• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
IMG_0480 (1)

All posts by Maarten Kools

Keramiek rondleiding in de Nieuwe Bavo

IMG_0480 (1)Haarlem – De Vriendenkring van de Nieuwe Bavo organiseert op zondag 9 juli een rondleiding langs het keramiek. De Nieuwe Bavo is hiermee rijk gedecoreerd en haar lichte goudkleurige atmosfeer is voor een belangrijk deel daar aan te danken. De rondleiding onder een ervaren gids start om 15:00 uur en duurt ongeveer een uur.

Met de recente restauratie is veel energie gestoken in het herstel van het keramiek. In veel stenen was schade ontstaan door uitbloeiende zouten. Hierdoor bevatten ze niet meer de goudgele kleur en werden vaal. Tijdens de restauratie is dit hersteld en bezit de kathedraal weer haar ‘gouden atmosfeer’.

De opvallendste keramische decoraties in de Nieuwe Bavo zijn de vele horizontale banden met bloemmotieven zoals rozen, lelies en zonnebloemen op bijvoorbeeld de pilaren en de kapellen. Deze verwijzen veelal naar religieuze deugden. Daarnaast zijn er ook decoraties met dieren en zijn er talloze ingemetselde tegeltjes met decoratieve patronen. Bijzonder zijn verder een grote klok met kleurige keramische wijzerplaat plus een gootsteen met waterspuwer in de sacristie.

Verdere hoogtepunten zijn o.a. het tegeltableau in een van de straalkapellen naar het ontwerp van Jan Toorop. Uniek zijn ook de tegeltableaus met kruiswegstaties door de Haarlemse kunstenaar Han Bijvoet. Natuurlijk staat de rondleiding verder stil bij werken van ondermeer Anton Molkenboer en het keramiek naar de ontwerpen van de architect van de Nieuwe Bavo, Jos Cuypers: zijn dierenriem en koortribune.

De rondleiding start bij de entree van de Nieuwe Bavo aan het Bisschop Bottemanneplein (onder de torens). Deelname alleen na opgave via vrienden@rkbavo.nl o.v.v. rondleiding keramiek. Kosten € 7,00 p.p..

Mgr. Jan Valkestijn overleden

Jan Valkestijn2In het eenenzestigste jaar van zijn priesterschap is op 88 jarige leeftijd Mgr. Jan Valkestijn overleden. Hij verbleef de afgelopen weken in Bosbeek waar hij liefdevol werd verzorgd. Hij is op vrijdag 16 juni in de middag vredig ingeslapen.

We verliezen in hem een fijn mens, een goede priester en bovenal een geweldige musicus. Levend vanuit de eredienst aan God heeft hij veel voor de kerkmuziek in het algemeen en voor de Kathedraal en het Muziekinstituut betekend. Onze gedachten gaan uit naar zijn huisgenote mevrouw Rika Diemeer, zijn familie en allen die hem zullen missen.

Donderdag 22 juni zal er in de Kathedraal een avondwake zijn. Deze begint om 19.30 uur. Daarna is er gelegenheid afscheid te nemen van Mgr. Valkestijn.
De plechtige uitvaartviering is vrijdag 23 juni om 14.00 uur eveneens in de Kathedraal.

Moge hij rusten in vrede!

10 juni: Altijd bewegen

[print]

Zondag Trinitatis

Schriftlezingen:

  • Exodus 34, 4-9

  • 2 Korintiërs 13,11-13

  • Johannes 3,16-18

Om aan te geven dat God beweging is,
wordt er over God als de Drie-ene God gesproken.
Hij is de God, de Schepper van hemel en aarde,
de God die nabijkwam in Jesus Zijn Zoon
en die met Zijn Heilige Geest grote dingen doet:
Hij is de God van de hele menselijke geschiedenis;
Hij is de God van Abraham, Isaak en Jakob;
de Vader van Jesus Christus
de God van de apostelen en heiligen en ons allemaal.

Over God raak je nooit uitgesproken en gedacht
maar Zijn wezenlijkste eigenschap lijkt wel:
HIJ GAAT MET MENSEN MEE.

Het unieke van dat geloof van Israël
de basis van al ons geloven
vinden wij beschreven in de eerste schriftlezing.

Mozes is opgetrokken met zijn volk,
een volk dat leeft van vallen en opstaan.

Van …….de ene dag God trouw en enthousiast dienen:
‘we zullen alle woorden graag doen’
en de andere dag Hem vergeten en klagen:
‘waren we maar in Egypte gebleven
en waarom heeft deze God ons in deze woestijn gebracht.
En toch krijgt deze God nooit genoeg van Zijn mensen.

Dat krijgt Mozes te horen boven op de berg,
nota bene terwijl beneden de mensen bezig zijn
een gouden kalf te maken:
IK UW GOD BEN LIEFDE EN TROUW.

Tot Mozes’ grote verbazing;
hij heeft wat met zijn mensen meegemaakt
en vond ze eigenlijk hun God niet waard.
Toen ze vroeger in een sjagrijnige periode
klaagden over gebrek aan water had Mozes nog gezegd
‘ jullie zijn het niet waard.’

Maar God had gezegd:
‘sla maar op de rots’.
En Mozes die voelde dat God wilde helpen
had nog geprotesteerd en gezegd:
‘God, zou u dat nou wel doen,
deze mensen verdienen het niet…’

Maar toen hij toch even op de rots geslagen had
was het water klaterend uit de rots komen stromen
en werd Zijn volk van zeurpieten en sjagrijnen,
gelaafd en getroost.

IK UW GOD BEN LIEFDE EN TROUW
zegt God op de berg Sinai
en de ontrouw van de mensen beneden
kan Mozes nog zo’n vreselijke schrik bezorgen..
God schrikt nooit echt en gaat steeds door met Zijn mensen.
Misschien ook een beetje een troost voor ons.

II. Het evangelie speelt in de donkere nacht.
Een oude joodse schriftgeleerde
herkende zich in Jesus’ verkondiging:
Jesus maakte het oude geloof van Israël weer nieuw.

‘Je zult zelf ook nieuw geboren moeten worden’
had Jesus hem gezegd.
‘Moet ik dan soms weer de schoot van mijn moeder in?’
had Nikodemus stom verbaasd geantwoord.
En dan vertelt Jesus over het nieuwe begin
dat de Heilige Geest van God met ieder mens maakt:
‘de Geest waait waarheen hij wil’ zegt hij
en die boodschap biedt troost in alle tijden.

Toen ooit de profeet Elia afscheid nam van zijn leerling Elisa
vielen er twee delen van de geest van de meester op de leerling..
zo lezen we in de Heilige Boeken van Israël.
Uit dat verhaal spreekt een groot vertrouwen
in de voortgang van de geschiedenis.
Eenzelfde vertrouwen spreekt uit Jesus’ afscheidstoespraken
zoals wij die bij Johannes opgetekend vinden.
‘Jullie zullen in mijn voetspoor gaan’ had Jesus zijn vrienden toegevoegd
en dezelfde dingen als ik gaan doen.
‘ Ja, grotere dingen dan ik zullen jullie doen ‘.
De Geest zal jullie oprichten
en ik kan jullie grote supporter zijn vanuit de hemel.

De grote feesten zijn voorbij
de groene zondagen breken binnenkort weer aan.
Omdat wij daar nog niet aanwillen
twee witte zondagen nog,
vandaag zondag van de drieenheid
en de volgende week Sacramentsdag.
Maar de week daarna zullen wij er echt aan moeten geloven:
bijna 25 zondagen achter elkaar groen.
Tot bemoediging van ons geldt dat God
niet alleen de God van Kerstmis, Pasen en Pinksteren wil zijn
maar ook de God van de gewone zon- en weekdagen.
Van al onze levensdagen hoe saai en moeilijk ze soms ook zijn.

Hij werkt met iedereen en altijd.
Er zijn geen mensen die NIKS zijn,
alle mensen dragen de sporen van God met zich mee
en zijn uniek en belangrijk.
De Geest van God werkt altijd door. Ook in onze tijd.

‘Zeg niet dat de tijden slecht zijn’
zegt dezelfde Augustinus
die het mysterie van de Drie-eenheid Gods in zijn hoofd probeerde te krijgen
en er in zijn studeerkamer niet in slaagde.
‘De tijden zijn niet slecht
maar ieder mens wordt er op zijn eigen wijze op aangesproken
in zijn tijd gelovig te zijn,
en er met alle mensen van goede wil
een goede tijd van te maken.

De warmte en de troost van het mysterie van de Drie-eenheid
wordt pas duidelijk voor degene die God toelaat in zijn leven,
voor de mens die ontdekken wil
dat God de God van Israël is
èn van Jesus èn van mij.

De God die met Zijn Geest ouderen trouw doet zijn aan hun geloof
maar die ook met jongeren in de weer is die zoeken en vinden.
De Geest die meegaat met de bruidsparen die elkaar in deze meimaand
en verder deze zomer hun jawoord gaan geven.

En als er gedoopt wordt, wordt er een mensenkind opgenomen
in de grote geschiedenis:
van de Vader, God van oudsher, de Enige God die Joden, Christenen en Moslims verbindt
van de Zoon, die ons voor leefde wat liefde is en
van de Geest die het werk van zijn handen (en dat zijn alle mensen!) nooit loslaat.

Hoe het verder zal gaan met wereld en kerk weten we niet
maar een ding weten we wel:
er is dat verrassende liefdesplan van God,
God is beweging
de Geest waait waarin Hij wil!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Gesprek in De Nieuwe Bavo over geloof in het publieke debat

20170606_debatOp dinsdag 6 juni a.s. organiseert de Vriendenkring van De Nieuwe Bavo een gesprek over geloven in het publieke debat. Abt Gerard Mathijsen van de Adelbertabdij in Egmond en de Bloemendaalse predikant Ad van Nieuwpoort zullen daarover met elkaar van gedachten wisselen. Geloof verdwijnt steeds meer uit het publieke debat. Wat zijn daarvan de consequenties voor ons handelen als christen. De toon en inhoud van het publieke debat maken deze vraag urgent. Het gesprek wordt geleid door Els Driel, theologe, documentairemaker en journalist. De avond begint om 20.00 uur.

De Nieuwe Bavo aan de Leidsevaart
Dinsdag 6 juni 2017 om 20.00 uur
Ingang via tuin aan het Emmaplein
Toegang gratis
Opgave via vrienden@rkbavo.nl

Pinksteren: Samen bezield

[print]

Hoogfeest van Pinksteren

Schriftlezingen:

  • Handelingen 2,1-11

  • 1 Korintiërs 12,3b-7.12-13

  • Johannes 20,19-23

‘Toch wel handig dat ik als scholier,
ervaring opdeed als misdienaar.’
Ik spreek niet voor mijzelf want ik zat op het koor.
Aan het woord is Huub van der Lubbe van ‘De Dijk’.
‘Dat was beter dan in de kerkbanken zitten.
Op het altaar had je wat te doen. Het was toch een beetje theater.’
Huub hoefde je ook niet te vertellen wat Pinksteren was.
Voor velen een moeilijk feest. Niet voor de ex-misdienaar:
Hij gaat verder: ‘Met Pinksteren daalde de heilige geest
uit de hemel neer om het volk op aarde inspiratie te geven.
Een vonk van boven voor kracht van binnen. Ongrijpbaar maar met effect.‘

Bij het maken van een liedje werkt het net zo, legt hij uit:
“Vraag me niet wat er gebeurt, maar opeens is er zo maar
die ene zin waarin een wereld van gevoel schuil gaat.
Een poging om het onzegbare te zeggen.
En dan volgt uit het niets de muziek om de woorden aan te kleden.
Als dat geheel zich meester van je maakt van je publiek
heb je dezelfde magie als uit het pinksterverhaal.”

Tot zover de zanger van ‘De Dijk’.

Het woord Pinksteren heeft een weinig romantische betekenis.
Het woord betekent gewoon: ‘vijftigste’ en daarmee is dan bedoeld
dat het gewoon de vijftigste dag na Pasen, beter gezegd VAN Pasen is.
Vijftig is een vol getal, zeven maal zeven + één!

Als je vijftig wordt -zegen de mensen- heb je Abraham gezien:
het leven is tot een zekere volheid gekomen
(ouder worden is geen vloek).

Vlak na Jesus’ dood
wordt de leerlingen van Jesus een tijd van bezinning gegund.
Ze zijn dus niet alleen maar angstig bijeen
maar vooral eensgezind in de bezinning…
zoals alle joden die na Pasen
(het feest van de doortocht door de rode zee)
vijftig dagen lang in bezinning steeds bijeen komen
om zich voor te bereiden op de gedachtenis van
wat er toendertijd 50 dagen na de uittocht uit Egypte gebeurde:
de aankomst bij de Sinai.

Pas als het pinksterfeest in Jeruzalem aanbreekt
en de stad vol is met vreemdelingen is ,
vertelt Lucas hij over de nieuwe kansen die er zijn en over het vuur
(vuur, net als op de Sinaï-berg waar de tien geboden werden gegeven).

In de tempel van Jeruzalem brandden op de pinksterdag
de vuren om de pelgrims te herinneren aan het vuur van de Sinaï.
Een ieder moest proberen iets van dat vuur mee te dragen.
Juist dan vertelt Lucas over de storm (die was er ook op de berg),
de beweging in het huis waar de apostelen waren;
het vuur dat zich op ieder van hen neerzette.

De leerlingen worden dan ENTHOUSIAST.
Dat woord betekent letterlijk: vol van God.
Het vuur van het enthousiasme dat later
duizenden en duizenden zal gaan bezielen in de loop der tijden.

Dat vuur trekt wel de aandacht
en velen begrijpen dat er iets bijzonders aan de hand is.
Maar het andere kan ook:
-en gebeurt ook nog steeds-:
ontkennen dat het van belang is,
de waarde ontkennen van al het werkelijk vernieuwende
wat er, tot op de dag van vandaag gebeurt.

De goede verstaander verstaat het,
waar hij ook is, van welke nationaliteit hij ook is,
van welke geloofsgemeenschap hij ook lid is,
of hij oud is of jong dat doet niet ter zake.
Petrus trekt de stoute schoenen aan en treedt naar buiten
terwijl hij, misschien wat overdreven, zegt:
“hier gebeurt waar de profeten over droomden:
jong en oud zien visioenen,
de Geest van God vervult de mensen”.

‘En zij allen konden hem verstaan in hun eigen taal’
staat er dan,
een wonder dat gelukkig vandaag de dag ook nog gebeurt.
Mensen die samen idealen hebben,
mensen die samen geloven.. verstaan elkaar.
In Amsterdam hebben we vroeger in de Lucaskerk
toen er twee nieuwe klokken kwamen
we die de namen gegeven van Moeder Teresa en Helder Camara.

Moeder Theresa sprak engels maar zie…
iedereen verstond haar,
Dom Helder Camara Frans
en ook al heeft niet iedereen Frans geleerd iedereen verstond hem.
Er is een gelovige eensgezindheid mogelijk
rond mensen die met hun woord anderen verzamelen en bemoedigen.
Dat was vroeger en is nu gelukkig ook nog zo.

Dat is een andere eensgezindheid
zoals wij die uit het verhaal van de toren van Babel kennen.
Die eensgezindheid stootte God tegen de borst:
het was de eensgezindheid van de hoogmoed en de machtswellust:
wij zullen samen wel eens even iets laten zien.

Dat was een eensgezindheid die verstrooid moest worden.
De eenheid die de mens tekort doet.
Een joods verhaal vertelt:
‘als er bij de torenbouw in Babel
een mens van de stellingen viel en dood viel
keek niemand op of om.
Maar viel er een steen of een hamer
dan was er paniek: ‘wie gaat die terughalen.’

Petrus getuigt in zijn prachtige pinksterpreek
over een nieuwe eenheid rondom Jesus Messias.
Hij neemt de gelegenheid te baat
om de pelgrims te vertellen hoe schandalig schijnbare eensgezindheid was
van de hordes die stonden te roepen:
‘aan het kruis met hem.’

De moord op iedere mens is een schandaal.
De moord op deze mens -Jesus- in het bijzonder.
De moord op de ene mens
die ons juist nieuwe kansen wilde geven en onze wereld verder kon helpen.

Als Petrus’ luisteraars een beetje onder de indruk zijn van zijn preek
en hem dan een beetje zenuwachtig vragen:
‘wat moeten wij doen’
is het antwoord:
‘bekeer jij jezelf NU, verander,
blijf geen buitenstaander,
doe mee met een nieuwe manier van leven,
laat je bv. dopen, word weer mens,
een nieuwe mens. ‘

Om zo’n nieuwe mens te worden
heb je tijd nodig, veel tijd.
Je zult naar God toe moeten groeien.
Vandaar die 50 dagen om te beginnen. Ze zijn een zegen.
Er kan heel wat gedacht en gebeden worden in die dagen.

Het enthousiasme wat het geloof ons geeft is
-als het goed is- geen goedkoop enthousiasme.
Even vol van iets leuks en dan over tot de orde van de dag.

Het enthousiasme dat de Heilige Geest ons geven wil
is het enthousiasme van mensen
die zich werkelijk willen laten leiden door de Geest van God.
Mensen die taai zijn en volhardend,
mensen die ook -als het nodig is- geduld hebben
en kunnen wachten.

Wachten -en tegenwoordig moet dat vaak-
wachten op het geloof dat in iedereen wortel kan schieten.
Je maakt dat tegenwoordig vaker mee dan vroeger:
– ook bij echt goedgedoopte katholieken-
hoe mensen een heel klein begingeloof hebben,
een soort sluimerend geloof
dat later pas naar buiten breekt.

We zullen elkaar moeten vasthouden en bemoedigen
en het ‘kom schepper heilige Geest’
de intredezang van vandaag
zal nog heel vaak gezongen moeten worden.

‘Wil toch onze trooster zijn,
-wordt in de hoogmis van Pinksteren gezongen-
overstroom ons dor domein,
heel de ziel die is gewond.’

‘MAAK WEER ZACHT WAT IS VERSTARD
koester het verkilde hart,
leid wie zelf de weg niet vond.’

Omdat het heel moeilijk is je eigen opdracht te verstaan
zullen we nog heel lang oefenplaatsen nodig hebben
waarin we onze opdracht iedere keer weer opnieuw
in onze eigen tijd te horen krijgen…

Kerken mogen dat zijn:
plaatsen waar mensen zich verzamelen rond het woord,
rond het brood en de wijn
en waar wij ons voorbereiden op de grote toekomst van God
met de mensen.

We zullen -net als de apostelen-
het onderricht dat wij in de moederschoot van die kerk ontvangen
nog lang nodig hebben,
misschien zelfs -net als de apostelen van voor pinksteren-
als een zaal met gesloten deuren.

Maar we boffen dat God geduld met ons heeft,
ja wij leven als kerk van het geduld
dat God met ons heeft.

Hij geeft ons de vijftig dagen viertijd
tussen Pasen en Pinksteren,
Hij geeft ons de kans om ieder jaar weer pinksteren te vieren.

Als wij het al lang hebben opgegeven
en de kerk vaarwel willen zeggen
is Hij de Heer van het geduld,
is Hij degene die ons altijd weer nieuwe kansen wil geven;
die vertrouwen heeft in ons allemaal.

‘Met Pinksteren daalde heilige geest uit de hemel neer
om het volk op aarde inspiratie te geven.
Een vonk van boven voor kracht van binnen.’
‘Ongrijpbaar maar met effect‘ zei Huub van der Lubbe.

De kerk bidt:
Licht dat vol van zegen is
Schijn in onze duisternis
Neem de harten voor U in.

Sta ons met uw liefde bij
maak ons vol van U en blij
geef ons kracht die niet bezwijkt.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Aangepaste tijd H. Mis op zondag 28 mei

VieringIn verband met de televisie uitzending zal de Heilige Mis van 28 mei a.s. om 10:30 uur beginnen.

U kunt de Orde van Dienst hier vinden.

21 mei: Op weg naar de volwassenheid

[print]

6e Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 8,5-8.14-17

  • 1 Petrus 3,15-18

  • Johannes 14,15-21

Een nieuwe start… wie wil dat niet.
Als het goed is zal het vertrek van Jesus Messias van deze aarde
-we gaan dat op Hemelvaart gaan gedenken-
het begin blijken te zijn
van een nieuwe fase in de menselijke geschiedenis.
Als Hij weg gaat betekent dat een nieuwe uitdaging voor zijn vrienden.

‘Nu jullie…’ lijkt Jesus te zeggen en ‘jullie kunnen het!’
En ze, we zullen daarom dan ook doorgaan samen!
We hebben de vorige week gehoord wat voor een geweldig vertrouwen
Jesus in zijn vrienden heeft:
‘jullie zullen dezelfde dingen doen als ik,
ja grotere dan die zullen jullie doen.’

Maar een beetje hulp zou wel welkom zijn.
Vandaar dat het evangelie van vandaag ons troost:
‘de Vader zal u een helper geven.’
Wat klinkt dat troostend… een helper.

Dan hoeven we zelf gelukkig wat minder te doen.
Helaas… het woordje ‘helper’ is geen goede vertaling!
Letterlijk staat er: ‘een wekker.’
En wekkers zijn heel onaangenaam.

Vele middelbare scholieren
wreed door hun wekkers op de vroege morgen wakker gemaakt:
om hun examens te doen.
Met zo’n onaangenaam apparaat wordt de Heilige Geest vergeleken?
Ja en neen.

Neen, de Heilige Geest is geen dom ding natuurlijk.

De Heilige Geest is ook een kracht, van Godswege gegeven,
die je bemoedigt.
Maar toch bij uitstek de kracht
die je wakker houdt en opjaagt maar ook kracht geeft.
Neen, Hij zal je geen werk uit handen te nemen
maar je zult vanuit de kracht die de Heilige Geest je geeft
kunnen voelen dat je werk niet zinloos is.
Het heeft zin als je je inzet voor je naaste.
het heeft zin als je voor anderen iets goeds probeert te doen
en zo bouw aan een beter wereld in Jesus’ naam,

Het viel niet mee voor Jesus’ leerlingen in hun dagen.
Er was -ook voor hen- een lange tijd van het leren geweest.
Jesus zelf heeft heel wat geduld met zijn leerlingen moeten hebben:
met Petrus de druktemaker,
met Thomas de aarzelende
en met de anderen.

We hoorden vandaag het slot uit Jesus’ toespraak tot de apostelen voor zijn dood:
‘Als jullie mij liefhebt zul je mijn geboden onderhouden.’

Je zult Jesus’ mooie woorden
alleen maar in mooie boeken schrijven….
maar ze vooral gaan doen.

Over de volwassenwording van de apostolische gemeenschap
gaat de eerste lezing van vandaag.
Neen, ze werden van de ene op de andere dag geen super-mensen,
net zo min als wij dat zullen worden
maar ze gingen iets doen.
Ze kwamen uit voor hun geloof in Jesus en spraken daar vrij over.
Niet iedereen was het daarmee eens.
Merkwaardig genoeg had de tegenwerking van de officiele leiders
in Jeruzalem een omgekeerd gevolg.
In Jeruzalem werd het een beetje moeilijk
dus ging men zijn energie maar op andere plaatsen richten.
De diaken Philippus preekte in Samaria
en wekte veel enthousiasme.
Uit vele bezetenen gingen de onreine geesten weg
vele lammen en kreupelen werden genezen
daarover was grote vreugde in de stad.
Ze doopten er op los.

De apostelen in Jeruzalem hoorden dat
en stuurden Petrus en Johannes daarnaartoe
om de geloofsgemeenschap daar te bevestigen.

Ze waren daar wel gedoopt maar hadden, zo lezen we,
de Heilige Geest nog niet ontvangen.

de apostelen legden hen dus de handen op
en ze ontvingen de Heilige Geest.

Ook van ons wordt gevraagd
dat wij na onze doop groeien in het geloof;
een volwassen geloof opbouwen
een geloof van mensen die kunnen nadenken
en die weten wat zinnig en belangrijk is en wat niet.

Naar de volwassenheid groeien
houdt ook in: dingen proberen,
niet direct slagen, puberen misschien
blunderen.

We vieren in deze voorbereidingsdagen van Pinksteren
dat mensen steeds maar weer groeien in het geloof.
Jonge en oudere mensen.

Morgen de eerste Communie alhier.
Gisteren een huwelijk. Met Pinksteren 2 volwassenen vormsels;
Mensen van alle leeftijden haken in.

Dat heeft ons ook iets te zeggen:
als het goed is groeien wij ook allemaal in het geloof
Bidden wij om die kracht die ook onze harten vernieuwt
en ons doet uitgroeien tot de volle mannemaat van Christus,
tot de volwassenheid van ons geloof dat ons nieuw kan maken.

Paulus zegt het ook in Zijn hooglied van de liefde:
-we horen het vaak bij de huwelijksdiensten –
‘toen ik een kind was voelde ik als een kind,
dacht ik als een kind…
maar als ik tot de volle wasdom gekomen zal zijn
zal ik dat kinderlijke hebben afgelegd
en God zal helemaal in mij zijn.’

Moge God ons sterken bij de groei naar die ware volwassenheid.
Het kind in ons hoeft niet uit sterven
want als kinderen kunnen wij blij verbaasd getuigen
van het steeds dichterbij komen van Gods nieuwe toekomst.

Jesus gaf ons de belofte:
‘Ik zal jullie niet als wezen achterlaten.’

Vlak daarna zegt Hij:
‘een korte tijd en je zult mij niet meer zien
-hij bedoelt hier het zien met hun gewone ogen –
‘maar weer een korte tijd en je zult mij echt zien’

(in het grieks worden voor dat zien twee verschillend woorden gebruikt)

eerst zagen ze hem gewoon lopen en doen
maar na zijn dood zullen zij pas echt zien
wie Hij was: hun Herder en vriend.

Wij zien hem niet met onze gewone ogen
maar wij zullen, naarmate wij meer groeien in het geloof,
zien in de ware zin des woords:
als onze Herder en vriend
als de Heer die altijd met ons meegaat
en ons nooit loslaat:
als de Heer die heeft gezegd:
waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn
daar ben ik in hun midden.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

14 mei: Ruimte voor velen

[print]

5e Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 6,1-7

  • 1 Petrus 2,4-9

  • Johannes 14,1-12

Moederdag, een warme dag: gezellig afgezien van de commercie
een familiegebeuren en dat is nooit weg.
Van de eerste christenen zeiden ze: ‘zie hoe die elkaar liefhebben.’

Wij gaan vandaag even op bezoek
bij de parochie waar het allemaal begonnen is:
de parochie in Jeruzalem.

De vorige weken hoorden we
hoe ze alles gemeenschappelijk hadden
het brood braken in een of ander huis
-ze hadden toen helemaal nog geen kerken-
en in de tempel gingen luisteren naar de dienst van het woord.

Vandaag hoorde u over de eerste problemen.

Het gaat over immigranten
-waar we tegenwoordig een verkiezingsthema van maken-
het gaat over immigranten uit het noorden
(precies omgekeerd als bij ons).
Ze hebben in Jeruzalem geen familie
en als ze in nood komen moeten de Jeruzalemmers een sociaal vangnet bieden.
Dat levert klachten op –er is niets nieuws onder de zon-
maar dan gebeurt er iets belangrijks.
Neen er wordt geen anti-vreemdelingen partij opgericht
er wordt onmiddellijk een actie op touw gezet
om die mensen te helpen: zeven diakenen worden aangesteld
om te zorgen voor die buitenlandse geloofsgenoten met hun problemen.

Kon de kerk al die problemen aan?
Kan de kerk vandaag al die problemen aan?
We hopen het.
Wonderlijk genoeg heeft Jesus zelf vertrouwen in zijn mensen
te beginnen met de apostelen.
En dan gaan we nog verder terug in de geschiedenis:
naar het allereerste begin met Jesus.

Bij zijn afscheidsmaaltijd spreekt Hij vandaag in het evangelie
om te beginnen met PETRUS: de eerste Paus.
Hij wist hoe wankel Petrus was: ‘eer de haan kraait
zul je mij driemaal verloochend hebben.”
Toch zei Hij tegen die wankele Petrus ooit:
‘op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen’
en vandaag zegt Hij tot hem:
‘laat je hart niet verontrust worden.’

Diezelfde Petrus krijgt vandaag zijn laatste instructies:
‘in het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.’
Een mooie tekst om een Paus mee op weg te sturen:
Gods ruimhartigheid kunnen wij ons niet groot genoeg voorstellen.

Het gaat niet alleen om het vaderhuis
waar wij na de dood eens terecht hopen te komen…
maar ook over hier en nu.
Wij, zoals wij nu leven zijn hier al welkom bij God.
Er is ruimte voor ons in Zijn plan: wij mogen er zijn!
Waar het de kerk betreft pleit Jesus dus voor een open kerk.
Onze tijd is bij uitstek geschikt
om daar eens goed werk van te maken.

Petrus krijgt goede instructies.
Datzelfde geldt voor THOMAS, die ook genoemd wordt.
Wij noemen hem te gemakkelijk ‘de ongelovige Thomas’
we hebben gezien dat dat geen pas geeft.

Van Thomas weten wij dat hij erg geschokt zou worden
door Jesus’ lijden en sterven.
Hij wilde na Jesus’ dood zeker weten dat God Hem met zijn wonden
niet had laten vallen en dat God alle lijdenden van later
ook niet in de steek zou laten –dat hoorden we een paar weken terug.

In dit gesprek leeft Jesus nog gewoon
al gaat hij zijn dood tegemoet
en dan verkondigt Jesus aan Thomas, juist aan Thomas
dat de weg die Hij gaan zal
-en dat zal de weg van het lijden zijn- goed is
ja dat Hij DE weg is.

Dat zegt Hij niet triomfantelijk maar overtuigd van de steun
die Zijn Vader Hem zal geven.

En later na Jesus’ kruisdood en zijn verrijzenis
zal Thomas verbaasd en dankbaar diezelfde Jesus
die gemarteld en gepijnigd is terug zien en verzuchten:
‘Oh mijn lieve Heer en Mijn God.’

En dan is er ook nog FILIPPUS, de derde vriend die vandaag toegesproken wordt.
Die is niet zo wankel als Petrus, die is ook niet zo verbaasd als Thomas
maar die is gewoon dom -hoewel de eerstgenoemde twee vaker
in de verkondiging op hun kop krijgen.

Filippus vraagt naar de wel heel bekende weg:
‘Heer toon ons de Vader.’
Jesus schudt zijn hoofd. ‘Filippus je hebt mij toch gezien…
wie mij ziet ziet de Vader.’

Mensen, ook ervaren gelovige mensen zijn niet gauw tevreden.
‘Ik zou zo graag een wonder willen, een bijzondere verschijning
waardoor het duidelijk wordt wie God is.’

Neen het geloof hangt niet van verschijningen af:
er is al zoveel duidelijk geworden: IN JESUS,
in de dapperen die in zijn voetspoor gingen.
En de gelovige van alle tijden mag weten dat Hij ons niet echt verlaten heeft:
‘WAAR TWEE OF DRIE
IN MIJN NAAM BIJEEN ZIJN DAAR BEN IK IN HUN MIDDEN!
Dat is troostend maar ook acticerend.
Hij zal mensen van alle generaties blijven oproepen
tot trouwe dienst aan elkaar:
‘WAT GE DE MINSTE DER MIJNEN HEBT GEDAAN,
DAT HEBT GE AAN MIJ GEDAAN.’

Jesus eindigt Zijn gesprekken met de drie vrienden
die we vandaag ontmoetten met een geweldige bemoediging.
Die geeft Hij door zijn grenzeloze vertrouwensuitspraak:
‘jullie zullen dezelfde dingen doen als ik,
ja grotere dingen zullen jullie doen.’

Dat vertrouwen in de Zijnen en over hun hoofden heen in ons
is zo groot dat het een beetje beschamend wordt zelfs.
Zijn wij dan zo bijzonder?
In de ogen van Hem en de Vader, wel.

Ieder van ons wordt persoonlijk aangesproken;
de kerk is niet een anonieme massa.
Men vroeg enkele jaren terug aan de toenmalige kardinaal Ratzinger:
‘hoeveel manieren zijn er om met God om te gaan.’

De kritische journalisten dachten dat hij zou zeggen: ‘één natuurlijk’
maar hij zei: ‘even zovele als er mensen zijn.’

Wij zijn allemaal stuk voor stuk levende stenen
van het grote nieuwe gebouw dat God wil oprichten
van een nieuwe mensengemeenschap.

We zijn allemaal nodig en onmisbaar.
Mannen en vrouwen,
wanneer zullen de vrouwen eindelijk de ruimte krijgen
die ze verdienen?
Jong en oud, sterk en zwak, vaders en moeders,
gehuwd en ongehuwd
-wel goed om dat laatste ook even te zeggen in meimaand moederdagmaand-
zo’n moeilijke dag voor mensen zonder kinderen en ongehuwden.

Als leden van deze kerkgemeenschap onder dit dak
krijgen wij de troostende tekst: ‘in het huis van mijn vader
is ruimte voor velen’ te horen opdat ook wij
ruimte bieden in ons hart voor anderen.

Als leden van deze kerkgemeenschap
krijgen wij te horen dat Jesus’ weg van soldariteit met de lijdenden
de weg is naar het leven.

En ook dat als wij met Hem omgaan, Hem navolgen
dat wij dicht in de buurt van God de Vader blijven.

We wachten op de Geest deze weken
om zelf ook wakker en levend
onze taak te kunnen gaan opnemen en vooral om vol te houden.

Belijden wij eerst samen ons geloof
en daarin onze goede wil om samen te volharden:
iedereen is daarbij onmisbaar.

Een woordje tot onze Engelse vrienden:
het koor van de St. George chapel in Windsor Castle.

We vinden het fijn dat jullie hier zijn.
We zijn allemaal familie van elkaar.
Jesus vertelt in het evangelie dat
er in het huis van de Vader ruimte voor velen is.
Dat betekent dat we moeten bouwen aan vriendschap
tussen de christenen onderling
maar ook met anderen.
Jullie doen dat door samen te zingen
en nooit ruzie te maken, helemaal nooit.
Dat doen jullie door ons te laten genieten van jullie zang.
Samen zijn we verantwoordelijk voor een mooie wereld
waarin ruimte is voor alle mensen van goede wil.
Jesus heeft heel veel vertrouwen in ons.
Te veel misschien?
Hij zegt zelfs dat wij nog grotere dingen zullen doen
dan hij. Dat is toch niet te geloven?
Laten we proberen dat vertrouwen waard is zijn
en God zegene ons allen bij het dragen van onze verantwoordelijkheid
in de kerk en in de wereld.

(engels)
We are very happy that you are here.
Together we form one family.
Jesus tells us in the Gospel today
that in His house there is room for many.
That means that we must build on the foundations
of friendship with all christians, and with others to!

You do that through singing together, and never arguing. Never!

Together we share the responsibility for a beautiful world
where there is room for all people of good will.

Jesus has placed great trust in us – perhaps too much?
He himself said that we shall do even greater things than He did,
wich is hard to believe.
Let us try to deserve that trust
and that God may bless us all
carrying out our responsibility,
both: in the Church and in the Words.

May God bless us all… AMEN

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

In memoriam Frans Geels

inmemoriamDonderdagavond 18 mei is Pastor Frans Geels is op 67 jarige leeftijd overleden.

Frans is behandeld voor kanker in de lymfen en werd afgelopen week ‘schoon verklaard’. Zijn hart was echter zwak. Frans was jarenlang vaste assistent in onze kathedraal en is in het verleden ook vaker als organist mee geweest op tournees van het Kathedrale Koor en de Bavo Cantorij. Daarnaast is Frans ook enkele jaren pastoor geweest in de Groenmarktkerk, en heeft daar veel goede vriendschappen opgebouwd.

Afgelopen Goede Vrijdag en tijdens de Paasmis heeft hij samen met Mgr. Jan Valkestijn nog genoten van de vieringen. Beiden waren op dat moment in verpleeghuis Zuiderhout.

Een goede vriend, fijne priester en bekwaam musicus! We denken aan hem in dankbaarheid.

De uitvaart zal woensdag 24 mei om 12:00 uur plaatsvinden in de kathedraal. De avond tevoren is er van 20:00 uur tot 21:00 uur gelegenheid om afscheid te nemen en de familie te condoleren in Uitvaartcentrum Haarlem, Parklaan 36, 2011 KW Haarlem.

7 mei: De poort naar een nieuwe toekomst

[print]

4e Zondag van Pasen

Schriftlezingen:

  • Handelingen 2,14a.36-41

  • 1 Petrus 2,20b-25

  • Johannes 10,1-10

Op deze 4e paaszondag lezen wij ieder jaar
een gedeelte van het hele lange verhaal in Johannes 9 en 10 over het herderschap.
Het meest bekende is Jesus’ uitspraak: IK BEN DE GOEDE HERDER.
De goede herder beschermt zijn kudde tegen de wolven.
Herder zijn is een moeilijk vak!
Het evangelie van vandaag spreekt uitdrukkelijk over de valse herders,
mensen die niet goed ‘herderen’ en die liever de baas spelen over anderen.
In Jesus’ dagen waren er velen achter wie men aan kon lopen.
Leraren die de mensen in hemelse sferen afleidden
maar ook zeer aardse leraren, aanvoerders van Guerilla-bewegingen
tegen de romeinse bezetting van die dagen.

Goed ‘herderen’ is een vak.. zei ik.
Er zijn ook hele slechte herders geweest en nog.
Slechte leiders zijn er altijd.
En denk ook maar aan het drama enkele jaren geleden in de Verenigde staten
toen honderden volgelingen van een sekteleider
zich levend verbranden lieten in opdracht van hun meester.
Johannes beschrijft Jesus als degene die goed ‘herdert’
en die mensen werkelijk kan binnenleiden in een nieuwe wereld.
Als een nieuwe Mozes leidt Hij mensen naar de vrijheid…
naar de bekende grazige weiden.

Johannes de evangelist gaat in zijn 9e en 10e hoofdstuk
als een soort televiesieregisseur met een TV-camera te werk.

Eerst ‘zoomen wij in’ op de goede herder zelf.
Daarna op het hele beweeglijke gebeuren rond herder,
schaapstal, kudde en de wei buiten.
En als je dan de stoeten schapen ziet passeren
die een kostelijke toekomst tegemoet gaan zoomt de camera weer in:
plotseling staat de camera even stil: daar is de deur.
En Johannes, de cameraregisseur denkt: DAT IS HIJ OOK!
Dus horen we opeens die raadselachtige uitspraak van Jesus: IK BEN DE DEUR.

Hij is de deur, Hij staat tussen de binnen- en de buitenwereld in.
Wie door die deur wil gaan trekt een goede toekomst tegemoet.
De poorten van het heil zullen opengaan. Jesus is zo’n poort.
Een vreemde beeldspraak? Misschien maar het is allemaal heel bevrijdend.
Er is toekomst, we kunnen de wereld in
om daar te gaan weiden in grazige weiden
en vrolijk en opgewekt te gaan doen wat ons te doen staat.

Een afrikaanse theologe,
op bezoek bij de theologische universiteit in Utrecht zei eens:
‘het lijkt wel of het geloof voor jullie een last is,
jullie zuchten en kreunen om jullie geloof:
voor ons is het geloof een bron van vreugde en inspiratie:
we zijn blij met God op weg te mogen gaan.’

God geeft ons veiligheid in de schaapstal.
Hij gunt ieder schaap zijn eigen ruimte: er is veiligheid en troost:
er is ruimte voor velen.
Wees zeker van de veiligheid die je Heer je wil bieden,
je kunt altijd bij Hem terecht maar
Jesus is de poort naar de ruimte toe!
De deur staat open!
Die deur die openstaat lijkt ons te zeggen:
durf ook naar buiten te gaan! Ga vertrouwvol je eigen weg.
De deur staat open.. je bent zelfstandig, je bent vrij om te kiezen.

En dan kom ik bijna vanzelf op de roepingenzondag die we vandaag ook vieren.
De zondag waarop we samen nadenken over onze verantwoordelijkheid in de kerk.
De zondag waarop we bidden om nieuwe jonge voorgangers in ons midden.
Het is noodzakelijk dat er steeds jonge mensen zijn,
mannen en vrouwen die zich inzetten voor het pastorale werk.

De geschiedenis van God met de mensen moet doorgaan.
Hoe zal die geschiedenis verder gaan? Is er reden tot bezorgdheid?
Ja die is er. Maar er is meer.
We leven in een tijd waarin vele, zeer vele mensen actief zijn in de kerk,
meer wellicht dan vroeger. Het is de tijd van de vele vrijwilligers…
zoveel zijn er nooit geweest. Is er dan ook geen reden tot hoop?

Ja, als wij volharden.
Iedere dag opnieuw moeten wij volharden
EN OOK WEER NIEUWE STAPPEN durven zetten:
iedere dag opnieuw gaan er nieuwe deuren open.

We hopen en bidden om een kerk waarin wat minder gesloten
en wat meer geopend wordt.
We hopen dat er altijd mensen zullen zijn
die de poorten van het heil willen openen door hun durf.

We hopen en bidden dat er altijd mannen en vrouwen zullen zijn
die de mensheid zullen voorgaan naar een nieuwe toekomst
waarin menselijkheid en vrede te vinden zullen zijn,
waar de gerechtigheid straalt als een zon aan de hemel
waar vriendschap is en liefde.

Op deze ‘Goede Herder-zondag’ denken wij –zei ik zojuist-
na over en bidden voor roepingen voor het kerkelijk werk:
we kunnen niet zonder voorgangers en voorgangsters.
Samen, voorgangers en parochianen zijn wij kerk!

Parochiebestuur en pastores vragen over enkele weken ook uw aandacht
voor de P.C.I (Parochiele Charitas Instelling).
Steeds meer slagen ze er in parochianen
die bijzondere aandacht behoeven bij te staan.
Dat zal zijn op de zondag van de 1e Communie,
de nieuwe lammetjes van onze kudde treden dan toe.

Van de eerste christenen zeiden ze: ‘zie hoe die elkaar liefhebben.’
Het zou heerlijk zijn als ze van ons in de Bavo zouden zeggen:
‘zie hoe goed die mensen zorgen voor elkaar.’

Naast de dienst aan de wereld
is er ook de zorg voor elkaar, hier wonend in één stad.
Het gaat niet aan de zorg voor mensen in nood elders
en voor de mensen in nood dichtbij tegen elkaar uit te spelen.
Ze vullen elkaar aan. Het een niet zonder het ander.

Tenslotte als teken van de nabijheid van de goede herder
in deze schaapstal delen wij hier het altaarbrood.

En als er van dat brood over is bewaren wij dat
in het tabernakel daar in de Sacramentskapel.

En daarbij brandt dan dat kleine vuurtje, dat kleine licht;
het licht van Godslamp.

Die vlam brandt nu al honderdnegentien jaar
en gaat nooit uit.

Die vlam die brandt in onze grote schaapstal
is het teken van Gods trouw aan ons.

Hij laat ons niet los
Hij is er voor ons altijd
dag en nacht:
en Herder die van ons, zijn schaapjes houdt.

Vertrouwen wij op hem en zijn wij zorgzaam voor elkaar
dan zal God licht over ons opgaan
en wij zullen elkaar tot zegen zijn
tot in lengte van dagen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor