• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

10 juli: Kijk eens vanuit de onderkant

[print]

15e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Deuteronomium 30,10-14

  • Lucas 10,25-37

Ieder mens wil iets worden; ieder mens wil iets doen.
Wat hij zelf leuk vindt of waar andere mensen mee geholpen worden.
Iedere twaalf-jarige wil piloot worden -vooral omdat ze dat zelf leuk vinden-
of verpleegkundige en dierenarts, dat om mensen en dieren te helpen.

Fanatiek zijn we net als dat mannetje in het evangelie.
Hij was ijverig en toegewijd als gelovige:
Hij wilde koste wat het kost de hemel verdienen.

‘Meester wat moet ik doen om het eeuwig leven te krijgen?’
vraagt de ijverige man aan Jesus.
Je moet zijn ijver prijzen maar
er staat iets niet zo moois bij:
‘hij vroeg dat om Jesus op de proef te stellen.’
Hij vond eigenlijk wat Jesus allemaal preekte en deed maar niets.
Jesus gaat –heel goed- niet meteen op zijn vraag in
Maar stelt een wedervraag: ‘wat weet je daar zelf van?
‘Wat heb je daarover gelezen in de Wet van Mozes?
De man, bekend met de Schrift, antwoordt meteen:
‘je zult God beminnen met heel zijn hart,
met heel je verstand met heel je ziel en met al je krachten
EN JE NAASTE ALS JEZELF.

Einde van de ontmoeting zou je zeggen
maar de man zeurt door: ‘maar wie is dan mijn naaste.’
Wie is zijn naaste?
Hij gaat er vanuit dat hij degene is
die allemaal zware, belangrijke opdrachten heeft te vervullen
die niet mee vallen maar
is die naaste de liefde van de edele mens die hij zelf toch is, wel waard?
Geldt die wet van de naastenliefde zomaar voor iedereen?
Zijn ze dat eigenlijk wel waard?

Moeten wij iedereen liefhebben?
Mensen van andere rassen,
mensen van andere geloofsrichtingen ook?
Wat zijn dat allemaal voor mensen…
zullen ze er geen misbruik van maken ?
Wie is er de naaste die mijn kostbare liefde verdient?

Om hem uit deze hoogmoedige houding los te weken
vertelt Jesus een verhaal.
Over de man die hulpeloos op straat ligt.
En Jesus herhaalt de vraag van de schriftgeleerde ‘Wie is mijn naaste?’
maar Hij plaatst hem in een andere context.

De parabel is eeuwenlang bijna alleen maar uitgelegd
vanuit het standpunt van de man die goed zit
en die goede dingen moet doen.
Dan ben je heel belangrijk en je hebt veel werk.

Ik ga dat niet veroordelen,
het is allemaal goed bedoeld en nuttig
maar we komen aan het verhaal niet toe
-ook niet als wij moderne diakonale kerk willen zijn-.

Jesus wil de houding van de man die met hem discussieerde,
en van ieder die dit evangelie later ooit zal horen
180 graden omdraaien.
Als wij onszelf steeds maar blijven zien als de mens die
zich welwillend en hulpvaardig over anderen moet buigen
wil Jesus het graag eens omdraaien.

Jesus gaat de vraag van de man die zich tot hem keerde herhalen
maar dan vanuit een ander gezichtspunt:
‘wie is de naaste
VAN DEGENE DIE IN DE HANDEN VAN DE ROVERS GEVALLEN IS.’

En zo wordt ieder van ons uitgenodigd
nu eens met andere ogen te kijken dan gewoonlijk.
Draai de TV-camera maar eens om.

Kijk nu eens niet van boven naar beneden maar van beneden naar boven
en dan zul je zien dat de mens niet alleen geroepen is helper te zijn
maar ook een weerloze mens kan zijn
die zelf geholpen moet worden en die liefde nodig heeft.
Dat geldt voor iedereen, ook voor jou!
Niemand van ons, ik niet, u die dit hoort niet, kan zonder liefde.
We zien het helaas al te vaak:
mensen die geen liefde hebben gehad
worden daardoor bitter en ontoegankelijk.

Soms hoor je mensen als ze 90 zijn
nog vertellen met een door tranen omfloerste stem
dat ze als klein kind geen liefde hebben ontvangen.
Het is echt zo dat mensen
niet zonder liefde kunnen. Niemand.

Net zoals een plant zijn porsietje water nodig heeft,
-geen hele plenzen, dat is overdreven-
zo heeft iedere mens liefde nodig steeds opnieuw.
Niemand kan zonder woorden van bemoediging,
niemand kan zonder een woord van troost.
Het is goed daaraan te denken
en die momenten in jouw leven die er zijn te onderkennen.

Voordat je kunt vragen wie jij dapper en wel moet gaan helpen
dient de voorafgaande vraag te zijn:
‘wie is er voor mij de naaste geweest die ik nodig had.
Ik was zelf hulpeloos
en heb toen iemand gehad die zich over mij heen boog.
Ik was zelf arm en alleen
en heb toen en toen iemand gehad die een goed woord sprak
en mij tot sterkte was?’

Te vaak besteden mensen hun tijd
aan het tellen van de keren dat zij
in anderen zijn teleurgesteld.

Evangelischer en zinvoller is het
de momenten te overwegen en te heroverwegen
waarop mensen voor jou iets betekend hebben
en jou tot zegen zijn geweest.
Zo besef je je eigen weerloosheid en
je leert ook nog hoe je anderen moet helpen
doordat hebt gemerkt wat je zelf hielp en wat niet.

Eén is er die zich over ons heen gebogen
nog voordat wij ons tot anderen konden wenden.
Dat is de ENE, die wij zo graag toebidden
wat Hij ooit tot ons gezegd heeft: IK ZAL ER ZIJN…
Het is dezelfde die zijn gezicht heeft laten zien
in die ene man over wie het hele evangelie handelt:
Jesus van Nazareth, die de vrome mensen van zijn tijd
denigrerend noemden:
‘een Samaritaan’ en ‘van de duivel bezeten.’

Het is inderdaad ‘van de gekke’
zoals Hij op de mensen afging.

Zijn helpende hand wordt door ons, westerlingen die alles hebben
en denken geen hulp nodig te hebben nauwelijks nog gepakt
maar de kleine mensen uit de ontwikkelingslanden,
die door hebzucht en arrogantie van de rijkere landen
arm en hulpeloos gebleven zijn, die weten het wel.

Die zien uit naar de Goddelijke hand van Jesus die hen helpt,
en naar de handen van degenen die in Zijn geest handelen;
de mens die trefzeker kiest,
de mens die geen bloed vergiet maar die recht doet.

Onze sociale acties zullen pas lukken
als wij weten hoe hulpeloos wij zelf zijn
en zo de nood van onze naasten kunnen meevoelen
en hem als mens serieus nemen.
Mensen als moeder Theresa en majoor Boshart
hebben dat voorgeleefd.
Net zoals Jesus zelf dat deed, weerloos met de weerlozen.
Jesus die niet arrogant en zelfgenoegzaam
de mens tegemoet trad
maar die – tegen de blinde bedelaar bijvoorbeeld-
zei: ‘wat wil JIJ dat ik voor jou zal doen…

Wat moeten we dus doen om het eeuwig leven te verwerven?
Wat moeten wij doen om het belangrijkste te winnen
wat er te winnen valt?

Het woord van God is niet ver
je hoeft niet hoog naar de hemel om het te halen,
je hoeft niet lang te zoeken:
je levensopdracht staat in je eigen hart geschreven,

De hunkering naar liefde
staat in je eigen hart geschreven.
En zo kun je je opdracht ook lezen
in de ogen van de mens die naast je staat
die ook niet zonder liefde kan.

Je naaste beminnen als jezelf
zou je ook zo kunnen vertalen:
bemin je naaste, hij is net zo’n weerloos mens als jij
en doe hem aan wat je zelf fijn vindt dat iemand anders voor jou zou doen.

Als iedereen zo aan de gang gaat komt Gods koninkrijk
midden onder ons!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor