• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

5 november: Blijf kritisch naar elkaar kijken!

[print]

31e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Maleachi 1,14b – 2,2b.8-10

  • 1 Tessalonicenzen 2,7b-9.13

  • Matteüs 23,1-12

Wat een droevige zondag voor de priesters
en allen die zich voor het geloof inzetten…
we worden eens flink op de hak genomen.
De profeet Maleachi windt er geen doekjes om:
‘priesters, jullie deugen niet’
en Jesus doet het nog eens dunnetjes over:
‘wee jullie schriftgeleerden en farizeeën’.
Het woord Farizeeën heeft in ons taalgebruik
een buitengewoon slechte klank gekregen…te slecht.
We kennen toch het liedje wel ‘op de hoek van de straat… enz.
Het eindigt met: ‘het is een farizeeër.’
En dat terwijl het woord farizeeer gewoon ‘ijverige’ betekent.
De farizeeen waren wat wij in onze dagen
‘basispastores’ zouden noemen.

En dan die brave Sadduceeën,
ze zijn navolgers van de vrome Sadok, de hogepriester
die ijverig bezig was in de tijd van David
de eredienst goed te laten verlopen
in het heiligdom in Jeruzalem.

Later werden ze opgevolgd door een clan
ie zich alleen maar bezig hield met de grote tempel in Jeruzalem
waar zij, er goed aan verdienend, de tempeleredienst gaande hielden.
In tegenstelling tot hen
waren de farizeeën dicht bij de mensen.
Ze trokken rond en bemoedigden de gewone man.

Er is niet veel fantasie voor nodig
om Jesus zelf ook tot de groep van de farizeeën te rekenen
hoewel het als een godslastering klinkt
als je hem zo zou noemen.
Jesus komt in zekere zin voor hen op als Hij zegt:
LUISTERT NAAR HEN
-het klinkt bijna als wat op de berg Tabor over Jesus zelf gezegd wordt
en ‘DOET WAT ZIJ U ZEGGEN’.
Maar dan komt zijn kritiek. Felle kritiek:
‘volg ze niet na want alles wat ze doen,
doen ze om bij de mensen op te vallen.’
Jesus bekritiseert de farizeeën; kritiek mag … ja moet soms.

Als ouders hun kinderen of kinderen hun ouders
of vrienden en vriendinnen en echtelieden
het niet meer de moeite waard vinden
elkaar te bekritiseren is dat het ergste wat hen kan overkomen
je bent dan dood voor elkaar.

De Bijbel staat dan ook vol kritische opmerkingen.
De profeten uit het Eerste Testament
bekritiseren het volk overduidelijk,
en schelden soms hun geloofsgenoten uit..
dat doen ze
omdat ze veel van hen verwachten.

Jesus gaat in hun voetspoor verder.
Als wij zijn kritiek horen op de farizeeën
vraagt dat wel een juiste instelling van de hoorder.
Het gaat heel erg mis
als je jezelf boven de kritiek verheven voelt
en de kritiek niet ook naar jezelf toetrekt.

Als je jezelf een onaanraakbare buitenstaander voelt
gaat het fout;
Helaas is dat met de binnenjoodse kritiek
van Jesus op de farizeeërs en zijn medejoden gebeurd.

De kritiek is dan niet meer gezien
als gezonde kritiek
zoals die bijvoorbeeld in een familie of een groep klinkt.

Jesus is als hij de Farizeeën fel bekritiseert
niet tegen Farizeeën als zodanig.
Zijn kritiek op de mede-farizeeërs –
mede-ijveraars zeiden we- van zijn tijd is niet mals. Waarom?

Omdat Hij het hele farizeeërdom
of misschien zelfs het hele jodendom overbodig vond?
Absoluut niet. Hij wil dat er geen tittel of de wet verloren gaat.

Hij is niet tegen farizeeën
maar hij is juist voor farizeeërs,
goede farizeeërs wel te verstaan: echte ijverigen.

Jesus bedoelt niet met zijn kritiek:
op de vuilnishoop met de farizeeërs maar
‘wat zou het heerlijk zijn
als de wet die zij zo duidelijk verkondigen
nu eens echt zou worden gedaan.’
———————————————-
De afgelopen week hebben we de feesten gevierd
van de heiligen en alle andere mensen
die God liefheeft.

De Heiligen hier zo prachtig opgesteld
kijken op ons neer en wij kijken tegen we op.
Toch willen ze ons niet onrustig maken zo van:
wij zijn zo goed en jij bent maar een klungelaar.

Neen ze willen ons juist bemoedigen:
‘blijf doorgaan, span je toch in, houd vol:
het kan: helemaal van God zijn,
Hem dienen met al je krachten.

De bedoeling van de feesten is om ons te vertellen
te horen dat alle namen door God bewaard worden,
want bij God bestaat er geen standsverschil
en Hij discrimineert niet.
Samen maken we deel uit
van een grote gemeenschap van mensen van goede wil
van alle tijden.

De gemeenschap der heiligen noemen we dat
mensen van vroeger en nu
die leefden en nog leven willen met God.

Er is een verbinding mogelijk
met hen die ons zijn voorgegaan…
met de ijveraars van alle eeuwen
en met de kritici van alle eeuwen

Ons eigen geloof
kan verbonden worden
met de echte farizeeën
de ijveraars van alle eeuwen;
ons eigen zwakke geloof
kan verbonden worden met de kracht die van hun geloof uitging.

Paulus zegt ter bemoediging vandaag:
‘het woord kan echt werken in jullie.’

Gods werk met ons kan dus doorgaan
en allen die ons voor zijn gegaan
kunnen ons tot zegen en tot kracht zijn
zo moge het zijn.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor