• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
klein getijdenboek

All posts by Maarten Kools

Getijdengebed in de Groenmarktkerk

Bidden voor eenheid: getijdengebed in de Groenmarktkerk

klein getijdenboekMaandag 16 januari 2017 tot en met zaterdag 21 januari 2017, elke dag om 7:30, 12:30 en 19:30 uur.

Elk jaar wordt er wereldwijd aan het begin van het jaar een week lang gebeden in verschillende kerken voor de eenheid van de christenen. Dit jaar wordt deze week gehouden van zondag 15 januari tot en met zondag 22 januari 2017.

Ook hier in Haarlem komen de mensen samen om te bidden, en dit doen wij in de Groenmarktkerk (Antonius van Padua aan de Nieuwe Groenmarkt).

Bij de gebeden wordt zoveel als mogelijk het ritme van de kloostergebeden aangehouden. Teksten en lezingen volgen de tweede brief aan de Korintiërs 5:14-20, waarin Paulus ons oproept tot verzoening. Stap voor stap volgen we zijn woorden over de liefde van Christus die ons drijft. Deze drijfveer overstijgt de verdeeldheid en brengt christenen bijeen.

De eerste dag van de bidweek, zondag 15 januari, is er een oecumenische viering in de kathedrale basiliek Sint Bavo aan de Leidsevaart in Haarlem. Om 19:30 uur begint die avond het avondgebed in de Groenmarktkerk.

Daarna wordt er van maandag tot en met zaterdag elke dag gebeden voor de eenheid van de christenen, om 7:30, 12:30 en 19:30 uur.

Verkondiging oecumenische viering

[print]

VERKONDIGING 15 JANUARI 2017

ds. B.A.M. Luttikhuis: Inleiding

Dit jaar zal op veel plaatsen worden herdacht dat Maarten Luther in 1517 zijn
95 stellingen publiceerde, volgens de overlevering door die aan de deur van
de slotkapel in Wittenberg te spijkeren. Luthers beoogde met zijn stellingen
een hervorming en daarmee vooral ook een vernieuwing van de kerk teweeg
te brengen. Maar het liep anders, zoals u weet. Het liep uit op een scheiding
van de kerken.

Ook wij willen vandaag dat begin van de Reformatie met elkaar herdenken,
maar dan wel op een wat positievere manier, namelijk niet door terug te kijken
naar 1517, maar door vooruit te kijken en onszelf de vraag te stellen: om
wat voor vernieuwing zitten wij nu in kerk en wereld verlegen? Dat doen we
vandaag met een knipoog naar Luther in de vorm van drie stellingen, ingebracht
door drie voorgangers en geïnspireerd op de drie schriftlezingen van
vanmorgen, die allemaal cirkelen rond het thema ‘verzoening’.

Eén ding bedachten wij daarbij in het bijzonder. Het is niet zo’n kunst om een
stelling de wereld in te slingeren. Massa’s mensen doen dat dagelijks op Twitter.
Maar het is wel een kunst om ook naar elkaars stellingen te luisteren en
daar ook serieus op in te gaan. Wie echt verzoening zoekt, is bereid zichzelf
ook die moeite te geven. Daarom dachten wij als voorgangers: laten wij daarin
het goede voorbeeld geven, over kerkgrenzen heen, door niet alleen onze
eigen stellingen te lanceren, maar ook op elkaars stellingen in te gaan.
Daarbij geef ik nu als eerste het woord aan ds. Sietse van Kammen geven
voor zijn stelling.

ds. S. van Kammen

Stelling (n.a.v. Matteüs 5:23-24)
Bij een stelling lijk je iets overeind te zetten. Maar het is misschien andersom.
Bij een stelling moet er juist iets scheef worden gezet wat kaarsrecht overeind
leek te staan. Pas zo gaat het balletje rollen en komt er iets in beweging.
Verzoend leven met jezelf, met anderen, met je gebreken, met de gebreken
van anderen is de grootste opgave die het leven vraagt. Maar wanneer het
lukt om werkelijk verzoend te leven, dan vindt er ook werkelijk vernieuwing
plaats. ‘Vernieuwd leven’, waar het allemaal leek dood te lopen.
Waar het om gaat is dat je vrij uit en onbelast kunt ‘offeren’, kunt geven. Offeren
is eigenlijk iets teruggeven. Om je bewust te worden dat je het leven eigenlijk
te leen hebt. Het is niet van jou, het is niet van een ander, het is gratia,
genade, gratis en voor niets. Het is niet verworven, niet verkregen, maar geschonken.
Daarbij kan niet achterblijven dat wij elkaar als geschenk gaan
zien; elkaar als geschenk leren ontvangen.Ook de broeder of zuster die zich
als een zeurkous gedraagt is daarbij een geschenk uit de hemel. En al voelt
dit als een uitdaging dit zo te ervaren… Meer dan een uitdaging is het een
gebod, dat het leven ons bezorgd.

Mijn stelling bij Mattheus 5: 23 en 24 is daarom:
Wij hebben elkaar als geschenk te ontvangen
al hebben we bij Sint om iets anders gevraagd.…..

Pastoor R. Frede

De ander als een geschenk ervaren. Met mijn partner lukt dat gemakkelijk –
maar in het dagelijkse leven is het wel een haast niet te volbrengen opdracht.
Het kan leiden dat het permanente gevoel van onbehagen en tekortkoming.
Iedere keer dat ik een vuist in mijn zakken maak in plaats van iets te zeggen
is dan wellicht een kleine overwinning op het grotere kwaad – namelijk openlijk
boos worden of scherpe en emotionele kritiek uiten – maar het leidt bij
mezelf niet noodzakelijk tot het goede gevoel uit de geest van Christus te leven.
Waarheen met onbegrip en woede? Christelijk geloven als permanente
oproep stil de ander als een geschenk van God te ervaren? Waarheen met
strijdbaarheid en engagement?

Een beetje is het ook op oecumenisch vlak zo: Het is namelijk niet zo dat de
scheiding tussen kerken er enkel uit onbegrip van elkaars bedoelingen is,
soms heeft de ander gewoon geheel andere opvattingen dan ik, zijn de dingen
echt onderscheiden. Het helpt dan geenszins als je probeert dat te verduisteren
door er niet over te spreken of glad te strijken (“We geloven allemaal
in dezelfde God”)

Het geschenk dat de ander is wil natuurlijk ook uitgepakt worden en gewaardeerd
– al is het zo dat we bij deze geschenken meestal geen recht op retour
hebben.

Mijn stelling bij 2 Korintiërs 5, 14-20 is daarom:
Als we met het geschenk niet tevreden zijn,
hoeft er ook niet gedaan te worden alsof het wél leuk is,
als we maar onthouden dat ook de gever “een vader en moeder heeft als wij”
en we samen zullen leven in het huis van de Heer, deze wereld.

Pastoor H.J. van Ogtrop:

De ander als geschenk ervaren…
zo wordt het ons vandaag aanbevolen.
Ja dat klinkt mooi maar cadeau’tjes ontvangen is ook moeilijk.
Met grote hardnekkigheid krijg ik ieder jaar op
(mijn verjaardag, die valt nota bene samen met Sinterklaas)
een fles port…. ik zie hem iedere keer aankomen
en… ik haat port.
Sorry aan de gevers –ik heb ze dit jaar gewaarschuwd
maar ik ben ze indirect dankbaar voor hun bijdrage aan dit preekje.
De ander als een welkom geschenk ervaren is dus niet eenvoudig:
de ander beminnen als jezelf is ook niet gemakkelijk.

Het jodendom – en dat hebben we nu als kerken
na honderden jaren antisemitisme eindelijk geleerdhet
jodendom biedt meestal de oplossing
voor alle problemen of schijnproblemen
waar christenen zich eindeloos mee kunnen bezig houden.
‘De ander beminnen als jezelf’
betekent niet dat je jezelf ook aardig moet vinden:
(ik vind mijzelf helemaal niet aardig en ben het ook niet).
De ander proberen te beminnen als jouzelf betekent
dat je de ander moet zien als net zo’n kwetsbaar mens
als jijzelf bent. De ander is niet aardig of aardiger dan jij
hij is gewoon een mens: net als jij bent.
En het bijzondere is dan, en daarvoor komen wij naar de kerk
om dat alsmaar weer te horen,
dat er een ander is die wel iets in ons ziet:
en dat is de ander met een hoofdletter:
de Enige die heeft gezegd dat Hij er wil zijn voor ons,
voor mij en voor jou, en voor jou en voor jou.
Hij maakte ooit zijn Naam bekend aan Mozes:
-ik had er laatst nog discussie over met een wijsneusje van 12 jaardie
naam is niet ‘de almachtige’ al zou hij die titel mogen voeren
ook niet ‘de alwetende’ al zou hij die titel mogen vieren;
geen superheld of superman of supergod
maar een God die gekend wil zijn
als ‘IK ZAL ER ZIJN VOOR JOU!.’

Het wordt hoog tijd dat de kerken, maar ze doen dat al bijna niet meer,
de anderen lastig vallen met hun eigen gelijk
het wordt tijd dat we echt erkennen
allemaal, dat we kunnen groeien en bloeien
als wij ons willen koesteren in de zon van zijn
voor ons altijd weer onbegrijpelijke liefde.
Als kerken moeten we mensen proberen samen te brengen
om ze dat verhaal te vertellen
en dan aan iedereen door te geven:
het verhaal dat er iemand is er altijd weer hoge verwachtingen van ons heeft
en die iets in ons blijft zien!

De doop die ons als kerkmensen verbindt
is een doop in de naam van de Vader en de Zoon
en de Heilige Geest. Ja dat weet ik ook wel…. hoor ik zeggen.
Maar ik ga u zeggen wat dat voor mij betekent.
Door de Vader te noemen wordt je verbonden met de God van Israel,
die ook de Alla van de Moslims is en onze God, de Vader en de schepper.
Door de Zoon te noemen wordt je in het klasje van Jesus gezet
dat wij ook wel kerk noemen, en door de Heilige Geest te noemen word je
verbonden met alle mensen, Hindous, Boeddisten, Heidenen, Agnosten en
ook belijdende atheisten want de Geest van God werkt ook in hen.
Bij de doop wordt dus niet in een rooms, calvinistisch of orthodox hok gezet
maar in de ruimte geplaats van een mensheid waar de koepel
van Gods liefde overheen gespannen staat.
En –tenslotte- die liefdeskracht van God, ik noem dat de Heilige Geest,
is bezig met alle mensen, jong en oud,
man vrouw, gelovig niet gelovig
ook in onze dagen als je het maar zien wil
onbegrijpelijk veel mooie dingen te doen.

Voorbeeldje: een oude collega van mij van 88
ging naar Haarlem om de nieuwjaarsreceptie van de onze
rk bisschop te bezoeken. Hij was 2 dagen te vroeg
en had zich bovendien vergist in de Bavo.
Eenzaam liep hij geheel verkleumd te dwalen op de grote markt.
Gelukkig werd hij opgemerkt door een 25-jarige jongeman
met een erg komisch hoedje op.
Die nam hem bij de arm en bracht hem te voet
helemaal naar onze pastorie aan de Leidsevaart.
Daar gingen we aan de koffie.
De jongen met het hoedje vertelde dat hij in Pakistan had gediend.
‘Heb jij die priester geholpen omdat je gelovig bent’ vroeg ik:
‘Ik gelovig?’ zei het hoedje stomverbaasd: ‘helemaal niet’
haastig gaf ik hem nog wat koffie en bedankte hem.
Toen zei de jongen, een nieuwe versie van de barmhartige Samaritaan:
‘nu ga ik even mijn auto halen
om hem naar huis te brengen, hij woont in Voorhout.’
en zo geschiedde. Ik kan nog 100 voorbeelden noemen
van mensen die liefde verspreiden en hoop (en geloof eigenlijk ook)
en die als werktuigen van Gods Heilige Geestdruk
doende zijn.

God is al heel lang bezig een nieuwe wereld te scheppen
allen wij suffers willen dat niet zien.
Mijn stelling is dan ook: ‘Wat de Geest al heeft gedaan
moeten wij niet onderschatten.

ds. B.A.M. Luttikhuis

Nu verschijn ik weer achter de microfoon en nu denkt u misschien: komt hij
nu ook nog met een stelling aan? Nee, dat doe ik niet. Ik neem ze alle drie
aan van mijn geliefde collega’s, van ganser harte. En daarom heb ik nog maar
precies één woord aan die stellingen toe te voegen. Ik hoop dat ik dat ene
woord vandaag ook mede namens u mag uitspreken. Dat ene woord luidt
kort maar krachtig: Amen.

15 januari: Ja, dit blijft!

[print]

2e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 49,3-6

  • Johannes 1,29-34

I. Een van de merkwaardigste en tegelijk ook verontrustendste uitspraken
van Jesus is een vraag die hij plotseling opwerpt in een debat: ‘
zal er later nog geloof gevonden worden in Israël?’
Daarmee treft hij ons diep.

We lezen in de Bijbel vele verhalen over geloofshelden en heldinnen:
over Mirjam, Judith en Maria om met de vrouwen te beginnen,
over Abraham, Mozes, David, Jesaja,
en een heel boek, het Nieuwe Testament, over Jesus zelf.

Maar… hoe gaat het verder?
Een vraag die veel mensen op de lippen ligt is:
‘ZAL het überhaupt wel doorgaan
met het goede oude verhaal in mijn eigen levensdagen
en die van mijn kinderen?’

De bisschoppen zeiden enkele jaren terug
dat wij een missieland zijn
en misschien is dat ook wel zo
al zijn veel mensen door die uitspraak een beetje beledigd.
Maar hun en onze vraag is dezelfde:
Zal er nog geloof gevonden in Nederland in 2050?
Mooie dingen zijn zo kwetsbaar.

II. Het was voor de volgelingen van Johannes de doper,
die zich met hart en ziel aan de ruige boete-profeet hadden toegewijd
een hele klap toen hij opeens zei:
‘je moet nu niet meer bij mij wezen.’

De hoge heren uit Jeruzalem waren ooit bij hem op bezoek geweest
en hadden toen gevraagd: ‘wie ben jij’.
Zijn leerlingen hadden vast goede antwoorden geweten:
‘een genie’, een profeet, de nieuwe Elia,
de Messias misschien wel.’

Maar hij zegt na iedere vraag opnieuw: ‘die ben ik niet.’
Door al die nieten wordt de aandacht van de lezer gericht
op degene die dan WEL degene zou zijn op wie de wereld wacht.
En dat is Jesus van Nazareth die het verhaal onverwacht binnenkomt.

Tot verbijstering van de leerlingen van Johannes
doet hun idool gemakkelijk afstand van heel zijn eigen belangrijkheid
en wijst hij alleen maar door naar die ene die komt.

Dat is niet plezierig,
dat de man op wie je viel, die je zo hevig vertrouwde,
je gewoon doorstuurt naar een ander.

Zal die wel bevallen en je de zekerheid geven
die je nodig hebt?
Of zal die ander je misschien ook weer doorsturen
naar weer een ander?

Moeten wij, die Jesus volgen,
misschien niet ook eens gaan uitzien naar een nieuwe leraar,
het christendom is per slot van rekening al 2000 jaar oud?
Ontstelende vragen.

Daarom is het misschien goed
om eens op een bijzonder woord in de tekst van vandaag te letten.
Dat is het woord BLIJVEN.

Johannes de doper geeft een merkwaardig getuigenis over Jesus.
Hij zegt tegen zijn leerlingen over Jesus
niet alleen dat HIJ DE GEEST ALS EEN DUIF ZAG NEERDALEN.
Maar hij herhaalt (tot tweemaal toe):
DAT HIJ ZAG HOE DE GEEST OP HEM BLEEF RUSTEN.
Het was niet alleen een neerdalen, een ‘eventjes begeesteren’
of zo maar iets maar IETS DAT BLIJFT.

Dat woord ‘blijven’ is een favoriet woord van de evangelist Johannes.
Hij gebruikt het woord maar liefst 40 keer in zijn geschreven werk.
Zo benadrukt Johannes de evangelist
dat het met die Geest van God die via Jesus tot ons komt
niet zo gaat als met de gewone dingen in het menselijke leven
die voorbijgaan, zoals dat in een TV-serie terecht gezegd werd.

Als wij spreken over de Geest gaat hem om een andere kracht
die niet alleen op een speciale manier in Jesus aanwezig is en blijft
-een nieuwe leraar is dus niet nodig-
maar die in iedere christen, ja zelfs in iedere mens
zoals de profeet Jesaja dat ook zei, aanwezig wil zijn.
Wij zijn als christenen geen leden van een soort historische genootschap
die een belangrijke leider in ere houden.

Als de kerk alleen maar een historisch genootschap was
zou zich nooit hebben kunnen uitbreiden
naar Zuid Amerika, naar Azië of Afrika,
de kerken die ons vaak voorgaan in enthousiasme en geloofsijver.
Wij zijn zo een gemeenschap rond een levende Heer
wiens Geest ons in leven houdt en bijeenbrengt in iedere tijd opnieuw.

III. Johannes de evangelist beschrijft dat op zijn allerduidelijkst
in Jesus’ afscheidsrede.
Eigenlijk is het helemaal geen afscheidsrede omdat Jesus met nadruk zegt:
IK ZAL ALTIJD BIJ JULLIE ZIJN.

Hij kan dat zeggen, onafhankelijk van wat er gaat gebeuren:
want GOD IS MET ONS.

Als we wat verder lezen dan de tekst voor de lezing van vandaag,
komt dat woord BLIJVEN nog een keer voor.
Nadat Johannes de doper tot tweemaal toe aan zijn leerlingen heeft gezegd,
dat ze in Jesus definitief alles zullen vinden
wat ze aanvankelijk bij hem zochten,
zijn er twee die onmiddelijk besluiten Jesus na te lopen:
Andreas en Simon die later Petrus zou heten.

Terwijl ze achter Jesus aanlopen,
keert die zich om en zegt: ‘Wat willen jullie?’
Ze vragen hem dan waar hij woont.
Jesus antwoordt: ‘kom mee en zie voor jezelf.’
En het verhaal van vandaag eindigt dan met te vertellen
dat ze met Hem meegaan, ze gaan Zijn huis binnen
EN BLIJVEN BIJ HEM.

Daartoe worden wij ook opgeroepen: bij Hem te blijven.
Het is de moeite waard bij Hem binnen te gaan om te luisteren
– dat doen wij hier in dit huis-
en Hem daarna te volgen naar de mensen toe.

Hoe gaat het verder met de kerk
die zo in de problemen is in onze dagen
en zullen onze kinderen de waarde van het geloof ontdekken?

Zal er nog geloof worden gevonden in Nederland in 2050?
Antwoord:
Ja, zolang wij vasthouden aan deze Heer en van Hem getuigen
in woord en daad. Als christenen samen verantwoordelijk voor deze wereld.

Daarom heb ik zo’n grote voorkeur voor
de slotbede van een van de gezongen voorbeden van Oosterhuis
-je kunt ze ook zeggen natuurlijk-
waarin gebeden wordt voor de noden der wereld maar dat niet alleen
er wordt ook gebeden voor mensen die kracht uitstralen, goed doen
– en dan komt het – DAT ZE STAANDE BLIJVEN IN ONS MIDDEN.
Wat zou het goed zijn als wij die mensen zouden durven zijn!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

8 januari: Gods eigen geschiedenis

[print]

Openbaring des Heren

Schriftlezingen:

  • Jesaja 60,1-6

  • Matteüs 2,2-12

Wat een bijzondere tijd om Driekoningen te vieren:
buiten is er somberheid, verhalen van oorlog en onzekerheid
binnen blijven we in Gods toekomst geloven:
Een vreugdevolle tijd beleven wij in de Kerk:
de Liefde van God openbaarde zich aan de mensen.

Het is goed daarover te spreken, ook naar buiten toe,
in een tijd waarin zoveel mensen zoeken naar licht en troost
en wijzelf, als oude en beproefde gelovigen, het soms niet meer zien zitten.
Wij bewaren een kostbaar geheim in onze kerkgemeenschap:
het geheim van de Hoop.

De Franse schrijver Charles Peguy noemt de Hoop:
‘een klein meisje dat danst in het park.’
Kwetsbaar is ze, voor je het weet
heeft iemand die kwaad wil haar te pakken
en zal haar molesteren maar ze blijft dansen.
Deze –wat sentimentele- beeldspraak zet ons wel op het goede spoor:
de doorbraak van God liefde en zijn troost in onze wereld
is een broos gebeuren.
Mensen kunnen het heel gemakkelijk weer kapot maken
er zijn nog steeds Herodessen die het weerloze kind achtervolgen.
In het evangelie ontkomt het kleine kind
aan de wurggreep van de dood.
Wij vieren vandaag dat het kind toch kan opgroeien en dat,
(ook zal later een naamgenoot van de eerste Herodes
het kind wel te pakken krijgen) , de Epifanie, de zichtbaar wording,
de doorbraak van Gods liefde in de wereld
niet meer tegen te houden is.

Matteüs de evangelist van het komende jaar,
beschrijft hoe Jesus, de nieuwe koning is van Jeruzalem
en van de wereld.
In die werel, hebben wij in de kerstnacht gehoord,
gaf de keizer zijn bevelen. Maar Lucas vertelde ons toch
dat de werkelijk belangrijke geschiedenis
wordt geschreven vanuit Bethlehem.
Die geschiedenis die God met mensen schrijft
gaat dwars tegen alles in.
Het is een geschiedenis van gewone mensen
van troost aan de bedroefden,
bemoediging aan de kleinen.
De herders, eenvoudige joden waren
-zo vertelde nog steeds Lucas ons in de kerstnacht-
de herauten van Gods bezig zijn met de armen van Israël.

Matteüs vult Lucas’ verhaal aan:
Jesus is het ware licht: niet alleen voor de kleinen in Israël
maar Hij is het ware licht dat iedereen moet kunnen zien:
Hij schrijft over de gasten van buiten,
de wijzen uit het Oosten die het wel zien zitten,
die onder de indruk zullen komen
van de lichtende, troostende aanwezigheid
van de God van Israël.
En dan raakt merkwaardig genoeg de bestaande orde
(Herodes staat daarvoor) in gevaar.
Hij wordt geconfronteerd met –zo staat het er letterlijk-
de geboren koning der joden. Die geboren Koning namens
Israels God, (een koning die voor de kleinen en de gewone mensen kiest)
is bedreigend voor de groten en de machtigen.
Ook de vertegenwoordigers van de gevestigde Godsdienst -de schriftgeleerden –
weten er geen raad mee als de wijzen komen om te vragen
waar het nieuwe begin van Gods geschiedenis met de mensen
dat er moet zijn, plaats heeft.

We horen vandaag in het opgewekte troostende verhaal
over het licht dat de heidenen in Bethlehem zien
dus ook sombere ondertonen.
Wij horen -als we goed luisteren-
ook aankondigen dat de geschiedenis van de nieuwe koning
een geschiedenis wordt die ook in bloed geschreven zal worden.
Herodes wil de nieuwe koning
heimelijk en discreet te pakken krijgen.
Gelukkig sorteert zijn nauwkeurigheid geen effect.
De nieuwe koning zal ontsnappen.

Maar dat is niet om bij ons mensen vandaan te lopen
want uiteindelijk zal een naamgenoot van de eerste Herodes,
een latere achter- achterneef van deze eerste Herodes,
Jesus wel te pakken krijgen en hem,
door een monsterverbond met Pontius Pilatus, laten doden.
Maar niet heimelijk en discreet
zoals zijn voorganger dat had gepoogd!
Het zal in de volle openbaarheid gebeuren
op de berg Golgotha,
en een schandaal worden
waar de mensheid nog steeds over spreekt.
Het kleine kind zal in het verhaal van vandaag nog weten te ontsnappen,
niet uit opportunisme maar alleen om later als man
op de berg Golgotha werkelijk te laten zien
hoe God partij kiest voor alle verdrietigen
en gekwelden, waar ter wereld ook.

De oude Nederlandse dichter Vondel beschrijft dat prachtig.
Eerst schrijft hij over de schoonheid van het kerstfeest
O kerstnacht schoner dan de dagen,
hoe kon Herodes het licht verdragen
dat in de duisternisse blinkt…..
En dan ziet hij in gedachte
Rachel de stammoeder van Israël,
(die het moet aanzien
dat de kinderen van Bethlehem worden gedood.)
schijnbaar ontroostbaar rondwaren.
Maar die droefheid heeft niet het laatste woord.
Hij spreekt haar troostend toe:
‘Bedrukte Rachel staakt dit waren
uw kinders sterven martelaren
als eerstelingen van het zaad
dat uit het bloed begint te groeien
en heerlijk tot Gods eer zal bloeien
en door geen wreedheid meer vergaat.’

En zo is er door alle duisternis heen
licht in zicht, nieuw land, toekomst.

De profeet Jesaja spreekt over het licht dat doorbreekt…
iedereen zal er verbaasd en blij naar opzien.

Met allen, heidenen, christenen, Joden,
met allen die onrecht ondervinden
die een zinloos verdriet moeten dragen
zien wij op naar het ware licht dat in ons bestaan doorbrak
door de volwassen solidariteit van het kerstkind dat man werd
en meeleed met alle verdrietigen.
God heeft zich in ons midden vertoond; solidair, meelevend, meelijdend.

Nooit meer is er doffe droefheid want Hij lijdt mee
nooit meer is er echte wanhoop want Hij neemt ons bij de hand.
Wij gaan in de komende jaren geen donkere tunnel in:
het licht van Zijn toekomst straalt ons tegemoet!
Wij gaan, -als Israël ooit door de woestijn-
verder achter een zuil van Licht.

Hij zal ons zegenen
Hij trekt met ons mee
Hij heeft Zijn Naam bekend gemaakt
die ook in dit nieuwe jaar weer geldt:
IK ZAL ER ZIJN:
EPIFANIEGEBED:

(Op het feest van Epifanie wordt gevierd:
1. hoe Jesus zich openbaarde aan de heidenen (de wijzen)
2. hoe Hij bij Zijn doop zich met de mensen solidariseerde
3. Hoe Hij op de bruiloft van Kana (zie Johannes 2) de wijn van
Gods nieuw toekomst aanreikte. In het nu volgende gebed hoort u dit allemaal)

Almachtige eeuwige God,
Gij hebt U aan ons geopenbaard
in uw Zoon, wiens ster tot in het oosten straalde!
Toen diezelfde Jesus opstond uit het water van de Jordaan
hebt Gij Hem gezalfd met de Heilige Geest
en Hem met kracht bekleed.
In Kana gloorde Uw nieuwe toekomst
in de wijn die ons werd aangereikt.
Gij hebt ook ons als Uw kinderen aangenomen
en hebt het beste met ons voor.
Wij vragen U geef ons een hart
dat luistert naar Uw inspraken
en maak ons tot bewerkers van Uw vrede.
– Dat vragen wij U omwille van Jesus Messias
die zich in deze wereld openbaarde, Uw Zoon ons licht,
onze toekomst voor alle eeuwen, dus ook voor nu!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Nieuwjaar 2017

[print]

Nieuwjaar 2017

Schriftlezingen:

  • Numeri 6,22-27

  • Lucas 2,15-22

Men heeft met het feit dat Jesus op de 8e dag besneden is
nooit goed raad mee geweten
en daarom is die maar gauw weggemoffeld.

Men noemde daarom 1 januari liever sinds de middeleeuwen
het feest van de zoete naam
omdat Jesus op de dag van Zijn besnijdenis Zijn naam kreeg.
Maar ook in onze dagen weten we er steeds geen raad mee.
Paulus VI maakt er ‘dag van de vrede’ van
Paus Johannes Paulus II, -die toch zo goed aanvoelde wat ons met de joden verbindt- maakte er een dag ter ere van Maria van, M.moeder van de Verlosser.

Maar gelukkig:
het evangelie is steeds hetzelfde gebleven en
daarin horen we altijd maar weer dat Jesus wordt besneden op de achtste dag.

Dat feit kan niet verborgen blijven. En het moet dat ook niet
want het is heel zinvol om op 1 januari te vieren
dat Jesus een trouw zoon van de Wet wilde zijn.

De mens die staan wil in het verbond
met de God van Abraham, Isaak en Jakob
zal getekend moeten worden -volgens de wet van Mozes-
met het teken van de besnijdenis.
Het gaat niet alleen om die kleine besnijdenis op die ene plaats
maar heel de mens, ook de oren, de lippen en het hart
zullen besneden moeten worden in geestelijke zin.
Het teken van de lichamelijke besnijdenis
is het teken van de inschakeling van de hele mens
in het verbond van God.

Het verbond kent geen splijting van de mens
in een hoger en een lager deel. Heel de mens is van God.

Lucas vertelt ons nog meer verhalen over Jesus’ intrede
in het volk van God.

Hij is de enige die ons ook vertelt over de 40e dag,
de dag waarop Jesus aan de Heer wordt voorgesteld in de tempel.
En ook vertelt hij hoe Jesus op 12-jarige leeftijd
met zijn ouders naar Jeruzalem gaat
en daar zijn discussie voert met de rabbijnen.

Een verhaal waar wij vroeger nooit goed weg mee wisten
omdat het toen nog niet duidelijk was
waarom Jesus als 12 jarige in de tempel was.

Hij was daar om gevormd te worden als het ware,
bij de joden heet dat BAR MITZWAH te worden,
zoon van de wet.
Lucas leert ons deze dingen.
Niet om roerende details te vertellen over de kleine Jesus
maar om ons te vertellen wie Jesus wil zijn voor zijn volk:
– Hij wil een trouw zoon van zijn volk zijn
– Hij wil zich onderwerpen -als alle andere joodse jongens-
aan het juk van de wet
– Hij wil zijn opdrachten horen en daarna gaan doen.

De eerste schriftlezing van vandaag was uit het boek Numeri,
ook wel ‘in de woestijn genoemd een veel mooiere naam
omdat we daar iets in horen van de pelgrimstocht
die wij mensen allemaal mogen volbrengen.

Als eerste lezing, heel zinvol op de nieuwjaarsdag
hoorde u de prachtige zegenspreuk:
de zegen van Aäron.
Een prachtige zegenspreuk,
eigenlijk een opklimmende reeks van drie zegeningen.

In het ziekenhuis vroeg ooit een mevrouw mij:
‘kunt u mij de zegen geven
maar dan niet zo’n korte maar die mooie, die lange.
En ze bedoelde deze, die van Aaron.
Kort na het ontvangen van deze zegen is ze gestorven.

De zegen bestaat uit drie spreuken zei ik al.
De naam van God, de Enige, IK ZAL BIJ U ZIJN
klinkt in de aanhef en spreidt zich over die drie spreuken uit:
Israëls heilige is in alle zegenspreuken aanwezig.

In de eerste horen wij:
Moge de Heer u zegenen en behoeden.
Zegenen en behoeden:
Hij wil zijn mensen beschermen en bewaren,
daarvan getuigt heel de schrift.
Wij mensen leven niet zo maar
maar wij hebben ieder persoonlijk een plaats,
een roeping, een taak:
en dan geldt IEDEREEN IS ONMISBAAR !

De tweede regel luidt:
Moge de Heer de glans van zijn gelaat
over u spreiden en u genadig zijn.
Ook in 2017 mogen wij ons persoonlijk
aanvaard weten,
en wij allen blunderaars en foutenmakers
mogen ons koesteren in de zon van Gods genade.
Zijn Genade zal ons begeleiden, alle dagen.

Als laatste zegenspreuk klinkt:
Moge de Heer zijn gelaat naar u toekeren en
HIJ SCHENKE U ZIJN VREDE.

Het gaat hier over de Sjalom,
de vrede waarnaar wij allen
zo hartstochtelijk naar verlangen en om smeken
en- als het goed is- onze eigen bijdrage aan leveren:
het gaat over het uiteindelijke perspectief
waar wij aan werken.
Wij werken niet zo maar wat
maar het wordt -als wij met God mee willen doen-
werkelijk wat op deze wereld:
de vrede zal het winnen van de oorlog
de liefde zal het winnen van de haat.

Jesus zelf heeft die zegen vaak gehoord.
Bij zijn besnijdenis is die zegen over Hem uitgeroepen.

Hij is, gezegend en al, op weg gegaan.
Hij is op eigen benen zelf die weg gegaan
van trouw aan God en de mensen
en heeft iets van die God uitgestraald naar ons toe.

Hij is de aanvoerder van een grotere groep mensen:
Hij is de aanvoerder van allen
die op weg willen gaan met God
en die Hem willen dienen en aanbidden.

Dat is een weg van vreugde en leed,
van volharding en inzet
en uiteindelijk een weg van verwerping.
Hij zal veroordeeld worden
en dan komt de gotspe: omdat Hij de wet zou hebben overtreden!

Door dat op te voeren getuigden Zijn tegenstanders
van hun totale onbegrip.

Zijn keuze voor solidariteit met de armen en de weerloze;

zijn kritische verkondiging aan het adres van de rijken,

zijn aanklacht tegen alles wat zich breed maakt ten koste van anderen

zijn eerlijkheid, zijn werkelijke trouw aan het woord van God.

het heeft JUIST ALLES te maken met een trouw aan de Wet
tot in het uiterste toe.
Als een verwijzing naar Zijn trouw aan de wet
en het lijden dat daarop zal volgen
en zijn glorieuze opstanding uit de dood
staat naast het priesterkoor, ook in de kersttijd, de paaskaars opgesteld:
het kerstkind wordt onze verlosser, ons leven, ons licht.

De eerste verzen van het evangelie van vandaag
vertelden ons over de herders die de boodschap
van de SJALOM op aarde rond het kind van Bethlehem
gaan verbreiden.

Het evangelie eindigde met ons te vertellen
dat de naam JESUS – GOD REDT,
op de achtste dag over dit kind is uitgeroepen.

Jesus van Nazareth ingelijfd in het verbondsvolk
en geroepen het juk van de geboden te gaan dragen.

Vandaag nieuwjaar.
Nieuw… zoals tot ons gezegd is:
ZIE IK MAAK ALLES NIEUW.

Dit mensenkind dat op de achtste dag besneden is
zal al is Hij door de mensen verworpen
door de Vader de heerschappij in handen gelegd krijgen
en Zijn bruidsgemeente vinden:
Zijn grote nieuwe mensenfamilie van mensen
zoals -als het goed is- u en ik
die zich willen scharen rond deze Zoon van de Wet
opdat ook wij, trouw aan onze roeping
zullen doen wat ons te doen staat.

Wij gaan niet alleen
Iemand, de God die Zijn mensen niet loslaten kan,
gaat met ons mee.
Vrede en alle goeds!

Openingsgebed nieuwjaar:
Het nieuwe jaar is van U Heer
met alles wat het verborgen houdt
wij willen van U zijn zoals wij zijn
met onze goede eigenschappen
maar ook met onze tekorten.
– Gij die geroepen hebt licht en het licht werd geboren
en het was goed, het werd avond en morgen
tot op vandaag.
Gij die geroepen hebt: ‘o Mens’ en wij werden geboren’
laat ons dan niet verloren gaan
en neem ons bij de hand.
Leid ons Uw toekomst tegemoet:
Dat vragen wij omwille van Jesus die leeft
aan de rechterhand van de Vader
voor de eeuwen der eeuwen,

Zalig nieuw jaar!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

24 december: Hij blijft in onze buurt

[print]

Nachtmis

Kerstmis is een feest dat ieder jaar anders is.
Zeker de kerstbomen lijken verdacht veel
op die van de vorige jaren; de oude kersttal
wordt weer tevoorschijn gehaald,
hetzelfde evangelie wordt gelezen
en dezelfde liederen worden aangeheven.
En toch is alles anders.
Dit jaar zeker.. want wij zijn anders geworden.

Het was me het jaartje wel
vooral die laatste maanden waren heftig.
We besluiten het Brexit jaar, nog een heel gedoe:
een Russische ambassadeur lag dood op de grond;
een klein syrisch meisje bij Erdogan op schoot..
aanslagen in Brussel, Parijs en Berlijn:
bijna aanslagen in Australië;
ontstellende verhalen hoor je.

Kerstmis is dit jaar anders.
Wij komen dit jaar samen als andere jaren
maar als volkomen andere mensen.
We hebben allemaal een knauw gekregen.
Het ‘vrede op aarde aan de mensen van goede wil’
gaat anders klinken want onze goede wil is bijna op.

Met kerstmis krijgen we allemaal kaarten
en soms ook brieven om elkaar wat op de hoogte te houden
over wat er gebeurd is:
een huwelijk dat voor de deur staat
een overlijden dat je hele leven veranderde.

De vorige week liep ik in Schalkwijk rond en raakte in gesprek
met een Turkse vrouw. Ze begon zomaar tegen mij te praten:
‘wat moeten we nou nog?
Ik heb een dochter die in Amerika woont;
ze heeft een man gevonden maar
denkt u dat ze kinderen willen?? Geen sprake van.
‘Daar beginnen we niet aan in deze tijd.’

Waar blijven we nu met ons
vrede op aarde aan mensen van goede wil;
waar is die dan?
Onze goede wil raakt op.

Daarom is het goed
om in het bijbelverhaal van Lucas
waar we deze nacht een gedeelte van horen
eens te kijken wat er nu precies staat.

En dan valt iets op:
er staat helemaal niet
‘vrede op aarde
voor de mensen van goede wil.’

Er staat iets heel anders:
er staat: ‘vrede voor de mensen die God liefheeft.’
En dat levert ons misschien
een nuttige gedachte op.

Het verhaal wil ons vertellen:
‘onze goede wil kan bezwijken’
daar hebben we het nu genoeg over gehad:
aan onze goede wil kan een einde komen
maar aan Zijn vriendschap niet!’

Al hebben wij misschien de hoop al opgegeven
in de wereldvrede, in ons eigen kunnen
in de waarde van onze eigen relatie
of in de waarde van ons zelf:
God is degene die altijd iets
in ons mensen blijft zien.

Alleen omdat Hij iets in ons ziet
kunnen wij opveren en verder gaan.

We kunnen er toch weer tegenaan gaan
in 2017, we kunnen weer hoop koesteren voor de wereld.
We zijn dan gevrijwaard van pessimisme of angst
onze knikkende knieën worden weer sterk.

Jesaja zag het voor zich:
‘Jullie zullen je zwaarden omsmeden tot ploegijzers
geen mens zal meer weten wat oorlog is
durf te leven in het licht van de Heer.’

De laatste maanden hebben we, vooral na de moorden in Aleppo en
de aanslagen in Europa hier in de kerk heel serieus nagedacht.
En ik ontdekte dat, een beetje raar gezegd,
naarmate er statistisch gezien minder mensen naar de kerk komen
-altijd nog zo’n 11.000 in de stad Haarlem-
het steeds nodiger is dat er een kerk is
waar de liefde van God en zijn sympathie voor ons
verkondigd blijft worden door alles heen
en waar de verbondenheid van mensen
die daarom toch bouwen aan een betere wereld
gevierd wordt rond het altaar.

Veel jonge ouders brachten dit jaar hun kinderen naar voren:
ze waren er dankbaar voor. Toch een antwoord op de vrouw uit Schalkwijk.

Een jonge moeder zei hier op de preekstoel
toen ze haar doopmotivatie verwoordde:
‘mensen die geen kinderen meer durven krijgen
gaan zo langzaamaan zelf dood;
mensen die het avontuur van de opvoeding van een kind
niet meer aandurven
zullen zelf geen enkel risico meer nemen
en zo versuffen.’

Ook trouwen, al of niet in de kerk, kan toch:
de liefde moet een kans kunnen krijgen in ons midden.

De vrouw uit Schalkwijk zei ook nog:
‘u zegt in de kerk vast lelijke dingen over ons’
‘hoe komt u erbij’ antwoordde ik: ‘we geloven samen in één God
en zijn samen verantwoordelijk voor deze wereld’.

Johannes Paulus de tweede
gaf al bijna 40 jaar geleden het voorbeeld
door in Damascus de grote moskee te bezoeken.
Wat onze eigen relatie met onze broeders en zuster van de Islam betreft:
met de moslims die net als wij ongerust worden na de aanslag in Berlijn,
bouwen we verder aan goede contacten:
-2e kerstdag om 16 uur 16 in de Groenmarktkerk
gaan we samen met hen nadenken over kerstmis- .

Als kerken leveren wij nu al een unieke bijdrage
aan de gesprekken tussen Joden, Moslims en Christenen:
in die zin is het fijn om kerkelijk te zijn.

Het zou goed zijn als u hier, die nu met zovelen gekomen bent
eens zou overwegen u wat meer in uw geloof te verdiepen
bijvoorbeeld door hier ook wat meer te komen.
Neen, niet omdat u dan heiliger wordt dan anderen
maar u zou nog meer gewapend kunnen zijn
tegen wanhoop en pessimisme.

U allen, regelmatige kerkgangers,
-wat zijn we blij dat u er bent
en deze geloofsgemeenschap gaande houdt-
en u, iets mindere regelmatige kerkganger:
wij hebben samen een verantwoordelijkheid,
ga er maar aan staan.

Huub Oosterhuis dichtte voor deze kerst:
‘Kerstmis is twee- of driemaal
niet te tellen naamloos velen
die ‘hier ben ik’ willen zijn
en doen wat er gedaan moet worden.

Wij zullen doorgaan dus met liefhebben, met werken,
met bouwen, zingen, geloven hopen en liefhebben
ieder op haar of zijn eigen plek.

Genoeg gepreekt nu; gaan we nu vierend verder

De troostende hoofdgedachte die ik u wil meegeven is
dat er Een is die iets in ons ziet
de God die ons het kind heeft gegeven
om met ons solidair te zijn: Jesus van Nazareth, onze Messias.

Hij is degene die zijn, nu nog kleine armpjes naar ons uitstrekt,
die ons liefheeft ondanks alles.
Hij die later aan het kruis zijn armen wijd naar ons uitstrekte
in een groot vriendschapsgebaar,

Onze Vriend, de Eeuwige, toonde in het kind van Bethlehem
dat Hij weerloos wil zijn met de weerlozen,
pijn wil lijden met die pijn hebben en
verdriet wil hebben met die verdrietig zijn.
Maar wat is Hij blij met de mensen die het goede proberen willen,
die leven willen vanuit de liefde zoals Jesus ons heeft voorgeleefd!

Als Paulus over het geheim van de liefde spreekt
denkt hij nog na over deze mens die in ons midden kwam hij zegt dan:
‘Al spreek ik met tongen van engelen en mensen, maar liefde heb ik niet:
ik ben schallend koper, een rinkelende tamboerijn.
Al ben ik een profeet, ziende het onzienlijke, in alles ingewijd, .
en is mijn geloof zo volkomen dat ik de bergen verzet,
maar ik heb geen liefde, ik ben niets.
Liefde is ruimte geven, tijd laten, goedheid, geduld.
Liefde laat zich niet gelden, grof of ongenaakbaar
wordt nooit verbitterd en vindt niets onvergeeflijk.
Onrecht maakt haar niet gelukkig, waarheid maakt haar blij.
Liefde houdt stand tegen alles: telkens weer gelooft zij
alles verdraagt zij, altijd opnieuw vol hoop.. nooit bezwijkt de liefde.
Toen ik nog een klein kind was, praatte ik zoals kinderen doen,
en ik dacht niet verder dan kinderen doen .
Nu ik een man geworden ben, heb ik dat achter mij gelaten.
Nu nog zien wij spiegelbeelden, raadselachtig,
eenmaal staan wij oog in oog. Nu nog weet ik niet de helft,
ooit, eenmaal, zal ik alles weten, zoals Hij alles weet van mij.
Geloof en hoop en liefde zullen blijven, alle drie,
maar de grootste is de liefde.’ (1 Kor.13)

Zalig Kerstmis en een zinvol 2017!
Gelukkig maar dat Hij,
die zich met de naam: IK BEN BIJ JULLIE bekend gemaakt heeft
echt bij u/jou de buurt blijft.
‘Hij is niet ver van wie hem aanbidden, niet hoog en ver bij ons vandaan,
Hij is zo menselijk in ons midden…dat Hij ons smeken wel zal verstaan!’

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

18 december: God hoort graag namen

[print]

4e zondag advent

Schriftlezingen:

  • Jesaja 7,10-14

  • Romeinen 1,1-7

  • Matteüs 1, 1-24

I. ‘Dit is de blijde boodschap van Jesus Christus’
zo begint Matteüs zijn evangelie
en dan komt hij met met een hele rits namen.
We lazen ze laatst in de mis door de week
en ik voegde ze vandaag even voor de lezing van vandaag
er aan toe omdat ik zo gek ben van namen.
U toch ook? Die van uw partner, uw vrienden, uw kinderen of kleinkinderen?
Maar wat wordt ons verteld in deze namenopsomming.
‘Abraham verwekte Isaak, Isaak verwekte Jacok om te beginnen
Jakob verwekte Juda en zijn broers.
En zo gaat het maar door.

Soms worden er vrouwen even bij genoemd,
merkwaardig genoeg allemaal vrouwen
die een beetje bijzonder waren:
Tamar, Rachab, Bathsebah, Ruth, –
opvallend dat drie vrouwen geen joodse vrouwen
waren maar buitenlandse vrouwen,
wij zouden zeggen gastarbeidsvrouwen

Geen angst dus voor buitenlanders!
Wie weet hoe wij over 50 jaar bijvoorbeeld
met verbazing terugkijkend naar de onrust van vandaag –
hun inbreng in onze cultuur dankbaar zullen weten te waarderen.

De hele geschiedenis passeert de revue;
het volk gaat Egypte in, en Egypte weer uit,

David komen we tegen en Salomo,
de koning van de vrede,
maar ook ellendelingen:
Achab, Manasse, Amon

De geschiedenis van Gods volk gaat verder.
het volk gaat de ballingschap in en ook weer uit.
Daarna gaat alles weer door
alsof er niet gebeurd is.
We horen namen, heel veel namen.
Allemaal namen van mannen
Mannen die zoals u weet de geschiedenis maken
-Sadat, Napoleon, Assad, om er een paar te noemen-
allemaal namen van mannen in de lijst, die de politiek maken
en de macht in handen hebben…
allemaal verwekken ze rustig door,
42 generaties lang,
de mannelijke potentie werkt goed… tot
er opeens een kink in de kabel komt
aan het einde van de geslachtslijst van Jesus:

Eliud verwekte Eleazar, Eleazer verwekte Mathan,
Matan verwekte Jakob, Jakob verwekte Jozef
-en dan stokt het-

die de man was van Maria!

Het is niet ‘vader en zoon en dat gaat maar door’
want de geboorte van Jesus de Messias
wordt door Matteüs voorgesteld als een totaal nieuwe gebeurtenis:
zie, ik maak alles nieuw!

Geldt dat niet voor de geboorte van ieder kind,
een kind niet zomaar een product van de ouders maar een vrij mens,
een gave Gods!

De geboorte van deze mens is een totaal nieuwe gebeurtenis,
alles wordt anders: God is hier bezig.
Vandaar dat Jozef even opzij moet gaan staan
en als verwekker niet genoemd wordt.
Want: deze nieuwe mens, Gods eigenste zoon
wordt
‘niet uit de wil van het vlees,
of uit de wil van de man
maar uit God geboren!’
Jozef is in het evangelie van vandaag uitgeschakeld.
Niet om hem als man te beledigen
maar om aan te geven dat de gewone gang van zaken
in onze geschiedenis,
zo van ‘alles gaat zoals het gaat’
doorbroken moet worden.

De hele macho-wereld wordt opzij geschoven
er moet ruimte komen voor God
en voor zijn koninkrijk.
In de mens die nu geboren zal worden
zal een nieuwe werkelijkheid zichtbaar worden.
Niet op de eerste plaats: mannelijke fierheid en macht
maar de solidariteit van God met de mensen,
die partij kiest voor de kleinen.

En Jozef zal die mens mogen benoemen:
Jesus: God redt!
En dan herinnert de evangelist ons aan wat de
profeet Jesaja gezegd had.

II. De profeet Jesaja , naar wie we zo graag luisteren in de advent,
sprak in een tijd toen het slecht ging met Israël:
halverwege de lijst zal ik maar zeggen.
Davids nakomelingen die we in de opsomming hoorden noemen
wilden niet deugen.
Sommigen waren eigenwijs en autoritair
anderen moesten het hoofd boven water zien te houden
in donkere tijden.

Een voorbeeld van die laatste houding was Achaz
die ook genoemd wordt in die lijst van Matteüs.
Achaz was koning
toen het rijk van David in tweeën was gespleten,
de bezetting door de koning van Babel stond voor de deur,
het einde van de geschiedenis van God leek nabij..
er was geen redden meer aan.
En dan komt Jesaja bij hem op bezoek en zegt dat er toch hoop is
en God hem een teken daarvan wil geven. Achaz durft daar niet
om te vragen en dan zegt Jesaja dat God zelf dat teken toch zal geven:
‘een jonge vrouw zal een kind krijgen
en dat kind zal benoemd worden
met de wonderlijke naam Emmanuël: God met ons.

In tijden van wanhoop biedt God zijn troost:
Hij wil Emmanuël zijn, een God met ons.

III. De bode van God, die tegen Jozef spreekt
herinnert aan de oude woorden van Jesaja
en kondigt de geboorte van Jesus aan
als de vervulling van de oude belofte:
‘zie de maagd zal een zoon ter wereld brengen
en je zult hem noemen: Immanuel: GOD IS MET ONS.
Na het genoemd hebben van deze namen:
GOD HELPT -Jesus’ en GOD IS MET JULLIE Immanuel,
kan de engel weg gaan
en Jozef alleen achterlaten.

Jozef zal als het kind geboren is
keurig doen wat de engel gezegd heeft.
En dat is dan alles wat Matteüs ons over de geboorten van Jesus vertelt,

Misschien vertelt Matteüs ons met opzet niets
over het geboortemoment zelf van het kind.
Hij wil ons leren dat het eigenlijk helemaal niet
om een geboorte toen en toen gaat
maar om de openheid die mensen toen en moesten
en zullen moeten kunnen bieden
voor de geboorte hier en nu, in ons eigen leven van de Messias.

IV. Daarom is wat Meister Eckhardt zegt zo toepasselijk:
‘De geboorte van Jesus vieren heeft allen maar zin
als Hij ook werkelijk in ons zelf geboren wordt.’

Kerstmis voorbereiden betekent vaak drukte en geren
maar hier komt u voor iets anders:
openheid voor God.

Het komt aan op OPENHEID van ons hart
opdat wij op een nieuwe manier mens durven zijn
zoals Maria en Jozef ons dat voorleefden;
vriendelijk, open, kwetsbaar
ruimte biedend voor God en Zijn plannen
open voor de komst van Immanuel en Zijn nieuwe rijk
hier en nu, in onze dagen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

11 december: Het zal nooit buiten ons om gaan

[print]

3e zondag advent

Schriftlezingen:

  • Jesaja 35,1-10; de woestijn zal bloeien

  • Jacobus 5,7-10; geduld en moed

  • Matteüs 11,2-11; bent u de komende?

Wat had hij enthousiast gepreekt, Johannes:
‘een nieuwe tijd breekt aan, het Koninkrijk is nabij.
Het ligt in jouw eigen bereik,
begin er maar in te geloven en aan te bouwen.’

Maar nu.. de tegenkrachten hebben zich krachtig geweerd
en Johannes wordt uit de gewone menselijke samenleving verwijderd.
Hij zal de consequenties van zijn krachtig verkondiging moeten dragen…
‘getuigen’ is in het Grieks ‘marturein’, het martelaarschap ligt in het verschiet.

Zijn leerlingen zijn ontredderd.
Johannes niet. Hij is alleen maar ongerust.
Neen niet over zijn eigen lot
maar over de zaak van het Koninkrijk van God:
of de vrede het wel winnen zal van de haat
en de liefde wel sterker zal kunnen zijn dan de haat.

De dromen van de profeten van vroeger
-zoals wij ze vandaag weer hoorden-
over de steppe die zal bloeien als een narcis
zullen die wel uitkomen?

Er is een nieuw begin. Johannes heeft ervan gehoord.
Het is gaande rond die vreemde man
die hij ooit naar zich toe had zien komen
in de rivier de Jordaan.
Hij wilde ook gedoopt worden,
net als die gewone mensen met hun fouten…
Hij had zich keurig achteraan aangesloten
en toen hij voor Johannes stond ‘doop mij ook maar’ gezegd.
‘Jij hoeft niet gedoopt te worden’ had Johannes toen gezegd.
Maar Hij had aangehouden en Johannes had hem gedoopt.

Nu was die man, Jesus heette hij,
bezig met zijn verkondiging.
Hij was groter dan Johannes, dat had Johannes wel aangevoeld,
Hij kon de wereld nieuw maken.
Johannes had gesproken over de wan die hij in zijn hand had
over de bijl waarmee Hij alle slechtheid zou omhakken
en een vuur dat de wereld zou zuiveren van alle vermolmdheid.
Maar was daar al iets van te merken?
Lukte het hem wel wat Johannes niet gelukt was.

Het machtsvertoon van Herodes en de zijnen ging nog ongehinderd verder.
Johannes was er zelf het slachtoffer geworden en zat in de gevangenis.
En dan laat hij zijn leerlingen een vraag overbrengen aan Jesus.
Niet: ‘kom je mij vlug bevrijden? ‘ ook niet:
‘wanneer neemt mijn ellende een einde?.’

Neen, Johannes denkt dieper.. minder egoïstisch
en de grote vraag is voor hem: hoe zit het met dat nieuwe begin:
‘bent u nou eigenlijk wel degene die komen zal
of moeten wij een ander verwachten?’

De leerlingen gaan naar Jesus toe en krijgen een antwoord mee:
‘Gaat aan Johannes zeggen wat je hoort en ziet;
blinden zien en lammen lopen, doven horen en doden staan op
en aan armen wordt het evangelie verkondigd.’

Johannes herkent dit antwoord.
Het antwoord is niet veel meer dan een citaat
uit de boeken der profeten. Maar wat voor een citaat:
het is het citaat uit de boekrol van Jesaja
het citaat waaruit blijkt dat alles werkelijk nieuw wordt.
‘blinden zien en lammen lopen, doven horen en doden staan op
en aan armen wordt het evangelie verkondigd.’

Alleen één stukje laat Jesus (met opzet?) weg:
‘en de gevangenen zullen worden bevrijd’.

Er is vernieuwing gaande.. dat zegt Jesus.
Iedereen kan dat, als hij wil, ook zien..
maar het is wel bitter voor die arme Johannes
dat Jesus net dat laatste stukje van de Jesajatekst:
‘aan de gevangenen zal vrijlating worden aangekondigd’ weglaat.

Er is vernieuwing gaande.. zegt Jesus.
en jij Johannes mag dat horen (niet zien!) en er troost uit putten
al gaat dan de echte bevrijding aan jouzelf voorbij.
We lezen niets over Johannes’ reactie.
Of hij dankbaar was of teleurgesteld. Dat doet ook niet terzake.
Wat terzake doet is de vraag
of er hoop is of niet,
of er toekomst is voor Gods goede wereld.

Wij zitten hier samen,
neen niet in de gevangenis
maar in de kerk: binnen.
En de grote vraag is hier
net als toen:
gaat het buiten wel door met het Koninkrijk van God.

Goede dingen buiten?
Vrede in Aleppo? Turkije een sterke natie?
Een klein succesje: ……….
Vrede op aarde? Wanneer nog ooit.

De menselijke geschiedenis..
een geschiedenis van hoop en vrees.
Hoe vaak hebben wij mensen, en vooral de ouderen onder ons,
het moeten meemaken: een nieuw begin, nieuwe hoop …
maar even zo vaak (ik herinner mij nog het jaar 2000 en de gevoelens van
hoop die opkwamen na het slopen van Berlijnse muur, alles zou goedkomen)
hebben we daarna de teleurstelling moeten meemaken: neen, het is toch mislukt.
Steeds weer ervaren mensen dat het niet zo gaat
zoals wij hadden gehoopt.

Al die gevoelens kunnen vandaag een plaats krijgen,
we hebben een woordvoerder in de persoon van JOHANNES,
Het verhaal is opgetekend opdat wij zouden beseffen dat,
ook al merken wij zelf er niet veel van,
de geschiedenis van Gods vernieuwende kracht
met de mensen toch door doorgaat.

Om dat geloof te behouden en om stand te kunnen houden
is geduld nodig en volharding:
‘zalig die aan mij geen aanstoot nemen’
voegt Jesus dan ook aan zijn verklaring aan Johannes toe.

Het komt op de volharding en de trouw van de hoorder aan..
of het doorgaat, de geschiedenis van Gods Koninkrijk.

Had Johannes zelf dat ook al niet gezegd?

Hij had immers niet alleen over de wan
de bijl en het vuur gesproken
waarmee Jesus aan het werk zou gaan
maar had hij niet gezegd dat het belangrijkste werk
door jezelf gedaan zal moeten worden?
Jijzelf moet je bekeren; jijzelf zult moeten kiezen voor God en Zijn rijk.

De redding uit alle problemen komt niet
van buitenaf naar je toe als een Deus ex Machina,
een soort reddende God die in ouderwetse toneelstukken
aan een touw neergelaten wordt
om de held of de heldin op het laatste moment te komen redden.

Velen van ons schijnen nog steeds op die manier te denken,
als ze zich afvragen
hoe we ooit aan het einde van onze moeilijkheden zullen kunnen komen.

Ze zeggen:
‘als de kerkelijke leiding er nu maar eens iets aan deed’
of
‘trad de regering maar eens met harde hand op’.
Of misschien God zelf??

Allemaal uitroepen van mensen die het van anderen verwachten.
En daarbij wordt dan het allerbelangrijkste vergeten:
de echte verandering moet van binnenuit komen.
Er is geen andere oplossing.

Echte oplossingen kunnen niet van buitenaf geforceerd worden..
krachtsvertoon haalt niets uit.

Echte vernieuwingen kunnen niet door anderen worden aangebracht
maar zullen door onszelf gedragen moeten worden.
Daar zijn geduld en moed voor nodig… waar Jacobus ons toe oproept.
Een ware wedergeboorte is iets dat moet groeien
in verbondenheid met Jesus maar
vanuit de wortels in ons eigen leven,
in het leven van onze families, van onze gemeenschap,
ZO WERKT GOD!

En als we ooit van die Jesus wegdwalen
zoals de treurige Emmausgangers die Jeruzalem de rug toekeren
en morren: ‘we hadden gehoopt dat Hij het zou zijn die Jeruzalem zou verlossen’
wil Hij ons graag hier onder dit dak sterken
met het brood dat Hij voor ons breekt
en met de kracht tot innerlijke vernieuwing
die Hij ons door zijn Heilige Geest geeft.

De beroemde middeleeuwse mysticus Meister Eckhart
zegt het in een van zijn kerstpreken zo:
‘Wat voor betekenis zou Jesus’ geboorte uit Maria voor mij hebben
als Jesus niet uit mijzelf geboren zou worden?’

Het antwoord dat hij op die vraag verwacht is duidelijk:
het zou niets betekenen.
Het echte nieuwe leven wordt vanuit ons zelf
de wereld in geboren.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Brief van Paus Franciscus aan de parochie

08-brief-paus-bavoboekTijdens de bedevaart van het bisdom naar Rome, ter gelegenheid van het Heilig Jaar van Barmhartigheid, is het nieuwe boek over de kathedraal, De nieuwe Bavo te Haarlem, aangeboden aan de Paus. De Heilige Vader heeft naar aanleiding daarvan een bedankbrief gestuurd.

Bedankbrief

 

Geachte parochianen van Sint-Bavo,

Ter gelegenheid van de Romebedevaart in het Heilig Jaar van Barmhartigheid op 14-19 november jongstleden hebt u Paus Franciscus het mooie boek “De nieuwe Bavo te Haarlem” laten toekomen. De Heilige Vader wil zich bij deze oprecht bij u bedanken voor uw blijken van verbondenheid met en genegenheid voor de opvolger van de apostel Petrus.

Samen met de universele Kerk hebben wij het Heilig Jaar van de Barmhartigheid beleefd. “Barmhartigheid is de fundamentele wet die woont in het hart van iedere persoon, wanneer hij met oprechte ogen kijkt naar de broeder en zuster die hij ontmoet op zijn levensweg. Barmhartigheid is de weg die God en mens verenigt, omdat zij het hart opent voor de hoop altijd bemind te zijn, ondanks onze beperkingen door onze zonden.” (Misericordiae vultus, 2) Moge dit mysterie van de Barmhartigheid u heel uw leven kracht en licht schenken.

De Heilige Vader vraagt om hem verder in zijn dienst als herder te steunen door uw gebed. Hij heeft beloofd ook uw intenties steeds bij de Heer te brengen en hij bidt dat God, de Gever van alle Goeds, u en allen die u dierbaar zijn en die aan uw zorg zijn toevertrouwd, beschermen mag en bijstaat met Zijn overvloedige Zegen.

Met hartelijke groeten en hoogachting,

Prelaat Paolo Borgia
Assessor

4 december: Herinnering aan Chartres

[print]

2e zondag advent

Schriftlezingen:

  • Jesaja 11,1-10; Een twijg aan de tronk van Jesse

  • Romeinen 15,4-9

  • Matteüs 3,1-12; Het optreden van de doper

Een van de mooiste plekken op deze aarde is het interieur
van de kathedraal van Chartres in noord Frankrijk.
Een zeer oud Maria-heiligdom.
Jaarlijks trekken honderden jonge studenten uit Parijs
er door de wuivende korenvelden naar toe.

De twee hoge torens tekenen zich op de heuvel tegen de hemel af.
Binnenin is een nog volledig gave serie glas in lood ramen.
Het oudste is het grote raam in de westgevel,
het is gemaakt rond het jaar 1000
een tijd van grote onzekerheid en pijn in Europa.

In dat raam werd de tekst uitgebeeld die wij vandaag lazen:
‘een rijs zal ontspringen aan de oude tronk van Jesse.’

Jesse is de stamvader van David.
In het raam van Chartres ligt hij heerlijke dromen te dromen
en uit zijn lendenen rijst een hele boom omhoog
waarin heel zijn nageslacht, rijen koningen en profeten te zien zijn.

De koningen zijn in het rood afgebeeld,
de profeten in het blauw.

Jesse glimlacht.
Hij wist misschien nog niet welke fouten zijn nakomelingen,
de koningen van Israël zouden maken
en hoe fel de kritiek van de profeten zou zijn op zijn kroost.

De glorie van het nakroost van Jesse was van korte duur.
Verdeeldheid sloeg toe,
het oude geloof waaruit David, de lieveling van God nog leefde,
was in de tijden van koning Achab
en hoe ze allemaal ook mochten heten al lang vergeten.
Buitenlandse heersers profiteren van het binnenlandse geruzie
en vallen Israël binnen en nemen het volk mee de ballingschap in.

Dat was het droevig einde
wat de profeet Jesaja, die we vandaag lazen, zag aankomen.
Jesaja was als profeet op de eerste plaats een criticus
van de wantoestanden van zijn tijd.
Zijn verkondiging leek erg op die van Johannes de doper…
‘de bijl ligt al aan de wortel, het oordeel komt nader.’
Er moet een einde komen aan het oude;
alles kan echt niet blijven zoals het is…. de bijl erin!

Maar Jesaja ziet, net als Johannes de doper later, meer.
Hij ziet in de verte een nieuwe toekomst gloren
en zegt dan:
‘er zal een rijs ontspruiten uit de oude wortelstam.’

Er is nog hoop voor de toekomst.
En dan droomt hij zijn dromen over een nieuwe toekomst
rond een nieuwe koning, een hele bijzondere:
‘de Geest van de Heer zal op Hem rusten…
de geest van wijsheid en verstand,
de geest van raad en heldenmoed,
de geest van liefde en vreze des Heren.’

Hoe zal die nieuwe koning regeren? Zo:
‘de kleinen zal hij recht verschaffen..
maar –en dan komt de bijlgedachte weer even terug-
‘Hij zal de uitbuiters striemen met de woorden uit zijn mond.’

En hoe zal het dan uiteindelijk op aarde zijn:
‘zoals de zeebodem bedekt is met water,
zo zal de aarde met vrede bedekt zijn…
dan huist de wolf bij het lam,
koe en berin grazen samen een kind kan ze weiden;
de zuigeling kan zijn hand steken in het hol van de adder.’

Jesaja heeft deze prachtige dromen niet opgeschreven
om er misschien eens een literatuur-prijs voor te krijgen
maar om de mensen van zijn tijd op te wekken
zich te bekeren en te bouwen aan een nieuwe wereld waarin alles anders is.

II.
Johannes de doper is ook een profeet.
Minder gewaardeerd om zijn mooie dromen als Jesaja
maar toch hij heeft ze ook:
‘na mij komt Hij die sterker is dan ik,
ik ben niet waardig zijn schoenriem los te maken
hij zal u dopen met de Heilige geest.’

En zo heb ik even de prettige dingen
uit de preek van Johannes de doper eruit gehaald.
Maar verder is hij een streng man! Alleen al de opening van zijn toespraak:
‘adderengebroed wie heeft jullie wijsgemaakt
dat jullie de komende toorn kunt ontvlieden.’

Een tekst die je de stuipen op het lijf jaagt.
Toch is dat niet de bedoeling. De bedoeling is allereerst
om je tot een gevoel van realiteit te brengen.
En dat is ook voor onze dagen goed.
Het is goed dat we inzien hoe slecht en hoe onrechtvaardig bijvoorbeeld
de rijkdommen der aarde verdeeld zijn
en hoe schrikbarend de problemen zijn die dat oproept.

We kunnen het ons niet meer permitteren
om te doen alsof er niets aan de hand is.
Er is iets fout, er is een ongelijkheid die er niet mag zijn en…
we hebben echt nog niet alles uitgeprobeerd om die ongelijkheid op te heffen.

‘Alles best’, zeggen we gauw
‘als WIJ maar niet hoeven te minderen… als Schiphol maar open blijft
en ik niet uit mijn auto hoef.’
Johannes de doper laat ons niet zo gemakkelijk los
en raadt bijvoorbeeld aan:
‘als iemand twee paar schoenen heeft
laat hij er een weggegeven
en heeft hij een dubbel stel kleren evenzo.’

Johannes probeert ons niet bang te maken met een strenge God
maar hij probeert ons tot een realiteitsbesef te brengen
van wat wij aan het doen zijn.

Het is niet zijn bedoeling dat we angstig sidderend
in gebed neerzinken en alleen maar gaan uitroepen:
‘we hebben gezondigd.’
Misschien dat ook. Maar er moet iets anders uit volgen:
de wil om je te bekeren,
het werkelijke voornemen het vanaf heden anders te gaan doen:
die bekering is het begin
maar het volhouden vraagt om Geest en Vuur!

Johannes zelf kan het aanschijn der aarde niet veranderen;
dat zullen de mensen die hij doopt zelf moeten doen.
Maar ze zullen niet alleen blijven.

Er zal er één in hun midden komen staan
die sterker is dan hij en die zal dopen met die Heilige Geest
die mensen tot volharden in staat zal brengen.

Hij heeft een levensenergie zo sterk
dat in onze menselijke harten en hoofden
een nieuwe geest en een nieuw vuur kan oplaaien, een nieuwe élan!

De oude Jesse mag glimlachen.
Er is een nieuw begin gekomen
in degene die Johannes aankondigt: In Jesus de Messias.

Die Messias is niet los verkrijgbaar
Hij staat tussen de zijnen in.
Het hangt van jou af wat het wordt met dat Koninkrijk van God.
In de adventstijd proberen wij onze harten open te stellen
voor die nieuwe koning.

In het Onze Vader bidden wij het als tweede bede:
‘Uw Koninkrijk kome’ (klinkt mooier dan ‘uw rijk’ vind ik).
‘Het Koninkrijk van God is nabij’ horen wij Johannes zeggen:
Dus niet ‘stil maar wacht maar’ maar:
het is heel dichtbij al aanwezig als je wilt,
‘het is in jouw handen. ‘
Het gaat om jou, jij die hier bijstaat… jij, die dit hoort.
Het is dichtbij in jou.
Je kunt het met je eigen hart beamen en met jouw handen doen.

Had Mozes niet al eerder gezegd:
´De geboden die ik je heden geef, zijn niet te zwaar voor jou
en zij liggen niet buiten jouw bereik.
Ze zijn niet in de hemel en je hoeft dus niet te zeggen:
´Wie zal naar de hemel opvaren om ze voor ons te halen
en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen ?´
Ze zijn niet overzee en ge hoeft niet te zeggen:
´Wie zal de zee overvaren om ze voor ons te halen en ze ons te laten horen,
zodat wij ze kunnen volbrengen ?´
Neen, het woord is dicht bij jou, in jouw mond en in jouw hart.
JIJ kunt het dus volbrengen.

We worden gesterkt door het goddelijke woord
en door het Manna van de Eucharistie in beweging gehouden
opdat wij een diakonale kerk worden
van mensen van allerlei slag die de mensheid willen dienen.

Paulus roept ons op elkaar vast te houden en leergierig te zijn.
Dat willen we in de bezinning in deze Advent,
nu op zondag en komende dinsdag in de adventsdienst.

Bezinning en doen hangen met elkaar samen.
Er is een oude discussie bekend
tussen Rabbi Akiba en rabbi Tarfon, bijna tijdgenoten van Jesus.
De discusievraag is:
wat is belangrijker dat wij als joden goede werken doen
of dat wij ons bezinnen op de wet van God.

Rabbi Tarfon zegt: het doen is belangrijker.
Rabbi Akiba gaat er tegenin: de bezinning is belangrijker.

Na een diepe stilte zeggen ze opeens SAMEN IN KOOR:
‘de bezinning is belangrijker
want die leidt tot het doen door allen.’

U merkt het wel dat ik de bezinning belangrijk vind
het contact met onze joods wortels
waar Jesus zelf ook uit leefde.
De kerk is niet alleen maar een actiegroep:
daar zijn er zoveel van GELUKKIG MAAR.

Maar de kerk is wel de plek waar mensen
samen komen om zich te bezinnen wat er in onze dagen gebeuren moet.
Het is de plek waar we vanzelfsprekende standpunten loslaten
waar we anderen vinden als medegeïnteresseerden
waar we horen wat ons te doen staat, waar we ons bekeren!

Het is de plek waar we de oude dromen horen.
We moeten de teksten waarin die genoemd worden
eerbiedig spellen en er goed naar luisteren.

Deze dromen zijn gaan bedrog!
Ooit vroeg de beroemde dichter en schrijver van het Reve aan God
‘dat Koninkrijk van U wordt dat nog wat?’

Het antwoord is aan ons.
Naast de bezinning die ik noemde hangt het
van onze ijver af wat het wordt met dat Koninkrijk van God.

God geve ons de ernst en de toewijding
om ons zo op Kerstmis voor te bereiden
dat wij in ons eigen leven iets laten zien
van de vernieuwing waar heel de mensheid zo naar smacht.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor