• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

12 februari: Liefde tot in de details

[print]

6e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Sirach 15,15-20

  • 1. Korintiërs 2,6-10

  • Mattheüs 5,17-37

‘Wie één van deze voorschriften,
zelfs het geringste opheft zal de geringste geacht worden
in het koninkrijk der hemelen…’ eind citaat.

Als we het vandaag nog niet goed hebben gehoord
horen we het nooit:
Jesus was een jood. Hij sprak als een jood:
kritisch, actueel,
mensen op hun verantwoordelijkheid aansprekend en uitdagend.

Bij Zijn eigen handelen en spreken is Hij gebleven
bij datgene dat de kern van de godsdienstige traditie van Israël uitmaakt:
de Tora, de Wet van Mozes.

Hitler en de zijnen hebben alles op alles gezet
om wat er aan Tora-wijsheid in Europa was uit te roeien
en de daarmee samenhangende joodse kritiek
op machtige staatsbestellen te neutraliseren:
dat is hem gelukkig niet gelukt.

Vandaag horen we de Heer zelf zeggen:
‘denk niet dat ik gekomen ben
om wet en profeten af te schaffen’.

In zijn wil tot behoud
gaat hij zelfs verder dan collega rabbijnen als hij zegt:
‘wie, al is het maar een van de geringste van deze geboden afschaft en zo leert
is de kleinste in het rijk der hemelen.’

De kleinste geboden.

Als we even naar een voorbeeld kijken van zo’n klein gebod
moeten we de wet van Mozes opslaan.
Daar staan de tien geboden: de grote zou je kunnen zeggen.

Maar ook de kleine. En daarvan een voorbeeld:
‘als je met je kar op de weg rijdt en ziet
dat er een vogelnestje uit de boom gevallen is,
zul je stoppen en het nestje aan de kant leggen.’
Een klein gebod. Onnozel? Allerminst:
is er niet zo’n bekend liedje: ‘het zijn de kleine dingen die het doen’.
Dat is heel bijbels.

Veel te gemakkelijk zijn we het over de grote dingen eens.
Dat we elkaar lief moeten hebben en zo,
dat er vrede moet komen en gerechtigheid.

Allemaal hele grote woorden,
zo groot dat ze eigenlijk niets meer zeggen:

Liefde bijvoorbeeld… je kunt als man wel zeggen
dat je hartstochtelijk van je vrouw houdt.
Een hele liefdeslitanie ten beste geven voor haar ten beste geven..
maar als je het vertikt om haar bij te staan in de keuken bv.
is die liefde wel erg verheven.
Van vrouwen richting mannen is het gemakkelijker.
Daar zeggen we van: de liefde gaat door de maag.

Dat is natuurlijk waar maar ook weer niet waar.
Alle mensen, ook mannen, hebben bevestiging nodig,
waardering van wat ze werkelijk zijn.

Vrouwen zijn meer dan keukenprinsessen
(de mooie term voor huishoudelijke sloof)
en mannen meer dan centenverdieners.

Die patronen worden tegenwoordig gelukkig
aardig door elkaar geschud.

Echte liefde uit zich in aandacht, in zorg voor elkaar:
het zijn de kleine dingen die het doen.

Jesus zegt iedere keer:
‘je hebt gehoord dat er tot onze voorouders gezegd is:
…en dan noemt hij de grote bekende geboden.

Vandaag horen we: niet moorden.
Iedereen zegt: natuurlijk, heel onfatsoenlijk een mes
in andermans ribben steken, dat doe ik niet zo gemakkelijk.
Maar er is meer bedoeld met dat verbod!

Er is ten diepste bedoeld: ga zorgvuldig met elkaar om,
bouw elkaar op maak elkaar levend.
Hoe onzorgvuldig gaan mensen vaak met elkaar om.
Wie geeft er een ander niet al te gemakkelijk een grote mond.

De joodse wetten zeggen:
als je iemand zo’n grote mond geeft dat hij er een rood hoofd van krijgt…
is het alsof je bloed vergiet.

Ongewild doen mensen elkaar pijn.

Ik zag ooit een TV uitzending over het tragische lot van een meisje
op wie zich de plaag-zin van een hele klas concentreerde.
De anderen waren het al lang vergeten, zij niet, zelfs niet na 20 jaar.

– ‘Geen echtbreuk plegen’ hoorden we ook vandaag.
Ik ga nu niet spreken over de tragiek van echtscheiding
maar lees hier dat het ideaal van het huwelijk
meer in mag houden dan altijd maar bij elkaar blijven
om koste wat het kost toch maar geen echtbreuk plegen. Het is ook:
samen bouwen aan een goede relatie, attent zijn.
Moeilijk soms, vooral voor ons mannen.
Het betekent altijd weer denken aan die ander.

‘Je zult niet stelen….’
Er staat een mooie uitleg, weer in de joodse geschriften:
Als je denkt: het mijne is het mijne
en het jouwe is het mijne
ben je een dief.
Als je denkt: het mijne is het mijne
en het jouwe is het jouwe
heet je fatsoenlijk maar ook niet meer dan dat,

Pas als je zegt het jouwe is het jouwe
en het mijne is het jouwe
begint het ergens op te lijken.

Er staat ook geschreven: je zult geen valse eden plegen.
Maar ook dat is een minimum.
Want die regel leert je aandacht voor het woord.
Zeker het is een grof schandaal als je in een rechtsproces de onwaarheid spreekt
maar verder, mag het dan wel? Mag je gewoon maar een ander bedotten.
Het antwoord is neen.

Niet alleen maar voor het gerecht zo eerlijk zijn
dat je net niet in de gevangenis komt
maar zo betrouwbaar zijn in woord en daad
dat een ander iets aan je heeft,
je als persoon iemand bent op wie je kunt bouwen.

De geboden die Jesus zelf trouw beleefde
leiden ons op een goed spoor:
we gaan daarmee een nieuwe toekomst tegemoet.

Een toekomst waar niet gemoord zal worden,
waarin trouw wordt opgebracht,
waarin mensen eerlijk zijn:
‘je ja zij ja, je nee zij nee.’

We worden opgeroepen onze gerechtigheid groter te laten zijn
dan die van de schriftgeleerden.
Deze opmerking is niet bedoeld
om de schriftgeleerden een trap na te geven
maar om ons uit te dagen heiliger te zijn dan de heiligen.
Nog heiliger dan moeder Theresa om het een beetje overdreven te zeggen.

En dat wordt weer niet gezegd om ons beklemd wakker te laten worden
maar om ons uit te dagen op onze eigen plek te proberen nieuwe dingen te doen.
Fantasie is een belangrijke eigenschap:
creativiteit is nodig om van het leven iets te maken.
Van Godswege wordt ons gezegd dat ons leven de moeite waard is.
Ieder mens is uniek en kostbaar, het hele leven is kostbaar en goed.
Allemaal hebben we de mogelijkheden in ons om het aanschijn der aarde te vernieuwen.
De bergrede van Jesus wil ons daarbij
op het goede been zetten.

Geen van de geboden wordt afgeschaft -zien we-
maar stuk voor stuk worden ze opnieuw geduid.
Als je je alleen maar aan het minimum houdt
ben je een mens van niets,
fatsoenlijk hooguit maar niet meer dan dat.

Als je leeft vanuit de woorden waaruit Jesus wil leven
dan kan het spannend worden en kun je anderen tot zegen zijn.

De wetten die ons gegeven zijn in de Schrift zijn geen wetten die beknellen maar zoals Jesus ze uitlegt wetten die inspireren en die je wakker houden.

De wetten van God zullen wetten zullen moeten zijn van levende mensen.

En dan kom ik terug bij het begin.

Voor ons christenen die zo gemakkelijk houden
van grote woorden -wat is de kern van het geloof..de liefde weet je wel–
is het meer dan ooit nodig om je te verdiepen in de kleine dingen
die het leven met God pas echt een leven met God maken.
Het zijn de kleine dingen die het doen.

En als we dan op zullen gaan naar het altaar
zullen we niet alleen nadenken
over onze eigen gevoelens van voldaanheid of onvoldaanheid
maar nadenkend over onze relatie met onze broeders en zusters.
Misschien merken we dan tot onze schrik
dat er nog steeds iemand is die iets tegen ons heeft.

Het is dan niet de bedoeling
om verlamd van schrik terug te deinzen
maar om te pogen alles op alles te zetten
om heel ons leven lang te doen wat ons te doen staat,
ons te keren naar degenen die ons nodig hebben
en te pogen anderen tot zegen te zijn
zolang wij leven mogen op deze wereld.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor