• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

9 juli: Je last dragen

[print]

Veertiende Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Zacharias 9,9-10

  • Romeinen 8,9.11-13

  • Matteüs 11,25-30

‘Neemt mijn juk op de schouders
en ik zal u rust en verlichting schenken’

Een last opgelegd krijgen….
en dat moet je dan nog leuk vinden ook.
Een last dragen leuk vinden lijkt goed te passen
bij een bepaald soort vroomheid
die niet zo populair meer is:
draag maar, verdraag maar, draag je kruis.

Professor van der Berg, een psycholoog
schreef over een 17e eeuwse heilige
die om dichter bij zijn Heer te komen
zich in een kelder liet opsluiten
en daar graag enige tijd op de koude vloer wilde zitten
met een grote steen aan een ketting om zijn nek.
‘En merkwaardig is het dat deze heilige
-ik citeer professor van der Berg
‘van deze onplezierige en ongebruikelijke bezigheid
niet genoeg kon krijgen.’

Is het christendom werkelijk zo’n geloof van mensen
die allemaal ellende moeten doorstaan
of zichzelf allerlei kwellingen aan moeten doen
om heilig te worden ?

Het antwoord is: u vermoedde het al- gelukkig NEEN.
Wel hoort er bij geloof een heilige onrust…
de onrust omdat je weet
dat er in deze tijd, in deze wereld veel van je gevraagd wordt
en dat is dan dat juk, die last.

Toch neem ik het vandaag een beetje voor die heilige
met een steen om de nek in de kelder op:
ik begrijp waar hij tegen protesteerde!

Je kunt namelijk er ook op los leven
en je nergens iets van aantrekken,
doen alsof er niets aan de hand is in de wereld,
alsof je er zelf niets mee te maken hebt.
Dat gaat een tijdje goed
maar al gauw doet zich dan de vraag voor:
waar leef ik eigenlijk voor,
wat doe ik hier,
wie is er die mij nodig heeft.?

Antwoord: Hij die heeft gezegd
dat Hij het werk van Zijn handen niet loslaat.
Hij verwacht iets van je,
Hij legt je een opdracht op
Daarom spreekt Jesus over
een last,
een juk heet het in het evangelie.
En dat juk mag niet weggeworpen worden.

Het Oude Testament spreekt ook vaak over zo’n juk:
het juk van de Wet, de levensopdrachten zie een mens van God krijgt.
Mozes klaagde wel eens:
‘uw 10 geboden zijn zwaar
maar het ergste is nog
wat ons verder nog overkomt aan ellende
en vooral wat anderen ons om uwentwille aandoen.’

Mozes’ klacht is te begrijpen
gelovigen, mensen die toegewijd leven
worden wel eens zwaar beproefd,
er is geen ander volk als het joodse volk
dat zo moest lijden.

Maar er is een troost:
Zijn klacht wordt gehoord
en serieus genomen door een solidaire en vriendelijke God.
De zwaar beproefde Mozes
krijgt een mooi antwoord:
‘als je het juk van de Tora, de tien geboden draagt,
sta ik altijd aan jouw kant.
je blijft gespaard van de slavernij van de wereldrijken
en je blijft gespaard voor de eeuwige dood. ‘

De mens die onder het woord van God vandaan glipt,
die denkt alleen maar ikke ikke en de rest enzovoorts,
die is een gemakkelijke prooi van de machten om hem heen.
Hij denkt vrij te zijn maar hij zal een slaaf worden
van de Mammon of de goden van macht en geweld.
Die goden zullen hem ongelukkig maken en onvrij.
De heilige wilde daaraan ontsnappen:
zijn methode is misschien niet van deze tijd
maar hij wilde verwijzen naar de noodzaak van de dienst
aan de ene God die ons oproept tot echt leven:
de ene echte God maakt vrij.

Vlak voor het evangelie van vandaag
vergelijkt Jesus zijn verhouding tot de mensen om hen heen
die Hij probeert warm te maken voor Gods Koninkrijk
met wat er op een marktplein gebeurt onder kinderen.
‘Waarmee zal ik de mensen
die niet mee willen doen vergelijken?
Ze lijken op kinderen op de markt
die van andere kinderen te horen krijgen:

we hebben voor jullie op de fluit gespeeld
maar je hebt niet gedanst,
we hebben voor jullie een klaaglied gezongen
maar jullie hebben niet geweend.’

Hij waarschuwt tegen oppervlakkigheid en zelfgenoegzaamheid,
leven met God betekent niet pijnloos leven.
Je zult net als God
het verdriet van anderen voelen.
Je hebt als gelovige, net als God zelf,
geen rust meer in de goedkope zin van het woord…
Wil je Hem dienen dat betrekt Hij je bij alles wat er gebeurt;
en maakt je met de dag onrustiger omdat er veel gedaan moet worden.

Je bent nodig, je bent onmisbaar:
alle hens aan dek
maar zo leidt Hij je naar het ware leven.

Jesus zegt het niet voor niets, namens zijn Vader:
‘Neemt mijn juk op uw schouders’

Jesus zelf droeg ook een juk,
Zijn opdracht, Zijn trouw aan de mensen,
aan ons tot het uiterste toe.

Het juk dat Jesus voor ons de berg opdroeg, het kruishout
heeft ons de ware vrijheid gebracht.
Het juk van zijn houten kruis heeft
alle ijzeren jukken waarmee machthebbers mensen kwellen
gebroken.

Onze ziel kan nu nog alle kanten op.
We kunnen verdwalen, we kunnen proberen te vluchten…
maar de enige manier om zinvol en goed te leven
is voor Jesus en Zijn Vader te kiezen.

Alleen de mens die God wil dienen
met heel zijn hart en al zijn krachten
de mens der wil zijn voor anderen
die mens zal het echte geluk vinden:
hij zal leven in eeuwigheid.

In dankbaarheid denken we samen aan mensen
die ons het geloof voorleefden en nog voorleven.
In deze week zo’n 9 jr. terug (29-6-08) stierf pater Jan van Kilsdonk.

Hij kwam wel eens in aanvaring met de vertegenwoordigers
van de top van de kerk
maar hij stierf toch in het harnas van de trouw aan het evangelie.

Het ging hem om de mensen zoals het Jesus ook om de mensen ging.
Bekend is het verhaal dat hij een stervende bezocht die opeens zeiL
‘waar is het kruisje op uw revers?’ Hij zei: ‘dat ben ik waarschijnlijk verloren.’

Een paar dagen later bezoekt de pater de stervende weer.

De zieke overhandigt hem een plastig zakje met een kruisje erin
en spelt hem dat op zijn jasje.
‘Het was of ik voor de tweede keer priester gewijd werd’
vertelt de priester later.

Zo droeg de priester het kruisje weer op zijn revers:
het kruisje dat verwijst naar zijn roeping
naar je taak, naar de Heer voor wie je leeft.

En Jesus zegt dan:gen:
‘leert van mij,
je zult rust vinden voor je zielen
want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

Zo’n bemoedigende uitspraak betekent niet
dat je, als je de God van Abraham, Isaak en Jakob dient
gespaard blijft voor alle ellende en alle pijn
maar dat je stand zult houden door alles heen.
Daarom riep Paulus heel uitdagend uit:
‘dood waar is je prikkel.’

Dezelfde Paulus die eerder zei:
‘niemand leeft voor zichzelf en niemand sterft voor zichzelf
wij leven voor God onze Heer, aan Hem behoren wij toe.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor