• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

11 september: Laat je vinden

[print]

24e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Exodus 32,7-14

  • Lucas 15,1-10

In het evangelie wordt verteld over een herder
die op zoek gaat naar een verloren schaap.
En als hij het vindt is hij blij.

En we horen ook over een vrouwtje
dat een heel mooi gouden geldstuk kwijt is
ze gaat zoeken en zoeken en dan vindt ze het!
Gauw roept ze haar buren erbij: kom lekker feesten,
ik heb mijn gouden munt weer terug!

Het bijzondere van deze verhalen is dat God zelf bedoeld is
met die herder die maar zoekt en zoekt.
Maar het wordt nog bijzonderder als blijkt
dat God ook vergeleken wordt met dat vrouwtje
dat zoekt naar haar kostbare muntje.

God is dus niet ver, hoog en bazig maar Hij is anders:
Hij is als die vrouw die zoekt en vindt
en als de goede herder
die op zoek gaat naar het ene schaap dat verdwaald is .
Een herder die ook nog een zekere voorkeur heeft
niet voor de flinke schapen die de weg goed kennen
maar juist speciaal voor het weerloze schaap dat de weg kwijt is.

Niet omdat het ene schaapje zielig was.
Maar omdat de ene bijzonder is, uniek,
omdat één mens het lot van velen ten goede kan keren,
omdat één mens een beslissend verschil kan maken.
Daarom is die ene van belang, juist die ene die een eigen weg ging.
Zo van belang dat de anderen daarvoor tijdelijk in de steek worden gelaten.

De mens die de eigen weg durft te gaan is kostbaar.
Een mens die zich niet laat meevoeren door wat ‘iedereen’ doet en denkt.
De mens die uit de pas durft te lopen.
In het evangelie horen we dat Jezus op bezoek is bij tollenaars en zondaars.
Mensen die uit de pas lopen, zo ziet de meerderheid dat.

Mensen vinden het prettig als er een duidelijk onderscheid is tussen hen,
de gewone, goede mensen en de slechteriken.
Alsof de zogenaamde ‘gewone’ mensen niet hun misstappen maken.

De tollenaars en zondaars hebben het stempel gekregen
van ‘zij die niet willen deugen’
en misschien hebben ze van de nood een deugd gemaakt.
Als ze dan toch niet meer bij de gewone mensen mogen horen
kunnen ze beter hun bijzondere levenswandel tot kunst verheffen
en er lekker van leven. Maar Jezus legt zich niet neer bij deze status quo.

Hij wil op zoek om de verloren schapen te redden,
zoals het in de parabel staat.
Niet om het eens en voorgoed duidelijk te maken
dat het nooit meer in zijn eentje op pad mag gaan,
en het voor altijd in de kudde moet blijven.

Nee, want wat moet God aan met een volk
waarin geen mensen opstaan die richting wijzen, zoals Mozes dat deed?
Eerder zal Jezus proberen de mensen waarmee hij aan tafel zit
andere wegen te wijzen: Ze hebben al laten zien
dat ze in staat zijn om een eigen weg te gaan, los van wat ‘iedereen’ doet.

Dat ze eigenwijs zijn, hun eigen gang durven gaan.
Afgezien van wat ze dan precies gedaan hebben is dat een kwaliteit,
dat is lef en levensdurf hebben. Jezus zal ze hebben aangemoedigd om eigenwijs te zijn in het goede, zoals hij dat zelf ook was.
Wat ‘de mensen’ er ook van mogen zeggen.

Een mens zijn die zelf durft na te denken,
die niet zijn oor laat hangen naar wat de algemene stemming is,
wat de meerderheid denkt, want het feit dat velen het denken
hoeft niet te betekenen dat het goed is.

Een mens die zelf nadenkt, het eigen geweten laat spreken.
Dat is ook een mens die als het moet durft in te gaan tegen het gezag,
of dat nou wereldlijk of kerkelijk was.
Mozes zelf schrok er immers niet voor terug
om in discussie te gaan met God, toen zijn geweten hem dat ingaf.

Dat is een van de diepe betekenissen
van die begin-woorden uit de bijbel,
dat de mens geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis.
Dat maakt de mens, dat maakt ons tot een waarlijk tegenover,
onmisbaar om deze wereld de goede kant op te trekken,
in eerlijke eigenwijsheid.

De God van Israël onderscheidt zich
van alle andere goden omdat Hij anders is, avontuurlijker,
steeds op zoek is naar die eigenwijze mensen
zo vreemd en wispelturig als ze zijn.
Daarom was Hij ook zo slecht afgebeeld
door de mensen die van Hem een beeld maakten
als een sterke stier, als een supersterke, potente machthebber.

Alleen de mensen die respectvol de ander willen tegemoet treden
zullen de God van Israël in Zijn liefde kunnen ontmoeten,
alleen mensen die zelf weten wat zoeken is
zullen deze God kunnen vinden.
Alleen de mensen die weten wat angstige bezorgdheid is
om iemand of iets dat ze kwijt zijn
zullen deze God als hun God kunnen erkennen.

De zekeren hebben geen meester nodig en
-lijkt Jesus te willen zeggen- zullen hem ook niet vinden.
De mensen die zichzelf perfect achten evenmin.
Maar juist de mens die tot de ontdekking komt
dat hij het niet zonder de ander
al of niet met een hoofdletter, kan,
dat hij niet zonder genade kan leven…
die vindt in God en in Zijn Helper Jesus de Messias troost en steun.

Zoekt en gij zult vinden !!!! Is een gezegde
dat wel eens wordt gebruikt als je iets kwijt bent.
Maar vandaag slaat dat gezegde allereerst
op God op zoek naar de mens.
Hij gaat naar de mens op weg en Hij ZAL hem vinden.
Hij brengt hem terug en viert feest met vrienden en vriendinnen
om het verlorene dat teruggevonden is.

Jesus zelf zal ook een beetje verloren met de verlorenen zijn,
Hij komt aan de rand van de gewone maatschappij terecht
Hij gaat om met tollenaars en zondaars en eet met hen.

Maar met Pasen hebben wij gehoord dat de Vader zijn eigen zoon
die zo diep neerdaalde in de menselijke ellende
daar ook heeft gevonden om hem, en allen die Hij daar aantrof
in diepten van ellende, te redden
hun zonden te vergeten en te vergeven
en hen binnen te brengen in zijn vaderhuis
waar alle zoekers naar Hem ooit zullen worden binnengelaten.

Waar het de vergevende liefde van God betreft:
we kunnen ons die niet ruim genoeg voorstellen.
Het is als bij een overstroming.
Het water zal geen muizenholletje overslaan.
Zo is het ook met Gods vergevende liefde
die komt bij ons binnen en zal ons helemaal bereiken.
Hij komt in de diepte van ons bestaan
en zal ons vernieuwen en sterken.
Door de douche van Zijn overvloedige, vergevende liefde
worden wij bevrijd en opgericht
en zo kunnen wij anderen tot zegen zijn.

Dan zullen wij ook op zoek gaan
naar mensen die ons nodig hebben.
En het is ook nodig dat wij op zoek gaan
naar mensen met wie we samen de wereld beter kunnen maken.

Zouden wij christenen, moslims,
godgelovigen en mensen die niet in God willen of kunnen geloven
er in slagen zo ons best te doen
dat het nog wat wordt op deze wereld?

Durven wij afscheid te nemen van fanatisme, egoïsme,
machtswellust en op ons durven laten vinden door God
en daarom in liefde op zoek gaan naar elkaar?
Als wij zulke mensen willen zijn
kan God ons niet loslaten.

Hij zal ook ons, in onze moeizame zoeken
niet loslaten.
Ons geseculariseerde westerlingen
ook weer naar zich toetrekken in deze dagen.
Hij zal ons – en daar is geen twijfel aan-
vast en zeker vinden.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor