoge gelezen wordt. Die tekst luidt:

‘wie van de weg van de Heer afwijken,
hun namen zullen geschreven worden in het zand
van de dode aarde waarin alle leven zal vergaan’.

Jesus zegt door zijn geschrijf in de dode aarde als het ware
dat de zonde de weg is naar de definitieve dood.
Zo zegt Hij zwijgend tot de vrouw die tekort schoot:
weet wel, jouw weg is zo een weg naar de dood.

Maar een mens kan zich altijd bekeren
en een nieuw begin beginnen.

Dat geldt voor die ene die in het middelpunt
van de belangstelling staat maar niet alleen voor haar.

Daarom schrijft Jesus daarna NOG EEN KEER in het zand.
Als les aan de anderen de omstanders… en dus ook aan ons.

Want ook zij -en dus ook wij- moeten beseffen
dat zij/ wij zondaars zijn en dat ook onze weg
een weg naar de dood kan zijn.
Wij allen moeten beseffen dat wij kwetsbaar zijn,
dat wij leiding en genezing nodig hebben.
Van onze naasten, van onze God
en die Hij naar ons toestuurt.

Niet alleen de vrouw dus moet aan haar plaats herinnerd worden
de zelfverzekerde omstanders ook,
misschien nog veel meer.

Zij staan daar verontwaardigd
en zeker van zichzelf…
zij staan daar uitdrukkelijk en uitdagend fatsoenlijk te wezen
met de stenen in de hand die zij vanuit hun hoogmoeds-complex
naar deze vrouw menen te mogen gooien.

Deze arrogante kwasten moeten op een harde manier
tot de werkelijkheid worden teruggebracht
opdat ook zij nieuwe levenskansen zullen krijgen en benutten.

‘Wie van u zonder zonde is werpe de eerste steen.’
Met deze woorden worden zij
aan hun eigen levenssituatie herinnerd en gewekt.

Er staat met een zekere humor in het verhaal vermeld
dat de oudsten hun les het eerst verstonden
en het eerste weggingen. Zou daarmee bedoeld zijn
dat ouderen, door het leven gerijpt,
misschien -meer dan jongeren- een duidelijker besef
van hun tekortkomingen hebben? of mag ik dat niet zeggen?

Als allen samen rondom de weerloze vrouw beseffen
dat zij allen hun fouten hebben
kan Jesus hen allemaal de absolutie geven.

En in hun en ons midden – want ook wij worden bij dit gebeuren betrokken-
wordt dan de oude belofte van Jesaja die op deze zondag klonk waar:

‘IK GA IETS NIEUWS BEGINNEN MET JOU,
HET IS AL BEGONNEN, MERK JE HET NIET?’

Je zonden zijn je vergeven.

Er worden door Jesus bruggen geslagen,
scheidingsmuren worden afgebroken.

Die tussen die wij goeden noemen en die wij slechten noemen.

Jesus staat steeds aan de kant van de mensen,
aan de kant van ieder mens.

Hij staat aan de kant van Petrus
die Hem zelfverzekerd volgen durfde
en van Levi de tollenaar die aarzelt,
van de zoon over wie wij de vorige week hoorden spreken
die alles verkwistte
en van de goede zoon die thuis bleef.

Zijn solidarisering met ons zwakke, zondige, hulpeloze mensen
is Zijn grootste verlossings- daad.
Zijn milde vergevingsgezindheid
maakt Gods mildheid onder de mensen zichtbaar.

Hij wil dat die mildheid ook door ons wordt beleefd.
Als wij om vergeving bidden in het Onze Vader
wordt die bede onmiddellijk gevolgd door het:
‘zoals ook wij aan anderen hun schud vergeven’
-en bij Matteus lezen we zelfs:
‘zoals wij anderen hun schuld vergeven hebben’
een voorwaarde vooraf bijna voor onze eigen vergeving.

In de dagboeken van de in de 2e wereldoorlog oorlog
vermoorde Etty Hillesum lezen we:
‘vanavond bid ik eens voor een gewone Duitse soldaat zoals ik
die vandaag op straat zag lopen
want hij is ook maar een zwak mens
en hij lijdt ook aan deze oorlog.’

En een onbekende auteur schreef in het kamp Ravensbrück:
‘O God, denk niet alleen aan de mensen van goede wil
maar ook aan die van kwade wil.
En als zij, de moordenaars
ooit naar het oordeel komen
laat al die vruchten die de slachtoffers voortbrachten
hun tot vergiffenis zijn.’

Het evangelie van vandaag is een goede inleiding
op de weken waarin wij het onverdiende lijden
van Jesus de Messias gaan overwegen.
Zelf zal Hij, volkomen onschuldig
de schuld van anderen op zich nemen
en de slagen verduren die anderen verdiend hebben,
Hij die door Johannes was voorgesteld als het Lam
dat de zonden der wereld uit ons midden wegdraagt.

‘Vader vergeef het hun’
zegt Hij sprekend over de soldaten
die Hem aan het kruis geslagen hebben,
‘want ze weten niet wat ze doen’
en even later zegt Hij tegen een medeslachtoffer aan het kruis
-die overigens allerminst vrijuit ging
en daarom ook wonderlijk genoeg de goede moordenaar mag heten-:
‘heden zult gij met mij zijn in het paradijs.’

De Heer is onverbiddelijk solidair met ons mensen,
Hij gelooft in ons, meer nog dan dat wij in onszelf geloven.
Onze Heer blijft in ons geloven,
Hij blijft geloven in onze mogelijkheden
om ons naar het goede te keren.
Hij neemt ons bij de hand en leidt ons Pasen tegemoet,
Hij brengt ons naar het nieuwe licht
dat heel ons bestaan verlicht!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor