• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

3 juli: God die ons verblijdt!

[print]

14e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Jesaja 66,10-14; Verheug U met Jeruzalem

  • Lucas 10,1-12+17-20; de oogst is groot.

De vorige week liep ik rond in Frankrijk;
niet veel mensen in de kerk.
Toch heerste er een blijde sfeer.
Blijheid hoort bij het geloof!
U herinnert zich vast wel, net als ik
de voetgebeden waar de Mis mee vroeger begon.
Onbegrijpelijke Latijnse volzinnen,
waar je als misdienaar je tong over brak
maar prachtig:
“Introibo ad altare Dei” zei de priester
en de goed getrainde misdienaars antwoordden foutloos:
“ ad Deum qui laetificat juventuten meam.”
Voor de niet latinisten de vertaling:
De priester zei: ‘Ik zal opgaan naar het altaar van God’
en het misdienaartje antwoordde:
‘tot God die mijn jeugd verblijdt !!!!’
De blijdschap van onze jeugd
werd zo bij iedere viering in herinnering geroepen.
Blijdschap hoort bij het geloof.
Er zijn maar liefst twee zondagen per jaar die blijdschap zelfs als naam hebben:
zondag gaudete, ‘wees blij’ zo tegen kerstmis:
en zondag laetare ‘verheugt u’ halverwege de vasten.
Blijdschap mag!
De blijdschap zoals we die we in de vakantieweken beleven.
De blije gekte in Frankrijk bij de Tour de France.
De dopingschandalen even vergeten, gewoon plezier.
Blijdschap leer je vaak van kinderen
die onbedaarlijk kunnen lachen.

Ons volwassenen ligt, door de band genomen, tobben beter.
Tobben over deze wereld, tobben over onszelf, over de kerk.
Om met het laatste te beginnen:
vele mensen maken zich zorgen
over wat er overblijft van de kerk:
vele kerkgebouwen moeten worden gesloten.
In onze pastorie resideerden ooit een plebaan
met 5 kapelaans en een x-aantal zusters…
We leven dus in een droevige tijd
en wil de laatste het licht uit doen..

Zo’n mentaliteit is niet evangelisch.
Een andere mentaliteit is in overeenstemming
met de ware geest van de schrift…en bovendien klopt het niet
getuige de jonge mensen die zich op de doop voorbereiden
van henzelf of hun kinderen. Straks
na de Mis weer twee dopen, een doop ook nog
met het huwelijk van de ouders gecombineerd:
vanavond om 5 uur weer een huwelijk
van 2 trouwe bevrienden van de Bavo en 14 juli weer enzovoorts.

Geloof is kennelijk aantrekkelijk.
Het is een vreugde
-en daar moeten we meer van getuigen dan van het andere-
het is een echte vreugde om liturgie te vieren en te zingen
-daar komen die nieuwe leerlingen op af.
Waarom is dat leuk?
De bron van alle vreugde is dat het een zonnige zaak is
een geloof te hebben, een doel in je leven.

Om nog even door te gaan:
het woord evangelie zelf betekent ook: ‘blijde boodschap.’
Het is dan ook duidelijk de bedoeling
dat zo veel mogelijk mensen aan die blijdschap deel krijgen.

Het gaat daarbij niet om de vorming van een elitekorps,
een ‘happy few’ maar een grote groep mensen
van alle tongen en talen.
Een grote groep: dat hoorden wij vandaag.

In tegenstelling tot de andere evangelisten
vertelt Lucas niet alleen dat Jesus 12 apostelen uitzocht
maar ook dat hij 72 leerlingen uitzocht
die hij er twee aan twee op uitstuurde..

Sint Lucas verwijst met het noemen van die 72 leerlingen
naar het oude boek Genesis waarin staat dat Noach 72 kleinzonen had
en dat die samen de stamvaders waren van alle volkeren op aarde.
Met andere woorden:
de kerk bestaat uit mensen van allerlei naties en stromingen,
mensen van allerlei slag
en er bestaan geen hogeren en lageren
iedereen is belangrijk, en iedereen is onmisbaar!
De kerk is internationaal en
iedereen heeft gelijke rechten.

Nog even terug naar de eerste lezing:
‘verheug je Jeruzalem’ hoorden we.
Verheug je MET Jeruzalem wordt deze zondag gezegd
neem dus deel aan haar vreugde.
Laat de vreugde toe in je leven.
Niet de oppervlakkig blijdschap,
(Roomse blijdschap we dat ook wel
maar daar heb ik toch niet zoveel mee
omdat die vaak gepaard gaat met oppervlakkigheid).
Aan oppervlakkige blijdschap hebben wij geen behoefte
maar wel aan de diep doorvoelde vreugde van het geloof.

‘Overvloedig is de oogst’ zegt Hij ook nog.
En dan zijn we weer terug bij het begin waarin ik de zorg over de kerk noemde.
De oogst kan worden binnengehaald, ook in deze dagen.
De kerk kan veel bete­kenen in deze tijd.

Als Jesus zijn volgelingen toespreekt
heeft hij het duidelijk over de tegenwerking die zij zullen ontmoeten,
en over de beproeving die niemand van ons bespaard blijft
Maar Hij heeft het ook over de kracht die het geloof mensen geeft:
‘ik zag de duivels uit de hemel vallen.’ Toe maar.

Tenslotte: wat is de diepe reden van onze blijdschap?
Daar spreekt Jesus over aan het einde van het evangelie van vandaag.
Verheug je maar niet alleen omdat die duivels naar beneden vallen
-dat is eigenlijk mooi meegenomen-
maar omdat ‘jullie namen staan opgetekend in de hemel.’

Onze namen staan opgetekend in Gods hand.
Dat geldt voor allen die ons voorgingen
voor onze overledenen, dierbaren die we missen.
Maar ook voor de namen van ons die een taak hebben
en van wie nog veel verwacht wordt.

Afgelopen nacht kwam het bericht van het overlijden van Elie Wiesel:
iemand die twee kampen overleefde en velen om zich heen zag sterven.
Iedere keer weer één bijzonder door God geliefd mens.
Hij overleefde zei ik en dat was goed want zo kon hij vertellen hpe heyt was.
Maar verre van haat te zaaien werkte hij aan de verzoening.
Van hem zijn we woorden bekend:
‘vandaag bid ik voor de mensen die vermoord zijn:
niet zes miljoen mensen maar zes miljoen keer EEN mens.
Maar ik bid ook voor hun bewakers en de moordenaars
zij moeten verder: dat God hen mag helpen.

We zijn als gelovigen mensen die eerlijk moeten erkennen wat er fout was:
daarom beginnen we iedere viering ook met een schuldbelijdenis.
Maar dan gebeurt het grote wonder:
na het ‘ik belijd’ en KYRIE ELEISON
mogen we in de Paas- en Pinkstertijd
-en daar zitten we in- het Gloria aanheffen.
Eer aan God in den Hoge die van mensen blijft houden.

We hoeven ons zelfs niet alleen maar
-wel een beetje natuurlijk-
uit te sloven om de wereld beter te maken
maar we mogen ook vandaag weer horen:

Jullie zijn door God geliefd;
ieder van ons, u, jij, ik mag weten:
onze namen staan opgetekend in de hemel,
of anders gezegd: onze namen staan geschreven in Gods hand.
Als God zo voor ons is,
wie zal dan tegen zijn?

Hein Jan van Ogtrop, pastoor