• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

3 december: Blij en waakzaam

[print]

1e Adventszondag

Schriftlezingen:

  • Jesaja 63, 16b-17,19b;64,3b-8

  • 1 Korintiërs 1,3-9

  • Marcus 13,33-37

Herhaaldelijk klinkt in onze dagen de roep om veiligheid.
Politieke partijen spinnen garen bij het onbestemd gevoel van angst
dat mensen soms in hun greep houdt:
wees waakzaam overheid zeggen ze dan
en ze denken aan meer blauw op straat.

‘Weest op uw hoede, weest waakzaam’
dat zijn de eerste woorden die we van Marcus mogen horen
in het nieuwe kerkelijke jaar.
Die waakzaamheid wordt aan ons allemaal samen opgedragen.

Jesus noemt als voorbeeld van waakzaamheid een portier, een deurwachter.
Maar het is wel een vreemde waakzaamheid.
Niet de waakzaamheid van een buldog die op de drempel ligt en gromt
maar de waakzaamheid van een koster of een organist
die spieden vanaf hun plaats of de blijde intocht van een bruidspaar al plaatsvindt
en de klokken moeten worden geluid
en de feestelijke Intrada moet worden ingezet.

Het is die waakzaamheid die Jesus bedoelt:
de waakzaamheid van een gemeente
die uitziet naar de feestelijke binnenkomst van haar Heer.
Het is de waakzaamheid van de mens
die steeds grote nieuwe dingen verwacht en daar blij naar uitziet.

Jesus wenst zijn kerk die waakzaamheid toe:
de blijde verwachting van de kloppende harten
de blijde verwachting van de kinderen die wachten op sinterklaas
of die de nacht voor hun verjaardag niet kunnen slapen
omdat ze zich zo geweldig verheugen op dat grootste feest aller feesten.

Die feestelijke verwachting zijn wij een beetje verleerd.
Wij denken gemakkelijker: ‘het zal mijn tijd wel uitduren’
en wat de komst van Gods koninkrijk betreft zijn wij vaak somber gestemd:
het wordt niets met deze wereld
en de komst van de vrede op aarde, Gods toekomst,
‘de wolf die zal slapen naast het lam
de aardbodem zal met goedheid bedekt zijn’
zoals we dat in de nachtmis zullen horen…. het zal wel.
Mooie visioenen maar weinig reëel.

Om toch in die visioenen te blijven geloven en idealen te blijven houden
is de deugd van de hoop nodig.
De hoop is de meest kwetsbare van alle deugden.
De Franse dichter Charles Peguy noemde haar
‘een klein meisje dat op straat loopt,
alle grote mensen kunnen haar onder de voet lopen molesteren en doden. ‘
De hoop is de meest gehoonde van alle deugden:
je bent gek als je nog hoopt op en gelooft in Gods nieuwe toekomst.
Maar de hoop is ook de meest heilige van alle deugden
de God welgevallige houding van mensen die volharden: en er staat geschreven:
‘Gij zult bijstaan al wie op u hopen.’ In de Jesajalezing hoorden wij dat.

Dat hopen brengt mensen – als het goed is – ook in beweging;
Jesaja gaat zo verder:

‘Gij staat bij al wie gerechtigheid beoefenen
en die bij al wat zij doen aan U denken.’
Die mens die vanuit die hoop tot actie komt,
zal mensen die bedroefd zijn gaan troosten.
Hij zal proberen te vechten tegen de bierkaai.
Hij zal opkomen voor de bescherming van het leven,
hij zal gaan proberen gerechtigheid te doen.

Deze advent houden wij de Adventsactie
voor kerken in de ontwikkelingslanden.
De christenen hebben het daar niet gemakkelijk.
Ze kijken naar onze camera’s
en –hoe weinig ze ook mogen hebben- ze lachen naar ons.

Dat is geen uiting van oppervlakkige blijdschap
maar de blijdschap van de mens die volhardt en die weet
dat God aan de kant staat van de mensen die volhouden,
die trouw zijn aan hun levensopdracht.

Trouw is de sterke beschermer
die het kleine meisje hoop nodig heeft…
trouw is het wapen tegen de luiheid.

Trouw doet leven.

De Heer moge ons allen trouw op onze post vinden
bezig met te doen wat wij moeten doen
op onze eigen plaats
trouw aan het orgel, achter de dirigentenlessenaar
trouw naast het ziekbed, trouw naast onze kinderen
trouw achter het altaar.

God geve ons allen trouwe volharding
zodat wij levend vanuit de hoop die ons samen bindt
eens kunnen genieten van de grote dingen
die God voor ons in petto heeft.

Niemand weet wanneer het grote moment daar is
van de definitieve inkomst van Jesus als Heer,
niemand weet wanneer het grote werk op aarde voltooid zal zijn
en de vrede op de aarde zal wonen.
Niemand weet ook wanneer God ons eigen leven voltooid zal achten
en zal zeggen: rust maar uit, kom maar binnen.

Laat ons zolang het nog niet zover is
de lofzang gaande houden
op onze post actief zijn
dan mag de Heer zich welkom weten
en kan God eens alles in allen zijn.

In de Adventstijd klinkt met enige regelmaat
het ‘Rorate Caeli, dauwt hemelen van boven.’

Een lied waarin we onze blunders erkennen:
we zien de puinhopen van Syrië en Irak voor ons
als we de droevige beschrijving horen van
de verwoeste tempel: ‘Jerusalem desolata est.’

We erkennen ook onze eigen schuld
aan het feit dat de gerechtigheid en de vrede zo ver weg is:
‘peccavimus’ wij hebben geblunderd.

We roepen om hulp:
‘mitte quem missurus es’
zend ons degene die U naar ons toezenden wilt: het lam
dat de geschiedenis om zal draaien.

En dan klinkt het ontroerende slotcouplet
dat iedere katholiek kent:
CONSOLAMINI.

Het is dan eind goed al goed:
‘wees getroost mijn volk –consolamini-
wees getroost:
je helper, je verlosser komt naar je toe
wees niet meer bang
de heilige, de eeuwige, de getrouwe bij uitstek is in de buurt
je verlossing is een feit.

Zo gaan we de advent in van 2017:
moge het een zegenrijke tijd zijn.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor