• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

16 oktober: Handen omhoog en uit de mouwen

[print]

29e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Exodus 17,8-13

  • Lucas 18,1-8

Een vrouw reisde de wereld af op zoek naar de ware God.
Ze onderzocht alle religies en alle gemeenschappen
en alle mogelijke openbaringen van geloof
om vast te kunnen stellen
wanneer ze de volmaakte openbaring van God in het leven had ontdekt.
Op een van haar reizen stopte ze bij een klooster
en vroeg aan een van de kloosterlingen:
‘kunt u mij zeggen of uw God wonderen doet?’.
De kloosterling antwoordde:
‘Weet u, het hangt er maar van af wat u een wonder noemt.
Sommige mensen denken dat het een wonder is
wanneer God doet wat de mensen vragen.
Maar in deze kloostergemeenschap geloven we dat het een wonder is
wanneer de mensen de wil van God doen.

Sint Lucas is de evangelist
die het graag heeft over wat God van plan is
en hoe wij daaraan onze bijdrage kunnen leveren
door te bidden en te handelen.
‘Uw Rijk kome’ is de bede die Jesus zijn leerlingen
soms tot vervelens toe laat herhalen.
Wij bidden het nog: ‘Uw naam worde geheiligd Uw rijk kome.’

Heeft dat bidden eigenlijk zin?
Jesus zegt van wel: hij beveelt het erg aan,
in het evangelie van Lucas komt bidden vaak ter sprake.
‘Bidt veel en met volharding’ zegt Jesus.
Maar het is niet ezeltje strek je, tafeltje dek je..
het komt niet vanzelf naar je toe dat koninkrijk.
Hoe moet je dat Koninkrijk naar je toe laten komen?

Sint Lucas geeft zijn jonge gemeente goed onderricht:
zelf eerst opkomen voor het recht van de kleinen en verdrukten
is een wezenlijke opdracht voor de kerk.
Hoe slecht ons dat ligt leert het evangelie van vandaag.
De hoofdrol wordt gespeeld door een rechter:
een wijze die goed moet weten wat er in deze wereld loos is
en daarom er ook voor moet zorgen dat er recht wordt gedaan
aan mensen die recht verdienen te krijgen.
Maar deze rechter is slaperig en traag:
hij hoort de roep van de verdrukten niet.

Het is aan de volharding van de ontrechten, de weduwe in dit verhaal,
te danken dat er zich iets ten goed keert.
Pas als zij actief aandringen op actie
ontwaakt onze held uit zijn slaap en zegt:
‘ik zal maar toegeven aan haar gevraag.’
De rechter staat model voor alle mensen
die het onrecht op aarde misschien wel zien
maar niet van plan zijn er iets tegen te gaan doen.
Wij lijken op hem als wij in onze dagen zeggen:
ik kan er zo weinig aan doen.
Een verhaal over een prachtige combinatie van bidden en doen
hoorden wij als eerste lezing.

Een man bidt op een heuvel.
Zo wordt ons verteld in het boek van de Uittocht.
En daaronder, beneden in het dal,
Joshua met het volk dat vecht tegen een overmachtige vijand.
Zijn naam is Amalek: en die naam staat voor ONRECHT.
Maar wie is dan toch die Amalek? Zomaar een vijand?
Ieder volk heeft ooit wel een vijand gehad waar mee gevochten is.
De Heilige Bavo heeft ooit nog eens de Haarlemmers
tegen een aanval van de Alkmaarders verdedigd…
zegt de legende. Die vijandschap is inmiddels overwonnen.
Maar Amalek staat voor iets anders.
Van hem wordt verteld dat hij het volk Israël
op reis moeizaam voortsjokkend door de woestijn
in de rug aanviel en de kinderen en zwakkeren doodde.
Hij is geen gewone vijand. Hij is de boze zelf.
De onmens, die iedere keer weer de kop opsteekt in onze wereld.
De ene keer heet hij Hitler, een andere keer
is hij een veelkoppig monster.
Vandaag de dag heeft hij meerdere verschijningsvormen:
kapitalisme, het egoïsme, racisme, vreemdelingenhaat… wraakzucht
die zich vaak uit als terrorisme.
Joshua vecht tegen de boze beneden, Mozes bidt!
Het is een weerloos gebaar, een man met twee uitgestrekte armen.

Hij is niet langer de sterke Mozes
die met die stok het water van de Nijl sloeg tot bloed,
die de rots week maakte zodat er water kwam voor mens en dier.
Nu is Mozes een man zonder wapen,
een machteloze man met twee uitgestrekte armen,
het teken van overgave.
Als die twee armen terugvallen langs het lijf,
wint Amalek de vijand.
Als de armen weer omhoog gaan
is zijn volk weer aan de winnende hand.

In veel landen zijn mensen in nood.
Wij hebben een andere nood: een nood aan
zingeving en diepte. De nood van mensen die oud worden
en soms geen zin meer in hun leven ontdekken:
een hele discussie is er gaande. Moet je mogen sterven?
De kerken in de ontwikkelingslanden
leerden van ons dat de God van Israël,
die ook de Vader van Jesus was,
de God is die opkomt voor de kleinen
en die recht wil voor zijn mensen.

Vaak heffen de mensen in de ontwikkelingslanden
vertwijfeld de handen omhoog… en wij met hen.
Hoe langer wij op aarde zijn
hoe meer we onze machteloosheid constateren.
En dus past saamhorigheid en solidariteit:
ook rond mensen die het niet meer zien zitten.

De saamhorigheid zoals Aäron en Hur die lieten zien
die Mozes’ armen hielpen omhooghouden
en de solidariteit zoals Jesus zelf die opbracht
voor zijn mensen, die partij koos voor de weerlozen,
die afstand deed van zijn macht.

Als Jesus zelf de heuvel opgaat
zullen er geen vrienden zijn die zijn armen ondersteunen.
Alleen vijanden die ze vastzetten op het hout.
En aangezien dit het grootste schandaal is geweest
van heel de menselijke geschiedenis
worden wij geacht nu wijzer geworden te zijn
en nu als Zijn volgelingen werkelijk op te komen
voor alle mensen die worden gemarteld, geminacht, waar ter wereld niet.

Ook in 2016 bidden wij Uw rijk kome.
We vullen dat niet meer zo in als in vroeger dagen misschien
toen we droomden van een supermachtige kerk
die over heel de aarde verspreid;
de lofzang aanheft en haar triomfen over andere godsdiensten viert…
Neen: we weten het: ‘een kerk die niet dient, dient nergens toe’
en als wij tegenwoordig bidden: UW RIJK KOME
dat betekent dat: dat wat wij werkelijk verlangen
met heel ons wezen, met alles wat wij zijn
naar een nieuwe wereld waarin recht is en vrede voor allen:
een wereld van vrede, waarin God zelf alles kan zijn in allen:
een wereld waarin mensen tot hun recht kunnen komen en gelukkig zijn…

Het evangelie van vandaag eindigt met een eigenaardige vraag:
‘zal er als de Messias komt, de mensenzoon
nog geloof worden gevonden op aarde?’
Dat is een huiveringwekkende vraag.
Alsof het geloof zou kunnen verdwijnen.
Neen, het is niet mijn bedoeling nu plotseling heel somber te eindigen
maar wel vast te stellen dat de keuze voor God en Zijn Koninkrijk
steeds opnieuw moet worden vernieuwd,
door ieder persoonlijk.

We hopen dat wij daartoe in staat zullen zijn.
We heffen de handen omhoog naar God
opdat Zijn Heilige Geest ons moge sterken.

Uw rijk kome en
bidden wij met Maria mee:
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.

Sommige mensen denken dat het een wonder is
wanneer God doet wat de mensen vragen.
Maar het is pas een echt, groot en zegenrijk wonder
wanneer de mensen de wil van God doen.

Moge ons gebed onze dienstbaarheid onder stroom zetten
opdat ons de kracht niet ontbreken zal
om vol te houden bij de bouw aan Gods Koninkrijk
in onze dagen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor