• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

17 december: Je kunt het!

[print]

3e Zondag Advent

Schriftlezingen:

  • Jesaja 61,1-2a.10-11

  • 1 Tessalonicenzen 5,16-24

  • Johannes 1,6-8.19-28

Wij zijn trots op ons Bavobeeld van Termote,
hij staat daar zo fier naar de hemel te kijken,
Laren is trots op zijn Sint Jansbeeld.
Het staat in de basiliek aan de brink
midden voor de ingang binnen.

Het is nauwelijks een beeld.
Wat na het zien in de herinnering overblijft,
is eigenlijk alleen een met kracht uitgestoken rechterhand,
een wijsvinger, een kreet in brons: Zie daar!
Ik ben er jaren geleden door genezen
van het zingen van het kinderliedje
van Jezus en Sint Janneke, die speelden met een lammeke.

Weinig figuren in het evangelie-verhaal
komen er zo geprofileerd uit als deze ruige vluchteling.
Geboren uit een ordentelijke priesterfamilie
had hij Jeruzalem verlaten, op zoek naar een werkelijkheid
waarvan hij wel in de gaanderijen van de tempel had gehoord,
maar die hij er nog niet had gevonden.

Zelf een opgejaagde zal hij hele menigten in beweging brengen,
van plaats doen ver anderen en met zich meelokken
naar oorden waar het leven wordt herleid
tot de meest primitieve, naakte kern.
Van hem weten we wat hij droeg: een kameelharen kleed
– het gewaad dat ook de ruige profeet Elia droeg- en wat hij at:
woestijnreptielen en wilde honing.

Onbewoonde streken en schier onbereikbare hoogten altijd
een fascinerende aantrekkingskracht uitgeoefend op de mensen,
levend in een geordende en comfortabele maatschappij.
Velen hebben de stap gewaagd,
– Frederik van Eeden naar de Gooise heide,
de Haarlemmer Godfried Bomans naar Rottumeroog –
ze zijn na korte tijd teruggekeerd naar de plaats van herkomst:
het was niet meer dan een romantisch avontuur.

Terug naar het primitieve,
het oorspronkelijke, zoals Rousseau het leerde,
is nog niet hetzelfde
als op zoek gaan naar het eigenlij¬ke,
naar datgene waar het op aankomt,
de diepste kern van het menselijk bestaan.
Zij die niet terugkeerden uit hun kluizenarij,
en de woestijn verkozen boven de stad, wisten wat zij zochten:
zij zochten niet iets maar iemand,
zij zochten een stem die zij al hadden gehoord voor ze vertrokken.
Dat zijn de echte geroepenen.

Johannes was een jood,
en iedere jood weet dat Israël in de woestijn is geboren.
De woestijn:
daar is die groep nomaden, zo luidt het verhaal,
door het spreken, de stem van de Enige, geworden tot een volk
dat ondanks het geweld van de geschiedenis
een éénheid is gebleven tot op de dag van vandaag.
Van Mozes wordt verteld dat hij daar sprak met zijn Heer,
zoals een vriend spreekt met zijn vriend.
Al zijn uitspraken zijn verzameld
en door schriftgeleerden en farizeeën
is een heel verfijnd godsdienstig systeem ontworpen
van grote waarde, dat is in meer dan dertig eeuwen wel gebleken.

Maar geen enkele godsdienst ontkomt aan het gevaar van formalisme,
ieder elan kan na verloop van tijd verburgerlijken,
ingepalmd worden door de heersende klasse,
aangepast worden aan het eigen tempo van de groep.
Dan is er voor het herstel maar één weg terug:
de weg terug naar de woestijn,
de streek waar de Sinaï-berg stond,
waar de Wet eens verkondigd werd in rook en vuur,
naar de woestijn.

Daar gelden geen drogredenen en geen gevestigde orde;
daar is stilte genoeg om te luisteren
naar die éne Stem waarmee alles is begonnen.
De weg terug naar de woestijn,
dat was de weg die Johannes koos,
in het voetspoor van Abraham, Mozes en de profeten.

Onder het stof van de eeuwen, dat ook over zijn volk gekomen was,
ontdekte hij het oorspronkelijke visioen
dat zoveel mensen voor hem op drift had gebracht.
Het was het visioen van het messiaanse rijk
maar hoe. Niet in een droom alleen
maar in een mens hier en nu.

De grote ontdekking voor Johannes moet zijn geweest
dat hij in zijn dagen het profiel van de Messias,
van de Davidszoon ontdekte in een tijdgenoot,
in een man uit Nazareth.
De beweging rondom Johannes die doopte in de Jordaan, groeide;
maar ook werd de aandacht van velen getrokken
door een nieuwe leraar,
de zoon van de timmerman.

Mensen waren bereid, Jeruzalem te verlaten
en hen beiden (Johannes en Jesus) op te zoeken
in de afgelegen oorden waar zij hun boodschap verkondigden.
Als twee machtige eiken staan deze twee
in het landschap van het Israël van die dagen;
reden genoeg om te komen tot speculaties als:
wie van de twee zal het winnen, Johannes of Jesus?
Maar het wonder gebeurt: geen van beiden wijst naar zichzelf;
beiden wijzen naar elkaar.

Jesus gaat naar de Jordaan, en zal zich door Johannes laten dopen;
Jesus wijst hem aan als de grootste onder de kinderen der vrouwen.
En Johannes wijst naar de man van Nazareth:
midden onder u staat Hij die gij niet kent.

Hij steekt zijn hand en zijn vinger uit als het beeld in Laren:
Zie daar, het Lam van God.
De volgelingen van de doper worden ongerust:
zijn aanhang vermin¬dert, die van Jesus groeit.
Johannes is niet ongerust en zegt:
‘Ik ben de Messias niet,
maar een gezondene om voor Hem uit te gaan.’

De bruidegom is hij, die de bruid heeft;
maar de vriend van de bruidegom,
die staat te luisteren of hij hem hoort,
is al vol blijdschap
wanneer hij de stem van de bruidegom verneemt.

Johannes hoort de stem van de bruidegom
en verheugt zich op Zijn feest:
Johannes’ vreugde is volkomen:
en hij drukt zijn vreugdevolle verachting
van een grote nieuwe toekomst zo uit:
Hij – de bruidegom van het feest-
moet groter worden maar ik kleiner.

Als een eik had Johannes gestaan in het joodse land.
Hij had woorden gesproken als vurige pijlen:
‘Addergebroed, wie heeft u voorgespiegeld
dat ge de dreigende toorn kunt ontvluchten….?
Reeds ligt de bijl aan de wortel van de bomen.
Elke boom die geen goede vruchten draagt,
wordt omgekapt en in het vuur geworpen. ‘
en verder:
‘Ik doop u met water, maar er komt iemand die sterker is dan ik.
Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.’

De verhalen van Johannes en zijn woorden zijn ons bewaard gebleven,
niet om ze veilig op te bergen als een kostbare reliek,
maar als een ferment voor alle tijden van onze geschiedenis.

Johannes stierf in de grootste verlatenheid:
vanuit de gevangenis laat hij nog vragen
of de nieuwe tijd al is doorgebroken.
En het antwoord dat Jesus hem laat brengen luidt:
‘Blinden zien, doven horen en aan armen wordt het evangelie verkondigd.’

In iedere tijd en vooral op crisis-momenten,
worden mensen herin¬nerd aan de profeet die met kracht en tederheid,
onverschrokken en deemoedig tegelijk,
gewezen heeft naar de nieuwe wereld die is doorgebroken
in de rabbi van Nazareth.

Het heeft geen zin vandaag te wachten
of er misschien ook nu weer een man
geroepen zal worden naar de woestijn
om daar opnieuw de stem te horen
die hem de wereld in zal drijven met een boodschap.

Wij worden nu samen geroepen
om de zin te ontdekken van ons bestaan,
om te luisteren naar alles wat gezegd is,
door Mozes en de profeten, door Johannes aan de Jordaan
en om ons samen te richten
op Hem die ons allen dopen wil met Geest en vuur.

Een angstige kerk zal het zoeken
langs de veilige weg van de ondeugdelijke compromissen,
waarbij de profetische stemmen het zwijgen wordt opgelegd
of waardoor ze worden dood gezwegen.
Een kerk die hoort naar de stem in de woestijn,
de rust van haar gesettledheid durf verlaten,
durft luisteren naar de boodschap van God voor onze eigen tijd
kan geloofwaardig getuigen en ons tegelijk behoeden
voor onmenselijk fanatisme.

‘Weest altijd blij’
wordt tot ons gezegd op deze derde adventszondag,
zondag gaudete:
maar niet zomaar.
Zie uit naar het nieuwe !

Bij de grote joodse wijze, de Baalsjem, lees ik:
” Voor de komst van de Messias
zal er een grote overvloed zijn in de wereld.
De joden zullen rijk worden.
Zij zullen eraan gewend raken
hun huishouden te voeren met grote sier,
en de bescheidenheid zullen ze van zich af werpen.
Dan komen de boze jaren,
gebrek, en een karige verdienste;
er zal armoede over de wereld komen.
De afgoden van geld en macht
zullen hun diepere behoeftes niet kunnen stillen.
Ze zullen onrustig zijn en
zo zullen de weeën van de Messias beginnen.”

Hopelijk zullen wij mensen wijzer worden,
naar de noodzakelijke echte vernieuwing snakken;
zien wat God van ons wil,
al met ons doet en ooit danken
voor wat er gegroeid is in
onze eigen levensdagen.

Mozes troost ons onderweg:
11. De geboden die ik u heden geef,
zijn niet te zwaar voor u
en zij liggen niet buiten uw bereik.
12. Ze zijn niet in de hemel, je hoeft niet te zeggen:
‘Wie zal naar de hemel opvaren om ze voor ons te halen
en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen doen ?’
13. Ze zijn niet overzee en je hoeft niet te zeggen:
‘Wie zal de zee over varen om ze voor ons te halen
en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen?
14. Neen, het woord is dicht bij jou,
in jouw mond en in jouw eigen hart.
je kunt het dus volbrengen.

En Paulus zegt:
‘de God van de vrede zal heel uw wezen heiligen,
God is getrouw, Hij zal zijn woord gestand doen.’
…..je kunt het me je eigen hart beamen
en met jouw handen doen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor