• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

14 januari: Een wintervertelling

[print]

Tweede Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • 1 Samuël 3,3b-10.19

  • 1 Korintiërs 6,13c-15a;17-20

  • Johannes 1,35-42

Een tijd geleden zei een oude, wijze godgeleerde op de Televisie,
dat het nu wintertijd was in de kerk. Zou hij gelijk hebben?
Misschien wel. Het lijkt mij niet zo’n gek uitgangspunt.
Als we gewoon tegen elkaar durven zeggen dat het winter is,
hoeven we ook niet te zeuren dat er zo weinig groen te zien is
en dat het af en toe bar en koud kan zijn: dat hoort er dan gewoon bij.

We hoeven dan ook niet terug te verlangen
naar het verleden, de zomer of de herfst maar
WE KUNNEN UITZIEN NAAR IETS VEEL MOOIERS
DAT NABIJ IS………..DE LENTE!

Het verhaal over Samuël dat we vandaag mochten horen
is echt een verhaal voor deze wintertijd.
Een prachtige wintervertelling,
troostvol en bemoedigend voor ons in deze tijd.
Alleen al dat begin: ‘In die dagen was een woord van de Heer een zeldzaamheid
en kwam een visioen niet dikwijls voor.’
In die dagen… in onze dagen.

Er wordt heus nog wel OVER God gepraat op radio en televisie.
Maar hoe vaak komt Hij nou eigenlijk zelf aan het woord?
Visioenen zijn er heden ten dagen ook maar mondjesmaat.
Onze ogen zijn wel goed: we zien van alles
maar meer als mensen die waarnemen,
observeren, analyseren, filosoferen.
We filosoferen over hoe het zit met God en zo:
we theoretiseren over hoe de kerk moet zijn
en denken na over hoe het gesteld is
met de mens van tegenwoordig.
Soms zijn ze intelligent, die analyses, soms heel briljant
maar zelden visionair..

Het oude woord geldt nog steeds:
‘In die dagen was een woord van de Heer een zeldzaamheid
en kwam een visioen niet dikwijls voor. ‘
En.. hoeveel mensen, hoeveel moeders en vaders vooral
voelen zich niet als de oude Eli.
Hun kinderen gaan wegen op die zij niet begrijpen:
het verzet hebben zij opgegeven…
Hoewel…een nieuw onderzoek leverde op dat het juist de ouderen zijn
die afhaken en stoppen met in God geloven
en de jongeren juist weer in God gaan geloven.

Maar onze wintervertelling gaat verder:
het staat er, zomaar schijnbaar onbelangrijk, tussen de regels:
‘De lamp van God was nog niet gedoofd.’
Je moet soms wel heel goed kijken, maar die lamp brandt nog.
het licht is nog niet uit. Er zijn altijd mensen
die die lamp van God brandend houden.

Uit overtuiging, uit roeping soms, maar ook uit gewoonte
en zonder het zelf te weten of zelfs maar te willen.
Maar wat is die inspanning
om de lamp brandend te houden welkom
-ook al geeft die maar weinig licht-
in de nacht als het donker is.

En God is er ook nog in die dagen wanneer
het licht van Gods aanwezigheid
nauwelijks nog waar te nemen is.
Juist in de donkerste nacht
– zo lezen we op de eerste bladzijde van de Schrift-
alles is tohoe waboehoe, woest en ledig.. gaat God roepen:
‘er zij licht’.

Ook in de winternacht worden mensen geroepen bij hun naam.
Die roepstem van God is niet altijd even duidelijk te horen
want God gebruikt nu eenmaal geen megafoon.
Maar dat Hij ook nu nog spreekt en mensen worden geroepen
is onmiskenbaar.
Je hebt natuurlijk wel andere mensen nodig
om je te bevestigen in je roeping,
om bepaalde tekenen als roeping te duiden.

Samuël had: ‘hier ben ik’ gezegd
maar hij wist nog niet tegen wie hij dat nou moest zeggen.
De oude Eli met zijn afgezakte geloof
was net voldoende bruikbaar
om Samuël op het goede spoor te zetten.
Als hij diep in zijn geheugen tast
weet hij wel weer wat er aan de hand is.
De oude Eli ging een licht op en hij zei:
‘Als Hij nou weer roept, zeg dan:
‘spreek Heer, uw dienaar luistert.’

‘Spreek Heer, uw dienaar luistert.’
Als je dat gezegd hebt laat je God binnen,
je laat Hem in je leven aan het woord komen
het grote avontuur met God kan beginnen.
Dat is dan voornamelijk een kwestie van goed luisteren.
Luisteren, luisteren naar wat precies jouw roeping is.
Luisteren naar wat in jouw leven jouw eigen roeping ,
jouw bestemming is. Luisteren, dat is de grondhouding van iedere gelovige.

Omdat dat de houding is voor alle gelovigen daarom is dat ook
de houding voor die mensen -vrouwen en mannen-
die zich geroepen weten om in de kerk hun levensvervulling te vinden.

Binnen die kerk zijn zovele mogelijkheden om je te engageren.
Je kunt met God verkeren als religieus,
je kunt God ter sprake brengen als geleerde,
je kunt als pastoraal werkster of werker
in de kerk van vandaag van grote betekenis zijn.
En in de kerk van vandaag
kun je ook nog geroepen worden tot het priesterambt.

En voor allen, voor priesters, religieuzen
en gewone mensen die wij
met zo’n lelijk woord ‘leken’ blijven noemen geldt:
het gaat om het luisteren naar de stem van de Heer…
en voor ons christenen komt daar nog bij
het volgen van die ene mens, Jesus van Nazareth,
dé luisteraar en dienaar van de Heer bij uitstek.

Je mag als gelovige luisteraar èn dienaar zijn
van de God die zich voor Zijn spreken
nooit bedient van Megafoons
maar altijd van stemmen van mensen.
Mensen die vragen en roepen,
huilen, lachen en smeken:
mensen die aan jou vragen om troost,
om een omhelzing, om een woord.
Als dienaar van en als luisteraar naar al die mensen
mag je tot hen, en tot de Heer die door hen heen spreekt zeggen:
‘spreek Heer uw dienaar luistert.’

Johannes de doper keert in het evangelie
achter de coulissen terug en wijkt voor Jesus.
Heel Johannes’ indrukwekkende persoonlijkheid
laten wij nu achter ons:
het volle licht valt op de Messias.
De kring rond de Messias breidt zich uit,
de een na de ander wordt er bij gehaald
(een soort vroom ‘zwaan kleef aan’ spel).
‘Nu jullie nog..’ zo klinkt de oproep van deze zondag.

Ieder mens wordt aangesproken en zal moeten kiezen
voor de God van Abraham, Isaak en Jakob:
de God van Jesus die ook onze God wil zijn.
We hebben nog maar weinig ervaring met de stem van God,
net als de kleine Samuël.
Maar de oude verhalen worden ons weer verteld,
zo komen wij de winter door.
En als bemoediging onderweg is ons de Eucharistie gegeven.
Het boek gaat open iedere zondag
-Godlof- en iedere eerste dag van de week
mogen wij het vriendschapsteken stellen
wat Gods trouwste dienaar nagelaten heeft aan Zijn vrienden
opdat wij trouw zijn aan onze roeping en doen en zijn als Hij.

Wat een vreugde dat wij, u en ik samen mogen zijn rondom deze tafel.
De lamp brandt nog… Zijn woord klinkt ook nog in onze dagen.
En -tenslotte- met alles wat de Eucharistie nog meer is,
is zij in ieder geval ook een voorsmaak van de grote zomer
die zo zeker als God onze vriend wil zijn
onverbiddelijk zal aanbreken.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor