• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

Verkondiging oecumenische viering

[print]

VERKONDIGING 15 JANUARI 2017

ds. B.A.M. Luttikhuis: Inleiding

Dit jaar zal op veel plaatsen worden herdacht dat Maarten Luther in 1517 zijn
95 stellingen publiceerde, volgens de overlevering door die aan de deur van
de slotkapel in Wittenberg te spijkeren. Luthers beoogde met zijn stellingen
een hervorming en daarmee vooral ook een vernieuwing van de kerk teweeg
te brengen. Maar het liep anders, zoals u weet. Het liep uit op een scheiding
van de kerken.

Ook wij willen vandaag dat begin van de Reformatie met elkaar herdenken,
maar dan wel op een wat positievere manier, namelijk niet door terug te kijken
naar 1517, maar door vooruit te kijken en onszelf de vraag te stellen: om
wat voor vernieuwing zitten wij nu in kerk en wereld verlegen? Dat doen we
vandaag met een knipoog naar Luther in de vorm van drie stellingen, ingebracht
door drie voorgangers en geïnspireerd op de drie schriftlezingen van
vanmorgen, die allemaal cirkelen rond het thema ‘verzoening’.

Eén ding bedachten wij daarbij in het bijzonder. Het is niet zo’n kunst om een
stelling de wereld in te slingeren. Massa’s mensen doen dat dagelijks op Twitter.
Maar het is wel een kunst om ook naar elkaars stellingen te luisteren en
daar ook serieus op in te gaan. Wie echt verzoening zoekt, is bereid zichzelf
ook die moeite te geven. Daarom dachten wij als voorgangers: laten wij daarin
het goede voorbeeld geven, over kerkgrenzen heen, door niet alleen onze
eigen stellingen te lanceren, maar ook op elkaars stellingen in te gaan.
Daarbij geef ik nu als eerste het woord aan ds. Sietse van Kammen geven
voor zijn stelling.

ds. S. van Kammen

Stelling (n.a.v. Matteüs 5:23-24)
Bij een stelling lijk je iets overeind te zetten. Maar het is misschien andersom.
Bij een stelling moet er juist iets scheef worden gezet wat kaarsrecht overeind
leek te staan. Pas zo gaat het balletje rollen en komt er iets in beweging.
Verzoend leven met jezelf, met anderen, met je gebreken, met de gebreken
van anderen is de grootste opgave die het leven vraagt. Maar wanneer het
lukt om werkelijk verzoend te leven, dan vindt er ook werkelijk vernieuwing
plaats. ‘Vernieuwd leven’, waar het allemaal leek dood te lopen.
Waar het om gaat is dat je vrij uit en onbelast kunt ‘offeren’, kunt geven. Offeren
is eigenlijk iets teruggeven. Om je bewust te worden dat je het leven eigenlijk
te leen hebt. Het is niet van jou, het is niet van een ander, het is gratia,
genade, gratis en voor niets. Het is niet verworven, niet verkregen, maar geschonken.
Daarbij kan niet achterblijven dat wij elkaar als geschenk gaan
zien; elkaar als geschenk leren ontvangen.Ook de broeder of zuster die zich
als een zeurkous gedraagt is daarbij een geschenk uit de hemel. En al voelt
dit als een uitdaging dit zo te ervaren… Meer dan een uitdaging is het een
gebod, dat het leven ons bezorgd.

Mijn stelling bij Mattheus 5: 23 en 24 is daarom:
Wij hebben elkaar als geschenk te ontvangen
al hebben we bij Sint om iets anders gevraagd.…..

Pastoor R. Frede

De ander als een geschenk ervaren. Met mijn partner lukt dat gemakkelijk –
maar in het dagelijkse leven is het wel een haast niet te volbrengen opdracht.
Het kan leiden dat het permanente gevoel van onbehagen en tekortkoming.
Iedere keer dat ik een vuist in mijn zakken maak in plaats van iets te zeggen
is dan wellicht een kleine overwinning op het grotere kwaad – namelijk openlijk
boos worden of scherpe en emotionele kritiek uiten – maar het leidt bij
mezelf niet noodzakelijk tot het goede gevoel uit de geest van Christus te leven.
Waarheen met onbegrip en woede? Christelijk geloven als permanente
oproep stil de ander als een geschenk van God te ervaren? Waarheen met
strijdbaarheid en engagement?

Een beetje is het ook op oecumenisch vlak zo: Het is namelijk niet zo dat de
scheiding tussen kerken er enkel uit onbegrip van elkaars bedoelingen is,
soms heeft de ander gewoon geheel andere opvattingen dan ik, zijn de dingen
echt onderscheiden. Het helpt dan geenszins als je probeert dat te verduisteren
door er niet over te spreken of glad te strijken (“We geloven allemaal
in dezelfde God”)

Het geschenk dat de ander is wil natuurlijk ook uitgepakt worden en gewaardeerd
– al is het zo dat we bij deze geschenken meestal geen recht op retour
hebben.

Mijn stelling bij 2 Korintiërs 5, 14-20 is daarom:
Als we met het geschenk niet tevreden zijn,
hoeft er ook niet gedaan te worden alsof het wél leuk is,
als we maar onthouden dat ook de gever “een vader en moeder heeft als wij”
en we samen zullen leven in het huis van de Heer, deze wereld.

Pastoor H.J. van Ogtrop:

De ander als geschenk ervaren…
zo wordt het ons vandaag aanbevolen.
Ja dat klinkt mooi maar cadeau’tjes ontvangen is ook moeilijk.
Met grote hardnekkigheid krijg ik ieder jaar op
(mijn verjaardag, die valt nota bene samen met Sinterklaas)
een fles port…. ik zie hem iedere keer aankomen
en… ik haat port.
Sorry aan de gevers –ik heb ze dit jaar gewaarschuwd
maar ik ben ze indirect dankbaar voor hun bijdrage aan dit preekje.
De ander als een welkom geschenk ervaren is dus niet eenvoudig:
de ander beminnen als jezelf is ook niet gemakkelijk.

Het jodendom – en dat hebben we nu als kerken
na honderden jaren antisemitisme eindelijk geleerdhet
jodendom biedt meestal de oplossing
voor alle problemen of schijnproblemen
waar christenen zich eindeloos mee kunnen bezig houden.
‘De ander beminnen als jezelf’
betekent niet dat je jezelf ook aardig moet vinden:
(ik vind mijzelf helemaal niet aardig en ben het ook niet).
De ander proberen te beminnen als jouzelf betekent
dat je de ander moet zien als net zo’n kwetsbaar mens
als jijzelf bent. De ander is niet aardig of aardiger dan jij
hij is gewoon een mens: net als jij bent.
En het bijzondere is dan, en daarvoor komen wij naar de kerk
om dat alsmaar weer te horen,
dat er een ander is die wel iets in ons ziet:
en dat is de ander met een hoofdletter:
de Enige die heeft gezegd dat Hij er wil zijn voor ons,
voor mij en voor jou, en voor jou en voor jou.
Hij maakte ooit zijn Naam bekend aan Mozes:
-ik had er laatst nog discussie over met een wijsneusje van 12 jaardie
naam is niet ‘de almachtige’ al zou hij die titel mogen voeren
ook niet ‘de alwetende’ al zou hij die titel mogen vieren;
geen superheld of superman of supergod
maar een God die gekend wil zijn
als ‘IK ZAL ER ZIJN VOOR JOU!.’

Het wordt hoog tijd dat de kerken, maar ze doen dat al bijna niet meer,
de anderen lastig vallen met hun eigen gelijk
het wordt tijd dat we echt erkennen
allemaal, dat we kunnen groeien en bloeien
als wij ons willen koesteren in de zon van zijn
voor ons altijd weer onbegrijpelijke liefde.
Als kerken moeten we mensen proberen samen te brengen
om ze dat verhaal te vertellen
en dan aan iedereen door te geven:
het verhaal dat er iemand is er altijd weer hoge verwachtingen van ons heeft
en die iets in ons blijft zien!

De doop die ons als kerkmensen verbindt
is een doop in de naam van de Vader en de Zoon
en de Heilige Geest. Ja dat weet ik ook wel…. hoor ik zeggen.
Maar ik ga u zeggen wat dat voor mij betekent.
Door de Vader te noemen wordt je verbonden met de God van Israel,
die ook de Alla van de Moslims is en onze God, de Vader en de schepper.
Door de Zoon te noemen wordt je in het klasje van Jesus gezet
dat wij ook wel kerk noemen, en door de Heilige Geest te noemen word je
verbonden met alle mensen, Hindous, Boeddisten, Heidenen, Agnosten en
ook belijdende atheisten want de Geest van God werkt ook in hen.
Bij de doop wordt dus niet in een rooms, calvinistisch of orthodox hok gezet
maar in de ruimte geplaats van een mensheid waar de koepel
van Gods liefde overheen gespannen staat.
En –tenslotte- die liefdeskracht van God, ik noem dat de Heilige Geest,
is bezig met alle mensen, jong en oud,
man vrouw, gelovig niet gelovig
ook in onze dagen als je het maar zien wil
onbegrijpelijk veel mooie dingen te doen.

Voorbeeldje: een oude collega van mij van 88
ging naar Haarlem om de nieuwjaarsreceptie van de onze
rk bisschop te bezoeken. Hij was 2 dagen te vroeg
en had zich bovendien vergist in de Bavo.
Eenzaam liep hij geheel verkleumd te dwalen op de grote markt.
Gelukkig werd hij opgemerkt door een 25-jarige jongeman
met een erg komisch hoedje op.
Die nam hem bij de arm en bracht hem te voet
helemaal naar onze pastorie aan de Leidsevaart.
Daar gingen we aan de koffie.
De jongen met het hoedje vertelde dat hij in Pakistan had gediend.
‘Heb jij die priester geholpen omdat je gelovig bent’ vroeg ik:
‘Ik gelovig?’ zei het hoedje stomverbaasd: ‘helemaal niet’
haastig gaf ik hem nog wat koffie en bedankte hem.
Toen zei de jongen, een nieuwe versie van de barmhartige Samaritaan:
‘nu ga ik even mijn auto halen
om hem naar huis te brengen, hij woont in Voorhout.’
en zo geschiedde. Ik kan nog 100 voorbeelden noemen
van mensen die liefde verspreiden en hoop (en geloof eigenlijk ook)
en die als werktuigen van Gods Heilige Geestdruk
doende zijn.

God is al heel lang bezig een nieuwe wereld te scheppen
allen wij suffers willen dat niet zien.
Mijn stelling is dan ook: ‘Wat de Geest al heeft gedaan
moeten wij niet onderschatten.

ds. B.A.M. Luttikhuis

Nu verschijn ik weer achter de microfoon en nu denkt u misschien: komt hij
nu ook nog met een stelling aan? Nee, dat doe ik niet. Ik neem ze alle drie
aan van mijn geliefde collega’s, van ganser harte. En daarom heb ik nog maar
precies één woord aan die stellingen toe te voegen. Ik hoop dat ik dat ene
woord vandaag ook mede namens u mag uitspreken. Dat ene woord luidt
kort maar krachtig: Amen.