• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

22 oktober: Geef de keizer nooit wat God toekomt.

[print]

29e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 45,1.4-6

  • 1 Tessalonicenzen 1,1-5b

  • Matteüs 22,15-21

´Geef de keizer wat des keizers is.´
Hoe vaak heeft deze eerste helft van Jesus´ antwoord
volkomen verkeerd gefunctioneerd.
Beroemd is het voorbeeld van hoe in 1914
de Duitse keizer jongens als soldaten
probeerde te ronselen voor zijn oorlog,
gebruikmakend van deze uitspraak:
´Geef aan de keizer (aan mij) maar soldaten, dat komt mij toe.´

Het evangelie van vandaag heeft eeuwen geklonken
in onze kerken op de 22e zondag na Pinksteren.
Vooral als een voorbeeld waaruit blijkt
dat Jesus de schriftgeleerden te vlug af was:
´Ze durfden hem niets meer te vragen.´
Maar er is wel wat meer aan de orde !

Daarom heb ik deze preek een nieuw motto meegegeven
dit keer niet: ‘geef God wat God toekomt
en de keizer wat de keizer toekomt’ maar:
‘geef de keizer nooit wat God toekomt!’.
Wij moeten opletten, dat de glans van Augustus,
het machtsparadijs van wereldbeheersers,
de komst van het rijk van God niet blokkeert.

Jesus´ (en Israëls) houding tot de keizers,
koningen en andere groten der aarde is kritisch, superkritisch.
De verhouding van het jodendom tot alle machthebbers
van buiten en van binnen (de eigen koning)
is altijd een zeer moeilijke geweest
want er is immers maar één koning en dat is God.
Het was ooit al een drama geweest
toen de mensen Israël de verleiding niet konden weerstaan
om ook een koning te willen hebben. Ze wilden meetellen
in de kring der volkeren en ook een koning hebben
om dezelfde reden als kinderen soms iets willen hebben
´omdat de anderen er ook één hebben.´
De profeet Samuël reageert woedend en ter zake
door een huiveringwekkend beeld,
tegelijk een karikatuur van de koning te schetsen:
´Weet wat er gebeuren gaat:
je zonen zal hij nemen en hen dienst laten doen
als waren zij slaven
hij zal van je akkers en wijngaarden nemen
en ze aan zijn vrienden geven.

Als het volk toch een koning wil betekent dat…
terugkeer naar de slavernij.
Of het moet een koning zijn
zoals die in de koningswetten
van Mozes beschreven wordt (Deut. 17, 14 e.v.):
Daar lezen we:
´Een goede koning zal niet veel paarden
– die staan voor tanks- houden
hij zal een afschrift bij zich hebben van de Wet
en daar heel zijn leven (dag en nacht!) in lezen
en de inzettingen naarstig onderhouden,
opdat zijn hart zich niet verheffe boven zijn broeders
en nooit van de goddelijke geboden afwijken.’

Als mensen, de koningen,
presidenten en ministers op de eerste plaats,
de woorden van God werkelijk gaan doen
heeft dat de komst van een totaal andere maatschappelijke orde tot gevolg.
Waar de kleinen worden geëerd, waar ruimte is voor de vreemdeling
en waar de armen de hulp krijgen die ze nodig hebben.

De belasting komt indirect in het evangelie ter sprake.
Voor goede zaken belasting betalen
is een heilzame plicht al vindt niemand het leuk.
Maar we doen dat niet alleen om de overheid, de keizer, te behagen
en koning welvaart te dienen.

Als het goed is komt er zo ook geld beschikbaar voor een schoner milieu,
en ook geld om mensen die buiten de boot vallen,
hier en in de arme landen, te steunen.

Vandaag is het wereldmissiedag,
dag van bijzondere aandacht voor de nieuwe kerken
in Afrika, Zuid Amerika en Azië.
We hoorden in deze dienst ook
een van de oudste delen van het nieuwe testament
uit Paulus’ brief aan de mensen van Tessalonica.
Hij is blij met hen en het is kennelijk met vreugde dat Paulus
in zijn brief aan de mensen van Tessalonica schrijft:
“Wij hebben u het evangelie verkondigd,
niet alleen met woorden, maar met kracht,
heilige geest en volle overtuiging
en met blijdschap denk aan alles wat jullie doen,
aan je standvastige liefde en je volharden in hoop.’

Dat kunnen we zeggen van alle missionarissen,
zusters, broeders en priesters die in de afgelopen
honderdzestig jaar (toen werd Nederland een actief
land dat duizenden missionarissen de wereld instuurde)
op weg gingen. Het hele katholieke volk was daarbij ingeschakeld,
iedereen had wel een oom of een tante of een neef of een nicht
in de missie. Zelateurs en zelatrices plaatsten missiebusjes
in alle huizen waar katholieken woonden.

In 1985, nog maar een dikke 30 jaar terug, waren er nog 4 en een half duizend
Nederlandse missionarissen in de missie werkzaam
nu nog niet eens de helft en verreweg de meesten zijn oud.
Er komen er weinigen bij.
Wat nieuw is, is dat er meer leken dan vroeger
voor enkele jaren werkzaam willen zijn in de missie.

Merkwaardig dat die oude getrouwen niet klagen:
de zusters niet en de paters niet, waarom niet?
Omdat er zich een nieuwe ontwikkeling heeft voorgedaan:
de kerken daar zijn zelfstandig geworden
en er zijn jonge mensen ter plekke
die het oude werk hebben overgenomen.

Maar ze kunnen niet zonder onze steun.
De mogelijkheden die wij hebben om anderen te helpen
zijn enorm. Ik noemde al wat de overheid kan doen
middels het belastinggeld,
de mogelijkheid die de staat heeft om mensen daar te steunen
en vooral te helpen zichzelf te helpen.
Maar daarnaast zijn er de mogelijkheden die wij ze geven
middels de collectes.
Ik noem nu de collecte die op het einde van de viering
gehouden zal worden voor de kerken in de ontwikkelingslanden.
Het is een eer dat wij hen kunnen steunen.

Ook moreel. Want er zijn daar heel wat keizers,
en koningen en machthebbers op de tronen gekomen
die veel te veel eer krijgen en tirannen die weg moeten.
Gelukkig gaat het geld van de missiecollectes
via de Pauselijke missiewerken naar de mensen beneden
zodat ze ook werkelijk geholpen worden.

Jesus heeft, staande voor de tempel van Jeruzalem de mensen opgeroepen
vooral God de eer te geven die Hem toekomt.
Dat is door te bouwen aan gerechtigheid en sjalom
dat is door vrijelijk kritiek te uiten
op wat de grote keizers en machthebbers van onze tijd willen doen.

Als het goed is zijn wij vrij van hun dwang,
niet onderworpen aan hun invloed:
wij zullen kritisch blijven tegenover alles wat zich breed maakt
want wij mensen zijn geschapen naar Gods beeld,
om op Hem te lijken.

Zo zullen we samen bouwen aan een andere wereld
met alle mensen van goede wil.

Zo zullen wij elkaar sterken en bewaren,
zolang wij leeftijd op aarde hebben! Amen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor