• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

Witte Donderdag: ‘Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet bezwijkt’

[print]

Witte Donderdag

Schriftlezingen:

  • Exodus 12,1-14; Instelling Pesach

  • Lucas 22,1-33

In Brussel zijn allerlei vieringen in voorbereiding
wat er gebeurd is, is te erg voor woorden
toch blijven mensen geloven, hopen en liefhebben
en dat doe je samen. Dat is niet gemakkelijk.

Ze zijn met zo weinigen,
de joden in Haarlem
– de kleine groep van wie er nog overgebleven zijn-,
op een gewone sabbath nauwelijks met de benodigde tien man.
Toch zullen ze in deze dagen weer samen komen
in een of ander huis om .. PASEN te vieren:
en andere joden doen het ook in Amsterdam,
Jeruzalem, New York of waar ook ter wereld.

Ze zullen, net als wij, het brood en de wijn op tafel hebben staan
en de jongste heeft het eerste woord – wij proberen in onze kerk de kinderen ook meer ruimte te geven-. Bij het joodse paasmaal mag de jongste vragen:
‘waarom is deze avond anders dan alle andere avonden.’
De vader moet hem dan dit antwoord geven en zeggen:
‘omdat we op deze avond vieren
dat God ons bevrijd heeft uit Egypte
het land van de slavernij.’

Onze eigen Heer Jesus sloot zich – en dat vieren we vanavond-
graag bij deze geloofstraditie aan.

Hij zei, net als de Brusselaars vanavond:
‘Wat heb ik mij verheugd samen met jullie te vieren!’
‘Met jullie’ horen wij Hem zeggen in het Lucasevangelie.
Inderdaad vierde Hij met vreugde
het Paasfeest: met zijn vrienden.

— Het Paasfeest was het feest van de beginnende bevrijding
van het volk van God uit slavernij en sleur.
Het brengt de oude situatie van onderdrukking
(en de gewenning daaraan!) in herinnering
en de bevrijding daaruit door de grote bevrijdingsactie,
de wonderlijke coöperatie van Mozes en Israëls Heilige.

Wij lezen in iedere paaswake het verhaal van die bevrijding,
de doortocht door de rode zee, ook ieder jaar opnieuw:
om ons die grote redding in herinnering te brengen.

Waarom is herinnering nodig?
Om te beseffen dat wij ons maar al te gemakkelijk neer leggen
bij alle dingen die zijn zoals ze zijn
en opdat wij beseffen dat wij
vanuit de bezinning op dat oude bevrijdingsverhaal
zelf ook tot vrijheid geroepen zijn.

Alles hoeft niet te blijven zoals het is,
er is altijd een ontsnapping mogelijk.
Het is niet ‘stil maar wacht maar alles wordt nieuw’
maar: ‘blijf hopen, wacht niet te lang:
kom weg uit het oude en werk aan het nieuwe.’

Na het Paasmaal waarbij Jesus,
misschien tegen beter weten in
zijn vertrouwen in de toekomst en in de volharding van zijn vrienden uitzegt
en na, samen met hen te hebben gezongen over vrijheid
en de ondergang van de legerscharen van Egypte
gaan ze naar de donkere olijfhof, u hoorde het zojuist.
Daar slaat de angst toe en de pijn
daar zweet Jesus bloed en tranen
daar wordt Jesus opgepakt door de soldaten.
Nu niet van de farao maar van de ordediensten van zijn tijd.

Het verhaal lijkt anders te verlopen dan het paasverhaal
dat Jesus met Zijn vrienden gelezen had.
In dat verhaal, toen in Egypte,
verdwenen de soldaten in de golven.
Hier lijken de soldaten te winnen,
ze nemen Jesus gevangen en bespotten Hem vrijelijk.

Toch gaat het verhaal later weer gelijk lopen.
Als de soldaten deze paasvierder hebben vermoord
en bewakers voor zijn graf hebben neergezet,
denken ze dat het pleit beslecht is

Maar… ze hebben toch het laatste woord niet.

Het verhaal gaat verder,
de dag ná de Sabbath die in de Paasweek valt
(het Joodse Pasen duurde zeven dagen)
melden vrouwen de bevreesde mannen
dat toch de soldaten verslagen op de grond liggen
en het leven het toch gewonnen heeft van de dood.

En zo lijkt het verhaal toch weer wel op het oude paasverhaal:
net als farao’s soldaten die dood aan het strand lagen,
liggen deze soldaten ‘als doden’ terzijde.

Even nog terug naar Jesus’ Paasmaal dat wij vanavond gedenken,
het maal met Zijn leerlingen, zijn vrienden.
De leerlingen worden door Lucas
altijd heel vriendelijk beschreven
en dat is ook voor ons die zijn leerlingen proberen te zijn
en net zo vaak, misschien nog vaker dan zij, fouten maken heel plezierig.

De evangelist Lucas, en ook Jesus zelf,
lijken al hun blunders graag met de mantel der liefde te bedekken.
Zelfs Judas wordt in zekere zin van zijn schuld vrijgepleit
want er wordt gezegd: ‘de Satan was in hem gevaren.’
De band tussen Jesus en zijn leerlingen is heel hecht
en Jesus bemoedigt hen volgens Lucas uitdrukkelijk.

Aan het begin van het laatste avondmaal horen we Jesus zeggen:
‘Jullie zijn het die met mij
in de beproevingen hebt volhard’ en

‘ik geef jullie het rijk in handen
zoals mijn Vader het aan mij gaf,
je zult aan mijn tafel eten en drinken en zetelen
op tronen en de 12 stammen van Israël mee- oordelen. ‘

De leerlingen zijn bij Lucas heel belangrijk en zij moeten veel doen.
Ook het avondmaal veel herhalen.
Alleen bij Lucas vinden wij ook de woorden:
‘doet dit tot mijn gedachtenis’

Lucas is bij uitstek de evangelist van de kerk:
‘waar twee of drie in mijn naam bijeenzijn’
lezen we ook in het evangelie:
‘daar ben ik in hun midden.’
… een opdracht om samen kerk te zijn
en de gebeurtenissen van het verleden daadwerkelijk weer present te stellen
in de viering van de kerkelijke gemeenschap.

Aangezien wij de gedachtenis vieren van een LEVENDE HEER
is hier sprake van een werkelijke tegenwoordigheid
van Jesus in ons midden.

Heel de diskussie over de ‘realis presentia’
kan in een nieuw kader gezet worden
als we uitgaan van die idee van Jesus zelf:
‘waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn
daar ben ik echt in hun midden’
en als we van de joden willen leren wat gedenken,
gedachtenis houden, betekent.

Wat eenvoudiger gezegd: wat wij hier doen aan het altaar
is een gebeuren ‘dat onder stroom staat.’
Want de daden van God herdenken is niet alleen maar herdenken
zoals ze dat bijvoorbeeld op 1 april in Den Briel doen.
de dag waarop ze een historische show opvoeren
om te spelen hoe Alva zijn stad verloor..
een tamelijk suf gebeuren.

Maar voor joden en christenen geldt:
als wij de daden van de Heer,
die Zijn volk uit de slavernij van Egypte bevrijdde vieren
weten we dat diezelfde Heer nog leeft;
en dezelfde God die Zijn zoon uit de dood verloste
graag, tot op de dag van vandaag, het levende middelpunt zijn van zijn kerk.

Hij is sterk en steunt ons!
Zonder Hem zijn we als kerk een erg kwetsbare gemeenschap:
net als de leerlingen toen.
Judas was zwak, de satan had hem in zijn greep,
Petrus was kwetsbaar maar de Heer wil met hen verder.
Maar: ze worden -staat er in het evangelie-
als tarwe gezift en ze zullen rijpen
en later anderen tot zegen zijn.

Ze zullen moeten worstelen zoals de Heer zelf
in de hof van olijven worstelde met angst en onzekerheid,
en vooral met de slaap en de moedeloosheid.

De Heer is hun voorganger
en zal hen er doorheen trekken.
Daarom moet Hij eerst de diepste duisternis in,
Hij alleen.

Ja deze avond is anders dan alle andere avonden
omdat Hij Zijn weg gegaan is, het donker in.
Wij staan een beetje huiverig ter zijde
we zijn allemaal toch een beetje bang in het donker.

Maar Hij zal er doorheenkomen:
Hij alleen, de grote Paasvierder.

Zelfbewust gaat Jesus op weg
om zijn weg door dood heen naar het leven, te voltooien.

Na de zweetdruppels die er van Jesus’ gelaat vallen
in de hof van olijven
– er wordt zelfs gezegd dat Hij bloed zweette
horen we Lucas weinig meer vertellen over Jesus’ pijn.

— Natuurlijk Jesus heeft die ondergaan
maar Lucas beschrijft Jesus toch vooral als een voorganger,
een koninklijke voorganger; de nieuwe koning
die zijn volk door lijden en dood voorgaat naar het leven.

Van ons wordt die heldenmoed die Hij opbracht niet verwacht;
wel iets anders: saamhorigheid en solidariteit
als wij deze voorganger volgen.

Mijn bede is, net zoals het Zijn bede is,
dat wij allen één zijn in solidariteit en vriendschap,
dat wij elkaar vasthouden, zieken en gezonden,
sterken en zwakken, mannen en vrouwen,
jong en oud om samen Zijn kerk te zijn
want waar liefde heerst en vriendschap
daar is God. En waar twee of drie in zijn naam
bijeenzijn daar is dezelfde Heer aanwezig
die ooit voor zijn leerlingen bad:
‘ik heb voor u gebeden
dat uw geloof niet bezwijkt.’

Laat ons daarom ook volhouden
voor elkaar te bidden en vooral:
in solidariteit met alle mensen die misschien de hoop dreigen te verliezen
ER ALTIJD VOOR ELKAAR TE ZIJN!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor