• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

Beloken Pasen: Thomas de ziener

[print]

Beloken Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 5,12-16

  • Openbaring 1

  • Johannes 20, 19-31

We horen vandaag spreken de eerste christenen
die eensgezind waren en samenkwamen
in de zuilengalerij van Salomo.
Ze sluiten zich dus aan bij de eredienst in de tempel:
ze zijn trouw aan de joodse liturgie op de Sabbath.

Maar, als het gewone joodse leven zijn loop hernam,
op de eerste dag der week (zondag, toen nog een werkdag)
komen ze vroeg bijeen in een of ander huis
om daar te vieren dat Jesus hun verlosser leeft
en het brood te breken.

De kracht van Jesus levenbrengende Geest
bracht en hield hen in beweging.

Diezelfde kracht brengt mensen nog steeds in beweging
en nu komen we aan de kern:
het is niet zomaar een mooi ideaal dat mensen bijeenbrengt
het is ook geen vrome hobbyclub, de kerk
of een rustig historisch genootschap
zoals de vereniging oud Haarlem.

Waarom werkt zijn kracht nog steeds?
Het antwoord vinden we in de evangelies van de paastijd.
HET IS DE HEER ZELF die zich aan de mensen
die schijnbaar zonder Hem verder moeten openbaart.
Het is de HEER ZELF die in de zijnen en met de zijnen werkt.

Neen, het is geen suggestie (verbeelding) dat de Heer leeft..
Hij leeft werkelijk en NEEMT ZELF HET INITIATIEF IN HANDEN.

‘Hij blies over hen, ontvangt de Heilige Geest.’
Dat was gebeurd op de eerste paasdag
toen de leerlingen bijeen waren.

Eén was er toen niet bij
die goede Thomas die het allemaal niet zo direct kon geloven.

‘We hebben hem gezien’
kraaiden de leerlingen enthousiast maar Thomas is niet onder de indruk.

Waarom niet?
Was hij een ongelovige – zo heet hij toch-
zoals er tegenwoordig zovele zijn
of misschien een agnost,
iemand die het allemaal niet zo goed weet
en daarom maar liever buiten schot bleef.
De leerling Thomas had de bijnaam Didymys, wat tweeling betekent:
misschien was hij een gespleten persoonlijkheid?
Neen, allemaal betweterij.

Door de evangelist Johannes wordt hij getekend
als een leerling die diep en trouw geloofde en met Jesus meeleefde.

Hij voelde dat er problemen zouden komen. Jesus had daarover gesproken.
Anderen hadden niet zo opgelet en gedacht: ‘het zal wel.’
Maar Thomas had gezegd:
‘Dan gaan we met U mee, om te sterven in Jeruzalem.’

Als geen ander zag hij net als Jesus zelf
in waar het met Jesus’ zending op uit zou lopen.
En hij sprak de bereidheid uit
om trouw te zijn… tot in de dood.

Thomas heeft ook het meeste verdriet
als Jesus zijn naderend afscheid ter sprake brengt.
‘Waar ik heen ga, de weg daarheen is jullie bekend’
zegt Jesus. Thomas reageert ontzet:
“Heer, wij weten helemaal niet waar gij heen gaat,
hoe weten wij dan de weg?’

Maar Thomas had ook een andere kant:
hij was ook zwak, net als de anderen van de 12.
Net als de anderen vlucht hij weg
als Jesus gearresteerd wordt.
En net zomin als de anderen
gaat hij heldhaftig met Jesus mee
en op het paasfeest weet hij de weg nog steeds niet.

Hij is Jesus kwijt en daarmee ook zichzelf,
hij wilde ooit zo graag navolger van Jesus zijn.

Thomas was verbijsterd
omdat de leerlingen zeiden Hem na Zijn dood weer gezien te hebben
en -en nu komt het – geen steek bleken te zijn veranderd.
Als zij werkelijk dezelfde Heer
die gekruisigd was en gestorven
weer levende zouden hebben terug gezien
zouden ze zich toch wel anders gedragen hebben
maar neen,
Thomas trof bij thuiskomst een groepje lieden aan
die zeiden iets, beter Iemand gezien, te hebben
maar die rustig doorgingen met samen te klaverjassen
om het een beetje populair te zeggen.
Zo’n suffe kerk was geen propaganda voor de levende Heer.

Van buitenkerkelijken horen we vaak dezelfde kritiek.
Het is gemakkelijk ze ongelovig te noemen
en verder door te gaan alsof er niets aan de hand is.
Het gaat ons wel degelijk aan:
ze zijn namelijk vaak niet ongelovig
omdat ze niet willen geloven
maar omdat ze niet kunnen geloven.
En waarom kunnen ze niet geloven?
Omdat degenen die zeggen dat ze de Heer hebben gezien,
degenen die zeggen christen te zijn
er zo weinig, zo vreselijk weinig goeds van bakken.
Ghandi, de grote Indiase geestelijke leider zei eens:
‘ik zou graag in Jesus willen geloven
maar omdat de christenen mij zo weinig duidelijk voorleven
wie Hij was en onderling zo verdeeld zijn
kan ik er niet achter komen wie Jesus is.’

Terug naar Thomas.
Thomas staat er op dat hij Jesus’ levende aanwezigheid
zelf ervaart, anders kan hij niet geloven in de opstanding.
Ja hij wil zijn meester zelf zien
en hij wil zelfs meer: hem aanraken.
Net als twee gelieven, die elkaar zijn kwijtgeraakt
en elkaar na een tijd weer terugvinden, niet genoeg hebben aan zien,
ze willen elkaar aanraken, in de armen vallen, kussen.

Dat wordt hem gegund:
‘Leg je handen maar in mijn zijde.’
Als Hij Jesus zo intens ontmoet roept hij enthousiast uit:
‘Mijn Heer en mijn God!’
En nu ziet hij meer in Jesus dan een vriend die weer terug is:
hij ziet nu ook meer dan de anderen
en benoemt hem tot Heer en God.
Dat is een echte geloofsbelijdenis,
een uitspraak die het zien overstijgt.
De traditie wil dat Thomas de evangelieverkondiger was
die ging verkondigen dat Jesus zijn Heer en zijn God was:
hij ging dat verkondigen tot in INDIA toe.

Gelovige mensen zien, soms even, als in een flits.
Ze zien meer dan anderen: daarover zongen we in de Paaswake:
‘Gij zijt voorbijgegaan, een vreemd bekend gezicht,
een stuk van ons bestaan, een vriend, een spoor van licht.’

Dat is zien in een visioen.
Visioenen zijn geen denkbeelden,
hersenspinsels die we in ons hoofd halen maar gaan ergens over.

Thomas zag de wonden in Jesus’ zijde en in zijn handen.
Hij zag als visionair de nieuwe Adam die zijn zijde geopend heeft
en die zijn bruid aan zijn zijde zal ontmoeten,
de nieuwe Eva, zijn gemeenschap
en riep namens ons uit: ‘jij bent onze Heer en God.’

Thomas zag zo wie Jesus was.
Vaker helaas worden we geconfronteerd met een ander zien.

Een zien dat ons geloof en onze hoop kan bedreigen.

Zalig zij die ondanks alles wat ze zien
met hun gewone ogen op het Tv-scherm bijvoorbeeld
toch geloven en andere dingen zien: ze zullen leven.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor