• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

Gouden priesterjubileum H.J. van Ogtrop: De twee stoeten

[print]

10e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • 1 Koningen 17,17-24

  • Galaten 1,11-19

  • Lucas 7,11-17

Samen zijn wij Gods volk onderweg.
Ons gingen mensen voor, ons zullen mensen volgen.
Vandaag begin ik even met te denken aan wie ons voorgingen.
Ik denk natuurlijk aan mijn ouders die allebei in de juist voltooide meimaand stierven: mijn vader in 1958, hij werd slechts 54 jaar
mijn moeder die daarna dapper volhield, werd 91 en stierf in 2005.
Ik denk ook aan mijn oudoom Joseph, gewijd in 1914, pastoor in Luik,
die mij leerde mensen te ontmoeten.
Ik denk aan collega’s in Amsterdam en Haarlem: Joseph Keet in Osdorp die mij veel bijbracht, en de vroegere Bavogeestelijken: Jan van der Zalm, aan zuster Annette die zo plotseling stierf oudejaarsavond 1995,
en oud vicaris Harry Kuipers.
Ik denk aan alle parochianen wiens uitvaart ik hier mocht leiden, vooral de kinderen vergeet ik niet: de dappere Johan 7 jaren jong. Laura ook zo jong die stierf in de oudejaarsnacht 1999 en Chrisje ook 7 jaren jong die kort voor kerstmis stierf 2 jaar terug. Ik denk aan de familie van Veldhuizen van de MH17 plotseling weg van de aarde.
Met hen samen, zij boven, wij beneden
vormen we de gemeenschap der heiligen.

Vandaag ligt de nadruk toch even op de mensen beneden.
Wij moeten volhouden: gelovend, hopend en liefhebbend.
We hebben idealen die al of niet uitkomen.
We maken mooie dingen mee en minder mooie…
er wordt creativiteit gevraagd om ons eigen leven in te vullen.

Sinds 24 jaren woon ik in de Bavopastorie.
22 Jaar geleden hadden we ook 2 Syrische gezinnen in huis.
Het was een voorrecht hier met Frans Geels vroeger en met Eric nu
de bovenvertrekken bewoond te hebben: net zoals Elia
die een bovenvertrek bewoonde in Sarepta.

Binnenkort krijg ik waarschijnlijk een ander bovenvertrek:
in Heemstede naar het zich laat aanzien. Maar ik blijf wel ‘van de Bavo’ hier
en houdt dan kantoor op de eerste verdieping…
maar daar gaat het nu niet om vandaag.

Vandaag gaat het om het verhaal dat hier in dit gebouw
-en ik zei ik in een interview dat kerkgebouwen
daarom de belangrijkste gebouwen zijn die er zijn-
het verhaal dat hier wordt doorverteld over God die met de mensen meetrekt.
Mooi maar helpt die ons nog wel een beetje?
Is er nog hoop in deze wereld: de vorige zondag verdronken er 700 vluchtelingen op zee, afgelopen vrijdag waarschijnlijk nog zo’n 400.

De weduwe van Sarepta was zwaar teleurgesteld toen het noodlot toesloeg
en haar kind stierf: ‘Man Gods, hoe heb ik het nu met u?
Bent u alleen maar bij mij komen wonen om mijn zonden openbaar te maken door mijn zoon te laten sterven.’ Maar het verhaal eindigt goed
na dit droeve begin. Het leven wint het van de dood.

Dat wordt ons ook geleerd in het evangelieverhaal over Naim.
De naam van die stad betekent: ‘lieflijke stad’
maar het is er in het begin van het verhaal allesbehalve lieflijk.

Wij lopen eerst nog opgewekt mee met Jesus de Messias en zijn vrienden.
Jesus gaat ons zelfbewust voor naar Jeruzalem.
Een grote groep mensen volgt hem: alles lijkt prachtig
al weet Jesus wel degelijk wat hem in Jeruzalem te wachten staat.

En dan is daar opeens die andere stoet.
Als we bij de stadspoort aankomen
komt daar een treurende menigte naar buiten
vele mensen begeleiden een weduwe
die haar enige zoon moet missen het verhaal lijkt op het Eliaverhaal.
Ook een weduwe. Een weduwe herinnert in Israël aan de perioden
dat God zelf als de bruidegom van het volk afwezig leek.
Een weduwe is al zielig maar zonder nageslacht helemaal.
Deze stoet kan alleen maar op weg zijn naar de diepte.
‘De profundis clamavi’ (Ps. 130) hebben ze vast gezongen :
Velen uit de stad met de liefelijke naam
-wat klinkt die nu wrang- heffen met haar deze klaagzang aan:
‘we zitten in de diepte en roepen naar U!’

Twee stoeten komen elkaar in het evangelieverhaal van deze morgen tegen.
De ene stoet bestaat uit vele klagers rond de dode jongen,
de andere stoet van Jesus met zijn volgelingen is op weg naar het leven.

Zij zijn ‘opgaande naar Jeruzalem’ zeiden we.
Een kleine groep durft het maar aan deze man te volgen.
En dan vertelt het evangelie dat Hij de heiland is
die de breuk heelt, die de dood had veroorzaakt.
Jezus raakt de lijkbaar aan; de dragers staan stil.
Hoe durft Hij! Treedt Hij op als goddelijke held die de chaos terugdringt,
of staat Hij daar – net als aan het bed van het dochtertje van Jaïrus
of aan het graf van Lazarus – als mens, de mens bij uitnemendheid
die van God toekomst durft te vragen, te eisen ter wille van het recht op aarde!

Jesus staat daar tussen God en de mensen in.
Hij worstelt als het ware om een zegen,
Hij ontrukt aan de nacht het levenslicht.
Hij staat als Abraham voor de Eeuwige of als Jakob voor de engel.
Hij bidt tot Zijn Vader en roept dan:
‘Jongen ik zeg je sta op’ en hij staat op.
De breuk tussen de moeder (de wanhopige gemeente)
en haar kind wordt hersteld, er is weer toekomst.
Het drama van een nieuwe generatie die afgestorven was
wordt ongedaan gemaakt.

Dat houdt een boodschap in voor alle anderen
die met Jesus mee zullen gaan lopen in de toekomst.
Ook de nieuwste generatie, de jonge kerk kun je zeggen,
wordt tot leven gewekt teruggeven aan zijn moeder
en zal weer in contact komen met de oude traditie,
weer leven in het gezelschap van aartsvaders, profeten en rabbijnen,
maar met het aangezicht naar de toekomende dingen.

In 2016 zijn wij samen onderweg door de wereld van nu:
samen volk van Jesus, Gods Volk onderweg.
Mensen vragen het wel eens:
‘hoe ervaar je dat nou, het verschil van de kerk van vroeger
met die van nu?’ Ik kijk dan altijd heel verbaasd
want ik leef niet in vroeger, ik leef in het nu.
Ik kijk naar alles wat er gebeurt en ik groei mee.

Als jong priestertje ging ik kijken bij de Damslapers
en de Provo’s, allemaal interessant… vond ik.
Ik was –en ben nog- erg politiek geïnteresseerd
maar vond toch altijd mijn roots in de oude verhalen
waar Jesus zelf uit leefde. Over de God die als naam had:
IK ZAL ER ZIJN. Een God die het initiatief heeft;
wij mogen alleen maar toekijken.
Ik zie geloof groeien bij mensen, ook in onze tijd.
Ik zie mensen afscheid nemen van de kerk
-vooral in de tijd van de discussie over de seksuele mistoestanden
in de kerk die al te menselijk bleek.-
Maar ik zie ook dat de oude idealen altijd weer nieuw zijn
en mij en vele anderen blijven boeien
en altijd weer mensen naar de kerk toetrekken.

Ik geniet van de kathedraal als gebouw, warm geel, groot maar gezellig
ik hoor hoe een klein kindje van twee dat voelt als hij de koepel in kijkt
en zegt: ‘daar heb ik gewoond.’
Ik merk hoe de kerk goede dingen kan doen.
Neen de wereld in een klap goed maken kunnen wij niet maar
wel kunnen wij aan diakonie doen, mensen hoop geven,
gezinnen (ja het zijn er maar een paar) ondersteunen.
Wel kunnen we mensen troosten aan het ziekbed
en het sterven van mensen bijlichten met hoop.

De kerk verkondigt terecht dat er hoop is voor de mensen.
Dat zie ik als bruidsparen elkaar hun jawoord geven,
als ik vaders en moeders hun kinderen zie knuffelen bij de doop.
God is de Goede Herder van ons mensen
die ons samenbrengt en het werk van zijn handen nooit loslaat.

De kerk hoeft niet machtig te zijn:
hoe bescheidener hoe beter
maar wel gastvrij en open naar zoveel mogelijk mensen.

Niet veroordelend maar eerbiedig kijkend naar
datgene wat God al met mensen aan het doen is
zonder dat wij van de kerk dat wisten.

We zijn een kerk die fouten maakt
dat is altijd zo geweest maar zo kan God des te beter laten zien
dat het niet van onze plannen afhangt of het wat wordt
maar Hij kan tonen dat Zijn Geest overal aanwezig is
onder alle mensen van goede wil.

Wij hebben de plicht om duidelijk te spreken
ook al lijkt het nergens op te slaan.

Op de zondag toen er 600 vluchtelingen op zee omkwamen
klonk het evangelieverhaal over de wanhopige leerlingen
die 5000 man achter zich aan hebben:
ze weten er geen raad mee en zeggen: laat ze gaan.
Jesus woedend: STUUR NIEMAND WEG!
Dat moeten wij ook zeggen.
Al er zijn er schijnbaar hopeloos veel: STUUR NIEMAND WEG

Duidelijk spreken dus. En handelen
en als dat niet lukt weet God zelfs raad met matheid en lusteloosheid,
ja kan zelfs de dood overwinnen.

In de opwekkingsverhalen belijdt de christelijke oergemeente
dat allen die de Messias mogen ontmoeten
met Hem op weg zijn naar het leven.
Door ons met deze Jezus toe te vertrouwen aan God,
zullen wij merken dat de dingen uiteindelijk toegroeien
naar wat God heeft bedoeld.

In de nieuwtestamentische verkondiging is er ook nog de wetenschap
dat de Messias zelf op de grond in de hof van Olijven wanhopig was
en zelfs is nedergedaald ter helle, naar die uiterste grimmigheid en onverbiddelijkheid van de dood.

Hij heeft zelf de doodsnood in alle poriën van zijn lichaam ondergaan
en gesmeekt dat die beker aan Hem voorbij zou gaan.
Jezus toonde zich aanzienlijk meer geschokt en angstiger
dan Socrates die onbewogen de gifbeker dronk.

Jezus neemt de menselijke onmacht en ons verdriet ernstig
maar omdat Hij staat aan de kant van de Heer van het leven,
kan Hij bij het dochtertje van Jaïrus zeggen dat ze slaapt,
en in Naïn bevelen: ‘Jongen, Ik zeg je, sta op!’

De majesteit van Gods handelen wordt op deze wijze zichtbaar.

Het evangelie dat wij samen verkondigen met al onze collega’s
en dat alle parochianen in hun eigen leven gestalte geven
-ze doen dat als gezegd vaak beter dan hun voorgangers-
is niet door mensen uitgedacht.
Paulus zegt dat tot zijn lastige Galaten.

Het is ook niet van een mens ontvangen of geleerd
-hoewel diegenen die ons voorgingen
en die ik aan het begin noemde wel hebben bemiddeld-
het is ons gegeven door de openbaring van Jesus Christus
die voor ons geleden heeft, die voor ons gestorven is
en als Voorganger met een grote V
ons voorgaat op weg naar het nieuwe leven.

Wij bidden dat Zijn Koninkrijk mag komen in onze dagen
dat wij samen trouw aan onze opdracht verdergaan.

Wij allen, de stoere jongens, mannen, meisjes en puellae van het koor
u allen ouderen en kinderen, mannen en vrouwen
Wat heb ik veel van u geleerd!

God heeft jullie allemaal nodig en mij ook
alleen maar om dat te vertellen.
Dat probeerde ik weer vandaag
God zegene ons allen!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor