• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

4 december: Herinnering aan Chartres

[print]

2e zondag advent

Schriftlezingen:

  • Jesaja 11,1-10; Een twijg aan de tronk van Jesse

  • Romeinen 15,4-9

  • Matteüs 3,1-12; Het optreden van de doper

Een van de mooiste plekken op deze aarde is het interieur
van de kathedraal van Chartres in noord Frankrijk.
Een zeer oud Maria-heiligdom.
Jaarlijks trekken honderden jonge studenten uit Parijs
er door de wuivende korenvelden naar toe.

De twee hoge torens tekenen zich op de heuvel tegen de hemel af.
Binnenin is een nog volledig gave serie glas in lood ramen.
Het oudste is het grote raam in de westgevel,
het is gemaakt rond het jaar 1000
een tijd van grote onzekerheid en pijn in Europa.

In dat raam werd de tekst uitgebeeld die wij vandaag lazen:
‘een rijs zal ontspringen aan de oude tronk van Jesse.’

Jesse is de stamvader van David.
In het raam van Chartres ligt hij heerlijke dromen te dromen
en uit zijn lendenen rijst een hele boom omhoog
waarin heel zijn nageslacht, rijen koningen en profeten te zien zijn.

De koningen zijn in het rood afgebeeld,
de profeten in het blauw.

Jesse glimlacht.
Hij wist misschien nog niet welke fouten zijn nakomelingen,
de koningen van Israël zouden maken
en hoe fel de kritiek van de profeten zou zijn op zijn kroost.

De glorie van het nakroost van Jesse was van korte duur.
Verdeeldheid sloeg toe,
het oude geloof waaruit David, de lieveling van God nog leefde,
was in de tijden van koning Achab
en hoe ze allemaal ook mochten heten al lang vergeten.
Buitenlandse heersers profiteren van het binnenlandse geruzie
en vallen Israël binnen en nemen het volk mee de ballingschap in.

Dat was het droevig einde
wat de profeet Jesaja, die we vandaag lazen, zag aankomen.
Jesaja was als profeet op de eerste plaats een criticus
van de wantoestanden van zijn tijd.
Zijn verkondiging leek erg op die van Johannes de doper…
‘de bijl ligt al aan de wortel, het oordeel komt nader.’
Er moet een einde komen aan het oude;
alles kan echt niet blijven zoals het is…. de bijl erin!

Maar Jesaja ziet, net als Johannes de doper later, meer.
Hij ziet in de verte een nieuwe toekomst gloren
en zegt dan:
‘er zal een rijs ontspruiten uit de oude wortelstam.’

Er is nog hoop voor de toekomst.
En dan droomt hij zijn dromen over een nieuwe toekomst
rond een nieuwe koning, een hele bijzondere:
‘de Geest van de Heer zal op Hem rusten…
de geest van wijsheid en verstand,
de geest van raad en heldenmoed,
de geest van liefde en vreze des Heren.’

Hoe zal die nieuwe koning regeren? Zo:
‘de kleinen zal hij recht verschaffen..
maar –en dan komt de bijlgedachte weer even terug-
‘Hij zal de uitbuiters striemen met de woorden uit zijn mond.’

En hoe zal het dan uiteindelijk op aarde zijn:
‘zoals de zeebodem bedekt is met water,
zo zal de aarde met vrede bedekt zijn…
dan huist de wolf bij het lam,
koe en berin grazen samen een kind kan ze weiden;
de zuigeling kan zijn hand steken in het hol van de adder.’

Jesaja heeft deze prachtige dromen niet opgeschreven
om er misschien eens een literatuur-prijs voor te krijgen
maar om de mensen van zijn tijd op te wekken
zich te bekeren en te bouwen aan een nieuwe wereld waarin alles anders is.

II.
Johannes de doper is ook een profeet.
Minder gewaardeerd om zijn mooie dromen als Jesaja
maar toch hij heeft ze ook:
‘na mij komt Hij die sterker is dan ik,
ik ben niet waardig zijn schoenriem los te maken
hij zal u dopen met de Heilige geest.’

En zo heb ik even de prettige dingen
uit de preek van Johannes de doper eruit gehaald.
Maar verder is hij een streng man! Alleen al de opening van zijn toespraak:
‘adderengebroed wie heeft jullie wijsgemaakt
dat jullie de komende toorn kunt ontvlieden.’

Een tekst die je de stuipen op het lijf jaagt.
Toch is dat niet de bedoeling. De bedoeling is allereerst
om je tot een gevoel van realiteit te brengen.
En dat is ook voor onze dagen goed.
Het is goed dat we inzien hoe slecht en hoe onrechtvaardig bijvoorbeeld
de rijkdommen der aarde verdeeld zijn
en hoe schrikbarend de problemen zijn die dat oproept.

We kunnen het ons niet meer permitteren
om te doen alsof er niets aan de hand is.
Er is iets fout, er is een ongelijkheid die er niet mag zijn en…
we hebben echt nog niet alles uitgeprobeerd om die ongelijkheid op te heffen.

‘Alles best’, zeggen we gauw
‘als WIJ maar niet hoeven te minderen… als Schiphol maar open blijft
en ik niet uit mijn auto hoef.’
Johannes de doper laat ons niet zo gemakkelijk los
en raadt bijvoorbeeld aan:
‘als iemand twee paar schoenen heeft
laat hij er een weggegeven
en heeft hij een dubbel stel kleren evenzo.’

Johannes probeert ons niet bang te maken met een strenge God
maar hij probeert ons tot een realiteitsbesef te brengen
van wat wij aan het doen zijn.

Het is niet zijn bedoeling dat we angstig sidderend
in gebed neerzinken en alleen maar gaan uitroepen:
‘we hebben gezondigd.’
Misschien dat ook. Maar er moet iets anders uit volgen:
de wil om je te bekeren,
het werkelijke voornemen het vanaf heden anders te gaan doen:
die bekering is het begin
maar het volhouden vraagt om Geest en Vuur!

Johannes zelf kan het aanschijn der aarde niet veranderen;
dat zullen de mensen die hij doopt zelf moeten doen.
Maar ze zullen niet alleen blijven.

Er zal er één in hun midden komen staan
die sterker is dan hij en die zal dopen met die Heilige Geest
die mensen tot volharden in staat zal brengen.

Hij heeft een levensenergie zo sterk
dat in onze menselijke harten en hoofden
een nieuwe geest en een nieuw vuur kan oplaaien, een nieuwe élan!

De oude Jesse mag glimlachen.
Er is een nieuw begin gekomen
in degene die Johannes aankondigt: In Jesus de Messias.

Die Messias is niet los verkrijgbaar
Hij staat tussen de zijnen in.
Het hangt van jou af wat het wordt met dat Koninkrijk van God.
In de adventstijd proberen wij onze harten open te stellen
voor die nieuwe koning.

In het Onze Vader bidden wij het als tweede bede:
‘Uw Koninkrijk kome’ (klinkt mooier dan ‘uw rijk’ vind ik).
‘Het Koninkrijk van God is nabij’ horen wij Johannes zeggen:
Dus niet ‘stil maar wacht maar’ maar:
het is heel dichtbij al aanwezig als je wilt,
‘het is in jouw handen. ‘
Het gaat om jou, jij die hier bijstaat… jij, die dit hoort.
Het is dichtbij in jou.
Je kunt het met je eigen hart beamen en met jouw handen doen.

Had Mozes niet al eerder gezegd:
´De geboden die ik je heden geef, zijn niet te zwaar voor jou
en zij liggen niet buiten jouw bereik.
Ze zijn niet in de hemel en je hoeft dus niet te zeggen:
´Wie zal naar de hemel opvaren om ze voor ons te halen
en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen ?´
Ze zijn niet overzee en ge hoeft niet te zeggen:
´Wie zal de zee overvaren om ze voor ons te halen en ze ons te laten horen,
zodat wij ze kunnen volbrengen ?´
Neen, het woord is dicht bij jou, in jouw mond en in jouw hart.
JIJ kunt het dus volbrengen.

We worden gesterkt door het goddelijke woord
en door het Manna van de Eucharistie in beweging gehouden
opdat wij een diakonale kerk worden
van mensen van allerlei slag die de mensheid willen dienen.

Paulus roept ons op elkaar vast te houden en leergierig te zijn.
Dat willen we in de bezinning in deze Advent,
nu op zondag en komende dinsdag in de adventsdienst.

Bezinning en doen hangen met elkaar samen.
Er is een oude discussie bekend
tussen Rabbi Akiba en rabbi Tarfon, bijna tijdgenoten van Jesus.
De discusievraag is:
wat is belangrijker dat wij als joden goede werken doen
of dat wij ons bezinnen op de wet van God.

Rabbi Tarfon zegt: het doen is belangrijker.
Rabbi Akiba gaat er tegenin: de bezinning is belangrijker.

Na een diepe stilte zeggen ze opeens SAMEN IN KOOR:
‘de bezinning is belangrijker
want die leidt tot het doen door allen.’

U merkt het wel dat ik de bezinning belangrijk vind
het contact met onze joods wortels
waar Jesus zelf ook uit leefde.
De kerk is niet alleen maar een actiegroep:
daar zijn er zoveel van GELUKKIG MAAR.

Maar de kerk is wel de plek waar mensen
samen komen om zich te bezinnen wat er in onze dagen gebeuren moet.
Het is de plek waar we vanzelfsprekende standpunten loslaten
waar we anderen vinden als medegeïnteresseerden
waar we horen wat ons te doen staat, waar we ons bekeren!

Het is de plek waar we de oude dromen horen.
We moeten de teksten waarin die genoemd worden
eerbiedig spellen en er goed naar luisteren.

Deze dromen zijn gaan bedrog!
Ooit vroeg de beroemde dichter en schrijver van het Reve aan God
‘dat Koninkrijk van U wordt dat nog wat?’

Het antwoord is aan ons.
Naast de bezinning die ik noemde hangt het
van onze ijver af wat het wordt met dat Koninkrijk van God.

God geve ons de ernst en de toewijding
om ons zo op Kerstmis voor te bereiden
dat wij in ons eigen leven iets laten zien
van de vernieuwing waar heel de mensheid zo naar smacht.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor