• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

All posts by Maarten Kools

Orde van dienst 21e zondag door het jaar

21e Zondag door het Jaar
27 augustus 2017, 10:30 uur
Let op: Aangepaste aanvangstijd i.v.m. televisieuitzending

Hoofdcelebrant: Plebaan H.J. Van Ogtrop
Diaken: drs. E. Fennis
Koor: The Bishop’s Singers o.l.v. F. de Ruyter
Organist: drs. A. van Eck

Lezingen

Jesaja 22,19-23
Romeinen 11,33-36
Matteüs 16,13-20

Preludium: Passacalles II (Juan Bautista Cabanilles)

Intredezang: Salomone Rossi – Odecha ki anitani

Ordinarium: Francisco Guerrero – Missa Surge Propera

Gloria: Cardiff plainchant

Tussenzang: Psalm 138 (Tonus II – Iain Simcock)

Geloofsbelijdenis gesproken

Offertorium: Duarte Lôbo – Audivi vocem de caelo

Gebeden Onze Vader

Communio: William Walton – Set me as a Seal

Slotzang: Zingt voor Hem (BL. 327)

Postludium: Gallardes (Juan Bautista Cabanilles)

Aangepaste tijd H. Mis op zondag 27 augustus

VieringIn verband met de televisieuitzending zal de Heilige Mis van 27 augustus a.s. om 10:30 uur beginnen.

U kunt de Orde van Dienst hier vinden.

20 augustus: Er zijn voor de anderen

[print]

Twintigste Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 56,1.6-7

  • Romeinen 11,13-15.29-32

  • Matteüs 15,21-28

Gisteren een leuk gesprek ter voorbereiding op een doop.
Ik was nog steeds ontsteld over de aanslag in Barcelona:
een jong stel… heel vrolijk.
‘Ik weet tenminste dat geloof belangrijk is om vol te houden’ zei zij
en hij –een gespierde atleet leek hij wel-:
‘Ik vind het belangrijk mij weer aan te sluiten
bij mijn geloofstraditie’ toe maar. Hij zei echt: ‘geloofstraditie.’
Hoe komt hij er op.
En ik maar denken dat we als kerken zo vaak onhandig zijn en fouten maken.
‘Ja, ik interesseer mij ook voor historie’ hij weer:
‘heb de serie over de Borghesepausen gezien’.

Nou dat was nog eens een stelletje.
Op de voorgevel van de Sint Pieter staat hun naam.
Toen we er met ons koor waren en Mgr. Punt die naast mij stond er op wees
zei hij: ‘die naam moeten zij er af halen.’

Maar hij staat er nu eenmaal.
De les van al deze dingen:
christenen maken fouten, de kerk is niet volmaakt
maar tegelijkertijd weten wij. Mgr. Punt, de doopouders en ik
dat diezelfde kerk die fouten maakt ook het allermooiste te bieden heeft
dat een mens kan vinden:
het geloof in God die mijn leven de moeite waard maakt.

Als Jesus door het land Israël gaat
komen er allerlei mensen op hem af.
Van het oude volk Israël
maar ook anderen: het heil is voor joden en heidenen.

Enkele pagina’s voor de evangelietekst van vandaag
staat het verhaal van de broodvermenigvuldiging:
Er bleven toen twaalf manden over
dat verwijst naar de twaalf stammen van Israël
en hun twaalf manden met broden in de tempel.
Jesus wil het volk Israël kracht geven.
Er is nog een ander verhaal is over een broodvermenigvuldiging in het evangelie;
daarbij blijven er vier manden over
en dat dat verwijst naar de vier windstreken,
en naar alle andere volkeren die daar wonen
en die ook door de God van Israël gespijzigd zullen worden.

Tussen die twee spijzigingsverhalen door vertelt Matteüs ons vandaag
het verhaal over een heidense vrouw
die ook door Jesus geholpen wil worden

Dat de zegen van het geloof voor de joden is, is bekend
maar mogen die heidenen er ook van genieten?
De verbazing daarover wordt serieus genomen
in het verhaal van vandaag uitgelegd.
In onze oren klinkt het allemaal wat vreemd
Jesus beantwoordt het verzoek om hulp van een heidense vrouw
in eerste instantie met de harde opmerking:
‘Ik ben alleen maar tot de verloren schapen van Israël gezonden.’
Nog erger wordt het als Jesus zegt: ‘Het is niet goed
het brood dat voor de kinderen bestemd is, aan de honden te geven.’

Wonderlijk genoeg is de vrouw niet boos of teleurgesteld
maar vult ze Jesus’ uitspraak aan door te zeggen:
‘maar de honden mogen wel van de kruimels eten
die van de tafel van hun meesters vallen.’
Daarmee stelt ze zich open voor de bijzondere openbaring van God in Israël
en komt via die weg haar eigen verlossing in zicht.

Ze heeft de Davidszoon aangeroepen, de Messias,
en daarom moet haar ook iets van de overvloed toevallen
van de Messiaanse maaltijd.
Ze had volgehouden en later zal haar geloof
door Jesus worden geprezen.

Dat de andere volkeren er bij horen, komt ook naar voren in de eerste lezing.
Het gedeelte dat vandaag gelezen wordt dateert uit de tijd
van de terugkeer uit de ballingschap en de wederopbouw van de nieuwe tempel. Een nieuw begin voor een kleine groep teruggekeerde ballingen.
Die zullen weer op hun trouw getoetst worden aan de Enige.
‘Welzalig de sterveling die het recht onderhoudt,
het mensenkind dat daaraan vasthoudt.’ (vs. 2)

Jesaja bemoedigt zijn eigen volk: de eigen kern.
‘Houd vol’ lijkt hij te zeggen,
naar ons vertaald:
‘wanhoop niet kleine kerk,
wees trouw aan je opdracht:

God heeft ons nodig: zo’n eigen kern van getrouwen
die zijn naam hooghouden.
‘Gedenkt de sabbat. Wees trouw aan het woord van de Heer.’

Maar ze/wij dus mogen NOOIT denken dat zij/wij dus de enigen zijn
die door God worden bemind. Anderen zijn zeker zo belangrijk!
‘Laten de vreemdeling en de zwakken,
laten ze alsjeblieft niet zeggen (en laat niemand het over hen zeggen)
dat ze niet inbegrepen zijn in het heil en de gerechtigheid van de Heer. ‘

Het is juist Gods wil dat de joden, de getrouwe gelovigen van oudsher,
er zijn voor de anderen en met name voor de niet zo zekeren
dat ze zich ook kunnen aansluiten bij Gods volk.

We hoorden het in de eerste lezing:
‘De vreemdelingen die de Heer willen dienen
breng ik graag naar mijn heilige berg.
Ik geef hun vreugde in mijn huis van gebed
en hun brand- en slachtoffers zullen mij aangenaam zijn
als zij ze op mijn altaar willen brengen.’
En in later dagen horen we zeggen
dat Gods gebedshuis is zo wijd als de wereld.
In de tempel (‘daar staan de zetels van het recht’, Ps. 122),
er is principieel plaats voor alle volkeren.

En nu ga ik iets ingewikkelds zeggen.
In het verhaal van God met de mensen
mogen wij nooit vergeten dat wij als christenen zelf ook nieuwkomers zijn.
Nooit mogen wij, horend bij die volkeren waar volgens Jesaja ook plaats voor is vergeten hoe het begonnen is, De Samaritaanse vrouw in het Johannes-evangelie zei het al:
‘Ik weet het, het heil is uit de joden’ Joh. 4,22) en

Jesus’ schijnbare onvriendelijkheid tegenover de niet joodse vrouw
is niet bedoeld om haar voor gek te zetten
maar om alle gelovigen van alle eeuwen
niet te laten vergeten dat het heil uit de joden is
en het je als een genade ten deel valt.

Christenen hebben zich tegenover de joden altijd erg arrogant gedragen
hoewel ze nieuwkomers zijn. Het evangelie van vandaag
wil ons tot bescheidenheid te manen: ‘je bent welkom maar weet
dat je eet van de kruimels die van de tafel zijn gevallen.’

Weet dat je welkom bent en dat God van alle mensen houdt:
van de oude getrouwen èn de nieuwkomers: van de stuntelaars en de sterken
van de talentvollen en de minder begaafden:
geloof is een genade die je om niet ten deel valt.

God houdt niet van ons omdat wij zo geweldig zijn
maar omdat met ons, te vaak falende mensen
toch zijn plannen door wil zetten om een nieuwe wereld te scheppen:
een wereld van vrede en liefde ondanks alles.
Wij mogen daar in geloven, en als wij dat niet meer doen wie dan wel?

Houden wij elkaar vast, bemoedigen wij elkaar en troosten wij elkaar.
Het is een eer als we dat mogen doen.

Het is een eer als wij dat ook voor de jonge doopouders
die het fijn vinden weer in te haken bij de oude geloofstraditie
maar ook voor nieuwe gasten.
Laten wij samen zoveel mogelijk mensen in onze stad
en van daarbuiten troost en gastvrijheid bieden!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

15 augustus: Maria-Tenhemelopneming

[print]

Maria-Tenhemelopneming

Schriftlezingen:

  • Apokalyps 11,19a; 12,1-6a.10ab

  • 1 Korintiërs 15,20-26

  • Lucas 1,39-56

Maria verdient vandaag alle eer.
Zij heeft eens haar bereidheid getoond
om moeder te worden van de Messias
door haar antwoord aan de engel ‘Mij geschiede naar uw woord.’
Die uitspraak klinkt in de oren van de moderne mens ouderwets,
maar is dat zeker niet.
Hier is juist sprake van de volle bereidheid
om actief deel te nemen aan Gods vernieuwingsbeweging.

In Lucas 1 dat we vandaag lazen wordt gezegd hoe Maria
na haar bereidheidsverklaring aan de bode van God
naar haar nicht Elisabet toegaat.
Daar brengt ze vreugde en beweging teweeg.
De kleine Johannes in wording sprong op in de schoot van Elisabet (Luc. 1,40),
hij danst net als David ooit danste voor de ark.
Na deze nieuwe beweeglijkheid zingt Maria haar ‘Magnificat’ .
Meer een actie- en protestlied dan een hymne,
waaronder het altaar bewierookt kan worden
zoals tijdens de vespers (het kerkelijk avondgebed) gebruikelijk is.
Het begint als hyme: ‘Hij is machtig, gezegend is zijn naam. ‘
‘Hij zal bevrijden en de macht van zijn arm tonen
zoals hij dat gedaan heeft voor zijn slavenvolk in Egypte.
Zo zal hij ook handelen in onze dagen.’
Maar dan begint het actiegedeelte:
‘Hij gaat de trotsen van hart uiteen slaan;
heersers ontneemt hij hun troon:
rijken stuurt Hij weg!’
De positieve andere kant wordt ook genoemd.
‘Hij verheft de geringen en die hongeren overlaadt hij met gaven.
Waarom?
En dan komt er een prachtig vervolg-.
‘Hij denkt aan zijn verbond met Abraham, ooit gesloten voor altijd.’

Na deze geloofsbelijdenis keert Maria naar huis terug.
Ze is één geworden met Gods plan.
Vieren we dat niet op het feest de ten hemelopneming van Maria?

De Eeuwige heeft maar één plan
en dat is het behoud en het geluk van de mens, van u en van mij.
In de geloofsbelijdenis wordt onmiddellijk
na het noemen van God als almachtige Vader en Schepper van hemel en aarde
de naam van Jesus, Gods zoon, genoemd die om ons te helpen
uit de hemel neerdaalde. En onmiddellijk wordt daarna
de naam van zijn moeder genoemd : Maria.
De menswording waarbij zij een sleutelpositie vervulde
is het hoogtepunt van Gods solidariteit met ons allemaal.

De hele mensheid mag delen in zijn liefde en is
op weg naar een prachtige eindbestemming.
Dat vierden we op de 40e dag na Pasen rond Jesus
die is opgestaan en ten hemel gevaren.
Maar de Hemelvaart van Jesus krijgt zijn vervolg
in wat er met heel de mensheid, de bruid aan zijn zijde, zal geschieden.
Om te beginnen met Maria,
van wie wij zeggen dat zij in haar volle menselijkheid
deel heeft gekregen aan het geluk,
als vertegenwoordigster van alle trouwe mensen
die Gods roepstem beantwoordden.

De tenhemelopneming van Maria betekent niet
dat zij het alleenrecht heeft op die hemel.
Het geheim van vandaag wijst gaat over ons allemaal
geroepen om te leven naar God toe en op weg naar de hemel.
Het roept ons op ons naar Gods koninkrijk te richten.
Met ons hele lichaam, met onze persoon,
met onze talenten kunnen wij nu al
een betere wereld opbouwen, waar meer gerechtigheid is.
Waar de arme – zoals Maria dat zong – zal worden rechtgedaan,
waar de trotsen van hun tronen worden gestoten
en de geringen verheven zullen worden.

In onze lichamelijkheid mogen wij mensen zijn
door en in het lichaam kunnen we
Gods wereld helpen opbouwen,
een wereld die iets meer afglans kan zijn
van wat we in diep geloof de hemel noemen.
Als wij zeggen dat Maria met lichaam en ziel ten hemel opgenomen is
betekent dat: in haar is onze verlossing echt begonnen
en is er meer hoop en vreugde gekomen op aarde.
……………………….
II. In de bange oorlogsdagen van de vorige eeuw
verzamelde zich een groep mensen rond de hoogleraar Miskotte.
Een man die zijn sporen verdiend heeft in de strijd
tegen fascisme en antisemitisme.
In die donkere dagen bezonnen zij zich samen op het moeilijkste boek van de bijbel, het boek van de Openbaring van Johannes.
Bij kaarslicht waren zij bijeen en er zijn notities gemaakt van zijn voordrachten,
verzameld in het boek Hoofdsom der historie.
In het genoemde boek spreekt Miskotte ook
over het gedeelte dat vandaag aan de orde is.
Hij geeft eerst een inleiding.
‘Hier is openbaring in de brede en waarachtige zin Woord Gods,
verkondiging van hart tot hart, die klaarheid schept en tot ordening roept
in alle tijden en omstandigheden.’

Wij zien ruiters passeren door de crisis van de eeuwen,
zij vertegenwoordigen de slechte machten van alle tijden.
In dat boek van de openbaring horen we over nood,
de zielen van de martelaren roepen van onder het altaar vandaan
en we horen spreken over de grootste aardbeving aller aardbevingen.
Maar na alle pijn en angst, gaat uiteindelijk de tempel open
en wordt de Ark van het verbond zichtbaar in het heiligdom.
En op dat prachtmoment verschijnt het teken van de vrouw.’
In de gewone mannengeschiedenis worden vrouwen
meestentijds op de achtergrond van de luidruchtige bestaansstrijd geschoven,
maar nu is er een vrouw, verheerlijkt als hemelvorstin,
bekleed met de zon, in een gewaad van enkel zonnestralen.’
De vrouw in het visioen is zwanger en in barensweeën.
Is zij Israël, de Kerk of misschien zelfs de hele mensheid, die in barensnood verkeert, zoals Paulus dat in een visioen zag? Is zij Maria?
Ze is het allemaal.

Maar er is ook die andere figuur, listig en bedrieglijk met een grote bek.
De draak, de duivel. Over de duivel wordt in de schrift niet gesproken
als was het een zelfstandige tegen-god,
aan wie alle ellende kan worden toegeschreven.
Neen, bedoeld wordt een kracht, een tegenkracht die in onszelf is.
Zo zijn er twee figuren ineen. Enerzijds is er die vrouw
en zij vertegenwoordigt de kerk, zwanger van het goede
maar anderzijds is er de draak, die al klaar staat
om het kind te verslaan zodra het er is.

Miskotte beschrijft de draak als ‘een monster
dat klaar staat om kinderen te doden.’
Hij ziet de draak in de jaren ’40-’45 in levende lijve staan
voor het volk Israël om het te verslinden.
In Auschwitz heb ik het gezien: stapels babykleertjes
van kinderen door gewone mensen, onmensen eigenlijk,
in de gaskamers werden geleid en in de vuurovens geworpen.

Maar de draak heeft niet het laatste woord.
Het visioen van Johannes gaat verder,
en de eerste christengemeente
die zoveel van allerlei draken te lijden had, genoot:
de draak en alles wat de vrouw
(het Godsvolk; de gemeente in verwachting) bedreigt,
wordt neergesmakt en in de diepte van de onderwereld geworpen.

Dat visioen heeft ook Jesus gehad
toen zijn leerlingen verheugd terugkwamen en vertelden
dat zij mensen hadden rechtopgezet, en van bezetenheid bevrijd.
‘Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen’ (Luc. 10,1 8!).

Het feest van vandaag is een feest van belofte en toekomst.
We verzamelen ons rond de vertegenwoordigster van de gemeente,
Maria, ook wel ‘Moeder van de kerk genoemd’.
Mirjam van Nazareth.
Wakker is zij het verbond aangegaan met God.
En ze heeft volhard tot onder het kruis.

De draak had zich toen verzekerd geweten van de overwinning.
Maar God en de zijnen kunnen hem aan,
de draak mag nog zo razen
de kerk, gesterkt door de vrouw kan de onrust aan!
Zij belijdt dat de vrede het winnen zal van de oorlog
en de liefde het zal winnen van de haat:
een nieuwe kern heeft zich gevormd van mensen
die horen bij het Jeruzalem dat uit de hemel naar ons toekomt.

Wij willen toch wel zulke nieuwe mensen zijn
Die kiezen voor het leven en Gods toekomst.
Uw Koninkrijk kome, uw wil geschiede
Op aarde zoals in de hemel.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Grote korting op toegang Zaterdagmiddagconcert 2 september

WillibrordusorgelIn tegenstelling tot de overige Zaterdagmiddagconcerten is dat van 2 september a.s. om 15 uur niet gratis toegankelijk. Het wordt gegeven door Vincent DUBOIS, een van de organisten van de Notre-Dame in Parijs.

Er is een beperkt aantal toegangsbewijzen verkrijgbaar tegen gereduceerd tarief. In plaats van € 20,- aan de kassa of € 15,- in de voorverkoop betaalt u bij ons slechts € 10,-

De kaarten zijn te verkrijgen:

  • na afloop van de Zaterdagmiddagconcerten op 19 en 26 augustus aan de uitgang.
  • na afloop van de Eucharistievieringen op de zondagen 20 en 27 augustus in de winkel achterin de kathedraal.
  • door overschrijving van € 10,- per toegangsbewijs (maximaal 4 exemplaren per overschrijving) op IBAN NL25INGB0003733100 t.n.v. Penningmeester Stichting Willibrordusorgel, met vermelding toegangsbewijzen concert 2 september. De toegangsbewijzen liggen dan op uw naam voor u klaar bij de ingang.

13 augustus: In zwakte sterk

[print]

Negentiende Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • 1 Koningen 19,9a.11-13a

  • Romeinen 9,1-5

  • Matteüs 14,22-33

Bent u wel eens moe? Elia wel, hij was uitgeput.
Hij heeft zijn zending volbracht en gezegd wat er gezegd moest worden.
Ondank was zijn loon en God leek hem verlaten te hebben.
Tot hij, dankzij de kracht die hem vanuit de hemel wordt aangereikt,
(het brood dat een engel hem geeft),
40 dagen en 40 nachten aan één stuk door loopt
(dat doen ze op de hem op de olympische spelen niet na)
en de berg Sinaï bereikt waar het allemaal begonnen is,
het verbond met de weerloze slaven van het begin.

Elia –we ontmoetten hem de vorige week op de berg Tabor!-
mag Gods stem horen. Niet in de storm
(zoals die vroeger waaide om de om de zee te openen),
niet in het onweer (zoals dat op de Sinaï donderde),
maar in een stille bries …
een klein, bijna onhoorbaar teken van Gods stille trouw aan de zijnen.

Vandaag horen we in het evangelie spreken over een bijzondere tocht
van een groepje weerloze mensen.
Ze worden door hun Heer gedwongen zelf het schip in te gaan
op weg naar de overkant.

Er wordt in de evangeliën heel wat gevaren.
Altijd over het meer van Galilea
dat altijd met een groot woord ‘de zee’ wordt genoemd.

Daardoor gaan er heel wat verhalen uit het Eerste Testament meeklinken.
In het boek Exodus werden de elementen al bedwongen
om Gods volk doorgang te verlenen (Ex. 14, 21 e.v.):
‘Mozes strekt zijn hand uit over de zee
en JHWH deed die hele nacht door een sterke oostenwind de zee terugwijken’.

Ooit, toen de leerlingen met hem meevoeren op die zee
had Jesus, als een nieuwe Mozes, zijn hand uitgestrekt
om de gevaarlijke wateren te doen terugwijken en de storm ging liggen;
daarna had hij hen onderricht, zieken genezen
en -zoals wij de vorige week hoorden-
hen en de velen die hem gevolgd waren, gespijzigd.
Vandaag horen we dat Jesus ALLEEN de berg op gaat,
en dan de zijnen op weg zet:
letterlijk staat er in de eerste regel van het evangelie van vandaag
dat Jesus ‘de zijnen dwingt om zelf de zee op te gaan.’

De leerlingen kunnen niet meer terug…
voor Jesus kiezen vraagt moed…
Hun Heer laat, naarmate de leerlingen zich ontwikkelen,
steeds meer aan hen over.

Ze worden zelf steeds actiever ingeschakeld
bij de geschiedenis van het Koninkrijk van God.
Daarom worden ze in dit verhaal nu gedwongen zelf in het schip te gaan.

Het is duidelijk dat in dit verhaal
ook de ervaring van de jonge christenen van later meeklinkt.
Hun Heer is weggegaan, ten hemel gevaren
(‘de berg op om in afzondering te bidden’ staat in ons evangelie)
en nu moeten ze alleen verder.

Ze komen nauwelijks vooruit: er is veel tegenwind (!).
Het schip van de kerk dobbert op de gevaarlijke wateren

net als het schip van Noach
waarmee mens en dier samen Gods verbond binnenvoeren.
Een tweede schip waar we aan kunnen denken is het kleine bootje
(eigenlijk, net als Noach’s boot, een ‘kist’ genoemd)
dat drijft op de doodswateren van de Nijl.
Mozes wordt daarin (zie Exodus 2)
-hij was toen nog niet zo sterk als later
als hij de zee in tweeën splijt- beschermd
en krijgt als hij verlost wordt de naam:
‘degene die uit het water getrokken is’.
Terug naar de leerlingen op zee.

De Heer is schijnbaar ver, Hij is op de berg in gebed.
Maar Hij zal hen niet aan hun lot overlaten.
Plotseling komt Hij aangelopen, over de zee.
Niet om ze de stuipen op het lijf te jagen
maar om ze te bemoedigen.

Alleen bij Matteüs vinden we dan het ontroerende verhaal van Petrus die,
als de Heer zichtbaar wordt, Hem tegemoet wil gaan en zelfs,
– net als zijn Heer- , over het water kan lopen.
Hij is vol goede wil maar zijn geloof is nog niet sterk genoeg.
Hij zakt de diepten in.
En dan geschiedt het teken van Gods nabijheid in Jesus:
Jesus trekt hem omhoog.

Zo wordt Petrus –net als de kleine Mozes ooit- uit het water omhooggetrokken, en zo kan hij, na deze redding,
een goed voorzitter worden van de jonge Messiaanse gemeenschap
en kan hij tot paus benoemd worden (dat horen we over enkele weken).

Mozes had die merkwaardige naam ‘uit het water getrokken’,
(herinnering aan zijn kwetsbaarheid), zijn hele leven,
ook toen hij Gods volk moest leiden, met zich mee gedragen.

Petrus was net zo kwetsbaar
maar zal van Godswege toch de kracht krijgen
om overeind te komen en anderen tot steun te zijn.

Dat is een boodschap van troost
voor een kerk op zoek naar haar identiteit
en voor alle mensen die geloven niet zo gemakkelijk vinden.
De stille trouw van God van het verbond
is de garantie dat geloven mogelijk is.

We horen tot slot van het verhaal dat er in kerk-schip
– net als hier- eerbiedig geknield wordt
en – net als hier- een credo wordt gezegd:
‘waarlijk Gij zijt de Zoon van God’.
Als we als ons koor er is samen het: ‘et incarnatus est’ zullen zingen,
-Hij is mens geworden en heeft onder ons gewoond-
zullen wij ook eerbiedig buigen.
Wij voelen ons een beetje beschaamd
of beter gezegd verrast dat het echt waar is
dat God met ons wankele mensen meegaat.

Meer zelfverzekerde mensen zoals Goethe
hebben moeite met dit verhaal. Goethe zei:
“Zalig degene die wél een onwankelbaar geloof heeft
en die wél zeker is van zijn zaak, die zal nooit bezwijken.’
Hij vindt Petrus’ gedrag een treurig bewijs van ongeloof, waar hij van huivert.

De Heer zelf echter is niet zo streng.
Jesus Messias weet hoe zwak zijn volgelingen van toen en later zijn
en wil desondanks met die wankele gelovigen, met ons in zee.

Een joodse vriend van mij heeft de gewoonte ieder jaar tijdens de Pesachviering een merkwaardig verhaal te vertellen: ‘Toen Israël uit Egypte trok, was dat een geweldig feest. De slaven waren blij dat ze Egypte konden verlaten en gingen verheugd op weg. Zo ook de oude Samuël. Hij deed zijn best het hoge tempo van de stoet bij te houden maar slaagde daarin niet. Toen het volk eindelijk bij de zee was aangekomen ging op Mozes’ bevel de zee open. Enthousiast trokken alle kinderen Israëls naar de overkant … behalve Samuël. Toen hij bij de zee was aangekomen was het pad nog open maar toen hij op de helft was ging de zee dicht. Zo zijn daar – volgens mijn joodse vriend- niet alleen de soldaten omgekomen op die dag maar ook dat ene joodse mannetje dat het allemaal niet had kunnen bijhouden.’ Dit verhaal staat niet in de bijbel, hij had het gewoon verzonnen omdat hij vond dat niet alle mensen gemakkelijk hun geloofsgenoten kunnen bijhouden. In zijn verhaal is de eenling zo kwetsbaar dat hij ten ondergaat.

Twee gedachten kunnen ons in moeilijke situaties overeind houden.
Wij zijn samen kerk, we zijn niet echt alleen: we hebben elkaar.

En mocht er iemand verloren dreigen te lopen,
mocht iemand meer verdriet hebben dan hij of zij alleen aankan
dan zullen wij hem of haar toch helpen?

Dat is één: we hebben elkaar en twee is
de mens die zich aan die God durft toevertrouwen
zal hem als partner naast zich vinden.

In de stilte, onhoorbaar, zacht maar trouw
als de bries die Elia om de oren speelde. Teilhard de Chardin zei:
(het staat op de achterkant van uw boekje): Als iets me in het leven heeft gered
dan was het de stem die tot mij sprak vanuit het evangelie, in het diepst van de nacht: ‘Ik ben er, wees maar niet bang.’
In Te Domine speravi non confundar in aeternum,
vrij vertaald: Op U Heer heb ik gehoopt,
U zult mij nooit in de steek laten.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

6 augustus: Niet bang meer in het donker…

[print]

Achttiende Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Daniel 7,9-13

  • 2 Petrus 1,16-19

  • Matteüs 17,1-9

Kort na Jesus lijdensaankondiging
horen we vertellen
over zijn tocht met zijn vrienden
de berg Tabor op.

En daar horen zij
een bijzonder gesprek.
Een verslag van een ontmoeting.
Zoals de paus de rabbijnen en de moeftis ooit sprak in Jeruzalem,
en met hen sprak over de weg die
ze samen zullen moeten gaan..
zo spreekt Jesus met de wijzen van vroeger,
met Mozes en Elia
over de weg die Hij zal moeten gaan.
——————————-
Elia was de profeet
die geen gemakkelijke weg was gegaan;
hij had zwaar onder zijn roeping geleden
hij had er de brui aan willen geven:
‘stuur maar een ander maar niet mij.’
Maar God was met hem meegegaan
en toen hij stierf was hij
met een vurige wagen door God naar de hemel gebracht…
niemand had hem ooit nog gezien.

Hij zou terugkomen aan het einde der tijden.
Dat was een joods ge¬loofsgegeven.

Vandaar ook de blijde verbazing
bij de leerlingen als zij Elia zien
die daar met Jesus staat te praten:
dit is kennelijk dat nieuwe begin !

En Mozes staat er ook nog bij.
Ook zijn levensweg was een weg van zorg en pijn:
‘ik houd het niet meer vol’.
Maar God was met hem
en hij mocht zijn volk voorgaan,
dwars door zee en woestijn heen
de vrijheid tegemoet !

De ontmoeting is wezenlijk voor Jesus’ toekomst
hij leert van hem, hij spreekt met hen
maar hij neemt wel een bijzondere positie in!!

Hij is degene die namens de mensheid
een hele bijzondere verantwoordelijkheid zal oppakken.
Wat Hij zal doen zal voor heel de wereld belangrijk zijn
en daarom staat hij in het volle licht.

Een ander licht dan het licht van de schijnwerpers
die op gewone mensen: voetballers of voetbalsters
of andere sterren vallen deze week:
Jesus staat in het goddelijke licht

Jesus, de vriend, beter nog: de geliefde zoon van God
staat daar te glanzen in de hemelse gloria.

Petrus en Johannes
dezelfde leerlingen die later met Jesus meegaan
in de hof van olijven en Jesus daar zullen zien huilen van angst
mogen Hem hier zien in volle heerlijkheid.

Maar die duurt maar even.
Er hangt nu ook, net als in de dagen van Abraham
dreiging in de lucht:
er hangt net als in de dagen van Elia
vijandelijkheid in de lucht
er zal, net als in de dagen van Mozes
nog een zware strijd gestreden moeten worden.

In al de oude verhalen
is er ook een goede afloop:
– Abrahams God is een God van levenden en niet van doden,
– Elia’s God is een God die partij kiest voor Zijn trouwe
volgelingen en die de afgoden beschaamt doet staan:
– Mozes’ God is een God die redt uit slavernij:

Als de ‘spot’ uit is
zien de leerlingen niemand meer
dan Jesus alleen..
het is kaal en ellendig
ze staan er weer alleen voor
alles is weer gewoon…
maar Jesus legt zijn hand op hun schouders:
‘vrees niet.’

Boven op die berg hebben zij even aan het geheim geproefd
even is hun een tip van de sluier opgelicht:

God is een God van levenden en niet van doden:
Hij is de God die niet ver wil zijn
maar die met mensen meetrekt
overal dwars doorheen.
—————————-

Het zal nog een moeizame weg zijn
die Jesus als voorganger zal moeten volgen.
De weg de hof van olijven in en verder
de leerlingen werd het soms te veel.

Het is nog een moeizame weg die wij mensen
zullen moeten volgen:
niemand van ons kent het geluk dat ons wacht
maar niemand van ons weet ook welke zware dingen
er nog van jou gevraagd zullen worden
…………………..
niemand kent het verdriet en de pijn
die je mogelijk nog moet meemaken
maar-en dat staat zo mooi in de huwelijksliturgie
waarop sommigen zich hier al weer op
aan het voorbereiden zijn-
ons leven zal menselijker,
onze volhardingskracht sterker
en onze liefde milder zijn
als wij willen gaan in het voetspoor van Jesus Messias.

Wij zijn samen op weg, mensen die het gemakkelijk hebben,
mensen die het moeilijk hebben.

Soms worden ons momenten van troost
als daar op de berg Tabor gegund:
en er zijn meer hoogtepunten, gelukkig…

maar ze kunnen alleen maar hoogtepunten zijn
omdat we weten dat in het gewone leven van alle dag
er een vriend is die met ons meegaat
die ons niet loslaat:
die heeft gezegd: IK ZAL ER ZIJN
alle dagen.

De meest troostrijke boodschap van ons geloof is:
in dat gewone leven,
ook als het grauw lijkt en saai, is Hij bij ons aanwezig,
gaat Hij met ons mee, vandaag en alle dagen.

Ondertussen bidden wij

Wees Gij de zon van mijn bestaan..
dan kan ik vrolijk verder gaan
tot ik U zie o eeuwig Licht
van aangezicht tot aangezicht!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

30 juli: De parel ligt voor het oprapen

[print]

Zeventiende Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • 1 Koningen 3,5-12

  • Romeinen 8,28-30

  • Matteüs 13,44-52

Wat hebben mensen voor idealen?
Een betere wereld. Hoe krijg je die?
Sommige fanatieke moslims willen voor een wereld
naar hun ideeën ingericht als Moslim-martelaars sterven.
Hun rouwende familie troosten zich dan met de gedachte dat
hun zonen of broers in het hemels paradijs
een beloning voor hun heldendaad ontvangen.
Anderen, Karadzic, Mladicz en Hadzic offerden duizenden andere mensen op
voor het precies omgekeerde ideaal:
een rein, volmaakt christelijk Servië, moslimvrij.
En dan was er nog ooit een man met een dolgedraaide geest
die in Noorwegen tientallen mensen de dood injaagde
omdat hij waanideeën had over een nieuw, rein en vroom Noorwegen.

Er is dringend behoefte aan correctie van al die malle zelfverzonnen idealen.
De verhalen van vandaag spreken over een betere bezieling:
het je werkelijk laten leiden door de Heilige Geest.

Salomo was nog jong maar zijn naam glansde al direct:
Salomo: man van sjalom, koning van de vrede.
Maar hij laat zich door zijn succes niet van de wijs brengen.
Hij zoekt contact met God en hij krijgt het..
God spreekt met hem als met een vriend.
Salomo is een jonge koning…en dat beseft hij. ‘Ik ben nog maar een knaap.’
Omdat hij die bescheidenheid kan opbrengen
door werkelijk naar God te willen luisteren
daarom kan God met hem werken.
God is een soort Supporter van hem met een hoofdletter.
‘Vraag wat je hebben wilt’’ zegt de Heer, ik geef het jou.’

We kennen vele verhalen over mensen die wensen mogen doen
altijd gaat het verkeerd omdat ze niet het goede vragen.
Wat zou een koning vragen? Macht over anderen, geld… zulke zaken.

De jonge mensen in het verre of nabije oosten
zochten het Paradijs maar op een verkeerde manier.
Gefrustreerde machtige lieden zochten eeuw in eeuw uit ook het verkeerde.
Hitler en Karadzic waren allebei gefrusteerde dwalers.
Ze vroegen de macht ze kregen de macht
want mensen waren zo stom om hen die macht te geven,
duizenden en duizenden kostte dat het leven.

Terug naar Salomo.
Salomo vraagt niet om macht,
niet om geld, niet om rijkdom
hij vraagt zelfs niet om gezondheid
maar om het allerwezenlijkste:
hij vraagt 1) om een ‘luisterend hart’ dat goed verstaat,
2) om een hart dat wijs is
en 3) een hart dat goed onderscheiden kan.

1) Om met het eerste te beginnen:
een luisterend hart. Een hart dat hoort.
Hoort naar het woord van God
zoals dat op hem en ons af komt vanuit de hemel
maar ook vanuit wat andere mensen zeggen om ons heen.

In het gewone leven tussen mensen
blijkt het niet kunnen luisteren een groot,
heel groot probleem te zijn.
Hoe vaak spreken wij niet van ‘misverstanden’ tussen mensen?
Als mensen elkaar goed verstaan .. is er al veel gewonnen
en als ze God willen verstaan
komt er werkelijk een nieuwe wereld in zicht.

2) Als je naar God en de mensen met je hart wilt luisteren
hoor je ook wat je te doen staat.
Dat is het tweede waar Salomo om vraagt…
een wijs hart.
Om dat te begrijpen wat dat met doen te maken heeft
moet je uit Amsterdam komen
dan ken je de hebreeuwse vertaling van het woord wijs
en dat is goochem:
dat woord heeft met doen te maken:
handig zijn, iets nuttigs kunnen doen.

3) Het derde waar hij Salomo als jongeman om vraagt
is een hart dat onderscheid kan maken tussen goed en kwaad.
De gave des onderscheids
waarmee je andere mensen kunt helpen
door ze te adviseren wat goed is en wat niet
en ze te helpen hun hart te richten op de wet van God.

De gave des onderscheids om zelf te weten
wat een opgeklopt waanidee is
en wat de echte wil van God of Alla is.

Salomo wordt,
– hij was nog geen twintig toen hij deze wensen uitsprak-
een nog jonge maar goede koning:
een mens waar God mee werken kon:
een soort Jesus nog voor die geboren werd
een zoon van belofte.

Van Jesus zelf horen we vandaag drie gelijkenissen.
De eerste gaat over een akker waarin een schat verborgen is,
de tweede over een parel die een koopman ontdekt.

Zowel de landbouwer als de koopman
zoeken naar het echt waardevolle:
ze verkopen alles wat ze hebben
en kopen die akker, die parel.

Om goud en zilver of soms nog wel over minder
maken mensen ruzie (bij een erfenis!)
maar het woord des Heren dat kostbaarder is dan zuiver goud
(psalm 19 vs.11)
is datgene waar het werkelijk om gaat.

In de derde gelijkenis wordt gesproken over een visnet
dat in de zee geworpen wordt. Door wie ?

Als in de joodse geschriften
(het Nieuwe Testament is een joodse geschrift!)
het hulpwerkwoord ‘wordt’ klinkt wordt er verwezen
naar Israëls Heilige. God die achter alle dingen zit.

Met ‘het net wordt uitgeworpen’ is dus bedoeld:
‘God werpt Zijn net uit.’ Hij is degene die verzamelen wil.

In een van de tafelgebeden die wij bidden
staat het zo: – het klinkt in mijn oren een beetje komisch –
‘altijd blijft Gij bezig U een mensenvolk te verzamelen.’

God is altijd op zoek naar mensen
die met Hem mee willen doen rond Zijn woord
(goede vissen)
mensen met een luisterend hart,
die willen doen wat hun te doen staat
en die weten wat goed is en wat niet.

Dat akelige slot over die vissen die weggeworpen worden.
(een detail dat ons doet huiveren) vertelt Jesus alleen maar
opdat wij de waarde van het luisteren naar Gods opracht
sterker zullen beseffen.
Hopelijk zijn wij die mensen niet-
die niet luisteren naar de roepstem van God of de naaste,
die geen keuzes maken of de verkeerde keuzes.

III. Jesus besluit met deze parabels zijn apostelrede:
zijn toespraak tot zijn leerlingen
waarin Hij hen wil mobiliseren en aktief maken.

Zelf is Hij bij uitstek de mensenzoon met een luisterend hart,
zelf is Hij bij uitstek degene die weet wat Hem te doen staat,
zelf is Hij bij uitstek degene die het verschil weet tussen goed en kwaad….
de nieuwe Salomo, de koning van de vrede.

Aan ons de taak om op hem te gaan lijken,
onze werkelijke roeping te ontdekken;

die schat ook te vinden.
en net als de kooplieden uit het evangelie
alles op alles te zetten,
alles te durven verkopen .

Wij worden uitgedaagd
ons leven werkelijk te richten op Hem
die ons uitnodigt van Hem te zijn.
De Eeuwige, de Enige, die ons wil inspireren en bemoedigen
die ons trouw blijft over de dood heen..

We hoeven overigens niet zo ver te zoeken,
het woord des Heren is dichtbij:
in je eigen hart
je kunt het gaan volbrengen.

Er valt veel te doen dichtbij in je eigen omgeving
maar ook aan de opbouw van de nieuwe wereld zal nog veel moeten gebeuren,
in Europa, in Afrika en Azië en Amerika en waar niet.
En dan geldt alle hens aan dek!
Niemand kan gemist worden, allemaal zijn we nodig.
Oud, jong, gehuwd, ongehuwd.

Gaan we dan gauw op zoek,
naar onze eigen kostbare parel, de eigen schat,
onze eigen taak.

Wat je echt gelukkig maakt
is de ontdekking van je eigen roeping.
Het kostbaarste wat je hebt als mens kunt vinden is
het weten waartoe je geroepen bent door God
die jou, juist jou, nodig heeft.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

16 juli: Hij laat ons niet aan ons lot over

[print]

Vijftiende Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 55,1-10

  • Romeinen 8, 18-23

  • Matteüs 13,1-23

Er is een bekend gedicht van een Nederlands dichter
dat in de gebedsvorm gegoten is.
De dichter klaagt daarin hoe moeilijk het leven is,
en wat voor een vreselijke dingen er kunnen gebeuren.
Hij worstelt met zijn eigen drankzucht en zijn eigen driften
maar het gebed/ gedicht is vooral bekend geworden
door de laatste regel.
Daarin vraagt de dichter zich een beetje brutaal biddend af:
‘God, dat Koninkrijk van U, wordt dat nog wat?’
Een zeer herkenbare vraag
al zullen andere mensen hem niet zo direct verwoorden.

Gistereochtend dachten we dat ook:
een jonge vader van 41 jaar moesten wij uitdragen,
zijn vrouw en vier kleine dochtertjes blijven achter.
Waar is God? Kan dit zomaar, wordt het nog wat in deze wereld?

Geen dwaze vraag:
Niet voor niets bidden we in het Onze Vader
dat we al bijna 2000 jaar bidden wij met Jesus
-en Jesus sluit met die bede aan op nog oudere joodse gebeden-
UW KONINKRIJK KOME.
En een soortgelijk joods gebed voegt daar aan toe: IN ONZE DAGEN!

Het is triest om te zien
hoe sommige mensen vaak door teleurstellingen heen
de moed verliezen en vermoeid en verbitterd
zich terugtrekken in een burcht van droefheid, eigen gelijk en passiviteit.

Het allerergste is het echter als,
en helaas gebeurt dat maar al te vaak
ook bij jonge mensen in onze dagen-
de moedeloosheid vervalt tot wanhoop.
Het heeft geen zin meer dat ik op aarde leef,
het heeft geen zin meer dat ik mij inzet,
het heeft geen zin meer dat ik er ben.

Als Jesus rondloopt in het Galilese land gloort er hoop !
Het evangelie van vandaag vertelt
dat hij zijn huis, in Kafarnaum aan het meer, verlaat
(leuk dat we iets horen over zijn huis).
Hij gaat op weg maar er zijn er zovelen die hem volgen
dat hij haastig wegvlucht in een bootje.

Hij vaart daar even het meer mee op
niet om de mensen in de steek te laten maar
om vanuit zijn bootje (een hele bijzondere preekstoel)
te gaan spreken tot de mensen die amphitheatergewijs
aan de kant staan.

Hij geeft ze hoop en spreekt met hen over een nieuwe wereld
die Hij vanuit zijn bootje al werkelijkheid ziet worden
in al die mensen naar wie hij kijkt.
Het lijkt wel of hij ook al een beetje naar ons kijkt
en dat Hij al onze problemen van vandaag al aanvoelt.

En hij gaat dan spreken over een zaaier die uitgaat om zijn zaad te zaaien.
‘Het Koninkrijk van God lijkt daar op’ zegt Hij
en Hij gaat het omstandig uitleggen.
Hij gaat uit van de oude geloofstraditie
waarin gesproken wordt over het Woord Gods als een zaad
dat wordt uitgestrooid in de aarde.

‘Het woord van God klinkt nooit tevergeefs’
had de profeet Jesaja al gezegd -we hoorden die tekst vanmorgen-
‘het zal nooit zonder gevolgen blijven.
Het drenkt net als een malse regenbui de aarde en zie er is leven.

Jesus zegt, trouw aan de boodschap van de profeten:
‘Het gaat met de groei van het Koninkrijk Gods
net als met een zaad dat in de aarde valt.’

Het wordt uitgestrooid dus ..moet het opkomen.
Want zaad komt op
zelfs al slaapt de boer.

Of het klein is of groot is niet belangrijk:
kleine zaadjes kunnen grote bomen worden.
In de preekstoel van onze Bavo is dat geheim uitgebeeld,
jammer dat we niet op de Televisie zijn.

Het zaad is goed: het woord van God is getrouw
maar de grond… en nu komt het: die moet wel goed zijn.
Die grond zijn wijzelf.
Als de grond goed is, als wij goed zijn, ontvankelijk
kan de groei van Gods Koninkrijk doorgaan.

De groei van het zaad hangt af van de kwaliteit
van de akker waarin het valt.
WIJ zullen die akker moeten zijn…
ontvankelijk, open, van goed wil.

Dat Koninkrijk wordt het nog wat
waar blijft het toch….
De Schrift leert ons:
je zult niet ver hoeven te zoeken
‘je zult niet naar de overkant van de zee hoeven te gaan
of ook niet hoog naar de hemel te klimmen
om het te gaan halen’
– en nu ben ik Mozes aan het citeren – :
‘het is bij jou in je eigen hart gezaaid’
het komt in je.. en zo kun je het Koninkrijk van God helpen nabij te komen.

Dat precies bedoelt Jesus als Hij zegt:
‘Het Koninkrijk is midden onder u.’

Terug naar het zaad:
Toch wel ontroerend
dat het woord van God vergeleken wordt
met zo iets kleins en kwetsbaars als een zaad.

Over dat zaad wordt nog meer gesproken in de schrift
niet alleen dat het verstikt wordt of gekwetst
maar ook dat het in de grond als het ware sterven moet.

Dat werd in Jesus, Gods eigen woord, Zijn allerbeste zaad-
meer dan ooit werkelijkheid:
Zijn hele bestaan was er op gericht zichzelf te offeren
zichzelf te geven aan Zijn levensopdracht,
en als het beste zaad dat er ooit bestaan heeft
in de grond te sterven en vrucht voort te brengen,
honderd, zestig, dertigvoud,
en mischien, ja heel misschien geldt dat ook voor het leven
van die jonge vader die we gisteren uitdroegen.

Een wetenschapper vertelde mij eens
dat er in de natuur niets verloren gaat.
Ieder blaadje dat van de bomen valt en wegrot
wordt een belangrijk onderdeel van een nieuw levenbrengend proces;
geen waterdruppel valt op aarde of hij drenkt de planten
die weer leven geven aan onze atmosfeer.

En dat, durf ik deze morgen te verkondigen,
geldt ook voor alle positieve krachten
die er worden opgebracht. Ieder lief woord
of ieder hulpvaardig gebaar,
ieder teken van liefde, hoe klein ook
maakt deel uit van Gods grote geschiedenis van het Koninkrijk.

Gelukkig gelukkig valt het zaad ook in onze dagen soms,
neen vaak, in goede grond.
Gelukkig zijn er ook nu mensen die willen luisteren naar hun levensopdracht
en is er die verborgen groei die doorgaat
binnen de kerk, buiten de kerk ondanks alles……….

En ook dat sterven in de grond gaat door:
er zijn mensen die zich geven
met heel hun wezen aan hun taak, hun levensopdracht
er zullen mensen sterven als zaad in de grond….

Dan, dan alleen is er de belofte
dat de goede oogst zal komen
de nieuwe wereld
het glorieuze resultaat
van die wonderlijke samenwerking tussen God en ons
het Koninkrijk is dan echt gekomen.
Met onze koren zingen we die nieuwe wereld naar ons toe:

God alles in allen.
Zo moge het zijn.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

9 juli: Je last dragen

[print]

Veertiende Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Zacharias 9,9-10

  • Romeinen 8,9.11-13

  • Matteüs 11,25-30

‘Neemt mijn juk op de schouders
en ik zal u rust en verlichting schenken’

Een last opgelegd krijgen….
en dat moet je dan nog leuk vinden ook.
Een last dragen leuk vinden lijkt goed te passen
bij een bepaald soort vroomheid
die niet zo populair meer is:
draag maar, verdraag maar, draag je kruis.

Professor van der Berg, een psycholoog
schreef over een 17e eeuwse heilige
die om dichter bij zijn Heer te komen
zich in een kelder liet opsluiten
en daar graag enige tijd op de koude vloer wilde zitten
met een grote steen aan een ketting om zijn nek.
‘En merkwaardig is het dat deze heilige
-ik citeer professor van der Berg
‘van deze onplezierige en ongebruikelijke bezigheid
niet genoeg kon krijgen.’

Is het christendom werkelijk zo’n geloof van mensen
die allemaal ellende moeten doorstaan
of zichzelf allerlei kwellingen aan moeten doen
om heilig te worden ?

Het antwoord is: u vermoedde het al- gelukkig NEEN.
Wel hoort er bij geloof een heilige onrust…
de onrust omdat je weet
dat er in deze tijd, in deze wereld veel van je gevraagd wordt
en dat is dan dat juk, die last.

Toch neem ik het vandaag een beetje voor die heilige
met een steen om de nek in de kelder op:
ik begrijp waar hij tegen protesteerde!

Je kunt namelijk er ook op los leven
en je nergens iets van aantrekken,
doen alsof er niets aan de hand is in de wereld,
alsof je er zelf niets mee te maken hebt.
Dat gaat een tijdje goed
maar al gauw doet zich dan de vraag voor:
waar leef ik eigenlijk voor,
wat doe ik hier,
wie is er die mij nodig heeft.?

Antwoord: Hij die heeft gezegd
dat Hij het werk van Zijn handen niet loslaat.
Hij verwacht iets van je,
Hij legt je een opdracht op
Daarom spreekt Jesus over
een last,
een juk heet het in het evangelie.
En dat juk mag niet weggeworpen worden.

Het Oude Testament spreekt ook vaak over zo’n juk:
het juk van de Wet, de levensopdrachten zie een mens van God krijgt.
Mozes klaagde wel eens:
‘uw 10 geboden zijn zwaar
maar het ergste is nog
wat ons verder nog overkomt aan ellende
en vooral wat anderen ons om uwentwille aandoen.’

Mozes’ klacht is te begrijpen
gelovigen, mensen die toegewijd leven
worden wel eens zwaar beproefd,
er is geen ander volk als het joodse volk
dat zo moest lijden.

Maar er is een troost:
Zijn klacht wordt gehoord
en serieus genomen door een solidaire en vriendelijke God.
De zwaar beproefde Mozes
krijgt een mooi antwoord:
‘als je het juk van de Tora, de tien geboden draagt,
sta ik altijd aan jouw kant.
je blijft gespaard van de slavernij van de wereldrijken
en je blijft gespaard voor de eeuwige dood. ‘

De mens die onder het woord van God vandaan glipt,
die denkt alleen maar ikke ikke en de rest enzovoorts,
die is een gemakkelijke prooi van de machten om hem heen.
Hij denkt vrij te zijn maar hij zal een slaaf worden
van de Mammon of de goden van macht en geweld.
Die goden zullen hem ongelukkig maken en onvrij.
De heilige wilde daaraan ontsnappen:
zijn methode is misschien niet van deze tijd
maar hij wilde verwijzen naar de noodzaak van de dienst
aan de ene God die ons oproept tot echt leven:
de ene echte God maakt vrij.

Vlak voor het evangelie van vandaag
vergelijkt Jesus zijn verhouding tot de mensen om hen heen
die Hij probeert warm te maken voor Gods Koninkrijk
met wat er op een marktplein gebeurt onder kinderen.
‘Waarmee zal ik de mensen
die niet mee willen doen vergelijken?
Ze lijken op kinderen op de markt
die van andere kinderen te horen krijgen:

we hebben voor jullie op de fluit gespeeld
maar je hebt niet gedanst,
we hebben voor jullie een klaaglied gezongen
maar jullie hebben niet geweend.’

Hij waarschuwt tegen oppervlakkigheid en zelfgenoegzaamheid,
leven met God betekent niet pijnloos leven.
Je zult net als God
het verdriet van anderen voelen.
Je hebt als gelovige, net als God zelf,
geen rust meer in de goedkope zin van het woord…
Wil je Hem dienen dat betrekt Hij je bij alles wat er gebeurt;
en maakt je met de dag onrustiger omdat er veel gedaan moet worden.

Je bent nodig, je bent onmisbaar:
alle hens aan dek
maar zo leidt Hij je naar het ware leven.

Jesus zegt het niet voor niets, namens zijn Vader:
‘Neemt mijn juk op uw schouders’

Jesus zelf droeg ook een juk,
Zijn opdracht, Zijn trouw aan de mensen,
aan ons tot het uiterste toe.

Het juk dat Jesus voor ons de berg opdroeg, het kruishout
heeft ons de ware vrijheid gebracht.
Het juk van zijn houten kruis heeft
alle ijzeren jukken waarmee machthebbers mensen kwellen
gebroken.

Onze ziel kan nu nog alle kanten op.
We kunnen verdwalen, we kunnen proberen te vluchten…
maar de enige manier om zinvol en goed te leven
is voor Jesus en Zijn Vader te kiezen.

Alleen de mens die God wil dienen
met heel zijn hart en al zijn krachten
de mens der wil zijn voor anderen
die mens zal het echte geluk vinden:
hij zal leven in eeuwigheid.

In dankbaarheid denken we samen aan mensen
die ons het geloof voorleefden en nog voorleven.
In deze week zo’n 9 jr. terug (29-6-08) stierf pater Jan van Kilsdonk.

Hij kwam wel eens in aanvaring met de vertegenwoordigers
van de top van de kerk
maar hij stierf toch in het harnas van de trouw aan het evangelie.

Het ging hem om de mensen zoals het Jesus ook om de mensen ging.
Bekend is het verhaal dat hij een stervende bezocht die opeens zeiL
‘waar is het kruisje op uw revers?’ Hij zei: ‘dat ben ik waarschijnlijk verloren.’

Een paar dagen later bezoekt de pater de stervende weer.

De zieke overhandigt hem een plastig zakje met een kruisje erin
en spelt hem dat op zijn jasje.
‘Het was of ik voor de tweede keer priester gewijd werd’
vertelt de priester later.

Zo droeg de priester het kruisje weer op zijn revers:
het kruisje dat verwijst naar zijn roeping
naar je taak, naar de Heer voor wie je leeft.

En Jesus zegt dan:gen:
‘leert van mij,
je zult rust vinden voor je zielen
want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

Zo’n bemoedigende uitspraak betekent niet
dat je, als je de God van Abraham, Isaak en Jakob dient
gespaard blijft voor alle ellende en alle pijn
maar dat je stand zult houden door alles heen.
Daarom riep Paulus heel uitdagend uit:
‘dood waar is je prikkel.’

Dezelfde Paulus die eerder zei:
‘niemand leeft voor zichzelf en niemand sterft voor zichzelf
wij leven voor God onze Heer, aan Hem behoren wij toe.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor