• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
fxt6947-crop

All posts by Maarten Kools

Impressie van de officiële opening Haarlemse Open Monumentendagen

Dit jaar hadden de Open Monumentendagen als onderwerp ‘Iconen en Symbolen’. Als er één gebouw in Haarlem is, waar dit onderwerp aan de orde komt, is het wel onze kathedrale basiliek Sint Bavo – ofwel de Nieuw Bavo – aan de Haarlemse Leidsevaart. Tijdens de restauratie was er alle gelegenheid om dit ontwerp van Joseph Cuypers – zoon van Pierre Cuypers – van dichtbij te onderzoeken. Dat leidde tot ontdekkingen die het aanzien van de Nieuwe Bavo hebben veranderd.

Weinig andere vakbroeders waren zo bewust bezig om de atmosfeer van het Hollandse landschap naar binnen te halen. Maar ook een fenomeen dat al vanaf het ontstaan van de kathedraal zichtbaar was kon minutieus worden onderzocht: het onvoltooide karakter. Achter dit Gesamtkunstwerk gaat dan ook een fascinerend programma schuil.

Boekpresentatie

Tijdens de officiële opening van de Open Monumentendagen op jongstleden vrijdag 9 september 2016 is het boek gepresenteerd van het langverwachte werk van Bernadette van Hellenberg Hubar – De Nieuwe Bavo te Haarlem – Ad Orientem – waarin de achtergronden, de symboliek en het gehele iconografische programma van dit illustere bouwwerk aan de orde komen.
Het boek is vanaf 9 september 2016 te koop in de kathedraal:
400 pagina’s, ca. 250 afbeeldingen, in gebonden uitvoering.
Prijs tot 9 december 2016 € 39,95 daarna € 49,95

Beeldimpressie

11 september: Laat je vinden

[print]

24e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Exodus 32,7-14

  • Lucas 15,1-10

In het evangelie wordt verteld over een herder
die op zoek gaat naar een verloren schaap.
En als hij het vindt is hij blij.

En we horen ook over een vrouwtje
dat een heel mooi gouden geldstuk kwijt is
ze gaat zoeken en zoeken en dan vindt ze het!
Gauw roept ze haar buren erbij: kom lekker feesten,
ik heb mijn gouden munt weer terug!

Het bijzondere van deze verhalen is dat God zelf bedoeld is
met die herder die maar zoekt en zoekt.
Maar het wordt nog bijzonderder als blijkt
dat God ook vergeleken wordt met dat vrouwtje
dat zoekt naar haar kostbare muntje.

God is dus niet ver, hoog en bazig maar Hij is anders:
Hij is als die vrouw die zoekt en vindt
en als de goede herder
die op zoek gaat naar het ene schaap dat verdwaald is .
Een herder die ook nog een zekere voorkeur heeft
niet voor de flinke schapen die de weg goed kennen
maar juist speciaal voor het weerloze schaap dat de weg kwijt is.

Niet omdat het ene schaapje zielig was.
Maar omdat de ene bijzonder is, uniek,
omdat één mens het lot van velen ten goede kan keren,
omdat één mens een beslissend verschil kan maken.
Daarom is die ene van belang, juist die ene die een eigen weg ging.
Zo van belang dat de anderen daarvoor tijdelijk in de steek worden gelaten.

De mens die de eigen weg durft te gaan is kostbaar.
Een mens die zich niet laat meevoeren door wat ‘iedereen’ doet en denkt.
De mens die uit de pas durft te lopen.
In het evangelie horen we dat Jezus op bezoek is bij tollenaars en zondaars.
Mensen die uit de pas lopen, zo ziet de meerderheid dat.

Mensen vinden het prettig als er een duidelijk onderscheid is tussen hen,
de gewone, goede mensen en de slechteriken.
Alsof de zogenaamde ‘gewone’ mensen niet hun misstappen maken.

De tollenaars en zondaars hebben het stempel gekregen
van ‘zij die niet willen deugen’
en misschien hebben ze van de nood een deugd gemaakt.
Als ze dan toch niet meer bij de gewone mensen mogen horen
kunnen ze beter hun bijzondere levenswandel tot kunst verheffen
en er lekker van leven. Maar Jezus legt zich niet neer bij deze status quo.

Hij wil op zoek om de verloren schapen te redden,
zoals het in de parabel staat.
Niet om het eens en voorgoed duidelijk te maken
dat het nooit meer in zijn eentje op pad mag gaan,
en het voor altijd in de kudde moet blijven.

Nee, want wat moet God aan met een volk
waarin geen mensen opstaan die richting wijzen, zoals Mozes dat deed?
Eerder zal Jezus proberen de mensen waarmee hij aan tafel zit
andere wegen te wijzen: Ze hebben al laten zien
dat ze in staat zijn om een eigen weg te gaan, los van wat ‘iedereen’ doet.

Dat ze eigenwijs zijn, hun eigen gang durven gaan.
Afgezien van wat ze dan precies gedaan hebben is dat een kwaliteit,
dat is lef en levensdurf hebben. Jezus zal ze hebben aangemoedigd om eigenwijs te zijn in het goede, zoals hij dat zelf ook was.
Wat ‘de mensen’ er ook van mogen zeggen.

Een mens zijn die zelf durft na te denken,
die niet zijn oor laat hangen naar wat de algemene stemming is,
wat de meerderheid denkt, want het feit dat velen het denken
hoeft niet te betekenen dat het goed is.

Een mens die zelf nadenkt, het eigen geweten laat spreken.
Dat is ook een mens die als het moet durft in te gaan tegen het gezag,
of dat nou wereldlijk of kerkelijk was.
Mozes zelf schrok er immers niet voor terug
om in discussie te gaan met God, toen zijn geweten hem dat ingaf.

Dat is een van de diepe betekenissen
van die begin-woorden uit de bijbel,
dat de mens geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis.
Dat maakt de mens, dat maakt ons tot een waarlijk tegenover,
onmisbaar om deze wereld de goede kant op te trekken,
in eerlijke eigenwijsheid.

De God van Israël onderscheidt zich
van alle andere goden omdat Hij anders is, avontuurlijker,
steeds op zoek is naar die eigenwijze mensen
zo vreemd en wispelturig als ze zijn.
Daarom was Hij ook zo slecht afgebeeld
door de mensen die van Hem een beeld maakten
als een sterke stier, als een supersterke, potente machthebber.

Alleen de mensen die respectvol de ander willen tegemoet treden
zullen de God van Israël in Zijn liefde kunnen ontmoeten,
alleen mensen die zelf weten wat zoeken is
zullen deze God kunnen vinden.
Alleen de mensen die weten wat angstige bezorgdheid is
om iemand of iets dat ze kwijt zijn
zullen deze God als hun God kunnen erkennen.

De zekeren hebben geen meester nodig en
-lijkt Jesus te willen zeggen- zullen hem ook niet vinden.
De mensen die zichzelf perfect achten evenmin.
Maar juist de mens die tot de ontdekking komt
dat hij het niet zonder de ander
al of niet met een hoofdletter, kan,
dat hij niet zonder genade kan leven…
die vindt in God en in Zijn Helper Jesus de Messias troost en steun.

Zoekt en gij zult vinden !!!! Is een gezegde
dat wel eens wordt gebruikt als je iets kwijt bent.
Maar vandaag slaat dat gezegde allereerst
op God op zoek naar de mens.
Hij gaat naar de mens op weg en Hij ZAL hem vinden.
Hij brengt hem terug en viert feest met vrienden en vriendinnen
om het verlorene dat teruggevonden is.

Jesus zelf zal ook een beetje verloren met de verlorenen zijn,
Hij komt aan de rand van de gewone maatschappij terecht
Hij gaat om met tollenaars en zondaars en eet met hen.

Maar met Pasen hebben wij gehoord dat de Vader zijn eigen zoon
die zo diep neerdaalde in de menselijke ellende
daar ook heeft gevonden om hem, en allen die Hij daar aantrof
in diepten van ellende, te redden
hun zonden te vergeten en te vergeven
en hen binnen te brengen in zijn vaderhuis
waar alle zoekers naar Hem ooit zullen worden binnengelaten.

Waar het de vergevende liefde van God betreft:
we kunnen ons die niet ruim genoeg voorstellen.
Het is als bij een overstroming.
Het water zal geen muizenholletje overslaan.
Zo is het ook met Gods vergevende liefde
die komt bij ons binnen en zal ons helemaal bereiken.
Hij komt in de diepte van ons bestaan
en zal ons vernieuwen en sterken.
Door de douche van Zijn overvloedige, vergevende liefde
worden wij bevrijd en opgericht
en zo kunnen wij anderen tot zegen zijn.

Dan zullen wij ook op zoek gaan
naar mensen die ons nodig hebben.
En het is ook nodig dat wij op zoek gaan
naar mensen met wie we samen de wereld beter kunnen maken.

Zouden wij christenen, moslims,
godgelovigen en mensen die niet in God willen of kunnen geloven
er in slagen zo ons best te doen
dat het nog wat wordt op deze wereld?

Durven wij afscheid te nemen van fanatisme, egoïsme,
machtswellust en op ons durven laten vinden door God
en daarom in liefde op zoek gaan naar elkaar?
Als wij zulke mensen willen zijn
kan God ons niet loslaten.

Hij zal ook ons, in onze moeizame zoeken
niet loslaten.
Ons geseculariseerde westerlingen
ook weer naar zich toetrekken in deze dagen.
Hij zal ons – en daar is geen twijfel aan-
vast en zeker vinden.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Mozes, de kudde en het braambos

In aanwezigheid van o.a. opdrachtgevers het echtpaar Hans en Iesje Vermeulen-Haanappel, kunstenaar Gijs Frieling, kardinaal emeritus Simonis en vele genodigden is het jongste kunstwerk, Mozes, de kudde en het Brandend Braambos, in de kathedraal ingezegend op 2 juli jl.

“Jos Cuypers omarmde het begrip van de ‘Unvollendete’ en probeerde regisseur te zijn door open vlakken open te houden”, sprak Wim Eggenkamp tijdens zijn toespraak. De kathedraal, gebouwd op een breukvlak van Neo-stijlen, biedt aan elke generatie een ‘open vlak’ om in te vullen. Met het mozaïek van Mozes is invulling gegeven aan zo’n vlak en is tevens de wens van bisschop A.J. Callier voor ‘een Mozes’ in vervulling gegaan.

U kunt Mozes, de kudde en het Brandend Braambos vinden in de kooromgang tegen de muren van de sacramentskapel.

Fotoimpressie

Foto’s: Jimmy Purimahuwa

Uitnodiging: vrijdag 9 september a.s. om 16.00 uur

14141827_1140574892689182_6232266088574992534_nU van harte uitgenodigd om de Haarlemse Opening van Monumentendag in de Nieuwe Bavo bij te wonen. Tevens wordt tijdens die bijeenkomst het nieuwe boek over de Nieuwe Bavo gepresenteerd “Ad Orientem” geschreven door Bernadette van Hellenberg Hubar. Deze bijeenkomst is op vrijdag 9 sept. a.s. om 16:00, heeft u zich nog niet aangemeld er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar: stuur een email naar NieuweBavo@gmail.com met uw naam en aantal personen dat wij mogen verwachten. `
Na de presentatie zal het boek te koop voor de introductieprijs van €39,95 tevens kunnen de bestelde boeken opgehaald worden.
Komt vrijdag u minder goed uit of wilt u tijden Monumentendag de gewoon ‘rustig’ de Nieuwe Bavo bekijken en of in het weekend uw bestelde boek ophalen dat bent u welkom | Za 10-17 | Zo 12-17 |

Programma
• Za & Zo doorlopende openstelling van het nieuwe in 2015 geopende KathedraalMuseum
• Za & Zo openstelling koepel plus torenbeklimming
• Za signeersessie Bernadette van Hellenberg Hubar.

• Za 15.00 uur orgelconcert: Ton van Eck speelt op het Willibrordusorgel werken van o.a. Liszt & Reger
• Zo 14:00 concert Harmonie De Spaarnebazuin
• Zo gewelventochten

Tot komende weekend

4 september: Wie maakt het werk af?

[print]

23e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Sirach 9,13-18

  • Lucas 14,25-33

De vorige week was er in de bouwkeet naast de kerk
een interessante bouwvergadering.
Het ging in op de vraag: ‘is onze Bavo eigenlijk voltooid?’
Interessant feit: bijna alle kathedralen zijn dat niet.
Hoe staat het met de onze?
Sommigen beginnen met te kijken naar onze torens.
Mijn vader die hier ooit wel eens geweest is vond ze lelijk:
zo plat. Dat klopt. In een van de ontwerptekening
staan er grote spitsen op: 40 meter lang… minstens.
En daarboven in de koepel, met mooie spiegels kun je dat zien:
daar zijn zijn nog allemaal kale stukken…
er hadden mozaïeken in gemoeten
en er zijn ook nog standaards boven in de koepel
voor twaalf beelden. Van wie?? Juist van de 12 apostelen.

Dat deze kerk niet af is is eigenlijk niet zo erg.
Bij de vergadering de vorige week zei een kunsthistorica
dat dat eigenlijk opzet was. Er horen stukken onvoltooid te zijn
om ons een gevoel van eeuwigheid te suggereren.

In Duitsland hebben ze er één afgemaakt in het eind van de 19e eeuw
de dom van Keulen. Ik vind –misschien schokt het u-
hem vreselijk saai met twee precies identieke torens.
Het voltooiingsproject had ook kwalijke drijfveren:
Duitsland moest indruk maken onder de volken:
een keizerrijk, veel belangrijker dan Frankijk.
En ja hoor, ze kregen het hoog in de bol: ‘Deutschland, Deutschland
ueber alles gingen ze zingen.’

In de Bijbel vind je daar een mooi verhaal over.
In Babel wilden ze een toren bouwen hoger dan
alle bouwwerken op aarde opdat men daar
zich een grote naam kon maken boven alle andere naties en steden:
ze zongen daar –bij wijze van spreken-
‘Babel Babel ueber alles’.
Toen greep God in en de toren bleef onvoltooid.

Maar wat moeten we nu met Jesus’ verhaal over de toren die niet afkwam
en zijn aanbeveling om goede bouwplannen te maken
opdat je bouwproject voltooid wordt?
Wat is dat voor bouwproject?
Neen geen wolkenkrabber en ook geen kathedraal
maar Hij heeft het over het bouwwerk van zijn
kerk als een bouwwerk van liefde onder de mensen.

In het evangelie van vandaag
draait Jesus zich om naar Zijn volgelingen
en vertelt tot driemaal toe dat het een zware prijs is
die betaald moet worden
als je werkelijk zijn volgeling wilt zijn.

‘Als je werkelijk mijn volgeling wil zijn’
zegt Jesus, ‘dan moet je vrij staan van geld en goed.’
Je moet je goed bezinnen op wat je doet
opkomen voor je zaak, er voor vechten,
niet zomaar mee hollen met de anderen.
Dat vraagt veel van je, bezin eer ge begint…’
En dan begint Jesus Zijn verhaal over het onvoltooide bouwproject
en het onvoorbereide leger.
Maar ik maakte al duidelijk dat het niet om grote bouwprojecten ging
om mee op te scheppen laat staan
over een geweldig leger dat de oorlog in kan gaan

Er moet goed nagedacht worden over hoe je echt aan een goede wereld bouwt,
een goed plan moet er gemaakt worden
en een goede begroting

Vandaag wordt in Rome een bijzondere vrouw Heilig verklaard.
Moeder Theresa:

Moeder Theresa, Agnes Gonxha Bojaxhiu geboren in 1910 in Albanië. Als jonge vrouw trad zij in bij een orde in haar regio. Bijzondere aandacht had zijn voor de misdeelden; steeds duidelijker waren haar keuzes. In Calcutta nam zij een oude loods in beslag om daar alle mensen die op straat lagen te sterven op te vangen. Men verklaarde haar voor gek: het had geen enkel nut. Maar ze ging door.
Moeder Theresa was een vrouw van gebed en actie.
Ze zei het zo:
‘De vrucht van stilte is het gebed.
De vrucht van het gebed is geloof.
De vrucht van het geloof is de liefde.
De vrucht van de liefde is dienstbaarheid.
De vrucht van dienstbaarheid is vrede!’

In 1973 bezocht zij de St. Lucas in Amsterdam. Pastoor Keet en ondergetekende ontvingen haar.
Ze wilde die zondag de Eucharistie incognito bijwonen in een ‘gewone’ parochie. Tevoren had zij bezoeken gebracht aan een aantal sociale instellingen en bejaardenhuizen in de hoofdstad. Ze wilde dat er in de viering geen aandacht aan haar aanwezigheid besteed zou worden. In de ontmoetingsruimte van de St. Lucasparochie dronk ze koffie met enkele parochianen en vroeg ze wat de schriftlezingen waren. Met behulp van een Engelse bijbel werd dat uitgelegd. De rest van de dienst kende zij omdat het ging om ‘Jesus Christ, bread of life’. Later werd (in 1980) ter gedachtenis aan dit bezoek de kleinste van de twee nieuwe klokken die in de toren van de St. Lucaskerk waren gehesen naar haar genoemd. Belangrijker dan dat is dat ze in 1979 de Nobelprijs voor de vrede ontving.

Omdat ze in Amsterdam op bezoek was geweest leefde de idee van een tegenbezoek. Die gelegenheid deed zich voor op 22 januari 1987. Met mijn vakantiemaatje Willen Froger hadden wij dit bezoek op de Nederlandse Ambassada in New Delhi voorbereid.

Tegenbezoek in 1987

De keurig aangeharkte Nederlandse wereld lijkt ver weg als we door de eindeloze suburbs van Calcutta reizen. Overvolle straten vol mensen, auto’s en koeien midden op de straat. We zijn op weg naar de Main Street waar de Mission van Mother Theresa haar huis heeft. Iedere taxi-chauffeur weet waar dat is: zij is de meest geliefde inwoner van deze gigantische stad. De binnenstad nadert. Verlaten spoorwegstations herbergen talloze tentjes (of wat dat moet voorstellen): enkele lappen met een stok. We zien zowaar op weg naar het klooster een moeder trots haar pasgeboren kindje tonen. Dan komen we in de Main Street. Plotseling draait de chauffeur een klein zijstraatje in en daar is de ingang van de Mission van Mother Theresa (hoe oneerbiedig ook: vanaf nu afgekort met M.T.). In een donker spreekkamertje werden wij geparkeerd en moeten we wachten. Op de tafel alleen een Bijbel (gekaft).

De ontmoeting

Plotseling verscheen zij en omvatte bij de begroeting onze handen innig. Alsof wij oude bekenden waren begon ze gewoon te babbelen. Ik vertelde haar dat wij haar nog dankbaar waren voor haar bezoek aan Amsterdam en vertelde haar dat er inmiddels een klok naar haar genoemd was. Daar moest ze toch wel even om lachen. Toen we vertelden dat een andere klok de naam van Helder Camara droeg had ze er wat meer vrede mee. Ze noemde hem toen ‘a great friend of mine’. Daarna begon ze te vertellen dat de armen mensen waren van wie wij niets dan goeds konden ontvangen. Toen ze uitleg gaf over haar werk zei ze plotseling: ‘ik hoef jullie dat helemaal niet uit te leggen, jullie kunnen als priester alles veel beter uitleggen dan ik. Toch zal ik het maar proberen want woorden zijn ons gegeven om ze te gebruiken.’ Toen begon ze te vertellen over haar werk dat haar vreugde gaf en haar medezusters met haar, want (ze telde op haar vingers vijf letergrepen af) ‘you did them did me’. Ze vroeg hoeveel lettergrepen deze zin van Matteus 25 in het Nederlands had. We kwamen op zeven uit. ‘Dat moet korter’ zei ze. Op onze vraag hoe het Pausbezoek aan Calcutta was verlopen antwoordde ze dat de Paus het huis van de stervenden wilde bezoeken. ‘Helaas’ waren er die dag nog geen doden in het mortuarium zodat de Paus niet kon zien hoe de tekst ‘We are on our way to heaven’ daar werkelijkheid werd en hij de doden zou kunnen zegenen. ‘We hadden tevoren gebeden dat er die dag toch mensen zouden sterven. Bijna toen de Paus weg wilde gaan stierven er twee zodat hij die toch zijn zegen kon geven.’ Nuchter lachte ze. ‘Veel mensen worden actief en daar ben ik blij om.’ – ‘Als ze ons komen helpen merken ze dat we geen wasmachines hebben; we vinden dat niet nodig en zo staan vaak thuis heel belangrijke mensen hier de was te doen aan de tobbe.’ Iedereen mag komen helpen, er wordt niet naar godsdienstige achtergrond gekeken. Na enig heen en weer gepraat liep het gesprek ten einde. ‘Hoe gaat het verder met u zelf,’ vroeg ik. ‘Heel goed,’ zei ze: ‘Jesus is het brood des levens, dus ik blijf alsmaar leven.’

De kapel

We wilden nog wat foto’s maken. Op het binnenplaatsje deden we dat; we hoorden boven gezang. ‘De novicen bidden.’ Het bleek dat ze zelf daar eigenlijk ook bij had moeten zijn. Dus gingen we gauw de kapel binnen. Buiten was het een enorm verkeerslawaai, maar het leek wel alsof het gebed van de zusters alle herrie van de hoofdstraat naar buiten duwde. In de kapel knielde M.T. meteen op de grond neer. Wij ook. Tevoren had ze gevraagd of een van ons de zegen met het Allerheiligste zou willen geven. De novicen zaten al langer devoot voor het Allerheiligste geknield. M.T. stond echter plotseling op en zei: ‘we gaan maar weg.’ Buiten zei ze, toen we vroegen of er nog gezegend moest worden: ‘dat duurt veel te lang.’ We liepen naar beneden. Daar werden wat foto’s gemaakt. Ze bleef peinzend staan kijken naar een mooie plaat waarop verschillende bekende mensen stonden. Ze herkende de meesten (Martin Luther King, Ghandi, Max Thurian etc.), alleen Sacharov en Walesa niet onmiddellijk. Ze vond het schilderwerk mooi gedaan. Het moment van afscheid naderde. Ze zei ons dat we voor elkaar moesten bidden (tevoren had ik dat aan haar gevraagd). Ze zou bidden voor onze parochies en voor onszelf. Hierna gingen we op weg naar enkele huizen van haar Mission.

De huizen

We bezochten een weeshuis, een school. Het was een vrije dag maar wij mochten toch overal naar binnen omdat wij een briefje bij ons hadden door M.T. ondertekend (dat nu een soort relikwie is geworden): ‘Please show them the houses’, ondertekend: ‘Mother’. Het laatste bezochten wij het Huis van de Stervenden. Naast de enorm drukke Kalitempel was dat een oase van rust. Er lagen nog zes mensen op sterven. Indrukwekkend was het nog om te zien hoe daar een heel mager mannetje werd bijgestaan door een heel stevige Duitse jongen van de Aktion Söhnenhilfe, die hem een slokje water gaf. Zo werd Mattheus 25 werkelijkheid!

De zondag na thuiskomst stond in het evangelie: ‘Gij zijt het licht der wereld… het zout der aarde.’ Wij hadden Moeder Theresa gezien, een vrouw van licht in de duisternis, een teken van hoop. ‘Ik ben niets bijzonders.’ zei ze steeds. ‘Jullie allemaal hebben de taak om heilig te zijn.’

Moeder Theresa overleed in 1997 op 87 jarige leeftijd. In 2003 werd we Zalig verklaard en vandaag –zoals ik al zei- heilig.
Ze herinnert ons aan de onvoltooidheid van Gods schepping.

Het evangelie van vandaag zegt dat ieder mens
zijn/haar verantwoordelijkheid, zijn taak, misschien zelfs een kruis
iedere dag moet dragen.
Je moet -en nu komt het moeilijkste gedeelte van Jesus’ toespraak-
je vader en moeder, je broers en je zusters, ja zelfs je eigen leven haten. ‘

Het is geen oproep om nu eens een lekkere familieruzie te gaan ontketenen
maar om je te wijzen dat de band met Jesus en Zijn levensopdracht
in een mensenleven zo indringend kan en moet zijn
dat het de natuurlijke verwantschap te boven gaat.

Met Moeder Theresa zijn we nu verbonden.
Nu zij tot de eer der altaren is verheven
betekent dat niet dat ze verder van ons af staat
maar juist dichterbij is.

Denkend aan ons gezamenlijk lidmaatschap van
de gemeenschap der heiligen kunnen wij opgewekt verder gaan.
God sterke ons allen en make ons alsmaar actiever.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Allemaal heilig? Bezoek aan moeder Teresa

20160902_moeder_teresa-xl-2Vandaag, 4 september, wordt moeder Teresa heilig verklaard. In 1973 bezocht ze al eens de St. Lucaskerk, waar onze plebaan toen kapelaan was. En in 1987 deed zich de mogelijkheid voor om haar te bezoeken in Calcutta.

Een verslag van plebaan Hein-Jan van Ogtrop:

De polder lijkt ver

De keurig aangeharkte Nederlandse wereld lijkt ver weg als we door de eindeloze suburbs van Calcutta reizen. Het is donderdag 22 januari 1987 en we komen geleidelijk aan de bewoonde wereld binnen. Overvolle straten vol mensen, auto’s en koeien midden op de straat. We zijn op weg naar de Main Street waar de Mission van Mother Theresa haar huis heeft. Iedere taxi-chauffeur weet waar dat is: zij is de meest geliefde inwoner van deze gigantische stad. De binnenstad nadert. Verlaten spoorwegstations herbergen talloze tentjes (of wat dat moet voorstellen): enkele lappen met een stok. We zien zowaar op weg naar het klooster een moeder trots haar pasgeboren kindje tonen. Dan komen we in de Main Street. Plotseling draait de chauffeur een klein zijstraatje in en daar is de ingang van de Mission van Mother Theresa (hoe oneerbiedig ook: vanaf nu afgekort met M.T.).

Wat er aan vooraf ging

UnknownIn de zomer van 1973 bezocht moeder Theresia (M.T.) de St. Lucasparochie in Amsterdam-Osdorp. Ze wilde die zondag de Eucharistie incognito bijwonen in een ‘gewone’ parochie. Tevoren had zij bezoeken gebracht aan een aantal sociale instellingen en bejaardenhuizen in de hoofdstad. Ze wilde dat er in de viering geen aandacht aan haar aanwezigheid besteed zou worden. In de ontmoetingsruimte van de St. Lucasparochie dronk ze koffie met enkele parochianen en vroeg ze wat de schriftlezingen waren. Met behulp van een Engelse bijbel werd dat uitgelegd. De rest van de dienst kende zij omdat het ging om ‘Jesus Christ, bread of life’. Later werd (in 1980) ter gedachtenis aan dit bezoek de kleinste van de twee nieuwe klokken die in de toren van de St. Lucaskerk waren gehesen naar haar genoemd.

Januari 1987

Pas in januari 1987 kwam hierop een vervolg. Tevoren was een brief verzonden waarin aan haar bezoek aan Amsterdam werd herinnerd en een verzoek werd gedaan om een ontmoeting met haar en een bezoek aan de huizen van haar Mission. M.T. bleek zich haar bezoek aan Amsterdam van ’73 te herinneren en stemde toe. De taxi zette ondergetekende (toen nog pastoor van de genoemde Lucasparochie in Amsterdam) met reisgenoot W. Froger en de vrouw van de toenmalige Nederlandse ambassadeur af bij de Mission van M.T. In een donker spreekkamertje werden wij geparkeerd en moesten we wachten. Op de tafel lag alleen een Bijbel (gekaft).

De ontmoeting

Plotseling verscheen zij en gaf ons allen een hand die zij omvatte. Alsof wij oude bekenden waren begon ze gewoon te babbelen. Ik vertelde haar dat wij haar nog dankbaar waren voor haar bezoek aan Amsterdam en vertelde haar dat er inmiddels een klok naar haar genoemd was. Daar moest ze toch wel even om lachen. Toen we vertelden dat een andere klok de naam van Helder Camara droeg had ze er wat meer vrede mee. Ze noemde hem toen ‘a great friend of mine’. Daarna begon ze te vertellen dat de armen mensen waren van wie wij niets dan goeds konden ontvangen. Toen W. Froger haar berichtte over de zusters van haar congregatie die hij kende begon ze te vertellen hoe dankbaar ze waren omdat ze zo goed ontvangen waren. Toen ze uitleg gaf over haar werk zei ze plotseling: ‘ik hoef jullie dat helemaal niet uit te leggen, jullie kunnen als priester alles veel beter uitleggen dan ik. Toch zal ik het maar proberen want woorden zijn ons gegeven om ze te gebruiken.’ Toen begon ze te vertellen over haar werk dat haar vreugde gaf en haar medezusters met haar, want (ze telde op haar vingers vijf letergrepen af) ‘you did them did me’. Ze vroeg hoeveel lettergrepen deze zin van Matteus 25 in het Nederlands had. We kwamen op zeven uit. ‘Dat moet korter’ zei ze. Op onze vraag hoe het Pausbezoek aan Calcutta was verlopen antwoordde ze dat de Paus het huis van de stervenden wilde bezoeken. ‘Helaas’ waren er die dag nog geen doden in het mortuarium zodat de Paus niet kon zien hoe de tekst ‘We are on our way to heaven’ daar werkelijkheid werd en hij de doden zou kunnen zegenen. ‘We hadden tevoren gebeden dat er die dag toch mensen zouden sterven. Bijna toen de Paus weg wilde gaan stierven er twee zodat hij die toch zijn zegen kon geven.’ Nuchter lachte ze. ‘Veel mensen worden actief en daar ben ik blij om.’ – ‘Als ze ons komen helpen merken ze dat we geen wasmachines hebben; we vinden dat niet nodig en zo staan vaak thuis heel belangrijke mensen hier de was te doen aan de tobbe.’ Iedereen mag komen helpen, er wordt niet naar godsdienstige achter­grond gekeken. Na enig heen en weer gepraat liep het gesprek ten einde. ‘Hoe gaat het verder met u zelf,’ vroeg ik. ‘Heel goed,’ zei ze: ‘Jesus is het brood des levens, dus ik blijf alsmaar leven.’

De kapel

Unknown-1We wilden nog wat foto’s maken. Op het binnenplaatsje deden we dat; we hoorden boven gezang. ‘De novicen bidden.’ Het bleek dat ze zelf daar eigenlijk ook bij had moeten zijn. Dus gingen we gauw de kapel binnen. Buiten was het een enorm verkeerslawaai, maar het leek wel alsof het gebed van de zusters alle herrie van de hoofdstraat naar buiten duwde. In de kapel knielde M.T. meteen op de grond neer. Wij ook. Tevoren had ze gevraagd of een van ons de zegen met het Allerheiligste zou willen geven. De novicen zaten al langer devoot voor het Allerheiligste geknield. M.T. stond echter plotseling op en zei: ‘we gaan maar weg.’ Buiten zei ze, toen we vroegen of er nog gezegend moest worden: ‘dat duurt veel te lang.’ We liepen naar beneden. Daar werden wat foto’s gemaakt. Ze bleef peinzend staan kijken naar een mooie plaat waarop verschillende bekende mensen stonden. Ze herkende de meesten (Martin Luther King, Ghandi, Max Thurian etc.), alleen Sacharov en Walesa niet onmiddel­lijk. Ze vond het schilderwerk mooi gedaan. Het moment van afscheid naderde. Ze zei ons dat we voor elkaar moesten bidden (tevoren had ik dat aan haar gevraagd). Ze zou bidden voor onze parochies en voor onszelf. Hierna gingen we op weg naar enkele huizen van haar Mission.

De huizen

We bezochten een weeshuis, een school. Het was een vrije dag maar wij mochten toch overal naar binnen omdat wij een briefje bij ons hadden door M.T. ondertekend (dat nu een soort relikwie is geworden): ‘Please show them the houses’, ondertekend: ‘Mother’. Het laatste bezochten wij het Huis van de Stervenden. Naast de enorm drukke Kalitempel was dat een oase van rust. Er lagen nog zes mensen op sterven. Indrukwekkend was het nog om te zien hoe daar een heel mager mannetje werd bijgestaan door een heel stevige Duitse jongen van de Aktion Söhnenhilfe, die hem een slokje water gaf. Zo werd Mattheus 25 werkelijkheid in onze dagen.

Weer thuis

De zondag na thuiskomst stond in het evangelie: ‘Gij zijt het licht der wereld… het zout der aarde.’ Wij hadden Moeder Theresa gezien, een vrouw van licht in de duisternis, een teken van hoop. ‘Ik ben niets bijzonders.’ zei ze steeds. ‘Jullie allemaal hebben de taak om heilig te zijn.’

Bron: kerkengek.nl

Gewelventochten

koepel

Op zondag 11 september worden de gewelven, de prachtig gerestaureerde koepel en de torens van de St. Bavo Kathedraal aan de Leidsevaart voor publiek geopend. De rondleiding zal mede aandacht schenken aan de recent voltooide restauratie van de kathedraal; van dichtbij kan een ieder nu het mooie resultaat bewonderen.

De spannende tocht over krakende plankieren, door spelonken en langs de vele wenteltrappen, brengt de bezoeker op verborgen plekken in deze prachtige kathedrale basiliek. De overgangen van kleine gangen naar verbluffende uitzichten (zowel binnen als buiten de kerk) zijn spectaculair. Als de bezoeker uiteindelijk bij de klokken in de torens is aangekomen, kan er genoten worden van een fantastisch uitzicht over Haarlem en verre omstreken.

Tijdens de gewelventocht zullen ervaren en enthousiaste gidsen U vergezellen op een ontdekkingsreis langs ruim 118 jaar Haarlemse historie, kerkelijke bouwkunst en religieuze symboliek. Er wordt ruime aandacht besteed aan de resultaten van de restauratie van de afgelopen jaren. Kortom een bezoek meer dan waard!
Details

  • Kaartverkoop vanaf 13.00 uur in de kerk
  • De eerste gewelventocht is om 13:30 uur
  • De laatste beklimming start om 15.00 uur
  • De tijdsduur van de tocht is anderhalf uur
  • De entreeprijs bedraagt € 5 per persoon
  • Tussen 12 en 16 jaar onder begeleiding

NB: Wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Kaartverkoop alleen in de kerk en zolang er nog voldoende plaatsen zijn die dag.

Open Monumentendag

OMD_logo-met-BGL_RGB-Large-100mmDe officiële opening van Monumentendag 2016 in Haarlem vindt plaats op vrijdag 9 september 2016 in de Nieuwe Bavo aan de Leidsevaart.

Tijdens het weekend van 10 en 11 september is het rijksmonument met diverse activiteiten voor het publiek geopend.

Zo wordt zaterdag 10 september het boek De nieuwe Bavo te Haarlem gepresenteerd en is er een signeerssessie met de auteur Bernadette van Hellenberg Hubar. Het boek is dan tevens tegen een introductieprijs te koop.

De nieuwe Bavo is hét meesterwerk van Joseph Cuypers. Een meesterwerk dat tijdens de restauratie voor verrassende ontdekkingen zorgde. Zo gaat het in De nieuwe Bavo te Haarlem over onder andere de minieme kleursporen van de buitenpolychromie die net op tijd zijn gevonden. Opvallend zijn verder de rijk versierde terracotta’s, onvoltooide decoraties en misbakels die het werk van Joseph Cuypers tot een Unvollendete maken. Door de aanpak van het glas in lood kwam de bijzondere visie op het licht in deze kerk aan de oppervlakte: Joseph Cuypers brak met het ideaal van zwaar gekleurde, donkere glazen om het licht van het Hollandse polderlandschap naar binnen te halen. De dit jaar onthulde ramen van Jan Dibbets kunnen in deze geest worden bekeken.

De ‘Nieuwe Bavo’ is tijdens het weekend volop te bezichtigen. Zo is er de mogelijkheid om de gewelven en koepel van binnen te bezichtigen.

Op zaterdag 10 september zijn de deuren geopend van 10.00 uur tot 17.00 uur en zondag 11 september van 12.00 uur tot 17.00 uur.

28 augustus: Heilzaam ontregelen

[print]

22e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Sirach 3,17-29

  • Lucas 14,1+7-14

Ik begin met een herinnering aan een TV uitzending over prinses Diana,
iemand die ‘in the picture was’
zoals dat heet. Een oorspronkelijke vrouw.
Toen ze binnenkwam in een bejaardenhuis
waar mensen een beetje mistroostig zaten te kaarten zei ze:
‘wie speelt er vals?’ en meteen was er deining in de zaal en gelach.
Ook haar bezoek aan AIDS-patiënten in een ziekenhuis/
Iedereen was in die dagen als de dood voor AIDS
en de patiënten werden zorgvuldig geïsoleerd.
De bezoekers, zo ze er al waren
waren als de dood dat zij besmet zouden worden.
Ik herinner mij dat mij toen ook die angst werd aangepraat
toen ik een keer op bezoek ging in het AMC.
Diana loopt zo op een patiënt toe en schudt hem de hand.
Grote paniek bij de beveiligers.

Onze Paus Franciscus gaat op deze voet verder:
beter gezegd is degene die de hele wereld aan het wakker schudden is!
Dat is belangrijk: het is uiterst heilzaam dat wij bestaande kaders doorbreken
en andere mensen durven ontmoeten.
Misschien zag u al wat afleveringen van de serie van Andries Knevel
-nota bende van de degelijk protestantse E.P.-
die deze paus volgt op al zijn tochten naar de echt belangrijke mensen.

De Schrift, en met name het evangelie, spreekt erg kritisch
over mensen die vooraan zitten omdat ze altijd al vooraan zaten.
In de eerste lezing krijgen we het al te horen:
‘hoe meer aanzien je hebt,
hoe meer je je moet vernederen.

Jesus gaat daarop verder en ontmaskert, in het evangelie van vandaag
aan de hand van wat zich iedere dag voordoet
… het ambitieuze gedoe in de maatschappij,
waarbij anderen opzij gedrukt moeten worden
om sommigen de kans te geven zelf vooraan te komen.

En daarna wijst Hij degenen aan
die het eerste recht hebben om aan te zitten
aan de maaltijd der volkeren.
Dat zijn de armen, de gebrekkigen, de kreupelen en de blinden.
Die moeten worden uitgenodigd.
Maar dat is moeilijk want
we kennen ze niet echt.
Wij zien de armen niet echt.
We kijken naar een beeldbuis die we kunnen afstoffen.

Iemand die echt wel eens geweest is in een ontwikkelingsland
-neen ik bedoel niet op een safari of een verzorgde reis-
weet ongeveer hoe het daar is
en zal goede herinneringen hebben aan hun vriendelijkheid
en hun gastvrijheid tegenover welke gast dan ook
die zij onmiddellijk de ereplaatsen geven.

Wanneer zullen wij hen eindelijk eens toelaten aan onze dis?
Jesus geeft ons ook een methode aan
hoe we de idealen van het Koninkrijk Gods kunnen realiseren.
Het is voor jou goed om zo te leven
dat de ander belangrijker is dan jij. Maak voor hem ruimte.
Ga zelf nu eens niet op die eerste plaats zitten…
Laat die eerste plaats waar je als rijke westerling
al zo lang zit nu eens over aan een ander
die daar nog nooit gezeten heeft.

VERHAAL:
Er was eens een synagoge in een stadje in oost Polen.
De rabbijn was een zeer wijs man,
hij had tal van geleerde boeken geschreven
en had daarom ook gevraagd
of het bestuur van de synagoge hem niet met kleine zaken wilde lastig vallen.
Het ging hem alleen om de hoofdzaken.
Rondom het bedehuis woonden allerlei mensen.
Rijken en armen. Samen gingen ze naar de synagoge
maar natuurlijk de allerarmsten niet.
Die schaamden zich te zeer
omdat ze geen passende kleren hadden
om in het openbaar te verschijnen.
Wel was het de gewoonte
dat de armen van het dorp na de sabbathsdienst bij de kerkdeur stonden.
Ze kregen dan een gift van de kerkgangers
en bedankten hen daar vriendelijk voor.
Er kwamen echter klachten
dat vele kerkgangers het een beetje storend vonden,
die arme vieze mensen aan de deur.
Het bestuur was daarover in vergadering bijeengekomen
en om de overlast en de drukte te voorkomen
had men bij de uitgang van de kerk een groot offerblok geplaatst
met het opschrift: ‘voor de armen’.
Toen de rabbijn
op eerste sabbath waarop het offerblok in gebruik genomen werd
naar buiten kwam zag hij wat er veranderd was
en deze ontdekking greep hem zo aan
dat hij direct het parochiebestuur bijeenriep.
‘Wat hebben jullie nu gedaan,’
zo begon hij op verontwaardigde toon,
‘jullie hebben bij de ingang van de kerk
een offerblok geplaatst!’
Verbijsterd vroegen de kerkbestuursleden hem
waarom hij hier zo geschokt over was.
Hij zei: ‘tot nu toe stonden jullie iedere sabbath
nog oog in oog met de armen
en werden jullie door hen aan je eigen rijkdom herinnerd
en deden jullie wat je te doen stond
maar nu staat er alleen maar een ding.
Je zult daarom je ogen gaan sluiten
voor de nood van de arme
en je hart zal niet meer door de nood van de arme worden geraakt.’
Het offerblok werd haastig verwijderd
en de volgende week stonden de armen weer aan de deur.
De parochianen zagen hen weer oog in oog,
groetten hen en gaven weer hun giften.

We kunnen al deze dingen ook toepassen dichterbij:
op je relatie met je partner, met je vrienden.
Zie hem of haar echt.
Gun die ander nu eens de ereplaats
en als die ander dat ook denkt
wordt het op deze aarde echt goed.

Ik vond in mijn bibliotheek een tekst van Ambrosius,
bisschop van Milaan (340-397)
-hij kijkt vanuit dat raam in onze kerk, een bijenkorf naast hem, naar ons hier beneden. –
Zijn woorden waren honingzoet maar ook duidelijk-
Augustinus is dankzij zijn preken bekeerd:
In een van Ambrosius’ preken las ik:
‘de aarde werd voor allen gemeenschappelijk geschapen.’
‘Als je toevallig rijk bent
ook al heb je er hard voor gewerkt
bedenk dan dat je,
als je iets aan de arme geeft,
je niet iets geeft dat van jezelf is
maar iets dat eigenlijk al van hem was.’

In het tegenoverliggende raam treffen we
de Griekse heilige Johannes Chrysostomus,
vertaald: Jan met de gouden mond.
Hij waarschuwt:
‘De rijken zijn degenen
die zich van de goederen die voor allen bestemd zijn
het eerste meester hebben gemaakt’
Ja, die oude kerkvaders konden het mooi zeggen
en hun boodschap is nog eigentijds ook.

Door Jesus’ verkondiging worden we steeds meer ingewijd
in de geheimen van Gods Koninkrijk.

Het wordt in het voetspoor van Jesus van Nazareth
steeds duidelijker wat van ons wordt verwacht:
doen als Hij
die zelf de laatste plaats heeft ingenomen
als een slaaf die de voeten van zijn leerlingen waste
als een mens die tussen de misdadigers aan het kruis hing
en die Zijn leven voor ons gaf.

Tot zijn gedachtenis staat hier een tafel,
die tafel hier is meer
dan een rechthoekige plank met vier poten
maar een prachtig symbool van menselijke solidariteit.

Aan die tafel zoals God die wil aanrichten
kunnen mensen van alle naties en talen aanzitten.
Aan tafel zijn ze allemaal hetzelfde,
zijn wij allemaal hetzelfde:
allemaal sterfelijke wezens die eten nodig hebben
anders gaan we dood.
Maar dankzij Hem is er leven!

Allemaal hebben wij onze eigen kwaliteiten
allemaal kunnen wij onze bijdrage leveren
ieder met haar/zijn eigen mogelijkheden.
Dat is nou net precies de bedoeling van een kerk:
voor alle mensen iets betekenen,
iedereen welkom:
zo maken wij als mensheid een nieuw begin.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

21 augustus: Doe jouw eigen ding

[print]

21e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Jesaja 66,18-21

  • Lucas 13,22-30

Het Lucasevangelie vertelt ons over Jesus’ levensweg,
zijn trektocht door het joodse land,
zijn opgang naar Jeruzalem.
De trektocht is begonnen in de synagoog van zijn vaderstad
waar Hij enthousiasme
maar tegelijk ook grote opschudding te weeg brengt:
de leerlingen vinden het geweldig… nog wel.

Jesus gaat verder en ontmoet op de berg Tabor twee profeten,
Mozes en Elia die met Hem spreken over zijn grote tocht,
een soort Uittocht die lijkt op de uittocht
onder Mozes uit de slavernij van Egypte.
Maar wat zou deze uittocht inhouden?

Jesus´ uittocht zal een opgang zijn naar Jeruzalem
waar Hij per se naar toe moet.
En wat is het doel van de reis?

De argeloze leerlingen krijgen het maar al te duidelijk te horen:
‘ik moet vandaag en morgen goed doorreizen
want het gaat niet aan dat een profeet
buiten Jeruzalem sterft.’

Zijn reis naar Jeruzalem is iets anders dan een dagje Amsterdam
zijn reis naar Jeruzalem loopt uit op zijn dood maar..
tegelijkertijd zal juist die reis een doortocht worden,
dwars door de dood heen!
Jesus de voorganger zal zijn mensen
door het donker heen voeren en hen brengen in een nieuwe wereld.

Nu vinden de apostelen het toch een beetje griezelig worden.
Moeten er niet erg veel hindernissen worden genomen?
Zijn ze daartoe wel in staat? Komen ze er wel doorheen??

Dat zijn geen domme opmerkingen van bangerikken
maar reële angsten die verwoord worden,
Kinderen kennen die minder en doen de meest domme en gevaarlijke dingen.
Ze klimmen gewoon de boom in of de kerktoren
zonder te beseffen dat ze naar beneden kunnen vallen
en iets breken….

De leerlingen van Jesus zijn geen kinderen meer
ze voelen zich trots maar ook bang, ze voelen het gevaar.
Trots zijn ze omdat ze uitverkoren zijn
om met Jesus mee te doen
maar ook bang omdat ze beseffen ook moeilijkheden
te zullen ontmoeten.

Bezorgd vragen ze zich dan ook af
of ze het wel zullen overleven en ze zeggen tot Jesus:
‘Heer het zijn er zeker weinigen
die dit alles zullen kunnen doorstaan
en gered zullen worden.’
Maar zo is het niet.
Jesus is niet bezig een soort afval-race te organiseren
zodat alleen de super sterken overblijven.

Tot iedere volgeling – hoe zwak ook- persoonlijk wordt gezegd:
‘span je in om door de nauwe deur naar binnen te komen.’
Betekent dat alleen maar dat een heel klein aantal
hele goede , brave volgelingen zullen volhouden,
alleen diegenen die door dat nauwe deurtje kunnen?

Neen, dat is niet de bedoeling.
Waar het het Koninkrijk van God betreft-
zal ieder persoonlijk moeten kiezen
terzake van ja en nee
en of hij op wil komen voor gerechtigheid en vrede,
liefde en trouw of niet.

Het is nogal wat, wat wij de afgelopen week te zien kregen
slachtoffers in Syrë, een uitzuchtloze oorlog,
kinderen in opvangkampen die hun ouders niet meer kunnen vinden
aanslagen, brandbommen en wat mensen allemaal kunnen verzinnen
om hun eigen gelijk met geweld aan anderen kenbaar te maken.

Het evangelie leert dat we niet kunnen doen alsof er niets aan de hand is
we kunnen niet langs de realiteit heen leven.
Ieder persoonlijk wordt uitgedaagd,
(iedereen is nodig;
een bekend spreekwoord variërend:
IEDER MENS IS ONMISBAAR. )

Zoiets wordt bedoeld met het zoeken naar de smalle deur:
een deur op maat als het ware.
Er zijn dus een hele boel nauwe deurtjes:
misschien wel voor ieder persoonlijk één.

Je zult een zegen voor anderen zijn
en je zult zelf ook zin krijgen in je leven
als je mee wilt doen aan de opbouw van het goede en het nieuwe.
Maar het gaat allemaal niet vanzelf.
Je geloof is niet alleen maar een beetje gezellig achter Jesus aan hangen,
het wel mooi vinden wat hij zegt
en alleen maar genieten van de fraaie liturgie en de zang.

Je kunt niet volstaan met te zeggen:
‘Heer we hebben toch altijd met U gegeten en gedronken.’
We zijn altijd lid geweest van katholieke verenigingen
en hebben de kerk geen moment losgelaten.
Natuurlijk, dat is goed. Maar het is alleen maar de buitenkant.
Het gaat om meer.
Geloven in Gods Koninkrijk heeft -als het goed is-
te maken met in je hele leven van alle dag
doen wat je te doen staat.
En dat vraagt veel van je!

Binnen de joodse traditie wordt verteld
hoe ieder goed mens wordt getest.

1 Als een pot die net gebakken is
en die door de maker, de pottenbakker wordt beproefd
door er steeds op te slaan
omdat hij zo van de prachtige klank geniet.
Een rechtvaardige die beproefd wordt
op zijn kwaliteit geeft ook een klinkend resultaat.
En dan moet iedereen het toegeven:
dit is kwaliteit, ik hoor iets goeds.

2 Ook wordt de rechtvaardige getest als het vlas
dat door er steeds op te slaan
met een stuk hout steeds sterker en glanzender wordt
Ieder mens wordt getest door de dingen die hij meemaakt.
Ieder mens wordt op zijn tijd geslagen.
Het gaat er niet om die beproeving op te zieken
maar wel kan soms degenen die het heeft meegemaakt
-neen vooral de anderen niet-
zeggen: ik ben er beter van geworden, rijker, sterker.

En het joodse verhaal gaat verder:
Je bent gelukkig nooit alleen met je worsteling
het is als met het juk
dat de sterke en de zwakke os samen dragen.
De sterke zal vaak de meeste kracht moeten leveren
maar bij mensen is vaak het ene moment de ene zwak en de andere sterk
en een ander moment is het omgekeerd.

En alles wat goed is,
het kerkelijke maar ook het niet kerkelijke werk,
wat ouderen én jongeren doen aan goeds,
aan troostends, aan genezends…
dat alles maakt deel uit van het grote goede plan van God.

De profeet Jesaja had het in een droom al gezien:
Iedereen die zijn best doet,
iedereen die de kar van de vernieuwing der wereld
wil trekken mag meedoen.

Jesaja ziet al die mensen van goede wil zich verzamelen.
Allemaal mensen die individueel JA hebben gezegd,
die ZELF de keuze hebben gemaakt
maar samen een grote menigte vormt
die zich verzamelen zal op Gods heilige berg.
‘Ik ken ze’ zegt de Heer en ‘ik ken hun werken,
in alle tijden zullen ze gevonden worden,
de mensen die trefzeker kiezen, die volhouden,
die op hun post zijn als ze nodig zijn..
In iedere generatie worden ze gevonden.

Het verhaal van God die met de mensen bezig is
gaat ook verder… in deze tijd, men zegt een moeilijke tijd voor de kerk.
Maar er zijn steeds mensen die inhaken en die het geloofsavontuur aandurven.
Er zijn steeds mensen die hun kinderen willen laten dopen
en ook volwassenen die zich willen laten dopen en vormen.

Ik sprak een moeder die zich zo ongerust maakte over haar kinderen:
ze gingen niet meer naar de kerk.
‘Dan groeien ze zeker op voor galg en rad’ opperde ik.
Ik wist natuurlijk dat dat niet waar was anders kun je zoiets niet zeggen.
‘Neen, zeker niet zei ze, het zijn goede mensen.’
En alsof dat nog niet voldoende was: de ene werkte bij artsen zonder grenzen,
een andere gaf les aan buitenlandse kinderen
en de derde deed veel voor het vluchtelingenwerk.
Geen reden dus tot overdreven bezorgdheid
hoe goed het natuurlijk zou zijn als ze onze kring met hun aanwezigheid
kwamen verrijken en voor hen zelf ter bemoediging
het verhaal van God met de mensen hier zouden horen
om zich bevestigd te voelen bij hun werk.

‘Ik ken ze’ zegt de Heer en ‘ik ken hun werken,
ik ken hun gedachten, ze horen bij mij.’

In een prachtige hymne van Huibers en Oosterhuis heet het:

Gezegend sterk voor zwak, en zwak voor sterk
gezegend de mens die zijn naaste bijstaat:
gezegend de man voor de vrouw en de vrouw voor de man.
Gezegend die goedheid uitstraalt en wie lief is.
God heeft ons allemaal nodig
en wil verzamelen alles wat er aan goeds in deze wereld is.

Voor allen die bij Hem aankomen en voor Zijn Koninkrijk kiezen
wil Hij tot in lengte van dagen de ene goede Vader zijn,
die de Zijnen trouw is en die ze nooit loslaat van hun levensdagen niet.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor