• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

6 maart: Een huis van vrolijkheid

[print]

4e Zondag Veertigdagentijd

Schriftlezingen:

  • Jozua 5,9a,10-12

  • 2 Korintiërs 5,7-21; Het nieuwe is gekomen

  • Lucas 15, 1-3.11-32; Het feestmaal met de zonen.

Halfvasten is het vandaag, zondag laetare,
dat betekent: verheug je, wees blij!
Dat woord is genomen uit de oude Gregoriaanse Introitus:
‘Laetare Jerusalem’. Het is een bemoedigingstekst van de profeet Jesaja.
Het volk was in ballingschap geweest,
ontreddering alom:
de profeet had gewaarschuwd:
‘je hebt het wel aan jezelf te danken,
je bent ontrouw geweest aan je roeping!’

Maar de profeet blijft niet treuren.
Er komt een keer in het lot van de ballingen.
Eerst zongen ze:
‘aan de oevers van Babylon zaten wij en weenden’
toen werd het:
‘als God ons thuisbrengt dat zal een droom zijn’
en daarna als de terugkeer naar Jeruzalem een feit is:
‘toen de ballingen mochten terugkeren
was het alsof wij droomden.’

De werkelijkheid van de troost van God
ging de stoutste verwachtingen te boven.
Laeatere Jeruzalem, verheug je Jeruzalem:
in je lot komt een keer!

Alles zal nieuw worden,
er komen nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden.
‘Die in tranen zaaiden zullen oogsten met gejuich.

Middenin de vastentijd,
die ernstige periode van bezinning op onze manier van leven,
op onze inzet als christen, in een tijd van vele problemen in de kerk
roepen de heilige schrift en de liturgische traditie ons op
om feest te vieren.

Er zijn altijd nieuwe kansen,
nooit heeft de teleurstelling het laatste woord.
Gefeest werd er in het verre verleden
door de mensen van Israël in het gevolg van Jozua
omdat Gods volk Egypte en de woestijn
voorgoed achter zich gelaten had.

De grensrivier de Jordaan was overgestoken
het manna dat hen in de woestijn op de been hield
was niet meer nodig en houdt op te vallen.

Ze kunnen Pasen vieren.
in een nieuw land en dat doen ze ook
een beetje onwennig etend van het vaste voedsel
dat het land oplevert.

Nog meer feest:
De Vader in het evangelieverhaal roept uit, tot tweemaal toe:
‘er moet feest en vrolijkheid zijn.’

Waarom feest?
‘Omdat die broer van je dood was en levend is geworden,
verloren was en is gevonden.’

Lucas schetst in zijn gelijkenis een vader,
een God, die spot met al onze moraliserende en patriarchale godsbeelden.

De vader (God dus) ziet zijn kind, ziet mij, ziet u
wij, die allemaal het grote feest niet waard zijn,
van de ene naar de ander blunder gaan
Hij let er niet op, Hij ziet zijn kind,
zijn jongste zoon, u en mij
al van verre aankomen
en Hij wordt door medelijden bewogen en
-zo oud als Hij is,- Hij rent op ons toe
Hij valt zijn kind om de hals en kust het hartelijk.
Hij hoopt er vurig op dat de vroeger verloren zoon
-dat zijn wij dus eigenlijk allemaal- het goede land,
de nieuwe toekomst durven binnentrekken.

Het verhaal, de gelijkenis, vertelt
dat je op de uitnodiging van die God
op twee manieren kunt reageren.
Ik dacht dat wij beide houdingen in ons dragen.
De houding van de oudste zoon die niet mee wil doen
lijkt mij heel herkenbaar:
laten wij toch alles bij het oude houden.
Laten wij toch hard zwoegen en verder gewoon doen.
We weten nu waar we aan toe zijn.
De verhoudingen zijn nu toch zo mooi duidelijk.

Hij heeft volkomen afstand genomen de anderen
die niet zo gauw willen deugen
zo ook van zijn bloedeigen broer.
Hij spreekt zelfs niet meer over ‘zijn broer’,
neen hij zegt tegen zijn vader: ‘die zoon van u.’

We horen het woord van Kaïn
als God hem vraagt waar zijn broer is, meeklinken:
‘ben ik mijn broeders hoeder ?’
Wat heb ik met die zoon van U, Vader, te maken ?
Laat mij, laat ons toch rustig verder leven.
Hij sluit zich op in zijn eigen leventje,
met zijn eigen kleine verdiensten, met zijn eigen vader,
zijn eigen door hem geboetseerde God.

Die houding kan schuilen in ieder van ons:
ik wil geen vernieuwing; ik wil er niet op uit trekken
om werkelijk mijn zuster, mijn broeder te ontmoeten,
laat staan bij mij binnen te halen. En zeker niet
-want dat maakt het gedrag van de vader
voor die oudste zoon helemaal onbegrijpelijk –
als die broeder zo’n verwerpelijk leven leidt:
zijn vermogen heeft verkwist, met slechte vrouwen omgaat
en noem verder al het oude of moderne afwijkende gedrag maar op.
Hij heeft die narigheid toch aan zichzelf te danken?

Maar ik denk dat die jongste zoon die naar een terugkeer
naar de Vader God ook in ons huist.
Hoevelen onder ons verlangen niet naar iemand
die is als een moeder, een vader
die zonder allerlei voorwaarden vooraf
en gemoraliseer zijn armen voor hem opent.
Hoe velen verlangen er niet naar los te komen uit
het verre land van verslaving,
van eenzaamheid, van krampachtigheid, depressie en schuldgevoel.
Verre van ook maar te peinzen over een oordeel
-vertelt het verhaal- kust de vader, God,
de woorden van de lippen van de jongen die zijn hart uitstort.
De oudste zoon, de zwoeger wordt door de vader ook op het feest genodigd
en opgeroepen om de mens van wie hij vervreemd is geraakt,
weer te ontvangen als zijn broeder.

Vandaag vieren wij, die in deze tijd Gods volk mogen zijn,
al een beetje Pasen, halfvasten, laetare.
Ons huis, onze parochiegemeenschap
moet een huis van feest en vrolijkheid worden,
waar het oudste en het jongste kind van de vader welkom zijn.
Steeds opnieuw moeten we de deuren leren open te zetten
opdat iedereen zich hier welkom kan voelen.

Een heel jong kindje zal straks worden binnengebracht
door zijn jonge zeer originele ouders.
Zij mogen met zijn drieën weten
dat waar er twee of drie in Jesus Naam bijeenzijn
Hij zelf in ons midden is om ons te bemoedigen ons onze fouten te vergeven
en het feestmaal van de Eucharistie aan te richten.

Onze vroegere Koningin was hier afgelopen vrijdag
om met de bisschop en vele gasten te vieren
dat de restauratie van de kerk bijna voltooid is.
Maar het belangrijkste moet door ons allen
iedere keer opnieuw weer gedaan worden:
er een huis van geloof, hoop en liefde van maken
opdat Gods werkelijk in ons midden kan wonen.

Hij geeft ons alles in handen:
‘al het mijne is het jouwe’ zei de Vader tegen de knorrige oudste zoon.
Omdat God zoveel van ons houdt kan het op deze zondag Laetare
hier echt een huis van feest en vrolijkheid zijn.
Een huis waar niemand wordt veroordeeld,
waar mensen welkom zijn en vaste grond vinden;
waar ieder -hoe oud of jong,
hoe onopvallend of hoe buitenissig ook -wordt benaderd
als ‘mijn eigen zuster, mijn eigen broeder’.
Dit mooie grote huis is… VAN ONS ALLEMAAL!
God zegt: ‘Al het mijne is het jouwe’.
Laten wij in die feestelijke geest
de dopeling ontvangen en
elkaar straks de vrede van Christus toewensen
en hier vele zondagen hierna
samen opgewekt de liturgie vieren.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor