• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

24 december: Hij blijft in onze buurt

[print]

Nachtmis

Kerstmis is een feest dat ieder jaar anders is.
Zeker de kerstbomen lijken verdacht veel
op die van de vorige jaren; de oude kersttal
wordt weer tevoorschijn gehaald,
hetzelfde evangelie wordt gelezen
en dezelfde liederen worden aangeheven.
En toch is alles anders.
Dit jaar zeker.. want wij zijn anders geworden.

Het was me het jaartje wel
vooral die laatste maanden waren heftig.
We besluiten het Brexit jaar, nog een heel gedoe:
een Russische ambassadeur lag dood op de grond;
een klein syrisch meisje bij Erdogan op schoot..
aanslagen in Brussel, Parijs en Berlijn:
bijna aanslagen in Australië;
ontstellende verhalen hoor je.

Kerstmis is dit jaar anders.
Wij komen dit jaar samen als andere jaren
maar als volkomen andere mensen.
We hebben allemaal een knauw gekregen.
Het ‘vrede op aarde aan de mensen van goede wil’
gaat anders klinken want onze goede wil is bijna op.

Met kerstmis krijgen we allemaal kaarten
en soms ook brieven om elkaar wat op de hoogte te houden
over wat er gebeurd is:
een huwelijk dat voor de deur staat
een overlijden dat je hele leven veranderde.

De vorige week liep ik in Schalkwijk rond en raakte in gesprek
met een Turkse vrouw. Ze begon zomaar tegen mij te praten:
‘wat moeten we nou nog?
Ik heb een dochter die in Amerika woont;
ze heeft een man gevonden maar
denkt u dat ze kinderen willen?? Geen sprake van.
‘Daar beginnen we niet aan in deze tijd.’

Waar blijven we nu met ons
vrede op aarde aan mensen van goede wil;
waar is die dan?
Onze goede wil raakt op.

Daarom is het goed
om in het bijbelverhaal van Lucas
waar we deze nacht een gedeelte van horen
eens te kijken wat er nu precies staat.

En dan valt iets op:
er staat helemaal niet
‘vrede op aarde
voor de mensen van goede wil.’

Er staat iets heel anders:
er staat: ‘vrede voor de mensen die God liefheeft.’
En dat levert ons misschien
een nuttige gedachte op.

Het verhaal wil ons vertellen:
‘onze goede wil kan bezwijken’
daar hebben we het nu genoeg over gehad:
aan onze goede wil kan een einde komen
maar aan Zijn vriendschap niet!’

Al hebben wij misschien de hoop al opgegeven
in de wereldvrede, in ons eigen kunnen
in de waarde van onze eigen relatie
of in de waarde van ons zelf:
God is degene die altijd iets
in ons mensen blijft zien.

Alleen omdat Hij iets in ons ziet
kunnen wij opveren en verder gaan.

We kunnen er toch weer tegenaan gaan
in 2017, we kunnen weer hoop koesteren voor de wereld.
We zijn dan gevrijwaard van pessimisme of angst
onze knikkende knieën worden weer sterk.

Jesaja zag het voor zich:
‘Jullie zullen je zwaarden omsmeden tot ploegijzers
geen mens zal meer weten wat oorlog is
durf te leven in het licht van de Heer.’

De laatste maanden hebben we, vooral na de moorden in Aleppo en
de aanslagen in Europa hier in de kerk heel serieus nagedacht.
En ik ontdekte dat, een beetje raar gezegd,
naarmate er statistisch gezien minder mensen naar de kerk komen
-altijd nog zo’n 11.000 in de stad Haarlem-
het steeds nodiger is dat er een kerk is
waar de liefde van God en zijn sympathie voor ons
verkondigd blijft worden door alles heen
en waar de verbondenheid van mensen
die daarom toch bouwen aan een betere wereld
gevierd wordt rond het altaar.

Veel jonge ouders brachten dit jaar hun kinderen naar voren:
ze waren er dankbaar voor. Toch een antwoord op de vrouw uit Schalkwijk.

Een jonge moeder zei hier op de preekstoel
toen ze haar doopmotivatie verwoordde:
‘mensen die geen kinderen meer durven krijgen
gaan zo langzaamaan zelf dood;
mensen die het avontuur van de opvoeding van een kind
niet meer aandurven
zullen zelf geen enkel risico meer nemen
en zo versuffen.’

Ook trouwen, al of niet in de kerk, kan toch:
de liefde moet een kans kunnen krijgen in ons midden.

De vrouw uit Schalkwijk zei ook nog:
‘u zegt in de kerk vast lelijke dingen over ons’
‘hoe komt u erbij’ antwoordde ik: ‘we geloven samen in één God
en zijn samen verantwoordelijk voor deze wereld’.

Johannes Paulus de tweede
gaf al bijna 40 jaar geleden het voorbeeld
door in Damascus de grote moskee te bezoeken.
Wat onze eigen relatie met onze broeders en zuster van de Islam betreft:
met de moslims die net als wij ongerust worden na de aanslag in Berlijn,
bouwen we verder aan goede contacten:
-2e kerstdag om 16 uur 16 in de Groenmarktkerk
gaan we samen met hen nadenken over kerstmis- .

Als kerken leveren wij nu al een unieke bijdrage
aan de gesprekken tussen Joden, Moslims en Christenen:
in die zin is het fijn om kerkelijk te zijn.

Het zou goed zijn als u hier, die nu met zovelen gekomen bent
eens zou overwegen u wat meer in uw geloof te verdiepen
bijvoorbeeld door hier ook wat meer te komen.
Neen, niet omdat u dan heiliger wordt dan anderen
maar u zou nog meer gewapend kunnen zijn
tegen wanhoop en pessimisme.

U allen, regelmatige kerkgangers,
-wat zijn we blij dat u er bent
en deze geloofsgemeenschap gaande houdt-
en u, iets mindere regelmatige kerkganger:
wij hebben samen een verantwoordelijkheid,
ga er maar aan staan.

Huub Oosterhuis dichtte voor deze kerst:
‘Kerstmis is twee- of driemaal
niet te tellen naamloos velen
die ‘hier ben ik’ willen zijn
en doen wat er gedaan moet worden.

Wij zullen doorgaan dus met liefhebben, met werken,
met bouwen, zingen, geloven hopen en liefhebben
ieder op haar of zijn eigen plek.

Genoeg gepreekt nu; gaan we nu vierend verder

De troostende hoofdgedachte die ik u wil meegeven is
dat er Een is die iets in ons ziet
de God die ons het kind heeft gegeven
om met ons solidair te zijn: Jesus van Nazareth, onze Messias.

Hij is degene die zijn, nu nog kleine armpjes naar ons uitstrekt,
die ons liefheeft ondanks alles.
Hij die later aan het kruis zijn armen wijd naar ons uitstrekte
in een groot vriendschapsgebaar,

Onze Vriend, de Eeuwige, toonde in het kind van Bethlehem
dat Hij weerloos wil zijn met de weerlozen,
pijn wil lijden met die pijn hebben en
verdriet wil hebben met die verdrietig zijn.
Maar wat is Hij blij met de mensen die het goede proberen willen,
die leven willen vanuit de liefde zoals Jesus ons heeft voorgeleefd!

Als Paulus over het geheim van de liefde spreekt
denkt hij nog na over deze mens die in ons midden kwam hij zegt dan:
‘Al spreek ik met tongen van engelen en mensen, maar liefde heb ik niet:
ik ben schallend koper, een rinkelende tamboerijn.
Al ben ik een profeet, ziende het onzienlijke, in alles ingewijd, .
en is mijn geloof zo volkomen dat ik de bergen verzet,
maar ik heb geen liefde, ik ben niets.
Liefde is ruimte geven, tijd laten, goedheid, geduld.
Liefde laat zich niet gelden, grof of ongenaakbaar
wordt nooit verbitterd en vindt niets onvergeeflijk.
Onrecht maakt haar niet gelukkig, waarheid maakt haar blij.
Liefde houdt stand tegen alles: telkens weer gelooft zij
alles verdraagt zij, altijd opnieuw vol hoop.. nooit bezwijkt de liefde.
Toen ik nog een klein kind was, praatte ik zoals kinderen doen,
en ik dacht niet verder dan kinderen doen .
Nu ik een man geworden ben, heb ik dat achter mij gelaten.
Nu nog zien wij spiegelbeelden, raadselachtig,
eenmaal staan wij oog in oog. Nu nog weet ik niet de helft,
ooit, eenmaal, zal ik alles weten, zoals Hij alles weet van mij.
Geloof en hoop en liefde zullen blijven, alle drie,
maar de grootste is de liefde.’ (1 Kor.13)

Zalig Kerstmis en een zinvol 2017!
Gelukkig maar dat Hij,
die zich met de naam: IK BEN BIJ JULLIE bekend gemaakt heeft
echt bij u/jou de buurt blijft.
‘Hij is niet ver van wie hem aanbidden, niet hoog en ver bij ons vandaan,
Hij is zo menselijk in ons midden…dat Hij ons smeken wel zal verstaan!’

Hein Jan van Ogtrop, pastoor