• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

17 juli: Een actieve vrouw!

[print]

16e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Genesis 18, 1-10

  • Lucas 10,38-42

God is dichterbij dan je denkt
je moet Hem alleen willen zien.
Hij komt naar ons toe en bezoekt ons graag,
regelmatig zelfs. Hoe?
Om te beginnen verschijnt Hij in mensen die op ons afkomen
(dat leren wij uit het goede boek: de Bijbel).
Zijn wij aan zijn komst in ons leven toe?

‘Ik was vreemdeling’ lezen we in het evangelie
‘en ge hebt mij opgenomen’ .
Vreemdeling…. bij ons komt dan de aarzeling;
wij zijn van nature wantrouwend.
‘Die ander is vast gevaarlijk, wat moet die hier.’

Abraham kent die reserve niet
als er plotseling drie mensen bij hem aankloppen.
Water biedt hij aan – in de woestijn kostbaarder dan zilver-
een gemest kalf wordt geslacht, kazen aangesleept
en glimmend van voldoening kijkt Abraham toe
hoe de vreemdelingen genieten van zijn eten.
Abraham is gastvrij en… terecht
vreemdelingen zijn niet zomaar vreemdelingen
hij ontvangt God zelf
die hem heil en zegen toewenst
en een nieuwe toekomst aankondigt.

Op Jesus’ pelgrimstochten naar Jeruzalem
is het huis van Marta en Maria een regelmatige pleisterplaats.
Om precies te zijn: het huis van Marta,
Maria woont in.
We horen het elders in het evangelie duidelijk vermeld:
‘een vrouw die Marta heette ontving Hem in haar woning.’
Het is pijnlijk om te merken
hoe simpel vaak over Marta gepraat wordt.
Marta geldt dan als een dom sloofje,
een vrouw die stoft en zwoegt
en eigenlijk niet weet waar het over gaat.
Maria is dan degene die weet wat belangrijker is
en luistert in plaats van in de keuken te redderen.

Daarbij vergeten we dat de keuken in een Joods huis,
– in ieder huis trouwens, ook bij ons in de pastorie-
een hele belangrijke plek is.
Ik vind het bij een huiszegen
-waarom vragen de Haarlemmers daar toch zo weinig om?-
misschien omdat ze minder verhuizen dan Amsterdammers-
Ik vind een huiszegen heel belangrijk
ik heb dat ook al meerdere malen gezegd.
En ik vind het bij een huiszegen
altijd goed om ook even de keuken te bezoeken.

In het jodendom is de keuken bijna een heiligdom
omdat daar de kosjere spijzen bereid worden.
Je hebt dan een aparte melk-keuken en een vlees-keuken.
Het gaat daarbij niet om de regels of de regeltjes
maar om het hele vrome godsdienstige spel
waarmee wordt aangegeven dat mensen
met zorg en eerbied met alles wat hun geschonken is moeten omgaan.

Marta, de bezige, is de behoedster van het actieve geloof.
Ze is de huisbazin
zonder wie dit gezinnetje niet zou kunnen bestaan.
Zij houdt -met alle andere joodse vrouwen-
in tijden van vervolging en pijn het geloof overeind.

Jesus heeft vaak van Marta’s zorg genoten
en wie weet wat ze allemaal nog voor wijze adviezen
aan onze Heer gegeven heeft
zoals vrouwen dat vaak
-schijnbaar onopvallend maar des te duidelijker- doen.

Van Marta is trouwens ook nog een geloofsbelijdenis bekend
die zeker zo krachtig is als die van Petrus.
Als ze later Jesus ontvangt als hun broer Lazarus is gestorven zal ze zeggen:
‘Heer ik weet dat Gij de Messias zijt
die in de wereld gekomen is.’
Een geloofsuitspraak waarop Jesus ook best
zijn kerk had kunnen bouwen.

Marta staat voor alle vrouwen
die het geloof als een werkzame kracht doorgeven
aan de nieuwere generaties.
En Maria dan?
Zij staat model voor de luisterende mens.

De mens die luistert naar het nieuwe en zich verbaast.
Ze verbaast zich over de rijkdom van het geloof
en over de nieuwe kansen die God iedere keer opnieuw
aan mensen geeft.
Zij verheugt zich over de woorden van Jesus,
onze Messias en zij beseft
dat de mens niet leeft van brood alleen,
maar van alle dingen die voortkomen uit de mond van God.

Vlak voor Jesus’ dood hebben Marta en Maria hem samen ontvangen.
Marta heeft hem gesterkt door hem te eten te geven,
Maria door voor zijn voeten neer te knielenen hem te zalven.
Volgende week is de feestdag van Marta en wordt dat in de hymne
in herinnering geroepen: ik lees een stukje voor:
Marta wordt toegesproken:
Toen, vóór zijn heengaan door de dood/ uw zuster hem gebalsemd heeft/
hebt gij voor ’t laatst uw dienst gewijd/ aan hem die ons het leven geeft.
O gastvrouw die de Heer ontving/ bij u in huis was hij niet vreemd.
Maak onze harten welbereid/ dat Hij bij ons zijn intrek neemt.

Marta en Maria: ze horen bij elkaar:
ze staan voor twee zaken die bij elkaar horen.
Ze zijn allebei nodig en samen wijzen ze ons
1) op het volhouden in trouw aan je dagelijks opdrachten
èn
2) het je open stellen voor het nieuwe.

Geloof zal niet kunnen bestaan
als er geen Marta’s zijn,
mensen, die met taaie volharding blijven doorgaan
met de gewone dingen die gedaan moeten worden in een wereld,
thuis of in de parochie, betrouwbaar op hun post.

Maar geloof zal de vonk van het leven missen
als er niet ook mensen als Maria zijn;
vrouwen en mannen, jongeren en ouderen,
die durven horen wat nog niemand gehoord heeft
en durven doen wat nog niemand heeft gedaan.
Gezegend de mensen die elkaar aanvullen, corrigeren en helpen.

Waar het de vrouwen betreft:
wij zijn nog lang niet toe aan het echt op ons laten inwerken
van alle teksten die er over vrouwen in de Bijbel staan.
We hebben er gewoon overheen gelezen
en vrouwen kunnen ons helpen bij de bestudering daarvan.

Deze weken hebben we de feestdagen van Maria Magdalena (donderdag de 22e),
van Martha (de week daarop) en dan is er ook nog Birgitta (de 23e)
ook een stevige tante; Jakobus staat er op de 25e
-oneerbiedig gezegd- een beetje zieligjes tussenin.

Augustinus vertelt ons: ‘denk niet dat op de pinksterdag
alleen de 12 leerlingen de Heilige Geest ontvingen
neen, het waren er 120, mannen en vrouwen.’
In deze kerk hebben we er meerdere malen voor gepleit
-en dat is zelfs in de geest van het Vaticaan
waar steeds meer vrouwen worden uitgenodigd
belangrijke functies te bekleden-
voor een serieuzer nemen van de vrouw in de kerk..

In het aandachtig liedboek van Oosterhuis lezen wij het zo:
‘Gezegend zij de vrouw voor de man
en de man voor de vrouw,
en oud voor jong en sterk voor zwak.
Gezegend die weten wil wat recht en wat slecht is,
en die trefzeker kiest en niet wijkt voor geen macht.
Die onbevangen spreekt en onbevangen liefheeft.’

En we lezen ook in de Schrift:
‘Als er twee of drie bijeen zijn
dan ben ik in hun midden.’

Het is dus geen vaag vrijblijvend gebeuren.
Als mensen elkaar ontmoeten,
elkaar serieus nemen, van elkaar willen leren…
is er iets heiligs gaande

Dat gebeurt hier.
Kinderen worden gedoopt,
teeners gevormd,
jonge mensen trouwen…
Mensen rouwen ook en sterken elkaar.

De tekst van Oosterhuis die ik citeerde
over de zegens die wij elkaar kunnen brengen
eindigt met Degene te bezingen die dan in de buurt is
de Gast in ons midden
die wij in iedere geloofsbelijdenis
noemen als onze Metgezel:

‘Gezegend is de nieuwe mens die tot ons kwam,
Jesus Messias, die zich gegeven heeft,
zich nemen laat, die wordt gebroken,
uitgedeeld van hand tot hand:
zijn ultieme aanwezigheid in ons midden.

Dat Hij welkom blijft in ons midden is mijn bede
en dat wij gastvrij en open zijn naar elkaar.
Dan zij wij met elkaar gezegend
en kijkt Hij naar ons in liefde en trouw.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor