• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

13 augustus: In zwakte sterk

[print]

Negentiende Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • 1 Koningen 19,9a.11-13a

  • Romeinen 9,1-5

  • Matteüs 14,22-33

Bent u wel eens moe? Elia wel, hij was uitgeput.
Hij heeft zijn zending volbracht en gezegd wat er gezegd moest worden.
Ondank was zijn loon en God leek hem verlaten te hebben.
Tot hij, dankzij de kracht die hem vanuit de hemel wordt aangereikt,
(het brood dat een engel hem geeft),
40 dagen en 40 nachten aan één stuk door loopt
(dat doen ze op de hem op de olympische spelen niet na)
en de berg Sinaï bereikt waar het allemaal begonnen is,
het verbond met de weerloze slaven van het begin.

Elia –we ontmoetten hem de vorige week op de berg Tabor!-
mag Gods stem horen. Niet in de storm
(zoals die vroeger waaide om de om de zee te openen),
niet in het onweer (zoals dat op de Sinaï donderde),
maar in een stille bries …
een klein, bijna onhoorbaar teken van Gods stille trouw aan de zijnen.

Vandaag horen we in het evangelie spreken over een bijzondere tocht
van een groepje weerloze mensen.
Ze worden door hun Heer gedwongen zelf het schip in te gaan
op weg naar de overkant.

Er wordt in de evangeliën heel wat gevaren.
Altijd over het meer van Galilea
dat altijd met een groot woord ‘de zee’ wordt genoemd.

Daardoor gaan er heel wat verhalen uit het Eerste Testament meeklinken.
In het boek Exodus werden de elementen al bedwongen
om Gods volk doorgang te verlenen (Ex. 14, 21 e.v.):
‘Mozes strekt zijn hand uit over de zee
en JHWH deed die hele nacht door een sterke oostenwind de zee terugwijken’.

Ooit, toen de leerlingen met hem meevoeren op die zee
had Jesus, als een nieuwe Mozes, zijn hand uitgestrekt
om de gevaarlijke wateren te doen terugwijken en de storm ging liggen;
daarna had hij hen onderricht, zieken genezen
en -zoals wij de vorige week hoorden-
hen en de velen die hem gevolgd waren, gespijzigd.
Vandaag horen we dat Jesus ALLEEN de berg op gaat,
en dan de zijnen op weg zet:
letterlijk staat er in de eerste regel van het evangelie van vandaag
dat Jesus ‘de zijnen dwingt om zelf de zee op te gaan.’

De leerlingen kunnen niet meer terug…
voor Jesus kiezen vraagt moed…
Hun Heer laat, naarmate de leerlingen zich ontwikkelen,
steeds meer aan hen over.

Ze worden zelf steeds actiever ingeschakeld
bij de geschiedenis van het Koninkrijk van God.
Daarom worden ze in dit verhaal nu gedwongen zelf in het schip te gaan.

Het is duidelijk dat in dit verhaal
ook de ervaring van de jonge christenen van later meeklinkt.
Hun Heer is weggegaan, ten hemel gevaren
(‘de berg op om in afzondering te bidden’ staat in ons evangelie)
en nu moeten ze alleen verder.

Ze komen nauwelijks vooruit: er is veel tegenwind (!).
Het schip van de kerk dobbert op de gevaarlijke wateren

net als het schip van Noach
waarmee mens en dier samen Gods verbond binnenvoeren.
Een tweede schip waar we aan kunnen denken is het kleine bootje
(eigenlijk, net als Noach’s boot, een ‘kist’ genoemd)
dat drijft op de doodswateren van de Nijl.
Mozes wordt daarin (zie Exodus 2)
-hij was toen nog niet zo sterk als later
als hij de zee in tweeën splijt- beschermd
en krijgt als hij verlost wordt de naam:
‘degene die uit het water getrokken is’.
Terug naar de leerlingen op zee.

De Heer is schijnbaar ver, Hij is op de berg in gebed.
Maar Hij zal hen niet aan hun lot overlaten.
Plotseling komt Hij aangelopen, over de zee.
Niet om ze de stuipen op het lijf te jagen
maar om ze te bemoedigen.

Alleen bij Matteüs vinden we dan het ontroerende verhaal van Petrus die,
als de Heer zichtbaar wordt, Hem tegemoet wil gaan en zelfs,
– net als zijn Heer- , over het water kan lopen.
Hij is vol goede wil maar zijn geloof is nog niet sterk genoeg.
Hij zakt de diepten in.
En dan geschiedt het teken van Gods nabijheid in Jesus:
Jesus trekt hem omhoog.

Zo wordt Petrus –net als de kleine Mozes ooit- uit het water omhooggetrokken, en zo kan hij, na deze redding,
een goed voorzitter worden van de jonge Messiaanse gemeenschap
en kan hij tot paus benoemd worden (dat horen we over enkele weken).

Mozes had die merkwaardige naam ‘uit het water getrokken’,
(herinnering aan zijn kwetsbaarheid), zijn hele leven,
ook toen hij Gods volk moest leiden, met zich mee gedragen.

Petrus was net zo kwetsbaar
maar zal van Godswege toch de kracht krijgen
om overeind te komen en anderen tot steun te zijn.

Dat is een boodschap van troost
voor een kerk op zoek naar haar identiteit
en voor alle mensen die geloven niet zo gemakkelijk vinden.
De stille trouw van God van het verbond
is de garantie dat geloven mogelijk is.

We horen tot slot van het verhaal dat er in kerk-schip
– net als hier- eerbiedig geknield wordt
en – net als hier- een credo wordt gezegd:
‘waarlijk Gij zijt de Zoon van God’.
Als we als ons koor er is samen het: ‘et incarnatus est’ zullen zingen,
-Hij is mens geworden en heeft onder ons gewoond-
zullen wij ook eerbiedig buigen.
Wij voelen ons een beetje beschaamd
of beter gezegd verrast dat het echt waar is
dat God met ons wankele mensen meegaat.

Meer zelfverzekerde mensen zoals Goethe
hebben moeite met dit verhaal. Goethe zei:
“Zalig degene die wél een onwankelbaar geloof heeft
en die wél zeker is van zijn zaak, die zal nooit bezwijken.’
Hij vindt Petrus’ gedrag een treurig bewijs van ongeloof, waar hij van huivert.

De Heer zelf echter is niet zo streng.
Jesus Messias weet hoe zwak zijn volgelingen van toen en later zijn
en wil desondanks met die wankele gelovigen, met ons in zee.

Een joodse vriend van mij heeft de gewoonte ieder jaar tijdens de Pesachviering een merkwaardig verhaal te vertellen: ‘Toen Israël uit Egypte trok, was dat een geweldig feest. De slaven waren blij dat ze Egypte konden verlaten en gingen verheugd op weg. Zo ook de oude Samuël. Hij deed zijn best het hoge tempo van de stoet bij te houden maar slaagde daarin niet. Toen het volk eindelijk bij de zee was aangekomen ging op Mozes’ bevel de zee open. Enthousiast trokken alle kinderen Israëls naar de overkant … behalve Samuël. Toen hij bij de zee was aangekomen was het pad nog open maar toen hij op de helft was ging de zee dicht. Zo zijn daar – volgens mijn joodse vriend- niet alleen de soldaten omgekomen op die dag maar ook dat ene joodse mannetje dat het allemaal niet had kunnen bijhouden.’ Dit verhaal staat niet in de bijbel, hij had het gewoon verzonnen omdat hij vond dat niet alle mensen gemakkelijk hun geloofsgenoten kunnen bijhouden. In zijn verhaal is de eenling zo kwetsbaar dat hij ten ondergaat.

Twee gedachten kunnen ons in moeilijke situaties overeind houden.
Wij zijn samen kerk, we zijn niet echt alleen: we hebben elkaar.

En mocht er iemand verloren dreigen te lopen,
mocht iemand meer verdriet hebben dan hij of zij alleen aankan
dan zullen wij hem of haar toch helpen?

Dat is één: we hebben elkaar en twee is
de mens die zich aan die God durft toevertrouwen
zal hem als partner naast zich vinden.

In de stilte, onhoorbaar, zacht maar trouw
als de bries die Elia om de oren speelde. Teilhard de Chardin zei:
(het staat op de achterkant van uw boekje): Als iets me in het leven heeft gered
dan was het de stem die tot mij sprak vanuit het evangelie, in het diepst van de nacht: ‘Ik ben er, wees maar niet bang.’
In Te Domine speravi non confundar in aeternum,
vrij vertaald: Op U Heer heb ik gehoopt,
U zult mij nooit in de steek laten.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor