• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

30 april: Hij wandelt mee

[print]

3e Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 2,14.22-28

  • 1 Petrus 1,17-21

  • Lucas 24,13-35

Wat hebben we samen toch een goede bemoediging gekregen
in de goede week en in de viering van Pasen samen.
Vandaag een evangelie om ons goed op de been te houden.
Ik herinner mij dat mijn vader als hij dit evangelie gehoord had,
(vroeger werd het op de tweede paasdag gelezen),
altijd zei: ‘wat is dat een mooi evangelie.’
En dan ging je er als kind extra goed naar luisteren..
naar dat wonderlijke verhaal over die twee die het
-om even een lelijke moderne uitdrukking te gebruiken-
‘niet meer zien zitten.’

Het gaat over twee mensen die mokkend van Jeruzalem weglopen,
op weg naar Emmaüs.
Natuurlijk hebben vele bijbelgeleerden zich afgevraagd
waar het dorpje Emmaüs ligt waar de twee naar op weg zijn.
Helaas… er is geen dorpje met die naam te vinden
in de onmiddellijke nabijheid van de heilige stad.
Natuurlijk wijze de gidsen in het heilig land wel zo’n plaatsje aan
maar dat is voor de commercie.

In oude historische boeken is echter wel
een Romeinse kazerne te vinden die die naam gedragen heeft
vlak bij Jeruzalem dat, zoals u weet,
door de Romeinen bezet was in die dagen.
Dat maakt het verhaal van die twee
uit het legerkamp Emmaüs des te spannender.
Ze hadden gehoopt dat Jesus degene was
die zijn volk zou komen bevrijden.
Tegen heug en meug deden ze hun werk in de Romeinse nederzetting
en nu hadden ze Jesus eerst toegejuicht op palmzondag en gehoopt
dat hij zijn volk met bekwame spoed zou komen bevrijden.

Dat was niet gebeurd, althans niet zoals zij dat verwacht hadden….
ze moeten weer terug naar hun werk in de legerplaats in dienst van de vijand.
Teleurgesteld keren ze de heilige stad de rug toe.
Maar ze zijn hun God van de bevrijding nog niet vergeten.

Want terwijl ze zich van Jeruzalem afkeren
zijn ze aan het spreken over de schrift.
Ze praten nog over hun geloof
en zolang mensen dat nog doen is er hoop.
Alleen weten ze met alles wat er gebeurd is geen raad.
En dan komt de vreemdeling die zich aan hun zijde schaart…
volkomen onverwacht.
Het staat zo mooi beschreven: ‘Hij wandelde met hen mee.’
Hij laat ze niet aan hun lot over.

Een eindje meelopen kan vaak al genoeg zijn
om anderen te helpen. Als de medewandelaar vraagt
wat hen zo dwars zit komt het hele verhaal eruit.

‘Wij waren vol van Jesus van Nazareth en dachten
dat Hij het was die Israël zou verlossen.
Maar ze hebben Hem gedood en dat is inmiddels al drie dagen geleden.
Ja, er zijn verhalen dat Hij weer zou leven…
maar wat moeten wij met verhalen.’

Wat moeten wij met verhalen..
een vraag die veel gelovigen zich stellen,
hebben we daar wat aan?

De mee-wandelaar doet NIET wat veel mensen soms doen.
Hij gaat NIET MEEKLAGEN: het is toch verschrikkelijk allemaal,
die toestand van de wereld tegenwoordig.
Sommige mensen gaan, als anderen hun nood vertellen,
een duit in het zakje doen
door er zelf nog een prachtig rampverhaal aan toe te voegen.
De wandelaar uit het evangelie luistert naar hun klachten.
Hij neemt ze serieus maar ……
Hij huilt niet mee met de wolven in het bos.
Hij gaat er tegen in en zegt:
‘is deze Jesus die zo met de mensen bevriend was,
die mensen zonder hoop weer bemoedigde, die zieken overeind hielp
en zondaars weer hoop gaf
niet precies degene die de mensen nodig hebben?

En is deze Jesus die met de mensen
die lijden moeten en gemarteld worden
zo solidair was dat Hij zelf ook gemarteld wilde worden en meeleed…
niet degene over wie de Heilige Schrift droomde,
deze trouwe knecht van God die ons iets liet zien
van vriendschap en solidariteit tot in de dood toe?’

‘Ja dat is wel mooi meneer maar wat hebben wij daaraan?’

En dan fantaseer ik een beetje door
over hoe de vreemdeling kan verder gegaan zijn:

‘Je hebt gelijk maar er is meer!
In de Schrift staat ook te lezen
dat God een God van levenden is
en dat Hij de zijnen niet in de steek laat.
Het staat in het Oude Testament te lezen,
Petrus citeerde dat zo mooi, -dat hoorden we in de eerste lezing-
‘wat de rechtvaardige betreft:
zijn ziel zult Gij niet aan het dodenrijk prijsgeven
en Uw heilige zal het bederf niet zien.’
De rechtvaardige zal niet sterven maar leven en oordelen
over allen die hem hebben vervolgd.

En terwijl ze zo praten wordt het avond.
‘Blijf bij ons’ zeggen ze dan.
En dan draait het verhaal om.

Het wordt avond en dan doen ze iets belangrijks:
ze nodigen de reiziger die opeens hulpeloos lijkt uit: kom bij ons eten.
Ze worden van klagers gastheren
en dan kunnen er nieuwe dingen gebeuren.

En die gebeuren er dan ook:
ze blijken een bijzondere gast in hun midden te hebben:
Als zij hun brood hebben willen delen..
blijken ze niet alleen te zijn met elkaar
Jesus zelf, hun grote vriend, blijkt plotseling zelf aanwezig.
‘Het is de Heer’ roepen ze verbaasd uit.

‘Waar twee of drie in mijn naam bijeenzijn
daar ben ik in hun midden…’ had Hij ooit gezegd.

Het staat in de oude joodse geschriften van Jesus’ tijd
ook prachtig beschreven: ‘wanneer drie personen aan één tafel eten,
terwijl ze daarbij de woorden van God bespreken,
dan wordt het beschouwd
alsof ze eten aan de tafel van de Alomtegenwoordige.’

Het verhaal heeft een happy end gekregen.
Het is een verhaal dat in de vele eeuwen dat het verteld wordt
en gelovigen verder trekken, moeizaam en teleurgesteld,
mensen met hun teleurstelling en hun verdriet,
weer hoop geeft en troost. Geldt dat ook voor ons vandaag?
Ja, juist voor ons.

Wanhoop en teleurstelling zijn geen gevoelens van deze tijd alleen:
het zijn gevoelens van alle tijden
en ze worden door de Heer ernstig genomen.

Er wordt naar ons geluisterd door iemand,
IEMAND met een hoofdletter
die met ons mee wandelt.

Wij zullen Hem herkennen
als wij ons brood gaan breken hier in de kerk.
Wij zijn geen historisch genootschap
van mensen die een vroom gebruik handhaven,
Hij is de gastheer en is werkelijk hier.

Maar vooral is Hij aanwezig
als wij ons brood willen breken met de vreemdeling, met de arme.

Als wij dat durven gaan wij niet alleen door het leven.
Wij kunnen Hem na gaan doen door mensen te gaan opzoeken,
door met mensen mee te wandelen.
Door naar hen te luisteren en hun onderweg troost te bieden.

Wij kunnen Gods naam ook zelf waar maken in deze wereld naar anderen toe…
de prachtige naam die ons op deze zondag
van de Emmausgangers weer verkondigd wordt: IK ZAL ER ZIJN.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor