• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
In Preken

25 maart: De pelgrims achterna

[print]

Palmzondag

Schriftlezingen:

  • Marcus 11,1-10

  • Jesaja 50,4-7

  • Filippenzen 2,6-11

  • Marcus 14,1-15,47

Opgaan naar Jeruzalem is een heel gebeuren,
vanuit de diepte waar Jericho ligt,
meer dan 100 meter onder de zeespiegel,
klimmen de pelgrims omhoog en komen
na een lange klim tenslotte boven
op de oostflank van de olijfberg aan
de heuvelrug waarop men een prachtig zicht heeft
op de heilige stad die dan plotseling
aan je voeten ligt, aan de andere kant van het Kedrondal
met de hof van olijven.

Vanaf de olijfberg zien de pelgrims
de Davidsstad liggen: Jeruzalem, de heilige stad..
met haar grote tempel schitterend in de zon.

De dreigende Romeinse Antonia-burcht,
gebouwd om Jeruzalem onder de romeinse knoet te houden,
zien de pelgrims ook.
Maar hun vreugde bederft die niet
en de pelgrims zingen elkaar de psalmteksten toe:

‘Wat was ik blij toen men mij zeide:
wij gaan naar het huis van de Heer’
en
‘ Gezegend is degene die mag komen
in de naam van de Heer.’

Jeruzalem, de naam zegt het al ‘vredesstad’
kan alleen maar echt Jeruzalem zijn
als er rechtvaardigheid heerst en vrede,
en dan pas echt als er een koning is
die opkomt voor de kleinen
en die de vrede aandraagt.

In Jesus’ tijd was het recht ver te zoeken
en een vredeskoning was er niet.

Volgens de evangelisten komt daar verandering in
als Jesus als de nieuwe koning,
de echte koning die namens God de stad mag regeren,
zijn stad binnengaat:
Hosanna de koning van de vrede.

Echte koning van het recht en de vrede,
dat was Jesus door zijn solidariteit met de lijdenden,
door zijn keuze voor de kleinen en de armen,
door zijn hele manier van leven.

Helaas,
niemand kan partij kiezen voor de armen en de verdrukten
zonder weerstand op te roepen
en zelf deel te krijgen aan de verachting en het lijden
dat zij moeten ondergaan.
Niemand kan partij kiezen voor hen die lijden
zonder dat er moord en brand geroepen en geschreeuwd wordt.

Dat werd Jesus duidelijk toen Hij op de ezel
-het dier van de armen en de weerlozen-
de stad binnenkwam.

Hij had de armen en de verdrukten nieuwe hoop gegeven.
Hij had hen de ogen geopend.
Geen wonder dat zij het juist zijn die beginnen te roepen:
HOSANNA, gezegend de koning die komt in de naam van de Heer!’

Ze deden het zo luid als ze maar konden,
hopende dat de gezagsdragers, de priesters,
de Romeinen en hun eigen politiek leiders het goed zouden horen:
HOSANNA… dat betekent: HELP ONS!

Ze begrepen dat ze moesten schreeuwen om Jesus te helpen.
En ze begrepen ook dat Hij het zwaar te verduren zou krijgen
omdat hij hun zijde gekozen had.

Jesus wordt nog door enkele vooraanstaande leiders gewaarschuwd:
‘Meester, beveel ze te zwijgen!’

Maar Hij gehoorzaamde hun niet.

Hij wist waarom het volk schreeuwde en Hij vond dat zij gelijk hadden.

Maar, en vele volgelingen van hen zouden het later eveneens merken,
als je iets doet om het Koninkrijk van God,
het rijk van rechtvaardigheid en liefde te bevorderen,
dan wordt je dat steeds door velen kwalijk genomen.

Vooral voor hen die op dat ogenblik de macht in handen hebben.
Jesus vergiste zich daarin niet. Hij had geen enkele illusie.

In het evangelie is er geen twijfel.
Jesus’ leven kon alleen maar uitlopen op zijn dood.

Maar voor Hem was die dood geen tragedie,
geen anticlimax en ook geen ondergang.

Jesus gaat immers het paasmaal met zijn vrienden vieren:
het maal dat herinnert
aan de bevrijding van Gods volk uit Egypte.
— Pasen, Pesach, verlossingsfeest: letterlijk: DOORTOCHT.
— Het hele lijdensverhaal wordt geplaatst
binnen het verlangen van de Heer
om zijn weg door dood heen naar het leven, te voltooien.
Zelfbewust gaat Jesus zijn weg.
Er is de pijn in de hof maar de schriften moeten worden vervuld.

Leerlingen schieten te kort maar Jesus gaat verder.

In zijn voetspoor traden later andere echte moedigen:
Martin Luther King, bisschop Romero,
pater Frans van der Lugt in Syrië;
waardig gingen ze hun weg.

Ze wisten wat hen boven het hoofd hing.
Bisschop Romero die werd neergeschoten
terwijl hij de Eucharistie aan het vieren was.

Vlak tevoren had hij gezegd:
‘Ik ben vaak bedreigd met de dood.
Maar als christen -ik zeg het maar ronduit-
geloof ik niet in een dood zonder verrijzenis.
Als ze mij vermoorden zal ik verrijzen
in het volk van El Salvador…
en als ze hun bedreigingen uitvoeren
dan offer ik mijn bloed aan God
voor de redding en de verrijzenis van mijn volk.’

Zijn voorspelling is uitgekomen, zijn portret hangt nu,
vele jaren na zijn dood, nog steeds in bijna heel Zuid Amerika
in winkels en huiskamers, in kerken en op markten.

Want, en dat gaan we vieren:
er is geen dood van de rechtvaardigen zonder verrijzenis.
Geen ‘in uw handen beveel ik mijn geest’
zonder aanvaarding door de Vader. Geen offer zonder toekomst…

Achter het duister gloort het licht.
Na het Hosanna, de hulproep van de kleinen,
en het ‘kruisigt hen’ van de corrupten en de machtigen
zal onverbiddelijk het Alleluiah van de paasnacht
en de paasmorgen volgen: Zie Hij leeft!

Het lijden van Jesus is geen donkere tunnel
maar een weg naar het licht.
Hij gaat ons voor als de rechtvaardige die doet wat Hij moet doen.
Het tekort schieten van de leerlingen wordt pijnlijk duidelijk
maar blokkeert de Messias niet
op Zijn weg naar de verheerlijking die onze redding betekent.

We horen als Hij in zijn graf ligt spreken over
soldaten die Jesus’ graf moeten bewaken
-ze waren ook maar gestuurd-
maar ze kunnen Hem niet tegenhouden:
Pasen komt er aan: Gods Koninkrijk zal doorbreken.

Gaan wij Hem achterna deze week,
het donker in van de goede vrijdag
om met Hem op te gaan naar het licht:
Gods Koninkrijk zal komen,
als wij voor werkelijk voor Hem kiezen:
in onze dagen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor