• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

24 december: Verheug je Maria

[print]

4e Zondag Advent

Schriftlezingen:

  • 2 Samuel 7,1-5.8b-11.16

  • Romeinen 16,25-27

  • Lucas 1,26-38

Bij de ingang van onze kerstkapel,
hier naast het hoofdkoor
staat David afgebeeld:
David spelend op zijn harp.
Een koning die liederen maakte
dat is toch wel iets bijzonders;
deden ze dat allemaal maar
de generaals, de politici
dan had niemand meer tijd
om gewichtig te doen, oorlog te voeren…

David zong, als jongetje al
toen hij een herdertje was op het veld:
‘MIJN HERDER IS DE HEER,
HET ZAL MIJ NOOIT AAN IETS ONTBREKEN’

Later als hij koning is
zal hij zich dat lied nog wel herinneren.
En omdat hij geloofde dat God zijn herder was
zou hij proberen ook zelf
-net als God- een goede herder te zijn voor zijn schapen,
zijn mensen.

God heeft David rust gegeven
David en zijn mensen kunnen veilig wonen
en dat doen ze ook.

Terwijl de mensen van Jeruzalem van hun rust genieten
en David in zijn fraaie stenen huis zit
schrikt hij want wat is er aan de hand:
de ark van God die ze enkele maanden geleden
zo triomfantelijk Jeruzalem hadden binnengehaald
staat niet in zo’n mooi huis
maar ergens boven op de heuvel
in een tent.
Iedereen was zo druk geweest
met het bouwen van de stad
met het inrichten van hun huizen
dat de ark van God gewoon vergeten was:
de grote kist met daarin de stenen platen
waarop de tien geboden stonden
stond nog steeds in een tentje.

Daar moet iets aan gedaan worden .
David roept de profeet Natan erbij:
‘ik heb een leuk bericht voor je;
ik ga een huis bouwen voor God..
nou wat vind je daarvan ?’

De profeet zegt eerst: ‘een goed plan’
maar in de nacht krijgt hij een visioen:
hij zal David toch moeten gaan vertellen
hoe het werkelijk zit.
‘Laat jij je plannen maar varen;
God heeft helemaal geen huis bouwen.’
En dan wordt de profeet echt profeet;
hij gaat grote dingen aankondigen:
‘Jij hoeft niet voor God een huis te bouwen:
God zal voor jou een huis bouwen.’

God is niet in een huis te vatten,
noch van jou, noch van je zoon Salomo
die wel een tempel mag bouwen:
want God woont werkelijk onder de mensen
als ze Hem binnenlaten.

David is diep onder de indruk en bidt:
‘als dat zo is Heer
kom dan bij mij binnen
en zegen mijn huis
opdat ik trouw mag blijven
uw dienaar al mijn dagen.’

Een prachtig gebed.
‘Kom bij mij binnen…’.

We horen al wat er later gezegd zal worden
door een meisje in Nazareth Maria:
‘mij geschiede naar uw woord.’

Bijna duizend jaren na David leefde Maria,
Mirjam heette ze echt, Mirjam van Nazareth.

Ze droeg de naam van het zusje van Mozes,
Mirjam genaamd die haar broertje had gered
door hem in het riet te verstoppen in een biezen mandje
en ze had dapper haar broer gesteund
toen hij de joden aanvoerde weg uit het slavenland Egypte.
Die Mirjam, naar wie Maria genoemd was door haar ouders
had gezongen met alle joodse vrouwen
uit dankbaarheid aan de overkant van de zee
toen die was opengegaan
en het volk van God doorgang had gegeven
op de weg naar de vrijheid.
Mirjam was de profetes van de bevrijding,
de zangeres van een nieuwe toekomst.

Dat zal Mirjam van Nazareth,
die wij met haar Griekse naam Maria aanduiden ook zijn.

Met Mirjam zal een nieuw toekomst beginnen
zegt de evangelist Lucas.

Al lijkt het er op dat alles bij het oude zal blijven:
er voltrekt zich een nieuwe geschiedenis:
Gods Geest zal het aanschijn der aarde vernieuwen:
Gods Koninkrijk zal doorbreken,
een toekomst die alle verwachtingen te boven gaat.

Maria zal door de kracht van die Geest
die het aanschijn der aarde zal vernieuwen worden overschaduwd
en de droom die iedere joodse vrouw heimelijk koestert
om de moeder te mogen worden van de Messias
zal aan haar in vervulling gaan:
zij zal de moeder van de Messias
de koning van Gods nieuwe koninkrijk, mogen worden.

Ze weet hoe wonderbaarlijk God met Israël wil omgaan
en zegt in dankbare verwachting, namens haar volk:
‘ZIE DE DIENSTMAAGD DES HEREN,
MIJ GESCHIEDE NAAR UW WOORD’.

De bode -de engel van God-
had het gezegd:

‘JE NICHT ELISABETH HEEFT IN HAAR OUDERDOM
EEN ZOON ONTVANGEN, EN,
OFSCHOON ZIJ ONVRUCHTBAAR HEETTE
IS ZIJ NU IN HAAR ZESDE MAAND;
WANT VOOR GOD IS NIETS ONMOGELIJK!

De beloften van God zijn niet vergeefs gesproken,
de kracht van de heilige Geest die boven de chaos zweefde
zal het aanschijn der aarde vernieuwen:
Gods woord keert nooit werkeloos terug.

Daarna gaat ze vlug naar Elisabeth
en zal met haar,-de vrouw die onvruchtbaar heette-
als eerste getuige zingen over Gods nieuwe toekomst
in haar Magnificat.

Daarin prijst ze God eerst: ‘Mijn ziel jubelt voor God’
maar daarna gaat ze bezingen wat er allemaal gaat gebeuren
als die nieuw toekomst van God echt gaat aanbreken:
‘hij zal de armen recht doen en de rijken wegsturen
de kleinen zal hij verheffen, de groten moeten vernederd
zo zal hij zijn verbond gestand doen.’
En na deze lofzang die wij nog steeds in de kerk zingen
-iedere avond zingen wij dit Magnificat-
gaat zij huiswaarts om haar taak verder te vervullen.
Gods toekomst vraagt niet alleen om bejubeling.
Die toekomst vraagt om trouw en deelname.

Mirjam van Nazareth zal,
bezield door de Geest van God, haar roeping trouw vervullen.

Ze zal, overschaduwd door de Geest,
trouw zijn aan haar zoon tot aan het kruis.
Ze zal daarna, met alle leerlingen samen,
wachten tot de pinkstermorgen komt
en de kern van Gods afwachtende volk,
de 12 apostelen, overschaduwd gaan worden door de Heilige Geest.

De boodschap toen van de engel van God in Nazareth was aangekomen
een hechte relatie tussen hemel en aarde
was tot stand gebracht.

De bevrijding van Israël
-en via Israël van heel de mensheid-
kon gaan beginnen.
———————–
Twee mensen David en Maria
hebben ons vandaag les gegeven
en ons openheid geleerd voor God:
‘kom in mijn huis’ zei David…
‘mij geschiede naar uw woord’ zei Maria.

Het grote feest zal de vanavond aanbreken.
Met veel toeters en bellen, met kunstsneeuw
-echte sneeuw is niet te verwachten-
met engeltjes in de kerstboom en engelenhaar.

In de kerk komen de echte engelen aan het woord
de boden van God. Die spreken duidelijk genoeg.
Ze zeggen:
‘God zal zijn woord gestand doen..
voor God is niets onmogelijk’.

En van ons wordt als reactie verwacht
het ‘mij geschiede naar Uw woord.’

Niet als een slaafse onderwerping aan wat God wil
maar als een bereidheid om voor Hem te kiezen
en voor Zijn mensen voor wie wij mogen leven.

Het gebeuren in Bethlehem
zal pas echt belangrijk blijken voor heel de wereld
als wij samen, gesteund en gesterkt door de Geest,
het aanschijn der aarde willen vernieuwen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor