• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

19 november: Vrouw en man samen in actie!

[print]

33e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Spreuken 31,10-13.19-20.30-31

  • 1 Tessalonicenzen 5,1-6

  • Matteüs 25,14-30

Het bijbelboek Spreuken eindigt opmerkelijk.
Na 30 hoofdstukken vol met spreuken en wijsheden
plotseling een heel apart hoofdstuk om het boek te besluiten.
Dat hoofdstuk is één lange lofrede op de vrouw.
Ik citeer:

‘Een sterke vrouw, haar waarde gaat uit boven die van kostbare koralen.
Het hart van haar man vertrouwt op haar
en zijn winst zal hem niet ontgaan.
Zij brengt geluk, geen ongeluk; alle dagen van haar leven.
Zij zoekt zorgvuldig wol en linnen uit
en doet ermee wat haar handen aangenaam vinden.
Zij staat op als het nog nacht is,
en deelt het voedsel uit aan haar gezin.
Zij slaat het oog op een akker en koopt die.
Van de opbrengst van het werk van haar handen plant zij een wijngaard.
Zij omgordt haar lenden met kracht, en maakt haar armen sterk.
Zij merkt dat haar ondernemingen slagen:
’s nachts gaat haar lamp niet uit.
Zij strekt haar handen uit naar het spinrokken
en zij houdt de weefspoel in haar vingers.
Zij opent haar hand voor de behoeftige,
en strekt haar armen uit naar de misdeelde.
Kracht en luister zijn haar gewaad,
ze ziet lachend de komende dag tegemoet.
Zij opent haar mond en spreekt wijze woorden,
van haar tong komen lieflijke lessen.
Zij gaat de gangen na van haar gezin
en eet haar brood niet in ledigheid.
Het hart van haar man vertrouwt op haar
en brengt hem geluk alle dagen.
Haar kinderen staan op en prijzen haar:
haar man spreekt vol roem over haar als hij zit in de poorten
en spreekt met de oudsten van het land.
Hij zegt: ‘vele vrouwen hebben zich wakker gedragen
maar jij overtreft ze alle!’
Ja, bevalligheid is bedrieglijk, schoonheid gaat voorbij
maar een vrouw die de Heer vreest moet geroemd worden:
roemt haar om de vrucht van haar handen
en prijst haar bij de poorten. ‘

En dan is het boek Spreuken uit: alles is gezegd.

Niet weinig vrouwen worden een beetje achterdochtig
wanneer ze geprezen worden.
Ik maak het wel eens mee bij een jubileum of zoiets
dat een man of een zoon geroerd in snikken uitbarst
bij het dankwoord aan echtgenote of moeder.
Als ik dat zie komt ik mij altijd de ondeugende vraag boven:
‘hoe vaak hielp deze spreker bij de afwas?’
Vrouwen vinden die lofredes soms wel mooi
maar vaak ervaren ze het toch ook
als een zeer listige methode
om hen weer in de rol vast te pinnen
die zij in opdracht van het mannelijk deel van de schepping
moeten spelen.

Volgens de verenigde Naties is die vreemde rolverdeling
tussen mannen die de dienst uitmaken
en vrouwen die feitelijk doen wat er gedaan moet worden
een van de hoofdoorzaken van de rampzalige situatie
waarin veel delen van de wereld verkeren.

Mannen verzinnen conflicten en oorlogen:
vrouwen kunnen de puinhoop opruimen.

Is het slothoofdstuk van het boek Spreuken
weer zo’n poging van de mannen
om de vrouw door haar uitbundig te prijzen
op haar plaats te houden ? Allerminst.
Want wat voor een vrouw rijst daar voor onze ogen op!
Een vrouw die werkelijk het heft in handen heeft.
Misschien is er daarom zo geschrapt in de officiële versie
van de eerste lezing van vandaag.
Deze passage bijvoorbeeld was geschrapt
maar gelukkig door ons deze morgen wel gehoord:
‘heeft ze het oog op een akker dan koopt ze die.’
Kopen en handelen hoort toch in mannenhanden te zijn.
Zij is werkelijk de spil van heel het familiegebeuren.
Fier staat zij voor ons, ze is voor de duvel niet bang:
‘ Met vreugde verwacht zij de toekomst!’
Wordt haar man misschien ook genoemd ?
Zeker. Maar in een bijrol. Hij roemt haar alleen maar
‘als hij zit (ik zet even een uitroepteken achter dat ‘zit’)
als hij zit in de poort bij de oudsten van het land.’
Wat een prachtige parodie op alle mannelijk belangrijkheidsgevoel.
De rol van de vrouw in de wereldgeschiedenis
is belangrijker dan de geschiedschrijving doet vermoeden.

Bekend is het voorbeeld van de heilige Theresia van Avila.
Julie Feldbrugge schrijft over haar:
‘wat mij treft bij haar is de integratie van zovele talenten
in één persoon. Ze bleef zich altijd bekommeren
om haar broers en zusjes, stichtte kloosters, nam de dingen in het leven
zoals ze kwamen, reisde ontzettend veel, schreef kritische brieven
aan kerkelijke autoriteiten. Ze bad, waste, kookte en borduurde,
kon goed met geld omgaan en bemoeide zich met alles
wat op haar pad kwam. Ze was een vrome maar tegelijk buitengewoon
aardse vrouw, die voor alles werd bewogen door de liefde tot God
én tot de mensen die ze ontmoette.
Vooral haar gezond-verstand-kant spreekt mij aan.’

Onze parochie heeft wat dat betreft een goede traditie gekend.
De zusters Regnata en Annette, de pastorale werksters Els en Erna
-de laatste nu actief in een andere kerk-
een magistra cantrix bij het koor.
In Rome heeft onze Paus vrouwen benoemd in het bestuur van de wereldkerk;
wat mij betreft –ik zei het al vaker- mogen ze meer worden gewaardeerd
in het ambtsgebeuren van onze katholieke kerk.

II. Het Evangelie vertelt de beroemde gelijkenis
van de talenten. Oorspronkelijk betekent het woord ‘talent’
alleen maar een geldwaarde: 40 kilo zilver om precies te zijn.
Dankzij deze parabel is het woord iets anders gaan betekenen:
je mogelijkheden, je capaciteiten.

De parabel is niet bruikbaar voor een bankdirecteur
die hierin een opdracht om geld uit geld te maken ziet.
Het gaat om een ander soort creativiteit.
Over het gebruiken van de capaciteiten
voorzover je die kunt inzetten voor het koninkrijk van God.

Een mens kan de capaciteiten die hem gegeven zijn
laten voor wat ze zijn, er niets mee doen en alles bij het oude laten.
Maar hij kan ze ook gebruiken !
Twee mensen zijn in het verhaal actief:
die met de 2 en met de 5 talenten.

De derde niet. Hij stopt zijn talent onder de grond
en geeft het later stoffig weer terug.
Hij is niet lui zoals in de oude vertalingen stond
maar bang, in de nieuwe vertaling staat het goed.

Hij staat voor de mens die niets durft.
Hij verbergt wat hij heeft,
zijn geloof bijvoorbeeld.
Hij doet er zelf niets mee
en stopt het angstig weg.

Tegen zijn Heer zal hij heel braafjes zeggen:
‘ik ben heel voorzichtig geweest,
ik heb het toevertrouwde pand bewaard.’
En dan gaat hij verder timide en angstig maar ook
sprekend vanuit een heel eigenaardig godsbesef:
‘ ik weet dat U een streng mens bent
U oogst waar ge niet hebt gezaaid
en haalt binnen wat ge niet hebt uitgestrooid.’

Hij ziet zijn Heer en God als een bedreiging,
als een concurrent.

Zijn meester ontploft dan bijna van woede.

Uit ergernis over dat rare beeld dat hij van hem ophing:
maar ook uit ergernis over de angstige besluiteloosheid
het gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef van deze man:
‘Slechte, bange knecht’ krijgt hij dan te horen.
En als consequentie van zijn bange houding wordt hem toegevoegd:
‘wie heeft hem zal gegeven worden
maar wie niet heeft hem zal nog ontnomen worden
wat hij heeft. ‘
Het gaat daarbij duidelijk niet over geld
-dat zou erg onrechtvaardig zijn-
maar over de mens die alles verliest
omdat hij zijn verantwoordelijkheid niet durft nemen
omdat hij te bang en te weinig creatief was.

Als we de talenten- parabel verder naar onze tijd toe vertalen
is de bedoeling duidelijk:
‘waag iets, kijk wat je kunt doen met je talent.’

En besef: het zijn juist de kleine dingen die het doen:
het zijn juist de kleine initiatieven van de gewone mensen
(met misschien maar één talent)
die voor de toekomst van heel de wereld het belangrijkste zijn.
In het Engelse lagerhuis zei een van de sprekers
tegen een medeparlementslid van de labourpartij:
‘jouw vader heeft nog de schoenen van mijn vader gepoest’
maar de man pareerde: ‘daar schaam ik mij niet voor
ik zou mij alleen maar schamen als hij het niet goed gedaan had.’
Niemand hoeft zich op zijn talenten te laten voorstaan:
alle talenten zijn ons gegeven.
Dat geldt in het bijzonder voor het talent van het geloof.

Er zijn velen die het in de grond verstoppen
maar gelukkig dat er in onze dagen
altijd anderen zijn:
‘zonderlingen’ in de goede zin des woords
‘merkwaardige’ mensen, waard om op te merken
die het wagen nieuwe dingen te doen.

Gelukkig dat er mensen zijn die wel iets met hun talenten doen,
hun nek uitsteken, staan voor een nieuwe toekomst,
een levende kerk, een betere wereld.

Onze God wil het talent van ieder van ons gebruiken.
Hij wil ook vandaag de God zijn
die ons roept en uitdaagt.
Die ons sterkt als wij met Hem op weg durven gaan
het avontuur tegemoet.
Op de eerste bladzijden van de bijbel
wordt er gedroomd over een prachtige harmonie.
God schiep de mens MAN en VROUW naar zijn beeld
(dat zijn ze dus alleen maar SAMEN !)
opdat ze in een harmonieus samenspel
het aanschijn der aarde kunnen vernieuwen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor