• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

31 juli: Wat is nu echt belangrijk?

[print]

18e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Prediker 1 en 2

  • Kolossenzen 3,1-11

  • Lucas 12,13-21

IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdel…
het is een van de bekendste bijbelteksten.
Ik herinner mij nog hoe Henk van Ulsen
met zijn prachtige stem deze tekst voordroeg in de
Ronde Lutherse kerk in Amsterdam:
“IJdelheid der ijdelheden, zegt de prediker,
ijdelheid der ijdelheden en alles is ijdelheid.”

Het is een tekst waar je op het eerste gehoor down van wordt
vandaar dan ook de conclusie:

“Wat heeft een mens aan al zijn zwoegen en tobben onder de zon?”

Het leven lijkt een volkomen willekeurige zaak,
je bent er nu eenmaal dus moet je er maar het beste van maken:

“Geslachten gaan en geslachten komen
en de aarde blijft al maar bestaan.”

Het lijkt wel of het allemaal buiten jou om gebeurt:

“De zon komt op en de zon gaat onder,
en haast zich dan weer naar de plaats waar haar loop begint.
De wind waait naar het zuiden en draait naar het noorden.
Hij draait en draait en telkens keert hij weer op zijn draaien terug.
Alle rivieren stromen naar de zee en de zee raakt maar niet vol.
Het is een vermoeiend verhaal en geen mens kan er iets over zeggen.”

De geschiedenis die wij samen meemaken lijkt ook niet van belang

“Wat geweest is zal weer zijn, wat gebeurd is zal weer gebeuren:
nieuw is er niets onder de zon.”

En ook als je denkt dat je iets bijzonders meemaakt
is dat helemaal niet waar:

“Er is wel eens iets waarvan men zegt:
‘kijk, dat is iets nieuws!’ dat is niet zo:
in vroeger tijden was het er ook al.”

Al deze sikkeneurige diepzinnigheid
is zo’n 2600 jaar geleden bedacht
en toegeschreven aan een wijze koning,
Salomo om precies te zijn die zo’n 400 jaar daarvoor leefde.
Van hem is bekend dat hij als jongeman kon kiezen
om een bijzondere gunst van God.
Hij kon vragen om rijkdom, een lang gezond leven of wijsheid.
Hij koos voor het laatste: wijsheid,
de kunst om alles te kunnen bekijken met een relativerend oog,
de kunst om alle dingen op hun waarde of onwaarde te schatten.
Zo lezen we:

“Ik, Prediker, was koning van Jeruzalem
en dacht over alle dingen na. Ik dacht:
‘Laat ik mijzelf wijsheid gaan verwerven en kennis.’

Maar ook die biedt volgens de schrijver geen vreugde

“veel wijsheid brengt ook veel verdriet
en hoe groter de kennis, hoe groter de smart. “

Nu slaat hij de spijker op zijn kop.
Als wij ons niets van de dingen aantrekken –en sommigen pleiten daarvoor-
hebben we ook nergens last van. Maar dat kan toch niet?

We moeten het tot ons nemen en er over nadenken:
over wat we de vorige weken allemaal samen toch hebben meegemaakt.
Een staatsgreep in Turkije, talloze aanslagen; iedere dag
weer ergens anders. Schiphol vanochtend in onrust
en wat ons als kerk het innigst raakt –zonder de andere dingen te kleineren-
een aanslag op een oude priester Jacques Hamel die met enkele zusters
en lieve oude mensen de Mis viert en wordt doodgestoken…

Prediker verwoordt het goed:
“Alle dagen bereiden hem leed en ergernis is zijn loon:
zelfs ’s nachts vindt hij geen rust; ook dat is ijdelheid.”

En daarna begint hij te vertellen dat er een tijd is
van vreugde en verdriet, van vinden en verliezen,
van huilen en lachen, van omhelzen en af te stoten.

Een tekst die bij veel begrafenisdiensten wordt gelezen
omdat je dan nadenkt over de dingen die iemand heeft meegemaakt
maar ook een tekst die wonderlijk genoeg
ook gekozen wordt door jonge bruidsparen
die dankbaar denken aan alle dingen die ze hebben meegemaakt
en hoe ze, door alles heen naar elkaar zijn toegegroeid.

Prediker beëindigt die beschouwing met te zeggen
dat het daarom maar goed is elkaar vast te houden
en samen lekker te eten.

Wat een diepzinnigheid… of juist niet.

Waarom herkennen mensen van alle eeuwen zich
in deze levensfilosofie?

Omdat het ten diepste gaat om dingen die iedereen aanvoelt:
we herkennen ons in deze visie. Ons bestaan is zo vreemd;
de dingen zijn zo gewoon en gebeuren zomaar
of misschien toch ook niet??

De gewone geschiedenis is niet gewoon
er gebeuren afschuwelijke dingen,
veel, te veel maar door alles heen blijft God toch bezig
met de gewone dingen:
mensen naar elkaar toe te leiden:
mensen jongens en meisjes, jongens en jongs en meisjes
en meisjes –daar denken we ook aan dit weekend in Amsterdam-
naar elkaar toe te leiden om elkaar te sterken en te bewaren:
dat IS DE ZEGEN DIE ONS TEN DEEL VALT.

Maar dan wordt wel van ons verwacht
dat wij oog hebben voor de dingen die echt belangrijk zijn
en dat wij geen dingen najagen die niets waard zijn.

“IJdelheid der ijdelheden…” zei ik aan het begin
maar eigenlijk is die vertaling niet goed.
Er staat letterlijk: ‘ijl’ in plaats van ‘ijdel’.
IJL in de zin van kwetsbaar.
In het HEBREEUWS HABEL.
En dan horen we opeens een naam:
‘ABEL’ betekent kwetsbaar, net zoals die zoon van Adam en Eva
kwetsbaar was ABEL, zo kwetsbaar dat zijn sterke broer KAIN
hem meteen een kopje kleiner maakte
en dat nog wel omdat God met welgevallen keek
naar het offer dat Abel aanbood.

Zo staan wij voor God vandaag met ons kwetsbare bestaan
maar kwetsbaar als wij zijn zijn wij door Hem geliefd.

Het evangelie vertelt over de man die absoluut niet weet
waar het in zijn leven over gaat.
Hij is rijk geworden en heeft grote schuren nodig
om zijn rijkdommen op te bergen.
‘Vlug’ denkt hij: ‘grotere schuren zal ik bouwen
dan kan ik al mijn rijkdom keurig opbergen.’
Dwaze rijke. Hij denkt dat hij zijn hele bestaan op orde heeft
maar hij heeft geen benul van waar het werkelijk om gaat.

De lezingen van vandaag roepen ons op
om werkelijk op zoek te gaan naar de dingen die belangrijk zijn.
Dat betekent ook dat wij dingen moeten loslaten.

Loslaten. Wat moeten we loslaten?
Ons egoïsme, ons eigen gelijk.
Ons egoïsme: alles wat wij hebben is ons gegeven
we moeten dus aan het verdelen slaan.

De vorige week leerde Jesus ons nog bidden:
‘GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD.’
Leer het ons dat wij geschapen zijn om samen met anderen
deze aarde te bewonen. Alles is ons gegeven,
niets is van ons privé in de zin van alleen en helemaal alleen voor ons;
alles is ons gegeven om te delen.

En de vorige week leerde Jesus ons ook bidden:
‘vergeef ons onze schulden
zoals wij anderen vergiffenis gegeven hebben.’
Vergiffenis geven betekent: als er fouten zijn gemaakt
aan het vergeven slaan. De ander nieuwe kansen geven
zoals wij zelf ook nieuwe kansen nodig hebben.

Wij zelf leven van de aanvaarding van ons karakter
van onze leuke eigenschappen en onze minder leuke eigenschappen
door de ander die van ons houdt,
vergeet en vergeeft zoals God ons vergeven wil.

Als Jesus erbij gehaald wordt om twee broers uit elkaar te halen
die ruzie hebben omdat een van de twee de erfenis niet wil verdelen
kiest hij -merkwaardig genoeg geen partij.
Hij zegt alleen maar: ‘wie heeft mij tot rechter aangesteld over jullie.’

Merkwaardig dat Hij niet wil bemiddelen in een duidelijke zaak.
Hij wil geen oordeel uitspreken maar Hij wil
-en wat dat betreft lijkt hij even op Salomo
met zijn beroemde Salomonsoordeel-
dat de mensen wakker maken
opdat ze zelf een oplossing gaan zoeken.
Hij geeft als enig advies:
‘Hoed je voor de hebzucht, want eigenlijk is er niets van jullie:

Alle mensen, rijk en arm, sterk en zwak kunnen elkaar tot zegen zijn.
Ijdelheid der ijdelheden, beter vertaald:
IJLHEID DER IJLHEDEN, alles is zo kwetsbaar.

Let daarom op de dingen die werkelijk belangrijk zijn.
Blijf niet in zo’n domme cirkel draaien als die man
die met zichzelf aan het overleggen was
en bij dat zinloze zelfgesprek alleen maar tot de conclusie kwam
die hij nog wat grote schuren moest bouwen voor zijn bezittingen…
niet de kracht had om uit die vicieuze cirkel
(alleen maar schuren bouwen voor zichzelf) te ontsnappen.

We zullen als superrijke westerse wereld
eindelijk eens op zoek moeten gaan naar het echte belangrijke.
Naar een wereld waarin geen tweedeling meer bestaat
tussen rijk en arm, tussen belangrijk en niet belangrijk.
Ik las deze week een analyse van de problemen in onze tijd.
Het heeft allemaal te maken met het wij/ zij denken:
het benadrukken van de verschillen die er zijn
het in stand houden van tegenstellingen
tussen Moslims en Christenen,
tussen west en oost
tussen arm en rijk.

Als het goed is wordt ons bestaan pas echt rijk,
als wij beseffen gaan
dat Hij, de Eeuwige, van alle mensen houdt
en ons allemaal nodig heeft
om er te zijn voor elkaar.
En ik eindig met Paulus te citeren:
‘Zint op het hemelse, niet op het aardse,
ge hebt immers de oude mens met zin gedragingen afgelegd
en u bekleed met de nieuwe mens,
die op weg is naar het ware inzicht
terwijl hij zich steeds vernieuwt
naar het beeld van zijn Schepper.’

Daar heb ik niets meer aan toe te voegen,
Behalve dan:

Dat we zo blij, hopelijk lang
met en voor elkaar mogen leven.
God zegene ons allen
met alles wat wij in ons hebben.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor