• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

30 juli: De parel ligt voor het oprapen

[print]

Zeventiende Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • 1 Koningen 3,5-12

  • Romeinen 8,28-30

  • Matteüs 13,44-52

Wat hebben mensen voor idealen?
Een betere wereld. Hoe krijg je die?
Sommige fanatieke moslims willen voor een wereld
naar hun ideeën ingericht als Moslim-martelaars sterven.
Hun rouwende familie troosten zich dan met de gedachte dat
hun zonen of broers in het hemels paradijs
een beloning voor hun heldendaad ontvangen.
Anderen, Karadzic, Mladicz en Hadzic offerden duizenden andere mensen op
voor het precies omgekeerde ideaal:
een rein, volmaakt christelijk Servië, moslimvrij.
En dan was er nog ooit een man met een dolgedraaide geest
die in Noorwegen tientallen mensen de dood injaagde
omdat hij waanideeën had over een nieuw, rein en vroom Noorwegen.

Er is dringend behoefte aan correctie van al die malle zelfverzonnen idealen.
De verhalen van vandaag spreken over een betere bezieling:
het je werkelijk laten leiden door de Heilige Geest.

Salomo was nog jong maar zijn naam glansde al direct:
Salomo: man van sjalom, koning van de vrede.
Maar hij laat zich door zijn succes niet van de wijs brengen.
Hij zoekt contact met God en hij krijgt het..
God spreekt met hem als met een vriend.
Salomo is een jonge koning…en dat beseft hij. ‘Ik ben nog maar een knaap.’
Omdat hij die bescheidenheid kan opbrengen
door werkelijk naar God te willen luisteren
daarom kan God met hem werken.
God is een soort Supporter van hem met een hoofdletter.
‘Vraag wat je hebben wilt’’ zegt de Heer, ik geef het jou.’

We kennen vele verhalen over mensen die wensen mogen doen
altijd gaat het verkeerd omdat ze niet het goede vragen.
Wat zou een koning vragen? Macht over anderen, geld… zulke zaken.

De jonge mensen in het verre of nabije oosten
zochten het Paradijs maar op een verkeerde manier.
Gefrustreerde machtige lieden zochten eeuw in eeuw uit ook het verkeerde.
Hitler en Karadzic waren allebei gefrusteerde dwalers.
Ze vroegen de macht ze kregen de macht
want mensen waren zo stom om hen die macht te geven,
duizenden en duizenden kostte dat het leven.

Terug naar Salomo.
Salomo vraagt niet om macht,
niet om geld, niet om rijkdom
hij vraagt zelfs niet om gezondheid
maar om het allerwezenlijkste:
hij vraagt 1) om een ‘luisterend hart’ dat goed verstaat,
2) om een hart dat wijs is
en 3) een hart dat goed onderscheiden kan.

1) Om met het eerste te beginnen:
een luisterend hart. Een hart dat hoort.
Hoort naar het woord van God
zoals dat op hem en ons af komt vanuit de hemel
maar ook vanuit wat andere mensen zeggen om ons heen.

In het gewone leven tussen mensen
blijkt het niet kunnen luisteren een groot,
heel groot probleem te zijn.
Hoe vaak spreken wij niet van ‘misverstanden’ tussen mensen?
Als mensen elkaar goed verstaan .. is er al veel gewonnen
en als ze God willen verstaan
komt er werkelijk een nieuwe wereld in zicht.

2) Als je naar God en de mensen met je hart wilt luisteren
hoor je ook wat je te doen staat.
Dat is het tweede waar Salomo om vraagt…
een wijs hart.
Om dat te begrijpen wat dat met doen te maken heeft
moet je uit Amsterdam komen
dan ken je de hebreeuwse vertaling van het woord wijs
en dat is goochem:
dat woord heeft met doen te maken:
handig zijn, iets nuttigs kunnen doen.

3) Het derde waar hij Salomo als jongeman om vraagt
is een hart dat onderscheid kan maken tussen goed en kwaad.
De gave des onderscheids
waarmee je andere mensen kunt helpen
door ze te adviseren wat goed is en wat niet
en ze te helpen hun hart te richten op de wet van God.

De gave des onderscheids om zelf te weten
wat een opgeklopt waanidee is
en wat de echte wil van God of Alla is.

Salomo wordt,
– hij was nog geen twintig toen hij deze wensen uitsprak-
een nog jonge maar goede koning:
een mens waar God mee werken kon:
een soort Jesus nog voor die geboren werd
een zoon van belofte.

Van Jesus zelf horen we vandaag drie gelijkenissen.
De eerste gaat over een akker waarin een schat verborgen is,
de tweede over een parel die een koopman ontdekt.

Zowel de landbouwer als de koopman
zoeken naar het echt waardevolle:
ze verkopen alles wat ze hebben
en kopen die akker, die parel.

Om goud en zilver of soms nog wel over minder
maken mensen ruzie (bij een erfenis!)
maar het woord des Heren dat kostbaarder is dan zuiver goud
(psalm 19 vs.11)
is datgene waar het werkelijk om gaat.

In de derde gelijkenis wordt gesproken over een visnet
dat in de zee geworpen wordt. Door wie ?

Als in de joodse geschriften
(het Nieuwe Testament is een joodse geschrift!)
het hulpwerkwoord ‘wordt’ klinkt wordt er verwezen
naar Israëls Heilige. God die achter alle dingen zit.

Met ‘het net wordt uitgeworpen’ is dus bedoeld:
‘God werpt Zijn net uit.’ Hij is degene die verzamelen wil.

In een van de tafelgebeden die wij bidden
staat het zo: – het klinkt in mijn oren een beetje komisch –
‘altijd blijft Gij bezig U een mensenvolk te verzamelen.’

God is altijd op zoek naar mensen
die met Hem mee willen doen rond Zijn woord
(goede vissen)
mensen met een luisterend hart,
die willen doen wat hun te doen staat
en die weten wat goed is en wat niet.

Dat akelige slot over die vissen die weggeworpen worden.
(een detail dat ons doet huiveren) vertelt Jesus alleen maar
opdat wij de waarde van het luisteren naar Gods opracht
sterker zullen beseffen.
Hopelijk zijn wij die mensen niet-
die niet luisteren naar de roepstem van God of de naaste,
die geen keuzes maken of de verkeerde keuzes.

III. Jesus besluit met deze parabels zijn apostelrede:
zijn toespraak tot zijn leerlingen
waarin Hij hen wil mobiliseren en aktief maken.

Zelf is Hij bij uitstek de mensenzoon met een luisterend hart,
zelf is Hij bij uitstek degene die weet wat Hem te doen staat,
zelf is Hij bij uitstek degene die het verschil weet tussen goed en kwaad….
de nieuwe Salomo, de koning van de vrede.

Aan ons de taak om op hem te gaan lijken,
onze werkelijke roeping te ontdekken;

die schat ook te vinden.
en net als de kooplieden uit het evangelie
alles op alles te zetten,
alles te durven verkopen .

Wij worden uitgedaagd
ons leven werkelijk te richten op Hem
die ons uitnodigt van Hem te zijn.
De Eeuwige, de Enige, die ons wil inspireren en bemoedigen
die ons trouw blijft over de dood heen..

We hoeven overigens niet zo ver te zoeken,
het woord des Heren is dichtbij:
in je eigen hart
je kunt het gaan volbrengen.

Er valt veel te doen dichtbij in je eigen omgeving
maar ook aan de opbouw van de nieuwe wereld zal nog veel moeten gebeuren,
in Europa, in Afrika en Azië en Amerika en waar niet.
En dan geldt alle hens aan dek!
Niemand kan gemist worden, allemaal zijn we nodig.
Oud, jong, gehuwd, ongehuwd.

Gaan we dan gauw op zoek,
naar onze eigen kostbare parel, de eigen schat,
onze eigen taak.

Wat je echt gelukkig maakt
is de ontdekking van je eigen roeping.
Het kostbaarste wat je hebt als mens kunt vinden is
het weten waartoe je geroepen bent door God
die jou, juist jou, nodig heeft.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor