• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

1 mei: Meer God dan je denkt!

[print]

Zondag voor Hemelvaart

Schriftlezingen:

  • Apokalyps 21,10-14, 22-23

  • Johannes 14,23-29

Ik Johannes zag een nieuwe stad uit de hemel neerdalen,
schoon als een bruid
die zich getooid heeft voor haar man.
Daar zal geen smart meer zijn en geen pijn
alles zal anders zijn en nieuw.

Zo besloten wij de viering de vorige week.
Vandaag gaat het verder…
De stad was omringd door twaalf poorten…

Een droom van vrede en toekomst.
Boven mijn hoofd in de koepel van de kathedraal:
de twaalf deuren herinneren aan de 12 poorten zoals Johannes die noemt
van de vredesstad met daarop de namen van de twaalf stammen van Israël,
de namen die wij niet kunnen missen,
Simeon, Juda, Levi, Benjamin….
namen die eigenlijk ook allemaal
in de litanie van alle heiligen zouden moeten klinken:
namen van de 12 stammen die samen
het meest gehavende en gekwetste volk der aarde vertegenwoordigen.
De droom van Johannes moest echter nog verder
uitgebeeld worden boven mijn hoofd in een grootse fresco
maar dit project is onvoltooid en misschien is dat wel goed zo:
we moeten eerst nog een hele boel doen beneden
en werken aan de vrede op aarde
voordat we echt lekker kunnen gaan dromen
over de uiteindelijke vrede en een heel nieuw Jeruzalem.
Want wij moeten de komst van dat nieuwe Jeruzalem voorbereiden:

Vlak voordat Jesus zijn vrienden zal verlaten
bindt Hij het zijn vrienden nog eens op het hart:
‘MIJN VREDE LAAT IK JULLIE NA
MIJN VREDE GEEF IK JULLIE IN HANDEN !
Dit afscheidscadeau van Jesus is een
grootse en hele moeilijke opdracht.
Mijn vrede geef ik jullie als opdracht mee,
daarmee is bedoeld is: ‘de Sjalom, de vrede zoals ik jullie die heb voorgeleefd’.

Het is een grootse daad van vertrouwen.
Weet Hij wel waar Hij aan begint?
Aan dit gezelschap van ruzie-makende
en onzekere ‘vrienden’ tussen aanhalingstekens
laat Jesus heel zijn geestelijke erfenis na.

Wat zullen ze er van maken?
Wat hebben ze er van gemaakt? Wat hebben WIJ er van gemaakt.
Het is niet altijd een reden tot grote trots
om te zeggen dat je tot het gezelschap van Jesus’ leerlingen behoort.
Wat hebben zijn volgelingen gepresteerd?
Een bonte staalkaart van kerkelijke groeperingen kwam er
van mensen die elkaar soms op leven en dood bevochten.
Groepjes gelovigen die in hun eigen kerk ruzie maken
en het koesteren van hun eigen gelijk
vaak belangrijker achten dan het vervullen van hun opdracht.

Neen, de Heer had beter zo’n belangrijke erfenis
niet aan zulke gebrekkige nakomelingen na kunnen laten.
Toch is het geen vergissing.
Met nadruk herhaalt Jesus
dat Hij aan DEZE leerlingen
het behartigen van Zijn vrede toevertrouwt.
Hij voegt daar zelfs aan toe
dat deze Sjalom die Hij hun in handen geeft anders,
ja beter is dan de vrede die de wereld kan geven.

Dat is nog al wat.
De vrede die de wereld geeft is
de vrede als afwezigheid van oorlog.
Vrede die nog niet noodzakelijk hoeft samen te gaan met recht.
De vrede die Jesus wil doorgeven
zal een diepere vrede moeten zijn
-wat oneerbiedig gezegd- een ‘totaalpakket’ in houden:
vrede als een situatie van welzijn en recht,
vrede als situatie waarin een ieder kan zijn
wie hij of zij wil zijn, opbloeit en leeft.

Het is duidelijk dat de leerlingen
bij het beheren van die opdracht hulp nodig hebben.
Die wordt toegezegd:
de kracht van de Heilige Geest zal hun worden gegeven.
De Heilige geest als goede kracht die samenbindt.
De Heilige Geest die werkt
in de geloofsgemeenschap als geheel maar ook in de enkeling.

We gaan op Hemelvaartsdag af.
Lucas vertelt dan over het definitieve afscheid van Jesus
van Zijn leerlingen, 40 dagen na Pasen.
Als laatste vraag klinkt dan het:
‘gaat U in deze dagen het Koninkrijk voor Israël herstellen?’
Wat zou het heerlijk zijn
als God nu eens even alles voor ons zou oplossen
want de aarde smacht naar vrede.

Dat voelen we nu meer dan ooit.
Het zijn bijzondere dagen, de Joden en de Orthodoxe christenen
vieren Pesach, Pasen, het protestfeest bij uitstek tegen onrecht
maar ook het feest van de beginnende bevrijding van de mensheid
op weg naar een betere wereld. Het bevrijdingsfeest van donderdag
is net zo’n feest van hoop na de droeve vooravond die we samen houden.

Terug naar Hemelvaart: als de leerlingen Jesus vragen of hij het Koninkrijk gaat herstellen krijgen ze een vreemd antwoord:
ze krijgen van de Heer te horen dat het ons niet toekomt
dag en uur te kennen waarop alles voltooid zal zijn
maar dat zij/wij dus ook zelf de kracht zullen krijgen van de heilige Geest
om getuigen te zijn van het messiaanse rijk.

Zullen wij de hoge verwachtingen
die de Heer van ons heeft waar kunnen maken?
Het antwoord is: JA.
Maar voorlopig hebben we wel de steun nodig van de Heer en van elkaar.

Nog even terug naar het droomverhaal van het nieuwe Jeruzalem.
Er staat iets vreemds in: ‘een tempel zag ik er niet.’
Hoe kan dat nou: geen kerk in het nieuwe Jeruzalem?
Heel simpel: als de vrede op aarde gekomen is
hoeven we ook niet meer over vrede op aarde te zingen
en te bidden ‘Uw Koninkrijk kome’ ook om de simpele reden
dat Gods Koninkrijk er dan al is.
Dan kunnen alle kerken dicht want God is alles in allen.
Zolang het grote werk
van de opbouw van Gods Koninkrijk nog niet klaar is kan dat nog niet.

Jesus heeft gelukkig veel vertrouwen in onze daden,
had Hij niet gezegd: ‘jullie zullen dezelfde dingen doen als ik,
ja grotere dingen dan ik zullen jullie doen’.
De Heer vertrouwt ons mensen. Hij vertrouwt u en mij.

De schilderingen van het nieuwe Jeruzalem boven ons hoofd
zullen nog wel even onvoltooid blijven
hopelijk komt er eerder iets anders tot stand
waar wij als mensen iedere keer weer voor bidden:
vrede in onze dagen.
Hij heeft Zijn hoop gesteld op onze activiteit
op onze ijver (het zwoegen van de eindexamencandidaten deze maand)
het zwoegen van iedereen vandaag en morgen, deze weken weer.

Een jubileren priester zei eens op zijn 50 jarig feest.
`Mijn vertrouwen in God is in die halve eeuw alleen maar gegroeid,
als je het maar wilt zien.
Jonge gasten die in ziekenhuizen en bejaardenhuizen de benen
onder het lijf vandaan lopen, dát is God.
Onderwijzers die minder snuggere kinderen na schooltijd bijles geven,
dát is God.
Iemand die een ander helpt, dát is God.”
Terwijl hij het vertelde werd zijn eten binnengebracht in zijn seniorenwoning.
Overtuigd: ‘Kijk, God loopt hier gewoon door de gang.’
Tegen de interviewer: ‘ach jongen, er is veel meer God dan je denkt.’

Dat geldt ook voor de jongens en meisjes die de kerk met bloemen versierden
de vorige week, één had een hele studie over Willibrord gemaakt
bij zijn werkstuk in de Wilibrorduskapel
en zelfs voor een heel klein jongetje van 2 jaar die gedoopt werd
en die zich nu heeft aangemeld voor de koorschool.
Hij voelde dat God in onze kerk aanwezig is en bij zijn doop, let wel
hij was 2 jaar. Hij keek naar boven in onze koepel en zei tot zijn stomverbaasde ouders: ‘daar heb ik gewoond.

God sterke hem en ons allen op de plaats waar wij,
bouwend aan Gods Vrede, bezig mogen zijn.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor