• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

All posts by Maarten Kools

Orde van dienst Derde Zondag van de Advent

Derde Zondag Advent
17 december 2017, 10:00 uur

Celebrant: H.J. van Ogtrop
Diaken: drs. E. Fennis
Koor: Mannenkoor o.l.v. S. Nieuwenhuijsen
Organist: dr. A. van Eck

Lezingen

Jesaja 61,1-2a.10-11
1 Tessalonicenzen 5,16-24
Johannes 1,6-8.19-28

Voorafgaand aan de viering is er vanaf 09.30 uur uitstelling van het Allerheiligste in de Sacramentskapel. Gelegenheid voor aanbidding en bezinning. Tevens gelegenheid tot persoonlijke biecht.

Introitus: ‘Aan de einden…’ (lied 2, blz. 10 misboekje)

Ordinarium: Missa cum Jubilo (M. Duruflé)

Tussenzang: ‘Lofzang van Maria…’ (BLB 259)

Credo I (BLB 10)

Offertorium: ‘O quam suavis est…’ (A. de Klerk)

Gezongen Onze Vader (BLB 93)

Communio: Meditation (M. Duruflé) / ‘The people that walked…’ (G.F. Händel)

Slotzang: ‘O kom, o kom, Immanuel…’ (lied 7, blz. 13 misboekje)

Postludium: Toccata on “O come, o come Emmanuel” (A. Carter)

Beschikbaarheid reserveringen Nachtmissen

Bavo Kerstviering voor gezinnenWegens grote belangstelling is het niet meer mogelijk om een zitplaats te reserveren voor de eerste Nachtmis (20:00 uur). Mocht u nog geen reservering hebben, dan bent u vanaf 19:30 welkom, en dan wordt er, indien beschikbaar, nog een plaatsje gezocht.

Voor de tweede Nachtmis (22:30 uur) kunt u na de viering van 17 december nog een zitplaats reserveren.

10 december: Een nieuw begin!

[print]

2e Zondag Advent

Schriftlezingen:

  • Jesaja 40,1-5.9-11

  • 2 Petrus 3,8-14

  • Marcus 1,1-8

Troost, troost toch mijn stad…
dat zijn de grootse woorden
waarmee vandaag de eerste lezing begon…
troost, troost toch mijn stad
en spreek haar moed in
want er komt een einde aan haar verdriet….

En in het Salve Regina zingen wij;
– goed om dat na de Mariadag 8 december te citeren:
‘moeder Gods kijk naar ons en wees onze vertroosting
‘in hac lacrimarum valle’, in dit tranendal.
Mensen kunnen best wat troost gebruiken!

Dit is het begin van de blijde boodschap…
zo begint Marcus zijn evangelie.
We lezen dat het komende jaar in de kerk.
Altijd weer blijft de droom van een nieuw begin…
een droom noem ik dat want…
iedere keer krijgen we weer een tikken op onze neus.
Marcus was volgens de overlevering een heidense jongen,
door Petrus op een van zijn reizen ooit meegenomen.
Hij droeg in zijn naam nog de naam mee van de Romeinse oorlogsgod MARS ..
maar Petrus had gezegd: ‘laat maar, het gaat om je hart.
Het nieuwe begin van zijn eigen leven, en dat van ieder die luisteren wil,
is volgens Marcus te vinden in een Joodse man: Jesus,
die men de Christus, de Messias ging noemen.
Dat nieuwe begin noemt hij:
DE BLIJDE BOODSCHAP VAN JESUS CHRISTUS.
Het verhaal van DIE man noemt Marcus ‘evangelie’ de blijde boodschap.

Dat evangelie verkondigen is meer
dan een oppervlakkig herhalen van vrome clichés
het houdt meer in:
het houdt de proclamatie in van het hele programma
van God met Zijn volk waar die Jesus van Nazareth voor staat.
Een programma van sjaloom en nieuwe toekomst voor heel de wereld
zoals dat beschreven staat bij de oude profeten, bijvoorbeeld Jesaja.

Daarom gaat Marcus haastig verder:
‘dit is de blijde boodschap van Jesus Christus
ZOALS GESCHREVEN STAAT BIJ DE PROFEET JESAJA.

Bij hem kun je duidelijk lezen
wat de blijde boodschap werkelijk inhoudt:
bevrijding van mensen die in de verdrukking zijn,
geen vreemde heersers meer, troost voor de geringen.

Het evangelie dat Jesus ons, in het voetspoor van de oude profeten, vertelt
houdt in dat alle machthebbers die mensen bedreigen hun kracht verliezen,
dat de kleine mensen wordt recht gedaan.
Volgens Jesaja was er een nieuw begin mogelijk
toen de vertrapte joden uit Babel terug mochten gaan naar Jeruzalem.
Het staat zo mooi in de psalmen:
‘toen Gods ons thuisbracht, was het alsof wij droomden.’
Toen werd een weg gebaand naar een nieuwe toekomst toe !
Jesaja ziet de weg al lopen: weg van het troosteloze Babel
naar een nieuw en goed Jeruzalem.
Het is geen gemakkelijke weg.. geen snelweg, geen autostrada.
Het is een weg door de woestijn.

Johannes de doper hoorden wij vandaag in diezelfde woestijn
even buiten Jeruzalem, mensen van zijn tijd bijeenroepen.

Hij riep ze samen even buiten Jeruzalem, even weg van de gewone drukte.
Daar ging hij ze vertellen dat God
met iedere mens afzonderlijk, opnieuw op weg wil.
‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’
luidt een oude (beetje afgezaagde) volkswijsheid
maar er zit wel iets in!

En hij vertelde ons bovendien heel duidelijk
hoe wij ons op het nieuwe begin
dat God met iedere mens en iedere mens met God wil of kan maken
kunnen voorbereiden:
‘maak de wegen recht’. Maak je levensweg recht.
Ga geen kronkelpaadjes, ga geen verkeerde zijweggetjes in
maar weet wat belangrijk is in je leven en wat niet.

Hij zal je helpen. Hij die Israël riep,
zal naar je toekomen, solidair met jullie, mensen van goede wil.
Hij kwam naar ons toe in solidariteit.
door ons die ene mens te zenden
in wie zijn liefde en eeuwige trouw ons verschenen zijn.
Dat is bemoedigend, dat is troostend.

Om dat te leren geloven,
om dat misschien te kunnen blijven geloven, vieren wij Advent.
Advent vieren betekent: samen uitzien naar die nieuwe toekomst
waar de profeten over spreken.
Advent vieren betekent:
voor zover we dat kunnen die nieuwe toekomst voorbereiden.
Advent vieren betekent ook:
de kleine tekenen van hoop die er -ook in jouw eigen levensdagen- zijn,
willen zien en daarom volhouden.

‘IK HEB EEN BLIJDE BOODSCHAP VOOR JULLIE’
zei Marcus: ‘HET VERHAAL VAN JESUS’

Het Koninkrijk Gods is nabijgekomen
in deze mens, het kwetsbare kerstkind
dat als volwassen man gekruisigd worden
en deze gekruisigde volgen is onze enige hoop.

De leerlingen waren van hem weggelopen toen dat duidelijk werd,
de vrouwen op de Paasmorgen holden weg van het lege graf
en durfden – dat zullen we in het Marcusevangelie met Pasen lezen-
niemand te vertellen dat Jesus de gekruisigde toch de Heer van de toekomst is.

Door Marcus, de evangelist van dit nieuwe kerkelijk jaar
worden wij ingewijd in dit geheim.
Hij heeft zijn boodschap opgeschreven
zoals hij hem heeft opgeschreven
opdat wij onze eigen conclusies zouden trekken.

Strijdbaar zijn als Marcus die opkwam voor zijn geloof
en -net als velen van zijn gemeente-
werd gemarteld en gedood.

Marcus weigerde te geloven
dat de haat het winnen zou van de liefde
en dat de duisternis het licht zou verdringen.

Hij geloofde in een ander programma:
zoals ook ons dat verkondigd wordt:
het nieuwe begin rond Jesus Messias
die voor ons en met ons stierf
maar die nu leeft en ons voorgaat naar Galilea.

Met kerstmis zullen wij ons met velen verzamelen in onze kerken.
Dan blijkt hoe veel mensen er ‘van goede wil’ zijn
die willen dromen van rechtvaardigheid en vrede.
Maar dat niet alleen: ze willen er ook iets aan gaan doen.

Mensen van de kerk maken zich vaak zorgen:
houden wij het wel vol? Welke kerken zullen er dit jaar
weer gesloopt gaan worden?

Laten we leren van de eerlijkheid en de moed
van alle mensen die volhouden
dwars door alle onzekerheid en wanhoop heen.

Een flinke volwassen jongen wilde gedoopt worden.
Ik zei: ‘zou je dat wel doen? Toetreden tot een kerk
waarin kruistochten plaats vonden en inquisitie
en dan nu al die schandalen die openbaar worden?’
Hij keek mij verbaasd aan: ‘wat zegt u allemaal,
dat is erg en dat moet eerlijk genoemd worden
maar voor de rest: Ik word toch katholiek en ik ga er voor.‘

Hij begreep waar het bij geloven om gaat.
Het gaat om onszelf op de eerste plaats
die, vandaag ook weer, in deze wereld opgeroepen worden
er voor te gaan en ook om de hoop levend te houden dat alle inspanningen
van alle mensen – ook de niet kerkelijke – die het goede willen
ergens toe zullen leiden.

Marcus wil aan het begin van dit nieuwe kerkelijke jaar
alle mensen die hem willen horen tevoren bemoedigen:
Dit is het nieuwe begin: Jesus gekruisigd, gestorven en begraven
maar opgestaan uit de doden onze aanvoerder.
Hij, de weg naar het ware leven, het licht der wereld.
Laten we onze fouten erkennen, het oude achterlaten
en op weg gaan, Hem achterna!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Gezinsviering in het teken van de Advent

Kinderviering 140504Beste allemaal,

Nu Sint Nicolaas weer vertrokken is naar Spanje, gaan we ons verder richten op kerstmis.

Aanstaande zondag is het al de tweede zondag van de advent en we nodigen jullie van harte uit om dat met ons mee te vieren. En we vieren ook nog een ander feestje; namelijk de verjaardag van onze pastoor! Dat betekent na afloop limonade en wat lekkers er bij!

We willen de kinderen vragen om zondag achter in de kerk te verzamelen en om met een lichtje mee naar voren te lopen. Aan het einde van de viering brengen we de lichtjes naar de kerststal die al bijna klaar is en die we gaan zegenen.

Dus van harte welkom aanstaande zondag om 10.00 uur!!

Namens de gezinsmisgroep,

Eric Fennis, diaken

3 december: Blij en waakzaam

[print]

1e Adventszondag

Schriftlezingen:

  • Jesaja 63, 16b-17,19b;64,3b-8

  • 1 Korintiërs 1,3-9

  • Marcus 13,33-37

Herhaaldelijk klinkt in onze dagen de roep om veiligheid.
Politieke partijen spinnen garen bij het onbestemd gevoel van angst
dat mensen soms in hun greep houdt:
wees waakzaam overheid zeggen ze dan
en ze denken aan meer blauw op straat.

‘Weest op uw hoede, weest waakzaam’
dat zijn de eerste woorden die we van Marcus mogen horen
in het nieuwe kerkelijke jaar.
Die waakzaamheid wordt aan ons allemaal samen opgedragen.

Jesus noemt als voorbeeld van waakzaamheid een portier, een deurwachter.
Maar het is wel een vreemde waakzaamheid.
Niet de waakzaamheid van een buldog die op de drempel ligt en gromt
maar de waakzaamheid van een koster of een organist
die spieden vanaf hun plaats of de blijde intocht van een bruidspaar al plaatsvindt
en de klokken moeten worden geluid
en de feestelijke Intrada moet worden ingezet.

Het is die waakzaamheid die Jesus bedoelt:
de waakzaamheid van een gemeente
die uitziet naar de feestelijke binnenkomst van haar Heer.
Het is de waakzaamheid van de mens
die steeds grote nieuwe dingen verwacht en daar blij naar uitziet.

Jesus wenst zijn kerk die waakzaamheid toe:
de blijde verwachting van de kloppende harten
de blijde verwachting van de kinderen die wachten op sinterklaas
of die de nacht voor hun verjaardag niet kunnen slapen
omdat ze zich zo geweldig verheugen op dat grootste feest aller feesten.

Die feestelijke verwachting zijn wij een beetje verleerd.
Wij denken gemakkelijker: ‘het zal mijn tijd wel uitduren’
en wat de komst van Gods koninkrijk betreft zijn wij vaak somber gestemd:
het wordt niets met deze wereld
en de komst van de vrede op aarde, Gods toekomst,
‘de wolf die zal slapen naast het lam
de aardbodem zal met goedheid bedekt zijn’
zoals we dat in de nachtmis zullen horen…. het zal wel.
Mooie visioenen maar weinig reëel.

Om toch in die visioenen te blijven geloven en idealen te blijven houden
is de deugd van de hoop nodig.
De hoop is de meest kwetsbare van alle deugden.
De Franse dichter Charles Peguy noemde haar
‘een klein meisje dat op straat loopt,
alle grote mensen kunnen haar onder de voet lopen molesteren en doden. ‘
De hoop is de meest gehoonde van alle deugden:
je bent gek als je nog hoopt op en gelooft in Gods nieuwe toekomst.
Maar de hoop is ook de meest heilige van alle deugden
de God welgevallige houding van mensen die volharden: en er staat geschreven:
‘Gij zult bijstaan al wie op u hopen.’ In de Jesajalezing hoorden wij dat.

Dat hopen brengt mensen – als het goed is – ook in beweging;
Jesaja gaat zo verder:

‘Gij staat bij al wie gerechtigheid beoefenen
en die bij al wat zij doen aan U denken.’
Die mens die vanuit die hoop tot actie komt,
zal mensen die bedroefd zijn gaan troosten.
Hij zal proberen te vechten tegen de bierkaai.
Hij zal opkomen voor de bescherming van het leven,
hij zal gaan proberen gerechtigheid te doen.

Deze advent houden wij de Adventsactie
voor kerken in de ontwikkelingslanden.
De christenen hebben het daar niet gemakkelijk.
Ze kijken naar onze camera’s
en –hoe weinig ze ook mogen hebben- ze lachen naar ons.

Dat is geen uiting van oppervlakkige blijdschap
maar de blijdschap van de mens die volhardt en die weet
dat God aan de kant staat van de mensen die volhouden,
die trouw zijn aan hun levensopdracht.

Trouw is de sterke beschermer
die het kleine meisje hoop nodig heeft…
trouw is het wapen tegen de luiheid.

Trouw doet leven.

De Heer moge ons allen trouw op onze post vinden
bezig met te doen wat wij moeten doen
op onze eigen plaats
trouw aan het orgel, achter de dirigentenlessenaar
trouw naast het ziekbed, trouw naast onze kinderen
trouw achter het altaar.

God geve ons allen trouwe volharding
zodat wij levend vanuit de hoop die ons samen bindt
eens kunnen genieten van de grote dingen
die God voor ons in petto heeft.

Niemand weet wanneer het grote moment daar is
van de definitieve inkomst van Jesus als Heer,
niemand weet wanneer het grote werk op aarde voltooid zal zijn
en de vrede op de aarde zal wonen.
Niemand weet ook wanneer God ons eigen leven voltooid zal achten
en zal zeggen: rust maar uit, kom maar binnen.

Laat ons zolang het nog niet zover is
de lofzang gaande houden
op onze post actief zijn
dan mag de Heer zich welkom weten
en kan God eens alles in allen zijn.

In de Adventstijd klinkt met enige regelmaat
het ‘Rorate Caeli, dauwt hemelen van boven.’

Een lied waarin we onze blunders erkennen:
we zien de puinhopen van Syrië en Irak voor ons
als we de droevige beschrijving horen van
de verwoeste tempel: ‘Jerusalem desolata est.’

We erkennen ook onze eigen schuld
aan het feit dat de gerechtigheid en de vrede zo ver weg is:
‘peccavimus’ wij hebben geblunderd.

We roepen om hulp:
‘mitte quem missurus es’
zend ons degene die U naar ons toezenden wilt: het lam
dat de geschiedenis om zal draaien.

En dan klinkt het ontroerende slotcouplet
dat iedere katholiek kent:
CONSOLAMINI.

Het is dan eind goed al goed:
‘wees getroost mijn volk –consolamini-
wees getroost:
je helper, je verlosser komt naar je toe
wees niet meer bang
de heilige, de eeuwige, de getrouwe bij uitstek is in de buurt
je verlossing is een feit.

Zo gaan we de advent in van 2017:
moge het een zegenrijke tijd zijn.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Opbrengst barbiers van Haarlem

Op zondag 26 november brachten de barbiers van Haarlem, Jan Heideman Meesterbarbier, Mad Daddy’s, Barber Albert en Barber Birdman, een bezoek aan onze kathedraal om te knippen, te scheren en baarden te trimmen met als doel geld in te zamelen voor de restauratie.

Na een enorm gezellige middag heeft de dag €900 euro opgeleverd!

Wij willen de barbiers nogmaals enorm bedanken voor hun inzet!

Fotorapportage

26 november: De grote ontmoeting

[print]

Christus Koning van het Heelal

Schriftlezingen:

  • Ezechiël 34,11-12.15-17

  • 1 Korintiërs 15,20-26.28

  • Matteüs 25,31-46

De laatste jaren denken we –meer dan voorheen- denken we nog
wel eens terug aan de betekenis van de eerste wereldoorlog:
een oorlog die Nederland voor een belangrijk deel voorbijging
maar die België en heel Europa hard trof.
Europa was daarna ontredderd. Honderdduizenden mensen
waren gesneuveld… wat moeten we nu dacht iedereen.
Toen, kort na de eerste wereldoorlog, heeft de Paus
het feest van vandaag ingesteld om de mensheid
tot de orde te roepen en uit te nodigen tot
trouw aan onze opdracht er te zijn voor allen die ons nodig hebben.
Bij Nederlandse katholieken, die wel van een feestje houden,
sloeg ook dit feest goed aan. ‘Aan U o Koning der eeuwen’
en ‘Christus vincit’ hieven wij aan
een lied wat vervolgt met: ‘Christus regnat, Christus imperat.’

Niemand die zich afvroeg waarom dit feest was ingesteld
laat staan of deze brallende woorden
wel pasten bij onze koning- Jesus Messias.
Hij – deze vreemde koning- had op de grond gekropen
voor zijn leerlingen en hun de voeten gewassen;
Hij had brood genomen en het gebroken:
‘ik geef mijn leven in solidariteit.’…
Hij had de wijn genomen: ‘ik vergiet mijn bloed voor een nieuw verbond.’
Solidariteit ten dode toe, bloed, dienst.. sombere woorden.

Christus Koning vieren we al zo’n 100 jaar. De vraag dient zich aan:
‘kwamen wij ooit, komen wij ooit aan deze Messias toe ?’
Het evangelie van vandaag vertelt ons hoe hij
mensen ter verantwoording roept.
Deze wonderlijke koning vraagt alleen maar
of je iets gedaan hebt voor de kleinen en de weerlozen.
Als blijkt dat je de vreemdelingen hebt geherbergd, de zieken hebt bezocht,
de hongerigen gespijzigd en de dorstigen gesterkt wordt gezegd:
“Wat je voor een van de geringsten van de mijnen hebt gedaan
dat heb je voor mij gedaan”. Het omgekeerde geldt ook
-en dat zijn de laatste woorden van het evangelie
die nog in onze oren blijven hangen:
“Al wat gij niet voor een van de geringsten hebt gedaan,
hebt gij niet voor mij gedaan…”

Neen, nu geen ‘ja maar’of ‘enerzijds anderszijds’
het evangelie geeft ons daarvoor geen ruimte.
Het is nu of nooit; het is jijzelf of niemand
het gaat om een antwoord HIER EN NU DOOR JOU.

‘Ja maar wat kan ik er aan doen’
verzucht de brave christen als hij de Ebola-epidemie ziet in Afrika.
‘Ja maar, ik heb het te druk’ klaagt de actieve Yuppie
als hij de zieke de zieke laat
laat staan dat hij de gevangenen aandacht geeft.
‘Nederland is vol’ is de smoes die iedereen direct bij de hand heeft
als menig vreemdeling die dreigt gemarteld te worden of vervolgd
tevergeefs klopt aan onze poort?
Dat hebben we meer gehoord:
– was het niet in de dertiger jaren- toen joodse mensen uit Duitsland
tevergeefs aanklopten aan onze poort.
Degenen die het geluk hadden levend terug te keren uit de kampen
hadden in ons goede brave Nederland
toch de grootste moeite hun huizen weer terug te krijgen.

De koning/ rechter uit het evangelie kent geen consideratie
hij heeft geen invoelingsvermogen in al onze ‘ja maren’
en ‘hebt u wel rekening gehouden met…..’
Hij houdt het simpel: ‘ik was hongerig, jij hebt mij niet gespijzigd,
ik was in de gevangenis, je hebt mij niet bezocht.
Ik was ziek, je hebt mij in de steek gelaten,
ik was vreemdeling en er was voor mij geen plaats…’

Abel Herzberg vertelde eens een ontroerend verhaal.
Een oude joodse man in Auschwitz wordt geslagen
tot bloedens toe.
Zijn medegevangenen staan machteloos toe te kijken.
Plotseling roept iemand uit:
‘en waar blijft God nou?’ Hij verwacht hemelse hulp.
Doodse stilte.

Het is dezelfde uitroep die op een berg in Judea klonk
uit de mond van een 33 jarige rabbi
die vermoord werd door de Romeinen.

Het antwoord dat de man in Auschwitz
van een mede-jood krijgt was:
‘daar is God, Hij wordt geslagen, Hij wordt vermoord.’

In het gelaat van de gekwetste man in Auschwitz
werd Gods eigen gelaat getoond:
in de gekwetste man op Golgotha
die ooit -met een doornenkroon op- had gezegd
‘KONING BEN IK’ was God aanwezig.

Het is een vreemde koning die wij dienen.
Hij is geen dictator, geen tiran:
hij is een herder,
een goede herder die het verloren schaap zoekt,
het schaap dat dreigt vertrapt te worden beschermt,
het gewondene heelt en het gebrokene sterkt.

Alle dingen die deze goddelijke rechter/koning belangrijk vindt
hebben te maken met de dingen van beneden.
Hij vraagt niet: ‘bezocht u een kerk,
was u ingeschreven bij een vroom of mooi genootschap,
welke politieke partij had uw voorkeur,
had u een belangrijke baan,
was u een belangrijk persoon.’
Het enige dat telt is: WAT HEB JE GEDAAN;
wat heb je gedaan voor de minsten der mijnen
want daar ben ik te vinden.

Vandaag is het kerkelijk oud-jaar:
dat wij hier in deze kerk de lofzang
al vele jaren -EN HOE – gaande houden
is een reden tot dankbaarheid.
want het is goed als we als broeders en zusters samen zijn
en ons mogen verzamelen rond deze Koning
die ons leven zin geeft
die ons leidt naar de Vader.

De vragen die Hij ons stelt zijn streng:
daarom is het goed niet te triomfantelijk feest te vieren
maar ons te blijven bezinnen op onze opdrachten.

Mochten wij te ver weg dwalen en onze opdracht vergeten
dan is Hij hier en nu ook de Herder
die ons terugroept naar onze levenstaak.

Ons leven krijgt zin:
wij leven niet voor niets.
In die zin geldt dan:
‘heil en geluk komen mij tegemoet mijn leven lang’.

Hebben wij die koning gediend het afgelopen kerkelijk jaar?
Volgende week Advent: we krijgen nieuwe kansen om het beter te doen.
Dat alles als voorbereiding op de grote ontmoeting
die ons ooit te wachten staat
als Hij aan ons persoonlijk vraagt:
‘wat heb je voor mij gedaan’?
Hopelijk staan we dan niet met onze mond vol tanden
en mogen we dan stamelen:
‘ik heb het geprobeerd, te doen wat u vraagt’
of misschien eerder: ‘Heer wees mij zondaar genadig. ‘

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

19 november: Vrouw en man samen in actie!

[print]

33e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Spreuken 31,10-13.19-20.30-31

  • 1 Tessalonicenzen 5,1-6

  • Matteüs 25,14-30

Het bijbelboek Spreuken eindigt opmerkelijk.
Na 30 hoofdstukken vol met spreuken en wijsheden
plotseling een heel apart hoofdstuk om het boek te besluiten.
Dat hoofdstuk is één lange lofrede op de vrouw.
Ik citeer:

‘Een sterke vrouw, haar waarde gaat uit boven die van kostbare koralen.
Het hart van haar man vertrouwt op haar
en zijn winst zal hem niet ontgaan.
Zij brengt geluk, geen ongeluk; alle dagen van haar leven.
Zij zoekt zorgvuldig wol en linnen uit
en doet ermee wat haar handen aangenaam vinden.
Zij staat op als het nog nacht is,
en deelt het voedsel uit aan haar gezin.
Zij slaat het oog op een akker en koopt die.
Van de opbrengst van het werk van haar handen plant zij een wijngaard.
Zij omgordt haar lenden met kracht, en maakt haar armen sterk.
Zij merkt dat haar ondernemingen slagen:
’s nachts gaat haar lamp niet uit.
Zij strekt haar handen uit naar het spinrokken
en zij houdt de weefspoel in haar vingers.
Zij opent haar hand voor de behoeftige,
en strekt haar armen uit naar de misdeelde.
Kracht en luister zijn haar gewaad,
ze ziet lachend de komende dag tegemoet.
Zij opent haar mond en spreekt wijze woorden,
van haar tong komen lieflijke lessen.
Zij gaat de gangen na van haar gezin
en eet haar brood niet in ledigheid.
Het hart van haar man vertrouwt op haar
en brengt hem geluk alle dagen.
Haar kinderen staan op en prijzen haar:
haar man spreekt vol roem over haar als hij zit in de poorten
en spreekt met de oudsten van het land.
Hij zegt: ‘vele vrouwen hebben zich wakker gedragen
maar jij overtreft ze alle!’
Ja, bevalligheid is bedrieglijk, schoonheid gaat voorbij
maar een vrouw die de Heer vreest moet geroemd worden:
roemt haar om de vrucht van haar handen
en prijst haar bij de poorten. ‘

En dan is het boek Spreuken uit: alles is gezegd.

Niet weinig vrouwen worden een beetje achterdochtig
wanneer ze geprezen worden.
Ik maak het wel eens mee bij een jubileum of zoiets
dat een man of een zoon geroerd in snikken uitbarst
bij het dankwoord aan echtgenote of moeder.
Als ik dat zie komt ik mij altijd de ondeugende vraag boven:
‘hoe vaak hielp deze spreker bij de afwas?’
Vrouwen vinden die lofredes soms wel mooi
maar vaak ervaren ze het toch ook
als een zeer listige methode
om hen weer in de rol vast te pinnen
die zij in opdracht van het mannelijk deel van de schepping
moeten spelen.

Volgens de verenigde Naties is die vreemde rolverdeling
tussen mannen die de dienst uitmaken
en vrouwen die feitelijk doen wat er gedaan moet worden
een van de hoofdoorzaken van de rampzalige situatie
waarin veel delen van de wereld verkeren.

Mannen verzinnen conflicten en oorlogen:
vrouwen kunnen de puinhoop opruimen.

Is het slothoofdstuk van het boek Spreuken
weer zo’n poging van de mannen
om de vrouw door haar uitbundig te prijzen
op haar plaats te houden ? Allerminst.
Want wat voor een vrouw rijst daar voor onze ogen op!
Een vrouw die werkelijk het heft in handen heeft.
Misschien is er daarom zo geschrapt in de officiële versie
van de eerste lezing van vandaag.
Deze passage bijvoorbeeld was geschrapt
maar gelukkig door ons deze morgen wel gehoord:
‘heeft ze het oog op een akker dan koopt ze die.’
Kopen en handelen hoort toch in mannenhanden te zijn.
Zij is werkelijk de spil van heel het familiegebeuren.
Fier staat zij voor ons, ze is voor de duvel niet bang:
‘ Met vreugde verwacht zij de toekomst!’
Wordt haar man misschien ook genoemd ?
Zeker. Maar in een bijrol. Hij roemt haar alleen maar
‘als hij zit (ik zet even een uitroepteken achter dat ‘zit’)
als hij zit in de poort bij de oudsten van het land.’
Wat een prachtige parodie op alle mannelijk belangrijkheidsgevoel.
De rol van de vrouw in de wereldgeschiedenis
is belangrijker dan de geschiedschrijving doet vermoeden.

Bekend is het voorbeeld van de heilige Theresia van Avila.
Julie Feldbrugge schrijft over haar:
‘wat mij treft bij haar is de integratie van zovele talenten
in één persoon. Ze bleef zich altijd bekommeren
om haar broers en zusjes, stichtte kloosters, nam de dingen in het leven
zoals ze kwamen, reisde ontzettend veel, schreef kritische brieven
aan kerkelijke autoriteiten. Ze bad, waste, kookte en borduurde,
kon goed met geld omgaan en bemoeide zich met alles
wat op haar pad kwam. Ze was een vrome maar tegelijk buitengewoon
aardse vrouw, die voor alles werd bewogen door de liefde tot God
én tot de mensen die ze ontmoette.
Vooral haar gezond-verstand-kant spreekt mij aan.’

Onze parochie heeft wat dat betreft een goede traditie gekend.
De zusters Regnata en Annette, de pastorale werksters Els en Erna
-de laatste nu actief in een andere kerk-
een magistra cantrix bij het koor.
In Rome heeft onze Paus vrouwen benoemd in het bestuur van de wereldkerk;
wat mij betreft –ik zei het al vaker- mogen ze meer worden gewaardeerd
in het ambtsgebeuren van onze katholieke kerk.

II. Het Evangelie vertelt de beroemde gelijkenis
van de talenten. Oorspronkelijk betekent het woord ‘talent’
alleen maar een geldwaarde: 40 kilo zilver om precies te zijn.
Dankzij deze parabel is het woord iets anders gaan betekenen:
je mogelijkheden, je capaciteiten.

De parabel is niet bruikbaar voor een bankdirecteur
die hierin een opdracht om geld uit geld te maken ziet.
Het gaat om een ander soort creativiteit.
Over het gebruiken van de capaciteiten
voorzover je die kunt inzetten voor het koninkrijk van God.

Een mens kan de capaciteiten die hem gegeven zijn
laten voor wat ze zijn, er niets mee doen en alles bij het oude laten.
Maar hij kan ze ook gebruiken !
Twee mensen zijn in het verhaal actief:
die met de 2 en met de 5 talenten.

De derde niet. Hij stopt zijn talent onder de grond
en geeft het later stoffig weer terug.
Hij is niet lui zoals in de oude vertalingen stond
maar bang, in de nieuwe vertaling staat het goed.

Hij staat voor de mens die niets durft.
Hij verbergt wat hij heeft,
zijn geloof bijvoorbeeld.
Hij doet er zelf niets mee
en stopt het angstig weg.

Tegen zijn Heer zal hij heel braafjes zeggen:
‘ik ben heel voorzichtig geweest,
ik heb het toevertrouwde pand bewaard.’
En dan gaat hij verder timide en angstig maar ook
sprekend vanuit een heel eigenaardig godsbesef:
‘ ik weet dat U een streng mens bent
U oogst waar ge niet hebt gezaaid
en haalt binnen wat ge niet hebt uitgestrooid.’

Hij ziet zijn Heer en God als een bedreiging,
als een concurrent.

Zijn meester ontploft dan bijna van woede.

Uit ergernis over dat rare beeld dat hij van hem ophing:
maar ook uit ergernis over de angstige besluiteloosheid
het gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef van deze man:
‘Slechte, bange knecht’ krijgt hij dan te horen.
En als consequentie van zijn bange houding wordt hem toegevoegd:
‘wie heeft hem zal gegeven worden
maar wie niet heeft hem zal nog ontnomen worden
wat hij heeft. ‘
Het gaat daarbij duidelijk niet over geld
-dat zou erg onrechtvaardig zijn-
maar over de mens die alles verliest
omdat hij zijn verantwoordelijkheid niet durft nemen
omdat hij te bang en te weinig creatief was.

Als we de talenten- parabel verder naar onze tijd toe vertalen
is de bedoeling duidelijk:
‘waag iets, kijk wat je kunt doen met je talent.’

En besef: het zijn juist de kleine dingen die het doen:
het zijn juist de kleine initiatieven van de gewone mensen
(met misschien maar één talent)
die voor de toekomst van heel de wereld het belangrijkste zijn.
In het Engelse lagerhuis zei een van de sprekers
tegen een medeparlementslid van de labourpartij:
‘jouw vader heeft nog de schoenen van mijn vader gepoest’
maar de man pareerde: ‘daar schaam ik mij niet voor
ik zou mij alleen maar schamen als hij het niet goed gedaan had.’
Niemand hoeft zich op zijn talenten te laten voorstaan:
alle talenten zijn ons gegeven.
Dat geldt in het bijzonder voor het talent van het geloof.

Er zijn velen die het in de grond verstoppen
maar gelukkig dat er in onze dagen
altijd anderen zijn:
‘zonderlingen’ in de goede zin des woords
‘merkwaardige’ mensen, waard om op te merken
die het wagen nieuwe dingen te doen.

Gelukkig dat er mensen zijn die wel iets met hun talenten doen,
hun nek uitsteken, staan voor een nieuwe toekomst,
een levende kerk, een betere wereld.

Onze God wil het talent van ieder van ons gebruiken.
Hij wil ook vandaag de God zijn
die ons roept en uitdaagt.
Die ons sterkt als wij met Hem op weg durven gaan
het avontuur tegemoet.
Op de eerste bladzijden van de bijbel
wordt er gedroomd over een prachtige harmonie.
God schiep de mens MAN en VROUW naar zijn beeld
(dat zijn ze dus alleen maar SAMEN !)
opdat ze in een harmonieus samenspel
het aanschijn der aarde kunnen vernieuwen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Unieke compositie in premiere in Haarlemse Kathedraal

Eucharistie thumbOp zondag 19 november a.s. zal een nieuw gecomponeerde mis in premiere gaan in de Bavokathedraal in Haarlem. Het unieke is dat deze gemaakt is door één van de huidige koorleden, Hugo Hopman. Deze getalenteerde zanger en musicus in opleiding maakt onderdeel uit van de Senioren Solisten Opleiding van het Kathedrale Muziekinstituut en is lid van het Kathedrale Koor.

JSO/SSO

De Junioren en Senioren Solisten Opleiding is de kweekvijver voor solisten die, vanuit het Kathedrale Koor, ingezet kunnen worden voor verschillende solowerken binnen en buiten de Kathedraal. Bij concerten en missen met solisten worden zij ingezet, binnenkort zelfs bij het kerstconcert waar delen uit de Messiah van Händel worden uitgevoerd.

‘Satis Bona’

De nieuwe mis heeft de bijzondere naam meegekregen ‘Satis Bona, wat vertaald betekent ‘Goed Genoeg.’ De mis van Hugo Hopman zal zondag dus voor het eerst te horen zijn, tijdens de eucharistieviering die om 10.00 uur begint. De leerlingen van de JSO/SSO zullen gezamenlijk deze viering verzorgen.

Helpt de Voedselbank

 

caritas

Diaconaal weekend 11 en 12 november 2017

De Haarlemse Voedselbank bestaat nu al ruim 10 jaar. Het is dus geen tijdelijk initiatief geweest. De Voedselbank is (helaas) niet meer weg te denken uit de samenleving.

Momenteel is er sprake van een structurele verandering. Omdat de Voedselbank in plaats van houdbaar voedsel steeds meer verse waren krijgt aangeboden, vereist dit een ander beleid. Er moet een centraal uitdeelpunt komen, 6 dagen per week. Klanten van de Voedselbank kunnen dan op supermarktwijze hun eigen pakket samenstellen.

Koelvitrines

In verband met bovengenoemde ontwikkelingen vraagt de Voedselbank uw financiële steun voor de aanschaf van koelvirtines en voor de financiering van een koelwagen.

Help de Voedselbank

U kunt een gift overmaken op NL32 RABO 0120 8975 63 o.v.v. Diaconale Zondag 2017 PCI H.H. Antonius Bavo.

Hartelijk dank.