• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
Eerste communie slide (2)

All posts by Maarten Kools

Uitnodiging eerste communie

Eerste communieBeste ouders/verzorgers,

Ieder jaar vieren wij met veel plezier de eerste communie in onze H.H. Antonius en Bavoparochie. Het moment waarop de kinderen, in de leeftijd vanaf 7 jaar, voor het eerst aan het grote feest van de maaltijd van Jezus mogen deelnemen. Ze behoren natuurlijk al lang tot de geloofsgemeenschap, maar het feest van de eerste communie wil dat nog eens extra onderstrepen! Bovendien leren ze dan wat het onderscheid is tussen hun eigen bruine boterham en het brood van de eucharistie.

De eerste communie wordt in 2017 gevierd op zondag 21 mei 2017 om 10.00 uur in de Kathedraal aan de Leidsevaart. Voorafgaand aan dit feest willen we de kinderen graag meenemen in een leerzaam en ook gezellig voortraject. We gaan ze leren wie Jezus is, wie ze zelf zijn, hoe je om gaat met de mensen om je heen, hoe je kunt bidden, kortom; hoe fijn het is om naar het voorbeeld van Jezus te leven. Daarvoor wordt het project ‘Het geheim van de Eucharistie’ van Peter Vermaat gebruikt. Met dit project hebben wij goede ervaringen.

Vanaf februari zullen de kinderen om de week op een aantal zondagochtenden van 09.45 uur tot ongeveer 11.15 uur te gast zijn op de pastorie van de Kathedraal om zich voor te bereiden. De data zijn: 12 februari, 5 maart, 19 maart, 2 april, 9 april en 14 mei. Voor de zondagochtend is gekozen, omdat u wellicht zelf dan naar de kerk kunt en de kinderen vertrouwd raken met de Kerkgemeenschap. We verzamelen ons om 9.40 uur in de pastorie. Op vrijdagmiddag 19 mei is er van 17.00 uur tot 18.00 uur een generale repetitie in de kerk zelf.

Maar ook u zelf willen wij graag de gelegenheid geven iets meer van ons rijke geloof en haar traditie te leren. Ook als het voor u helemaal nieuw is, bent u van harte welkom. Thema’s als: wie is Jezus, wat betekent bidden en hoe doe ik dat en vooral met mijn kinderen, en wat is nou eigenlijk de eucharistie, zijn belangrijk om bij stil te staan. Maar ook een aantal praktische vragen of andere dingen die bij u leven kan dan aan bod komen. Er zijn daarom vier ouderavonden gepland, te weten op: donderdag 16 februari, donderdag 16 maart, donderdag 6 april en donderdag 18 mei. De laatste ouderavond krijgt u een uitgebreide rondleiding door de kerk en sluiten we feestelijk af met een hapje en drankje.

Wij doen ons best om de kinderen zo goed mogelijk voor te bereiden. Wij verwachten van u daarin een actieve deelname en ook de aanwezigheid van tenminste één ouder tijdens de ouderavonden. Die avonden zijn interactief en zijn vooral bedoeld om u als ouders met elkaar in gesprek te brengen. Op deze avonden kunnen ook praktische vragen aan bod komen over het project.

Aan de voorbereiding van de eerste communie zijn noodzakelijke kosten verbonden.
Het gaat om een bedrag van €30,– Hiervan worden de projectboeken betaald en al het andere dat nodig is om de kinderen de nodige gezelligheid te bieden. Op de eerste ouderavond kan dit bedrag contant worden betaald.

Mocht uw kind in aanmerking komen voor dit grote gebeuren, dan hopen wij dat u zich snel, en het liefst voor 1 december a.s., bij mij wilt melden: efennis@bisdomhaarlem-amsterdam.nl

Om uw gegevens compleet te krijgen vraag ik u om uw naam, de naam van uw kind en uw adres en telefoonnummer aan mij te mailen.

Mocht uw kind door omstandigheden nog niet gedoopt zijn, dan is dat geen probleem. Ook daar maken we in de aanloop naar de eerste communie een feestje van.

Van harte hoop ik dat wij als Antonius en Bavogemeenschap dit grote feest met uw kind mogen beleven en elkaar vaak zullen treffen in het komende voorjaar.

Mede namens pastoor Hein Jan van Ogtrop en met veel groeten,

Diaken Eric Fennis
Parochie H.H. Antonius en Bavo Haarlem

Opbrengst tweede kerkenveiling

fxt887328 oktober jl. werd voor de tweede maal een kerkenveiling gehouden t.b.v. de restauratie van de kathedraal.

Onder het genot van een hapje en een drankje werd in een bomvolle zaal in het bisschopshuis aan de Leidsevaart  geboden op kavels van huishoudelijke aard, kunst en kitsch, rondvaarten, servicebeurten voor auto, fiets en mens, overnachtingen in abdij en hotel en nog veel meer moois….

“De veilingmeester is een klasse apart, de typering spraakwaterval doet hem tekort, puur entertainment, we hebben van hem genoten”, was één van de vele positieve commentaren op de avond.

De opbrengst van de veiling – inclusief de lotenverkoop van de nieuwe Bavo loterij – bedraagt 12.750 euro en zal besteed worden aan werkzaamheden die niet gesubsidieerd worden, zoals verwarming, geluidsinstallatie en een nieuw te bouwen sanitaire voorziening.

De winnaars van de loterij zijn op de hoogte gesteld.

Onze dank gaat naar alle sponsoren, kopers en bezoekers.

Wij zien u graag terug op vrijdag 27 oktober 2017!!

Fotoimpressie

Foto’s: Jimmy Purimahu

30 oktober: Ik wil bij jou aan tafel

[print]

31e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Wijsheid 11,23-26;12,1-2

  • Lucas 19,1-10

Een van de populairste verhalen bij de kinderen
is het verhaal van Zacheüs.

Waarschijnlijk omdat er staat dat hij ‘klein van stuk was’
en in een boom moest klimmen om Jesus te zien.

Vroeger werd dit gedeelte nooit op zondag gelezen.
Het verhaal kwam echter bij één gelegenheid wel aan de orde:
bij de inwijding van een kerk.

Dat is een goede keus.
Het verhaal van Zacheus eindigt ermee
dat Jesus bij hem komt eten: hij vindt dat geweldig.
Voor ons geldt dat in de kerk ook
het is voor ons een buitengewone eer
dat God bij ons wil binnenkomen om te eten.

Het bijbelverhaal zelf is bij uitstek een verhaal
over de bijzondere manier
waarop Jesus mensen tegemoet treedt.

Wij mensen bekritiseren anderen graag:
“ken je die of die?”
“o ja, die is zus of zo.”

Mensen moeten bij ons eerst
door een kleine controle heen:
‘of ze wel waardig zijn door ons te worden ontmoet.’

Bij Jesus is dat anders:
hij aanvaardt mensen zoals ze zijn,
hij ziet ze als beelddragers van God
hij ziet ze als mensen met vele mogelijkheden..

En dan spitst Jesus zich vooral toe
op de mogelijkheid van mensen
om zich te kunnen bekeren.
Zacheüs is rijp voor zo’n ontmoeting.
Hij is bescheiden.
Hij schaamt zich voor zijn kleine gestalte
maar meer nog voor zijn levenswijze.

Als tollenaar had hij,
in dienst van de Romeinse bezetter
heel wat gelden geïnd,
vaak meer dan hem toekwam:
hij was -net als alle collaborateurs in welke tijd ook-
niet geliefd en leefde in een isolement.

Maar Zacheüs is een mens met verlangen naar contact:
vooral met Jesus die hij graag wil zien!
Hij klimt omhoog…
Bij de kerkvaders lees je dan:
hij klom in de boom, dichter naar de hemel toe,
hij zocht God.

Jesus zie dat en zijn eerste woorden zijn heel verrassend:
‘Zacheüs ik wil bij je eten.’

Jaren geleden schreef een beroemd psychologe,
(dr. Anna Terruwe)
dat dit een grootse zin was en dat vele mensen
met grote psychologische complexen
ontzettend geholpen zouden zijn
en veel van hun complexen al lang kwijt zouden zijn
als er iemand in hun buurt geweest zou zijn
die zoiets had gezegd:
‘ik kom bij je eten.’

‘Zacheüs ik kom bij je eten’.
Geen woord over Zacheüs’ dubieuze levenswijze.
Geen spoor van verwijt
aan deze Godszoeker, deze boomklimmer:
alleen maar vriendschap en aanvaarding.

Neen niet van alles wat Zacheüs doet of eed
maar van de mens Zacheüs als in oorsprong goed
geschapen naar Gods beeld en gelijkenis
in staat om Hem te ontmoeten
en anderen tot zegen te zijn.

Jesus wil deze zoekende mens ontmoeten
en gaat met hem aan tafel.

En zo wordt de zoeker gevonden.
Er kan een nieuwe levensfase voor Zacheüs ingaan.
Als Jesus bij hem aan tafel gaat zitten
zonder èèn aanmerking gemaakt te hebben
zegt Zacheus hij direct al:
‘ik zal mijn leefwijze veranderen’.
Hij geeft de helft van al zijn bezit aan de armen
en alles wat hij teveel geind heeft
zal hij viervoudig terug geven
hij bekeert zich en wordt een nieuw mens.

´Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen´ concludeert Jesus,
´de mensenzoon is gekomen om te redden
en te zoeken wat verloren was.
Zacheüs is eindelijk gevonden.

Ook wij leven van de ontmoeting:
van de genegenheid en de sympathie van anderen
die ons willen vinden.

Kinderen kunnen niet zonder ouders
die hen niet onmiddellijk bekritiseren
maar die vooral veel van ze houden
wat voor bokken zij ook schieten.

Ouderen, gehuwd of ongehuwd, kunnen niet zonder anderen
die hen steunen
omdat ze hen wel zien zitten en van hen houden.
Zonder de aanvaarding van ons zoals wij zijn
gaan wij dood.

Het verhaal van Zacheüs vertelt ons dus iets over onszelf:
wij kunnen niet leven zonder aanvaarding
dat is de ene kant.
Maar de andere kant is zeker zo belangrijk:
als wij dat beseffen gaan
zullen wij zelf ook anders tegenover anderen zijn.
Als wij weten dat wij,
zo merkwaardig als wij misschien mogen zijn
door anderen worden aanvaard of misschien zelfs liefgehad
zullen wij ook anderen aanvaarden en liefhebben.

En als wij proberen God te vinden
door ons in te spannen
zoals Zacheüs die in zijn boom klom
zal die ons vinden!

Als wij als zoekers naar Hem
die naar ons op zoek is op zoek gaan
zullen wij echt gevonden worden
ons leven wordt nieuw
tot onze eigen verrassing!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

23 oktober: Combineer ijver met bescheidenheid

[print]

30e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Sirach 35, 1b-22

  • Lucas 18,9-14

Als kinderen naar een film kijken
is een van de eerste dingen
die ze graag zeker willen weten wie de goede is en wie de slechte.
Eén moet de goede zijn en één de slechte.

Dat speelt ons ook als volwassenen parten
bij het lezen van het evangelie van vandaag.
De Farizeeër is duidelijk de slechte.
Hij is schijnheilig en, (het vooroordeel compleet makend),
staat dan vaak model voor alle joden
(terwijl de tollenaar ook een jood was natuurlijk)..

HIJ heet slecht..maar was eigenlijk alleen maar een trouw aan wetten en regeltjes
net als alle joden dat, volgens de christenen, zijn.
Van dat vooroordeel hebben de joden veel last gehad:
het had antisemitisme tot gevolg.
De voorlaatste paus in al zijn toespraken
en ook deze paus en de bisschoppen in hun brieven zetten alles op alles
om de christenen van hun oude vooroordelen af te helpen.
In januari is in de bidweek voor de eenheid van de christenen
daarom ook een ‘dag van respect voor het jodendom’ opgenomen
opdat we ons bekeren.

‘Farizeeër’ was een scheldwoord geworden
maar nieuwere bijbelstudies hebben ons geleerd
dat Jesus –ondanks of misschien juist door zijn kritiek-
zich zeer verwant voelde aan de Farizeeën,
ja sommigen zeggen zelfs dat hij er ook een was!
Van Paulus is dat wel zeker:
Farizeeër betekent gewoon ‘ijverige’
en nu worden wij misschien een beetje ongerust:
zijn wij dat wel genoeg?

De Farizeeër van vandaag treffen we aan in de tempel
maar eigenlijk zijn Farizeeën helemaal geen tempelmensen.

Dat zijn de Sadduceeën, een nette clan vromerikken
die het hele tempelbedrijf in handen had
en goede maatjes wilde zijn vooral met de heersende klassen;
zelfs in hun contacten met de Romeinen deden ze water in de wijn.

Dat deden de Farizeeën zeker niet!
Dat waren mensen van en voor het volk.
Ze geloofden niet zo erg in grote plechtigheden in de tempel
maar in een onverbiddelijke trouw aan de opdrachten van God
om in je gewone leven te doen wat je moet doen.

Ook de man van vandaag is een voorbeeld van goeder trouw.
Hij wordt mij steeds sympathieker,
vooral omdat ik zeker weet dat over de hele wereld
iedereen weer over hem heen zal vallen… dan wordt HIJ
plotseling de underdog in plaats van de tollenaar.
Wat deed hij allemaal niet: ga er maar aan staan!
Hij vastte meerdere dagen in de week, gaf tienden van olie, koren en wijn
-zoals verplicht was- maar ook nog van alle kruiden die hij gebruikte.
Het koste hem echt een rib uit het lijf
en al die inspanningen volbracht hij echt uit edele motieven.

Wat was de wereld zonder de ijverigen van alle eeuwen
-we gaan ze 1 november als wij Allerheiligen vieren- zelfs uitgebreid eren-
wat was de wereld zonder de geloofscultuur
die ons is doorgegeven in door onze voorouders
die eren we op 2 november Allerzielen.
Maar gewoontegeloof kan ook tot hoogmoedigheid leiden
zoals we die bij onze vriend van vandaag aantroffen.

Op deze Missiezondag denken wij eraan
hoe de ijver van onze missionarissen
veel mensen in de ontwikkelingslanden heeft geïnspireerd
zodat ze, niet gehinderd door westers gewoontegeloof
op een nieuwe en oorspronkelijke wijze
hun nieuwe geloof belijden en beleven.

Ik heb dat mogen zien bij mijn bezoeken aan Zaire
-van middag heb ik er nog een artikel van zitten maken
voor mijn website kerkengek- heb dat ook gezien
in Zuid Afrika en bij moeder Theresa in India.

De Farizeeër en de tollenaar
ze staan allebei voor karaktertrekken,
typen gelovigen die allebei nodig zijn
en als het goed is zijn we allebei een beetje.

Met name in onze dagen hebben wij ze nodig, farizeeën:
ijveraars, krachtige geloofsverkondigers in woord en daad…
Maar toch -en nu komen we aan de kern van het verhaal-
deze perfecte geloofsoverdracht OP ZICHZELF
en al dit volmaakt idealisme en deze waardevolle inzet
is niet genoeg. Geloofsijver kan fanatisme worden
vervreemd van het oorspronkelijk ideaal.

Bij godsdienst, welke ook, gaat het uiteindelijk toch om iets anders:
Het gaat om het hart. Het hart, ons eigen leven in zijn diepste kern
dat wij naar God mogen keren.

Wij mogen ons tot Hem keren ONDANKS ONZELF!
Voor God zijn we allemaal, al doen we nog zoveel goede dingen,
weerloze mensen die zich open mogen stellen voor Gods liefde,
die Zijn vergeving nodig hebben en die helemaal afhankelijk zijn
van ZIJN trouw aan ons die aan al onze menselijke ijver en trouw voorafgaat.
Jesus roept ons niet op om op te scheppen
maar te bidden en te dienen en te zeggen: ‘ik ben maar een onnutte knecht.’

Van onze Heer zelf
die al deze mensen in Zijn gevolg leek te willen hebben
kan zeker gezegd worden dat hij geen status zocht en geen aanzien.
Hij, de trouwste zoon van God, heeft zich zelf aan ons laten zien
niet als een man van grote drukte maar als een gewone dienaar,
een slaaf die anderen de voeten waste.

Jesus, de ware Farizeeër, de ijveraar, de vrome bij uitstek
deed dat op zijn eigen wijze, bescheiden en dienstbaar
en in grote solidariteit met de mensen bij wie het allemaal niet zo lukte…
in vriendschap met tollenaars en zondaars
waarmee hij volgens sommigen werd besmet.

Wie de psalmen van Israël leest
krijgt de eigenaardige gewaarwording beurtelings beiden te zijn:
Farizeeër en tollenaar.
De bidder mag zijn dankbaarheid uiten
omdat hij niet is als de goddelozen
die maar wat aan leven
-en dan horen we de Farizeeër-
maar tegelijkertijd is de psalmist als de tollenaar
als hij zijn MISERERE bidt: ach Heer wees mij zondaar genadig.

De Franse schrijver Bernanos schreef een dramatisch boek
getiteld ‘le journal d’un curé de campagne’,
het dagboek van een dorpspastoor.
Het gaat over een priester die gebukt ging
onder de zorgen van zijn ambt.
De man werd onzeker, werd niet begrepen, mislukt,
raakt zijn geloof kwijt en komt op een Parijs zolderkamertje terecht.
Daar wordt hij zwaar ziek. Hij is opgegeven maar het wonder gebeurt:
hij krijgt zijn geloof weer terug en vraagt plotseling om de laatste sacramenten.
Er is alleen maar een uitgetreden ambtsbroeder in de buurt die hem die toedient.
Zo krijgt hij weer contact met Zijn Schepper
en zijn roeping bloeit weer op als hij glimlachend
zijn laatste woorden uitspreekt: ‘alles is genade.’
Zijn hospita die alles gadeslaat mompelt:
‘hier stierf een heilige.’

Mgr. Ernst zei in een preek over het evangelie van vandaag:
‘Hebben wij eerst vertrouwd op eigen inspanning
en zijn wij ontmoedigd door ons falen
dan leren we uit het verhaal van de Farizeeër en de tollenaar
te vertrouwen op de genade alleen.’

De mens die dat durft zal de zin van zijn leven ontdekken
en de rust vinden die hij nodig heeft.

De mens die van uit die verwondering en verwachting wil leven
zal een toekomst tegemoet gaan
zoals geen mensenoog ooit heeft gezien
en zoals geen mensenhart dat ooit heeft bedacht.

Hij zal de ware rust vinden.
Het is zoals Augustinus ons dat eeuwen geleden heeft voorgezegd:
‘mijn hart is onrustig o Heer,
totdat het rust vindt bij U’

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

16 oktober: Handen omhoog en uit de mouwen

[print]

29e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Exodus 17,8-13

  • Lucas 18,1-8

Een vrouw reisde de wereld af op zoek naar de ware God.
Ze onderzocht alle religies en alle gemeenschappen
en alle mogelijke openbaringen van geloof
om vast te kunnen stellen
wanneer ze de volmaakte openbaring van God in het leven had ontdekt.
Op een van haar reizen stopte ze bij een klooster
en vroeg aan een van de kloosterlingen:
‘kunt u mij zeggen of uw God wonderen doet?’.
De kloosterling antwoordde:
‘Weet u, het hangt er maar van af wat u een wonder noemt.
Sommige mensen denken dat het een wonder is
wanneer God doet wat de mensen vragen.
Maar in deze kloostergemeenschap geloven we dat het een wonder is
wanneer de mensen de wil van God doen.

Sint Lucas is de evangelist
die het graag heeft over wat God van plan is
en hoe wij daaraan onze bijdrage kunnen leveren
door te bidden en te handelen.
‘Uw Rijk kome’ is de bede die Jesus zijn leerlingen
soms tot vervelens toe laat herhalen.
Wij bidden het nog: ‘Uw naam worde geheiligd Uw rijk kome.’

Heeft dat bidden eigenlijk zin?
Jesus zegt van wel: hij beveelt het erg aan,
in het evangelie van Lucas komt bidden vaak ter sprake.
‘Bidt veel en met volharding’ zegt Jesus.
Maar het is niet ezeltje strek je, tafeltje dek je..
het komt niet vanzelf naar je toe dat koninkrijk.
Hoe moet je dat Koninkrijk naar je toe laten komen?

Sint Lucas geeft zijn jonge gemeente goed onderricht:
zelf eerst opkomen voor het recht van de kleinen en verdrukten
is een wezenlijke opdracht voor de kerk.
Hoe slecht ons dat ligt leert het evangelie van vandaag.
De hoofdrol wordt gespeeld door een rechter:
een wijze die goed moet weten wat er in deze wereld loos is
en daarom er ook voor moet zorgen dat er recht wordt gedaan
aan mensen die recht verdienen te krijgen.
Maar deze rechter is slaperig en traag:
hij hoort de roep van de verdrukten niet.

Het is aan de volharding van de ontrechten, de weduwe in dit verhaal,
te danken dat er zich iets ten goed keert.
Pas als zij actief aandringen op actie
ontwaakt onze held uit zijn slaap en zegt:
‘ik zal maar toegeven aan haar gevraag.’
De rechter staat model voor alle mensen
die het onrecht op aarde misschien wel zien
maar niet van plan zijn er iets tegen te gaan doen.
Wij lijken op hem als wij in onze dagen zeggen:
ik kan er zo weinig aan doen.
Een verhaal over een prachtige combinatie van bidden en doen
hoorden wij als eerste lezing.

Een man bidt op een heuvel.
Zo wordt ons verteld in het boek van de Uittocht.
En daaronder, beneden in het dal,
Joshua met het volk dat vecht tegen een overmachtige vijand.
Zijn naam is Amalek: en die naam staat voor ONRECHT.
Maar wie is dan toch die Amalek? Zomaar een vijand?
Ieder volk heeft ooit wel een vijand gehad waar mee gevochten is.
De Heilige Bavo heeft ooit nog eens de Haarlemmers
tegen een aanval van de Alkmaarders verdedigd…
zegt de legende. Die vijandschap is inmiddels overwonnen.
Maar Amalek staat voor iets anders.
Van hem wordt verteld dat hij het volk Israël
op reis moeizaam voortsjokkend door de woestijn
in de rug aanviel en de kinderen en zwakkeren doodde.
Hij is geen gewone vijand. Hij is de boze zelf.
De onmens, die iedere keer weer de kop opsteekt in onze wereld.
De ene keer heet hij Hitler, een andere keer
is hij een veelkoppig monster.
Vandaag de dag heeft hij meerdere verschijningsvormen:
kapitalisme, het egoïsme, racisme, vreemdelingenhaat… wraakzucht
die zich vaak uit als terrorisme.
Joshua vecht tegen de boze beneden, Mozes bidt!
Het is een weerloos gebaar, een man met twee uitgestrekte armen.

Hij is niet langer de sterke Mozes
die met die stok het water van de Nijl sloeg tot bloed,
die de rots week maakte zodat er water kwam voor mens en dier.
Nu is Mozes een man zonder wapen,
een machteloze man met twee uitgestrekte armen,
het teken van overgave.
Als die twee armen terugvallen langs het lijf,
wint Amalek de vijand.
Als de armen weer omhoog gaan
is zijn volk weer aan de winnende hand.

In veel landen zijn mensen in nood.
Wij hebben een andere nood: een nood aan
zingeving en diepte. De nood van mensen die oud worden
en soms geen zin meer in hun leven ontdekken:
een hele discussie is er gaande. Moet je mogen sterven?
De kerken in de ontwikkelingslanden
leerden van ons dat de God van Israël,
die ook de Vader van Jesus was,
de God is die opkomt voor de kleinen
en die recht wil voor zijn mensen.

Vaak heffen de mensen in de ontwikkelingslanden
vertwijfeld de handen omhoog… en wij met hen.
Hoe langer wij op aarde zijn
hoe meer we onze machteloosheid constateren.
En dus past saamhorigheid en solidariteit:
ook rond mensen die het niet meer zien zitten.

De saamhorigheid zoals Aäron en Hur die lieten zien
die Mozes’ armen hielpen omhooghouden
en de solidariteit zoals Jesus zelf die opbracht
voor zijn mensen, die partij koos voor de weerlozen,
die afstand deed van zijn macht.

Als Jesus zelf de heuvel opgaat
zullen er geen vrienden zijn die zijn armen ondersteunen.
Alleen vijanden die ze vastzetten op het hout.
En aangezien dit het grootste schandaal is geweest
van heel de menselijke geschiedenis
worden wij geacht nu wijzer geworden te zijn
en nu als Zijn volgelingen werkelijk op te komen
voor alle mensen die worden gemarteld, geminacht, waar ter wereld niet.

Ook in 2016 bidden wij Uw rijk kome.
We vullen dat niet meer zo in als in vroeger dagen misschien
toen we droomden van een supermachtige kerk
die over heel de aarde verspreid;
de lofzang aanheft en haar triomfen over andere godsdiensten viert…
Neen: we weten het: ‘een kerk die niet dient, dient nergens toe’
en als wij tegenwoordig bidden: UW RIJK KOME
dat betekent dat: dat wat wij werkelijk verlangen
met heel ons wezen, met alles wat wij zijn
naar een nieuwe wereld waarin recht is en vrede voor allen:
een wereld van vrede, waarin God zelf alles kan zijn in allen:
een wereld waarin mensen tot hun recht kunnen komen en gelukkig zijn…

Het evangelie van vandaag eindigt met een eigenaardige vraag:
‘zal er als de Messias komt, de mensenzoon
nog geloof worden gevonden op aarde?’
Dat is een huiveringwekkende vraag.
Alsof het geloof zou kunnen verdwijnen.
Neen, het is niet mijn bedoeling nu plotseling heel somber te eindigen
maar wel vast te stellen dat de keuze voor God en Zijn Koninkrijk
steeds opnieuw moet worden vernieuwd,
door ieder persoonlijk.

We hopen dat wij daartoe in staat zullen zijn.
We heffen de handen omhoog naar God
opdat Zijn Heilige Geest ons moge sterken.

Uw rijk kome en
bidden wij met Maria mee:
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.

Sommige mensen denken dat het een wonder is
wanneer God doet wat de mensen vragen.
Maar het is pas een echt, groot en zegenrijk wonder
wanneer de mensen de wil van God doen.

Moge ons gebed onze dienstbaarheid onder stroom zetten
opdat ons de kracht niet ontbreken zal
om vol te houden bij de bouw aan Gods Koninkrijk
in onze dagen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

9 oktober: Na Kyrie altijd Gloria?

[print]

28e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • II Koningen 5,14-17

  • 2 Timoteus 2,8-13

  • Lucas 17,11-19

Ja, ik herinner me nog ons bezoek aan een melaatsenkolonie in Zaire.
De kerk was eenvoudig, geen mooie banken zoals hier maar lange planken,
20 centimeter boven de grond waar de melaatsen iedere zondag,
ver afgezonderd van de bewoonde wereld hun eucharistie vierden.

Diep onder de indruk vroeg ik aan een van de zusters daar
of ik wat foto’s mocht maken om het thuisfront wat te laten zien.

‘U bent toch priesters’ zei ze,
‘gaat u liever wat rond om de mensen handen te geven
en te zegenen’.
Dat deden we, met het schaamrood nog achter de kaken.

Jesus’ ontmoeting met de 10 melaatsen is een ontmoeting
met een mensengemeenschap die ten dode opgeschreven is.
Het zijn er 10, het getal dat volgens het jodendom nodig is
om een kerkdienst te kunnen beginnen. Dan kan er namens het volk,
ja zelfs namens de mensheid gebeden worden.

10 Melaatsen zijn er die roepen om hulp:
KYRIE-ELEISON roepen ze
om het even in het Grieks te zeggen
(hoewel sommigen dat ook latijn noemen).
In alle missen zingen wij dat…
“Help ons. De koorschoolkinderen leerde ik ooit
dat als ze in Griekenland in een kuil vallen
en KYRIE ELEISON moeten roepen.
Dan worden ze onmiddellijk uit kuil gehaald
en kunnen ze het Gloria aanheffen
dat de Grieken helaas niet verstaan.

KYRIE EILEISON, Help, Ebarme dich…
riepen de melaatsen uit het evangelie van vandaag.
Ze zijn verstoten door de buurt, geminacht door de gezonden,
gevreesd door de gezonden. Is er dan niemand die redt?
Ja er is er een en dat is de man van Nazareth: Jesus Messias.
En de solidariteit van Jesus met deze gemeenschap is hen tot zegen.
Ze zijn niet langer verstoten, ze worden getroost en aangesproken.
Hun isolement wordt opgeheven.

De bevrijding uit het isolement is het begin van de verlossing en die komt:
alle 10 worden ze genezen.
Alle 10 worden ze geholpen en ze kunnen samen
na hun KYRIE-geroep het GLORIA aanheffen, de lofzang tot God.
Maar ze doen het niet.

Dat er na het KYRIE-roepen een GLORIA moet volgen
weet slechts één van de tien, en dat is nog wel een vreemdeling, een Samaritaan.

Negen van de tien komen daar niet aan toe.
Ze gaan weer over tot de orde van alledag
en schieten weer wortel. Ze zijn God weer snel vergeten. Vreselijk is dat.
In de Bijbel staat dat er veel mag.
Je mag God aanklagen. Je mag met Hem vechten, kwaad zijn woedend zijn,
huilen en schelden… het mag allemaal. Het hele boek Job staat er vol mee.

Eén ding mag nooit: HEM VERGETEN;
doen alsof er niets aan de hand is,
gewoon maar doorleven wat er ook gebeurt.

Als je niet kunt huilen, als je niet kwaad kunt zijn
wordt het leven werkelijk plat en troosteloos.

Er is een mooi russisch verhaal over een man
die bij een Pope (een russische geestelijke) komt en die zegt:
‘als ik ellende zie moet ik steeds maar weer huilen,
als ik over verdriet hoor spreken komen de tranen steeds,
is daar nu niets aan te doen.’

De Pope kijkt hem peinzend aan en zegt:
‘ik weet het, jij hebt de gave der tranen.’

Tranen worden door God gezien.
Er staat geschreven in de psalmen
dat Hij die tranen zelfs –als waren het edelstenen-
bewaard in een bokaal.

Die God zal Zijn mensen niet loslaten.
Aan die God bevelen wij onze smart en onze teleurstelling aan.

De heidense Naäman uit de eerste lezing van vandaag
en de ene vreemdeling die terug komt
leren ons dat het de moeite waard is
ons aan Hem vast te klampen.

Daarom is het een grote en belangrijke taak
hem te blijven aanroepen: erbarme dich, Kyrie-eleison!
Maar als kerkmensen hebben wij ook de taak
om hem vol vertrouwen ook het Gloria toe te zingen.

Goed dat hier iemand aanwezig is die dat al 53 jaar doet:
de kerk moet het hebben van zulke trouwe mensen
die het kerkgebeuren gaande houden.
Het mag geen clan worden van zelfgenoegzamen
want er moet altijd openheid zijn voor de nieuwkomers.
Gezegend is de kerk als er trouwe volharders zijn
die de kerk tot een open gemeenschap maken.
Theo en Rina doen dat samen. Ooit viel Rina
bij een Ceciliafeestje in de oude Bavoschool
achterover in de armen van Theo
toen ze met haar naaldhakjes in een van de lange gordijnen was blijven haken.
Kort daarna trouwden ze, afgelopen donderdag was dat 50 jaar geleden
en ze trokken samen op. Er waren momenten van Gloria in Excelsis
maar ook van Kyrie Eleison. Dat was vooral toen hun jongste dochter Sandra;
een actief lid van onze jongerenclub op 21 jarige leeftijd in 1996 aan een
gemene hersentumor overleed.
Maar ze is nog in de buurt. Haar aandenken is ons tot zegen.
Trouwens, het leven is geen donkere tunnel
al koste dat Renate en Kevin en haar lieve ouders
en vrienden grote moeite om dat te beseffen.

Een mensenleven is geen doodlopende weg
(het leven is immers geen donkere tunnel)
want er is er een die ons aanmoedigt om verder te gaan.
Veel mensen vergeten hem in het gewone leven van alle dag
maar al te gemakkelijk. Maar mensen die dieper willen gaan
kunnen hem ontmoeten als degene die ons overeind wil helpen.
Om na het Kyrie weer voorzichtig en zachtjes misschien
gloria te zingen.
Samen zijn wij kerk,
het is toch zo ontzettend waardevol en nuttig hier samen te zijn
Zijn Naam hoog te houden vooral in de wereld van vandaag,
de God die heeft gezegd: IK ZAL ER ZIJN.

De God die met ons meegaat alle dagen,
vooral als wij ook andere mensen gezelschap willen houden
gastvrij zijn en vriendelijk,
niemand verloren laten rondlopen
niemand loslaten.

We zijn dankbaar dat in onze kerk
jong en oud op ons koor niet nalaten de smeekliederen te zingen
en de lofzang aan te heffen ook van de nieuwere generatie.

Tenslotte:
tot ons allen, jong en oud zegt Paulus:
God is getrouw, als hij hem vergeten, hij vergeet ons niet’
En eindigend met de tekst van zondag Gaudete:
‘Houd vol in alle verdrukking,
wees moedig en blij
ga met al je noden naar God toe,
bid zonder ophouden (erbarme Dich, Kyrieleison)
maar vergeet ook nooit Hem te danken
die heeft gezegd dat Hij ons allen
-het werk van Zijn handen-
nooit aan ons lot zal overlaten.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Bijeenkomst Vriendenkring: De torenbouwer stond met zijn voeten op de grond

vriendenkringOnder de titel ”De torenbouwer stond met zijn voeten op de grond” besteedt dr. mult. Erik Sengers, werkzaam voor het bisdom Haarlem-Amsterdam, aandacht aan de ‘sociale bisschop’ Aengenent en zijn programma voor de Sint Bavo kathedraal. Op 22 november 1928 legde deze bisschop Aengenent de hoeksteen van de ‘vrouwentoren’ van de kathedraal. Daarmee luidde hij de laatste fase in waarin de kathedraal in zijn huidige vorm werd afgebouwd. Zijn hele leven was hij betrokken bij de bouw ervan. Wie was deze ‘sociale bisschop’ en vinden we iets van zijn inzet voor de sociale kwestie terug in het bouwprogramma? In de lezing zal leven en werk van deze enigszins vergeten maar voor de Haarlemse Kerk niet onbelangrijke bisschop worden voorgesteld.

Na de pauze zal Rens Tienstra, de nieuwe tweede dirigent van het Kathedrale Koor, enkele Gregoriaanse gezangen uitvoeren afkomstig uit de vespers van lokale heiligen. Rens Tienstra kwam via meerdere wegen in aanraking met de kerkmuziek – in het bijzonder het gregoriaans. Na een driejarige studie van het gregoriaans zette hij deze studie voort aan het Koninklijk Conservatorium van Den Haag. In 2013 studeerde hij af als Master of Music in Compositie met een onderzoek naar de raakvlakken tussen Gregoriaans en hedendaagse compositie.

Plaats van deze bijeenkomst is de bisschoppelijke sacristie. De lezing start 20:00 uur en eindigt tegen 22:00 uur, inloop vanaf 19:30 uur. Ingang via de tuin aan het Emmaplein.

Wij vragen u uw komst tijdig aan te melden via ons emailadres vrienden@rkbavo.nl.

2 oktober: Je gelooft nooit tevergeefs

[print]

27e Zondag door het Jaar: Bavofeest

Schriftlezingen:

  • Habakuk 1,2-3; 2,2-4

  • Lucas 17, 5-10

Enkele jaren terug, vlak voor het Bavofeest,
was ik met enkele andere vertegenwoordigers
van de Haarlemse kerken op bezoek in de Koepel
let wel die andere koepel: de Penitentiaire inrichting
beter bekend als de gevangenis aan het Spaarne.
Daar hadden wij een praatgroep met de gedetineerden
over wat geloof voor hen en voor ons betekende.
Duidelijk was dat we dat dat betreft aan hen
een voorbeeld konden nemen.
Ze hebben veel tijd om na te denken daar
en bidden dus ook veel.
Wat we daar besproken hebben?
Ik kom daar straks op terug, wel kan ik nu al zeggen
dat ik daar –ondanks de droevige omstandigheden-
toch veel geloof gevonden heb.

‘Heer, geef ons een beetje meer geloof’
is dat niet troostend voor ons,
dat de eigenste vrienden van Jesus dat vroegen.
‘Heer, geef ons een beetje meer geloof…’
de mensen zijn zo zwak, de vrede is zo ver..
de oorlog duurt zo lang,
de rechtvaardigheid is er nog lang niet:
de mensen zijn nog steeds niet wijzer.’

Jesus lijkt hun vraag te begrijpen
en wil zijn vrienden en ons dus ook een beetje helpen.
Hij had immers geen supermensen uitgekozen
maar gewone zwakke mensen.
Zwakke mensen als helpers van andere zwakke mensen.
Kijk maar even wie er allemaal
in het 14e t/m het 17e hoofdstuk van Lucasevangelie de revue passeren:
– van de straat opgeraapte gasten die een bruiloftszaal moeten vullen,
– een zwerfjongere (de verloren zoon) die van huis weggelopen is,
– een man die beroofd wordt door een paar onverlaten
maar geholpen wordt door
een gastarbeider, een Samaritaan,
– een arme weduwe die haar uitkering kwijt is,
– een collaborerende tollenaar, een corrupte rentmeester
en nog wat aanverwant volk.

De evangelist Matteüs
in wiens boek we in de komende advent weer gaan lezen
zet in zijn evangelie frisse idealisten voor ons neer:
vrededoeners, rechtvaardigen.

Dan denk ik aan een soort dappere Joggers,
Als ik een beetje vroeg op ben, tref ik ze onderweg altijd aan.
Wakkere, sportief geklede lieden, vrijwel altijd mannen.
Kennelijk hebben die verder niet genoeg lichaamsbeweging
en hebben ze het meer nodig dan vrouwen.

Ze kijken heel ernstig,
hun gezichten hebben vaak een verbeten gelaatsuitdrukking
die vaak zeer komisch overkomt
en contrasteert met het clowneske sportieve slobberpak
dat kennelijk bij dat hardlopen schijnt te horen.

We willen allemaal graag jong en actief tevoorschijn treden.
Mensen zeggen allemaal dat ze graag oud willen WORDEN
-zei een cabaretier ooit- maar niemand wil het zijn.

We leven in een maatschappij waarin we met zwakheid,
met weerloosheid, met ouderdom, met zwakheid,
in de fout gaan, ziekte geen raad weten.

Terug naar Lucas met zijn bijzondere mensen-collectie.
Waarom beschrijft hij zoveel mensen
aan de zelfkant van de maatschappij?

Niet op de eerste plaats om ons medelijden op te wekken
zodat wij iets nuttigs voor ze zouden gaan doen
maar vooral om ONS allemaal,
groot en klein, sterk en zwak, dapper of angstig, vrouw of man,
religieus of leek te doen beseffen
dat wij zelf ook maar gewone weerloze mensen zijn,
mensen die meer ondanks dan dankzij zichzelf
‘onnutte dienstknechten’ heten ze in het evangelie van vandaag
mogen meedoen aan het grote gebeuren
van Gods geschiedenis met de mensen.

Kan dat wel?
Is deze omschrijving van Jesus’ vrienden en vriendinnen
als ‘onnutte dienstknechten’
(letterlijk staat er zelfs ‘waardeloze slaven’) niet beledigend?
Mensen die hun leven met belangrijk werk weten te vullen
vinden van niet.
Ik denk aan moeder Teresa –deze maand heilig verklaard-
die ons dit voorleefde
aan Paus Franciscus en alle anderen die dit voetspoor verder gaan.

Bij de zaak van het Koninkrijk gaat het nooit echt om
‘kijk mij nu toch eens’.
Je hoeft niet assertief behandeld te worden.
Het gaat nooit om jou als (om maar even aan de paus te denken)
veel gestudeerd hebbende of minder gestudeerd hebbende..
Zelfs je karaktereigenschappen zijn ook niet eens echt belangrijk….
het is natuurlijk meegenomen als je een prettig karakter hebt
en een beetje aardig bent maar toch…
het belangrijkste is of jij met jouw eigenschappen
goede en kwade, wilt meewerken aan de zaak van God.
Of jij met jouw eigen mogelijkheden
anderen een klein beetje troost en uitzicht kunt bieden.
Niet meer dus maar ook niet minder.
Als je doet wat je te doen staat ben je bijzonder en nuttig.

De Satan in het boek Job
kon zich niet voorstellen dat de rechtvaardige leeft
om er gewoon te zijn en te handelen,
niet eens wachtend op een beloning.

Jesus zelf heeft ons die belangeloze dienst voorgeleefd.
Van Hem die tot ons sprak
en het had over de gewone dienstknechten
die wij allemaal mogen zijn kan zeker gezegd worden
dat hij geen status zocht en geen aanzien.

Hij, zoon van God, heeft zich zelf aan ons laten zien
als een gewone dienaar, ja zelfs een slaaf
die anderen de voeten waste.

En toen Hij langs de weg de zieke bedelaar Bartimeüs tegenkwam
zei hij niet hooghartig: ‘ik ga je even helpen sukkel’
maar hij knielde naast hem neer en zei
-zoals het een goede slaaf betaamt-
‘wat wil jij dat ik voor jou zal doen’.

Aan mensen die zo’n mentaliteit uitstralen
heeft de wereld behoefte.
Niet aan mensen die alles beter weten
of die zich arrogant neerbuigen vanuit hun superioriteit
maar aan mensen die naast andere mensen gaan staan.

Die met ze mee lijden en lachen,
met ze mee geloven en aarzelen,
die naast ze zijn in alle omstandigheden
namens de God die als naam heeft meegekregen:
IK ZAL ER ZIJN.

De oktobermaand die wij samen vieren is niet alleen Bavomaand
maar ook Mariamaand,
Iedere dag wordt in het brevier van de priesters
in de vespers haar lofzang gebeden:
de lofzang waarin ze zingt
dat zij ook maar een gewone onnutte dienstmaagd is maar…
wel een dienstmaagd waar God graag gebruik van zal maken
bij de volbrenging van Zijn plannen.
In haar Magnificat zingt ze – ik vertaal het een beetje vrij- :
De trotsen worden van hun tronen gestoten
en God kan met de hulp van Zijn personeel de weerlozen verheffen.
De rijken worden ledig weggestuurd en de armen worden verzadigd.
Dat allemaal dankzij mensen als zij,
die gewoon onnutte dienstknechten willen zijn.

Ieder mens die een taak verricht,
of het nu een zuster of een pastoor is,
een vader of een moeder
hoeft er echt niet altijd een warm of mooi gevoel bij te krijgen.

Hij of zij hoeft ook niet het idee te hebben
‘ik spring er aardig uit’
maar moet het gevoel hebben dat hij of zij
als mens op de plek staat
waar zij of hij hoort en daar kan doen
wat van hem of haar verwacht wordt.

Het geloof in wat er kan moet misschien groeien
zoals dat in het wonderlijke begin van het evangelie staat:
een mosterdzaadje dat tegen een moerbijboom zegt:
spring in zee… en het gebeurt!
Een groot geloof hebben is moeilijk:
de profeet Habakuk die we in de eerste lezing hoorden
roept God erbij: hij maakt God als het ware wakker
‘waarom ziet Gij de ellende maar aan ?!’.
En als door een wesp gestoken antwoordt God meteen:
‘geef het wachten niet op, het recht zal komen:
en.. jij, als je een rechtvaardige wilt zijn,
zult leven door je volharding’ je gelooft nooit tevergeefs.

SLOT:
En waar hebben we het nu over gehad daar in de koepel?
Over Bartimeus en Jesus die niet zei: ‘zielige sukkel’
maar: ‘wat wil jij dat ik voor jou zal doen.’
En toen hadden we het erover
welke mensen voor hen daar iets betekend hadden
en voor wie zij iets betekend hadden. Er kwamen verhalen:
‘ik had altijd ruzie met mijn jongste broer
maar nu is hij de enige die iedere week komt.’ Een ander, pas 18 jaar:
‘Ik bid veel en ook vraag ik mijn oma die vorige jaar stierf
om mij te helpen…en dat doet ze ook.’
Een ander –hij komt deze maandag weer vrij- was teleurgesteld:
’ik heb altijd iedereen geholpen maar nu ik hier terecht gekomen ben
heb ik geen van mijn oude vrienden meer gezien
en ik weet niet of ze mij nog willen zien.’

Toen hebben we samen gebeden, onder die koepel
en ik vertelde over onze koepel waar wij nu onder zitten
en ik zei: ‘we zullen aan jullie denken zondag
want de koepel van Gods liefde staat over ons allen uitgespreid.
Heb dus maar geloof, hij houdt van ons en zal ons allemaal helpen
God kent ons allemaal.’

Zij hadden daar –zo merkte ik- hun geloof bewaard
en het was hun tot steun,
net als het dat voor een meisje was die ernstig ziek is
en die ik de middag daarna bezocht.

Mijn bede is dat wij het ook bewaren en dan geldt:
In te Domine speravi…
op U Heer heb ik gehoopt
Non confundar in aeternam,
Ik zal nooit van streek raken. Zo moge het zijn, AMEN

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

25 september: Behoefte aan duidelijke taal

[print]

26e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Amos 6,4-7

  • Lucas 16, 19-31

Het lijkt wel een sprookje:
‘er was eens een rijk man die iedere dag feestvierde
en een arme, die Lazarus heette– die naam betekent God helpt!-
die als bedelaar aan de deur lag… ‘
maar het is helemaal geen sprookje
het is een protestverhaal van Jesus
tegen een wereld waarin rijk rijk is en blijft
en arm arm. In de arme landen zijn er honderden doden
als er een tornado komt, de gammele hutjes waaien weg
en de armen zijn weerloos.
In de rijkere landen zorgt
de rijke structuur van het land
voor steviger huizen: ze kunnen een stootje hebben.

De afgelopen week wachtte ik ademloos op wat er in ons parlement
zou worden gezegd… hoe gaan we de wereld redden?
Hoe gaan we bouwen aan een betere toekomst voor onze jeugd?
Hoe gaan we de armoede en het onrecht in de wereld te lijf?

Ik werd wat teleurgesteld. Twee dagen lang zeuren
over een premier en of die wel of niet ‘oprotten’ mag zeggen;
ik geloofde mijn oren niet.

We krijgen vandaag veel stof tot overweging.
Om te beginnen van de profeet Amos.
Neen geen verheven leraar maar een nuchtere landbouwer.

Om precies te zijn een vijgenkweker uit Tekoa,
het noorden van Israël die over een scherpe opmerkingsgave beschikte
en in woord en geschrift
de hooggeplaatsten in kerk en samenleving
onverbloemd de waarheid zei.

Zijn aanklacht laat niets aan duidelijkheid te wensen over.
‘Wee de zorgelozen in Sion,
de zelfverzekerden op Samaria’s berg.
Ze liggen op ivoren rustbedden
en strekken zich lui en vermoeid uit op hun sponden.

Ze willen ook nog wel eens vroom doen
en zingen en de harp spelen
denkend dat zij Davids gezangen evenaren;
ze drinken wijn uit brede schalen
en zalven zich met kostelijke olie maar…
de arme verkopen zij voor een paar schoenen
en de Heer walgt van jullie gezang,
hou maar op en doe recht!’
Dat was Amos,
een van de duidelijkste profeten van het Oude Testament.
Hij kwam het eerst aan het woord en daarna Sint Lucas,
de evangelist van dit kerkelijk jaar
naar wie we nog enkele weken mogen luisteren.

Het evangelie van deze zondag vertelt
over het no nonsense-denken waar ik zojuist over sprak
tot in zijn uiterste consequenties.

Ikke ikke en de rest kan….
Dat laatste, dat kunnen stikken,
geldt voor de arme weerloze Lazarus
die buiten de poort van de villa van de rijke ligt.

Alleen de honden die zijn zweren aflikken
besteedden nog aandacht aan hem.
De rijke in het verhaal is gezien in het dorp
en krijgt na zijn dood een eervolle begrafenis.

Dat laatste detail is wrang.
De begrafenis van de arme die al eerder gestorven was
is immers geheel onopgemerkt gebleven,
misschien hebben alleen de honden om hem getreurd.
Maar.. bij God is alles omgekeerd.
De arme kreeg een vorstelijke ontvangst in het koninkrijk Gods.
Hij komt in Abrahams schoot.
De rijke blijkt echter in de hel terechtgekomen te zijn.

Een onplezierig thema misschien, de hel,
maar in dit verhaal is hij echt nodig.

Na de eervolle begrafenis van de rijke met de slechte afloop dus
wordt een prachtig discussie beschreven tussen de rijke,
de arme Lazarus en Abraham die namens God spreekt.
‘Geef mij wat te drinken’
vraagt de rijke aan Lazarus de arme die in de hemel is.

‘Geef mij te drinken’,
dat had Lazarus eerder aan de rijke gevraagd,
maar steeds tevergeefs:
‘ik was dorstig, ge hebt mij niet te drinken gegeven’.

‘Geef mij wat te drinken’ smeekt de rijke nu,
maar de afstand is niet meer te overbruggen.

De consequente no-nonsense leefwijze van de rijke op aarde
wordt door God serieus genomen:
er is geen weg terug meer.
Wanhopig roept de rijke dan nog:
‘laat mij dan mijn eigen familie gaan waarschuwen’
(waarom alleen die eigen BV??).

En dan komt een zeer belangrijk antwoord:

ZE HEBBEN MOZES EN DE PROFETEN
LAAT ZE NAAR HEN LUISTEREN!!

Een zeer belangrijke les wordt ons hier gelezen,
een klemmende boodschap ons doorgegeven.

Ten eerste: wat wij hier en nu doen
is bepalend voor ons hele lot.

En ten tweede:
er worden geen speciale boodschappen doorgegeven
achter de rug van Gods profeten om.

God neemt de verkondiging van zijn eigen helpers, zijn profeten,
werkelijk serieus.

Ons Bavofeest is in aantocht:
de volgende week gaan alle registers open.
Mag dat wel zo’n feest vieren
-dat deed de rijke toch ook iedere dag.
Heb je nog wel redenen om feest te vieren
in deze voor de kerk zo zorgelijke tijd?

Ik wou dat nou toch eens een keer omdraaien:
wij leven als kerk in een gezegende tijd:
Als je gezegend wordt betekend dat
Dat je door God wordt uitgedaagd:
Bij je doop, je huwelijk, je wijding,
als je wordt aangesteld door bisschop
en collega priesters, diakens en pastorale werker.
Je wordt geroepen er iets van te maken;

En bij iedere zegen weer aan het einde van iedere viering
worden wij allemaal uitgedaagd er de komende week iets van te maken.
Iets te gaan doen bijvoorbeeld, ter bevordering van de doorbraak van Gods vrede
(we denken daar vandaag in het bijzonder aan
nu de vredesweek ten eind loopt).

Iedere dag opnieuw moeten wij ons persoonlijk de vraag stellen:
Waar ben ik mee bezig.

Ik noem deze tijd een gezegende tijd.
Een tijd waarin wij samen, jong en oud,
Worden uitgedaagd er toch te zijn;
er te zijn voor God en de mensen die ons nodig hebben.

De oude getrouwe kerkgangers
-toch nog zo’n kleine vierduizend in Haarlem vandaag-
gaan steeds minder uit sleur maar zijn aan het ontdekken
wat de werkelijke waarde is van het geloven
en kunnen zo hun geloof beter doorgeven aan anderen.

En wat onze geloofsverantwoordelijkheden betreft:
die staat ons nu, duidelijker dan vroeger, scherp voor ogen
– de arme ligt aan de poort van onze welvaartswereld
en smeekt om hulp,
– de schepping is door al ons kunnen overmeesterd en misvormd.

We ontdekken onze gezamenlijke roeping
en – en dat is tiepisch iets van nu-
we herontdekken ook persoonlijk, ieder apart,
de rijkdom en de inspiratiebronnen van ons geloof.

En in onze dagen glanst –ondanks alle problemen-
het evangelie ons weer tegemoet
in al zijn felheid
en datzelfde geldt van de krachtige verkondiging
van het Oude Testament
waar we weer gevoelig voor zijn geworden.

Een geloofsleerling zei het niet lang geleden
toen ik met hem de verwantschap van het Oude
en het Nieuwe Testament besprak: ‘COOL’ zei hij: ‘VERS!’’
(dat is het nieuwste woord voor iets geweldigs).
Zo kunnen wij wijzer worden van de wijsheid
waar Jesus zelf ook uit leefde.

Jonge mensen bidden weer
-een onderzoek leerde
dat van de jeugd kerkelijk of niet kerkelijk- 75 procent bidt;
en waar het het dopen betreft gaat het stug door.
Jonge ouders blijven – neen niet allemaal, soms tot verdriet van hun ouders-
hun kinderen naar de kerk brengen.
En als onze taak volbracht is wordt Lazarus: GOD HELPT betekende zijn naam
weer genoemd in het lied waarmee onze dierbaren worden uitgedragen:

‘In Paradisum deducant te angeli’ –zo begint het gezang-
‘Mogen de engelen u naar het paradijs geleiden
en … moogt ge met de arme Lazarus –over wie Jesus eens sprak-
de eeuwige rust genieten.’

God sterke ons allen ieder afzonderlijk
bij onze eigen taak. En bidden wij om nieuwe inspiratie
voor politici en alle mensen die verbeteringen kunnen aanbrengen
in het lot van anderen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

18 september: Doen wat je kunt doen

[print]

25e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Amos 8, 4-7

  • Lucas 16,1-13; De onrechtvaardige rentmeester

De tien eerste dagen van het nieuwe jaar (5777)
heten in de joodse traditie bezinningsdagen
en de laatste dag daarvan is de Grote Verzoendag.
In de schuldbelijdenis die in die dienst wordt uitgesproken
de WIDOEJ worden 35 ernstige fouten genoemd: ik noem er enkele:
Overmoed, onwetendheid, onbezonnen gepraat,
kwaadsprekerij, onnodig geweld, het steeds maar zoeken naar winst,
ongemotiveerde haatgevoelens… en ga zo maar door.

In deze catalogus treffen we heel wat zaken aan
die de ontwrichting van de huidige samenleving verklaren.
Goed om daar rond de vredesweek over na te denken!
Wanhopig zoeken we naar de oorzaken van het terroristisch geweld:
haat gekweekt in de harten van verknipte mensen of groepen mensen
die zich geminacht voelen, die gebruik maken van de wanhoop
van verpauperde vluchtelingen.
Dertig jaar geleden werd er gezegd: ‘in het jaar 2000 zal de wereld
vrij van honger en oorlog zijn’: we weten dat dat niet gelukt is.
Zijn wij mensen zo slecht?

In de Grote Verzoendagsliturgie wordt er over gesproken
dat we fouten maken gedwongen of uit vrije wil,
in het openbaar of in het geheim, door moedwil of per vergissing
in geestesverwarring of nuchter en ga maar door.
Wij allen schieten jammerlijk tekort
vele mensen lijden daaraan en daaronder.
Op de grote verzoendag wordt dat toegegeven, beleden: uitgebreid.
Het is ook een stricte vastendag, dat helpt bij de bezinning.
Maar aan het einde van de dag houdt het vasten op: er is een happy end:
God gaat weer verder met zijn mensen en Hij blijft dezelfde:
richt je op, eet en ga verder en God gaat met je mee;
ieder mens kan nieuwe kansen krijgen
en God is hun Supporter.. met een hoofdletter:
‘ondersteuner’ betekent dat letterlijk.
Jesus’ is daarom niet kieskeurig bij de keuze van zijn medewerkers:
hij kiest geen supermensen en Hij praat met allemaal.
Dat wordt hem kwalijk genomen… de (schijn)heiligen willen graag
dat hun op deze aarde al eer wordt aangedaan
en nu al wordt erkend dat ze beter zijn dan andere mensen.
Ze worden geërgerd door Jesus’ gebrek aan kieskeurigheid.
Ze worden ook geërgerd door Jesus’ verhalen.
Dat zijn geen vrome verhalen over mensen die het fantastisch doen
maar hele andere verhalen: verhalen over mensen
die proberen te redden wat er te redden valt.

De verloren zoon is een voorbeeld daarvan
hij holde naar zijn vader terug en wierp zich huilend aan zijn borst.
Hij had meer spijt met zijn buik -hij verrekt van de honger-
dan met zijn hart. Toch ontvangt zijn vader hem hartelijk.

De man van vandaag is net zo’n tiep: de onrechtvaardige rentmeester
de mooi weer spelende dure meneer die geen zin heeft om te spitten
en het ook niet eens zou kunnen.
Het is eigenlijk een idioot verhaal van Jesus
al klinkt dat een beetje erg oneerbiedig
maar iedere kerkganger deelt (als hij eerlijk is) mijn mening.

De verhalen van Jesus schokten de mensen in zijn tijd
maar ze schokken ook ons. Is het Jesus’ bedoeling echt
om boeven en sjacheraars te prijzen?

Neen, ik denk het niet. Wel wordt ons iets anders geleerd
en dat is dat de vermeende goedheid van ieder mens
een uiterst relatief begrip is.

We dragen allemaal, (zoals het grote verzoendagritueel ook leert),
het bederf en de zonde met ons mee. Maar… en nu komt het:
bederf en zonde hebben niet het laatste woord.
Dat hebben de genade van God, zijn erbarmen, Zijn liefde voor ALLE mensen!

Laten wij even proberen het vreemde verhaal
van de onrechtvaardige rentmeester te volgen.
Hij is in dienst van een grote rijke baas. Een grote goede gastheer.

Nu wordt ons al een sleutel gegeven:
DE Gastheer bij uitstek is God, Israëls God, Kanaäns koning,
Hij is de Heer van de olie en de tarwe die we in het evangelie hoorden noemen;
alles is van Hem!
De goederen van Gods aarde-land zijn er niet
om anderen te knechten en afhankelijk te maken.
Wij hebben als beheerders alleen maar de taak te delen
en te zorgen dat iedereen genoeg heeft.

De man uit ons verhaal heet ‘een onrechtvaardige rentmeester’ waarom ?
Nogal glad, hij deed hetzelfde als vele tollenaars van zijn dagen,
hij inde veel hogere bedragen dan hij mocht innen,
en zo buitte hij de ondergeschikten van zijn heer uit.
Zijn heer hoort dat (met die heer is dus de Heer met een hoofdletter bedoeld)
en zegt: ‘wat hoor ik van jou? Leg verantwoording af van je beheer.’

En dan gaat de slechte rentmeester haastig zijn vroegere zonden goed maken
door de mensen die hij had uitgebuit
en die hij eigenlijk nog veel langer als melkkoetjes hoopte te gebruiken
haastig hun schulden aan hemzelf, hun uitbuiter kwijt te schelden.

Als je deze manier van tegen de rentmeester aankijken volgt
is de rentmeester niet meer de man
die in ons verhaal alleen maar mooi weer speelt met het geld van een ander
en ook niet meer de handige man die alleen aan zijn eigen hagje denkt.
Maar hij is, net als de verloren zoon uit het vorige hoofdstuk,
of de vrouw die niet deugde
en die de kostelijke balsem over Jesus’ voeten uitgiet,
een mens die ziet op wat voor doodlopende weg hij liep
en die zich bekeert.
De voormalig ‘onrechtvaardige’ rentmeester
is nu onrechtvaardige rentmeester af
en zo kan hij ons zelfs een voorbeeld zijn.

De rentmeester uit het evangelie
is in zijn bekeerde toestand een weldoener geworden.
Hij doet dat op zijn manier, met de mogelijkheden die hij heeft
maar Jesus prijst hem daarom.
Mensen hebben immers, ook middels de mammon,
middels de macht van het geld, hun gezamenlijke of hun privé-geld
de macht om anderen, zeer velen zelfs, wel te kunnen doen.

Het klinkt wijs als je zegt:
‘geld stinkt’ en vroom om te zeggen ‘het is maar het slijk der aarde’
maar deze uitspraken zijn te simpel.

De eigenlijke vraag die je van godswege gesteld wordt is:
wat doe je met jouw geld.
JIJ kunt wel zeggen dat het niet belangrijk is
en je je niet voor zulke dingen interesseert
maar voor de ander kan het de redding betekenen,
een mogelijkheid zelfs om te leven, om weer op te staan uit de dood.

Er staat immers ook geschreven dat je God zult dienen met heel je hart,
met heel je ziel en met al je krachten… letterlijk staat er: ‘met heel je vermogen’.
En vat dat maar rustig in financiële zin op. Met je geld kun je God dienen.
Door met je geld op een nieuwe manier om te gaan
kun je het aanschijn der aarde veranderen.
Dat dat niet gebeurt is geen kwestie van onmacht van onwil.

Want of er wel of geen verandering in de wereldeconomie komt
ligt altijd toch in handen van de rijken en de machtigen van nu.
Wie zijn dat? Wij rijke westerlingen? De oliesjeiks van Arabië?
De wapenleveranciers van oost en west? De drugshandelaars van Azië of Zuid Amerika? Hoe gaan we het kwaad bestrijden?
Wie weet een oplossing? Is er een oplossing? Ja, die is er.

We kunnen kiezen voor de dood en we kunnen kiezen voor het leven,
we kunnen kiezen voor de oorlog en we kunnen kiezen voor de vrede.
We worden uitgedaagd
slim te zijn als de kinderen van de duisternis,
eerlijk als de kinderen van het licht,
rouwmoedig zoals het gelovigen betaamt.

We kunnen kiezen voor de chaos van de machtswellust,
de ongerechtigheid, -zoals Amos de profeet die beschrijft-
of voor de nieuwe wereldorde van God,
recht, troost, licht en toekomst voor velen.
Ieder mens wordt uitgedaagd hier en nu zijn keuze te maken
en om zijn of haar bijdrage aan een betere wereld te leveren.

Rabbi Mendel kreeg op zekere dag bezoek van een leerling.
‘Meester’ zei deze ‘mag ik u een vraag stellen?’
‘Vraag maar’, antwoordde de rabbi.
‘Meester’,zei de leerling, ‘God is volmaakt en één en goed,
Hij heeft de wereld in zes dagen geschapen.
Hoe kan het dan dat die wereld is zoals ze is,
verre van volmaakt en goed?’
‘Zou jij het anders willen doen?’, vroeg de rabbi..
‘misschien zelfs beter dan God?’. De leerling antwoordde ‘ja’
maar kreeg onmiddellijk een rood hoofd omdat hij dacht
God gelasterd te hebben.

Maar de rabbi prees hem:
‘je hebt goed geantwoord, waar wacht je nog op,
ga gauw aan het werk!’

Ga maar aan het werk, met overleg, met de mogelijkheden die jij hebt ,
je inspannend voor een samenleving waar respect groeit voor de ander,
waar ruimte is voor allen,
waar vrede, vreugde en recht werkelijkheid worden hier en nu.

God geve in deze dagen ieder van ons
— de creativiteit om samen met anderen
te zoeken naar oplossing voor de problemen
die we op onze weg vinden,
— de kracht en de wil om onszelf te veranderen als dat nodig is,
en met onze eigen capaciteiten aan Gods Koninkrijk te bouwen.

Het is goed om te bedenken
dat Hij, de Schepper, onze blunders vergeven wil,
ons bemoedigt en met vriendelijkheid en liefde.
Ja dat Hij zelf in ons de kracht is
die zorgt dat er werkelijke vrede komt,
verzoening en geluk voor allen.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor