• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

All posts by Maarten Kools

31 juli: Wat is nu echt belangrijk?

[print]

18e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Prediker 1 en 2

  • Kolossenzen 3,1-11

  • Lucas 12,13-21

IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdel…
het is een van de bekendste bijbelteksten.
Ik herinner mij nog hoe Henk van Ulsen
met zijn prachtige stem deze tekst voordroeg in de
Ronde Lutherse kerk in Amsterdam:
“IJdelheid der ijdelheden, zegt de prediker,
ijdelheid der ijdelheden en alles is ijdelheid.”

Het is een tekst waar je op het eerste gehoor down van wordt
vandaar dan ook de conclusie:

“Wat heeft een mens aan al zijn zwoegen en tobben onder de zon?”

Het leven lijkt een volkomen willekeurige zaak,
je bent er nu eenmaal dus moet je er maar het beste van maken:

“Geslachten gaan en geslachten komen
en de aarde blijft al maar bestaan.”

Het lijkt wel of het allemaal buiten jou om gebeurt:

“De zon komt op en de zon gaat onder,
en haast zich dan weer naar de plaats waar haar loop begint.
De wind waait naar het zuiden en draait naar het noorden.
Hij draait en draait en telkens keert hij weer op zijn draaien terug.
Alle rivieren stromen naar de zee en de zee raakt maar niet vol.
Het is een vermoeiend verhaal en geen mens kan er iets over zeggen.”

De geschiedenis die wij samen meemaken lijkt ook niet van belang

“Wat geweest is zal weer zijn, wat gebeurd is zal weer gebeuren:
nieuw is er niets onder de zon.”

En ook als je denkt dat je iets bijzonders meemaakt
is dat helemaal niet waar:

“Er is wel eens iets waarvan men zegt:
‘kijk, dat is iets nieuws!’ dat is niet zo:
in vroeger tijden was het er ook al.”

Al deze sikkeneurige diepzinnigheid
is zo’n 2600 jaar geleden bedacht
en toegeschreven aan een wijze koning,
Salomo om precies te zijn die zo’n 400 jaar daarvoor leefde.
Van hem is bekend dat hij als jongeman kon kiezen
om een bijzondere gunst van God.
Hij kon vragen om rijkdom, een lang gezond leven of wijsheid.
Hij koos voor het laatste: wijsheid,
de kunst om alles te kunnen bekijken met een relativerend oog,
de kunst om alle dingen op hun waarde of onwaarde te schatten.
Zo lezen we:

“Ik, Prediker, was koning van Jeruzalem
en dacht over alle dingen na. Ik dacht:
‘Laat ik mijzelf wijsheid gaan verwerven en kennis.’

Maar ook die biedt volgens de schrijver geen vreugde

“veel wijsheid brengt ook veel verdriet
en hoe groter de kennis, hoe groter de smart. “

Nu slaat hij de spijker op zijn kop.
Als wij ons niets van de dingen aantrekken –en sommigen pleiten daarvoor-
hebben we ook nergens last van. Maar dat kan toch niet?

We moeten het tot ons nemen en er over nadenken:
over wat we de vorige weken allemaal samen toch hebben meegemaakt.
Een staatsgreep in Turkije, talloze aanslagen; iedere dag
weer ergens anders. Schiphol vanochtend in onrust
en wat ons als kerk het innigst raakt –zonder de andere dingen te kleineren-
een aanslag op een oude priester Jacques Hamel die met enkele zusters
en lieve oude mensen de Mis viert en wordt doodgestoken…

Prediker verwoordt het goed:
“Alle dagen bereiden hem leed en ergernis is zijn loon:
zelfs ’s nachts vindt hij geen rust; ook dat is ijdelheid.”

En daarna begint hij te vertellen dat er een tijd is
van vreugde en verdriet, van vinden en verliezen,
van huilen en lachen, van omhelzen en af te stoten.

Een tekst die bij veel begrafenisdiensten wordt gelezen
omdat je dan nadenkt over de dingen die iemand heeft meegemaakt
maar ook een tekst die wonderlijk genoeg
ook gekozen wordt door jonge bruidsparen
die dankbaar denken aan alle dingen die ze hebben meegemaakt
en hoe ze, door alles heen naar elkaar zijn toegegroeid.

Prediker beëindigt die beschouwing met te zeggen
dat het daarom maar goed is elkaar vast te houden
en samen lekker te eten.

Wat een diepzinnigheid… of juist niet.

Waarom herkennen mensen van alle eeuwen zich
in deze levensfilosofie?

Omdat het ten diepste gaat om dingen die iedereen aanvoelt:
we herkennen ons in deze visie. Ons bestaan is zo vreemd;
de dingen zijn zo gewoon en gebeuren zomaar
of misschien toch ook niet??

De gewone geschiedenis is niet gewoon
er gebeuren afschuwelijke dingen,
veel, te veel maar door alles heen blijft God toch bezig
met de gewone dingen:
mensen naar elkaar toe te leiden:
mensen jongens en meisjes, jongens en jongs en meisjes
en meisjes –daar denken we ook aan dit weekend in Amsterdam-
naar elkaar toe te leiden om elkaar te sterken en te bewaren:
dat IS DE ZEGEN DIE ONS TEN DEEL VALT.

Maar dan wordt wel van ons verwacht
dat wij oog hebben voor de dingen die echt belangrijk zijn
en dat wij geen dingen najagen die niets waard zijn.

“IJdelheid der ijdelheden…” zei ik aan het begin
maar eigenlijk is die vertaling niet goed.
Er staat letterlijk: ‘ijl’ in plaats van ‘ijdel’.
IJL in de zin van kwetsbaar.
In het HEBREEUWS HABEL.
En dan horen we opeens een naam:
‘ABEL’ betekent kwetsbaar, net zoals die zoon van Adam en Eva
kwetsbaar was ABEL, zo kwetsbaar dat zijn sterke broer KAIN
hem meteen een kopje kleiner maakte
en dat nog wel omdat God met welgevallen keek
naar het offer dat Abel aanbood.

Zo staan wij voor God vandaag met ons kwetsbare bestaan
maar kwetsbaar als wij zijn zijn wij door Hem geliefd.

Het evangelie vertelt over de man die absoluut niet weet
waar het in zijn leven over gaat.
Hij is rijk geworden en heeft grote schuren nodig
om zijn rijkdommen op te bergen.
‘Vlug’ denkt hij: ‘grotere schuren zal ik bouwen
dan kan ik al mijn rijkdom keurig opbergen.’
Dwaze rijke. Hij denkt dat hij zijn hele bestaan op orde heeft
maar hij heeft geen benul van waar het werkelijk om gaat.

De lezingen van vandaag roepen ons op
om werkelijk op zoek te gaan naar de dingen die belangrijk zijn.
Dat betekent ook dat wij dingen moeten loslaten.

Loslaten. Wat moeten we loslaten?
Ons egoïsme, ons eigen gelijk.
Ons egoïsme: alles wat wij hebben is ons gegeven
we moeten dus aan het verdelen slaan.

De vorige week leerde Jesus ons nog bidden:
‘GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD.’
Leer het ons dat wij geschapen zijn om samen met anderen
deze aarde te bewonen. Alles is ons gegeven,
niets is van ons privé in de zin van alleen en helemaal alleen voor ons;
alles is ons gegeven om te delen.

En de vorige week leerde Jesus ons ook bidden:
‘vergeef ons onze schulden
zoals wij anderen vergiffenis gegeven hebben.’
Vergiffenis geven betekent: als er fouten zijn gemaakt
aan het vergeven slaan. De ander nieuwe kansen geven
zoals wij zelf ook nieuwe kansen nodig hebben.

Wij zelf leven van de aanvaarding van ons karakter
van onze leuke eigenschappen en onze minder leuke eigenschappen
door de ander die van ons houdt,
vergeet en vergeeft zoals God ons vergeven wil.

Als Jesus erbij gehaald wordt om twee broers uit elkaar te halen
die ruzie hebben omdat een van de twee de erfenis niet wil verdelen
kiest hij -merkwaardig genoeg geen partij.
Hij zegt alleen maar: ‘wie heeft mij tot rechter aangesteld over jullie.’

Merkwaardig dat Hij niet wil bemiddelen in een duidelijke zaak.
Hij wil geen oordeel uitspreken maar Hij wil
-en wat dat betreft lijkt hij even op Salomo
met zijn beroemde Salomonsoordeel-
dat de mensen wakker maken
opdat ze zelf een oplossing gaan zoeken.
Hij geeft als enig advies:
‘Hoed je voor de hebzucht, want eigenlijk is er niets van jullie:

Alle mensen, rijk en arm, sterk en zwak kunnen elkaar tot zegen zijn.
Ijdelheid der ijdelheden, beter vertaald:
IJLHEID DER IJLHEDEN, alles is zo kwetsbaar.

Let daarom op de dingen die werkelijk belangrijk zijn.
Blijf niet in zo’n domme cirkel draaien als die man
die met zichzelf aan het overleggen was
en bij dat zinloze zelfgesprek alleen maar tot de conclusie kwam
die hij nog wat grote schuren moest bouwen voor zijn bezittingen…
niet de kracht had om uit die vicieuze cirkel
(alleen maar schuren bouwen voor zichzelf) te ontsnappen.

We zullen als superrijke westerse wereld
eindelijk eens op zoek moeten gaan naar het echte belangrijke.
Naar een wereld waarin geen tweedeling meer bestaat
tussen rijk en arm, tussen belangrijk en niet belangrijk.
Ik las deze week een analyse van de problemen in onze tijd.
Het heeft allemaal te maken met het wij/ zij denken:
het benadrukken van de verschillen die er zijn
het in stand houden van tegenstellingen
tussen Moslims en Christenen,
tussen west en oost
tussen arm en rijk.

Als het goed is wordt ons bestaan pas echt rijk,
als wij beseffen gaan
dat Hij, de Eeuwige, van alle mensen houdt
en ons allemaal nodig heeft
om er te zijn voor elkaar.
En ik eindig met Paulus te citeren:
‘Zint op het hemelse, niet op het aardse,
ge hebt immers de oude mens met zin gedragingen afgelegd
en u bekleed met de nieuwe mens,
die op weg is naar het ware inzicht
terwijl hij zich steeds vernieuwt
naar het beeld van zijn Schepper.’

Daar heb ik niets meer aan toe te voegen,
Behalve dan:

Dat we zo blij, hopelijk lang
met en voor elkaar mogen leven.
God zegene ons allen
met alles wat wij in ons hebben.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

24 juli: Samen blijven bidden

[print]

17e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Genesis 18,20-32

  • Lucas 11,1-13

Het doet mij altijd een beetje aan het Waterlooplein
in Amsterdam denken: God en Abraham.
Abraham afdingend: 50 rechtvaardigen, 5 minder, 45,40,
en verder maar weer 30, 20 en uiteindelijk 10.
Een vreemde vraag: waarom durft Abraham niet verder naar beneden te gaan
dan de tien… Dat heeft een goede reden.

Als er minder dan 10 mensen in een Joods bedehuis zijn
kan een Joodse kerkdienst niet doorgaan.
Abraham vindt dat er minstens een gebedskern aanwezig moet zijn,
een mini-kerkje wil er nog redding mogelijk zijn.

Abraham heeft dat goed aangevoeld:
zonder gebedskernen, zonder mensen die zich verzamelen
rond het woord van God is de wereld er slecht aan toe.

Toch hebben de Rabbijnen wel commentaar op Abrahams houding.
En dan zeggen ze -en ze komen zo direct
bij Jesus uit die zegt dat je moet blijven doorbidden, doorzeuren bijna:
‘Was Abraham maar doorgegaan met zijn gebed! Hij is te bescheiden.
Hij heeft te weinig vertrouwen in Gods ruimhartigheid en zijn gulheid.

Abraham durft niet meer en het verhaal
-geschreven om ons te vertellen hoe sterk de kracht van het bidden is-
vertelt dat Sodom verwoest wordt… en eigenlijk -als we die Joodse bijbeluitleg volgen- is Abraham indirect de schuld.

Waar het bidden betreft geldt dat je niet onbescheiden genoeg kunt zijn.
Je moet volhouden, net als die vriend -waar het evangelie over spreekt-
die maar door blijft kloppen om hulp, nota bene midden in de nacht.
De man bij wie hij aanklopt zal uiteindelijk toch opstaan,
al is het alleen maar om van het gezeur af te zijn.

Bidden –laten we eerlijk zijn- schiet er tegenwoordig een beetje bij in
hoewel: het is vakantietijd en je wilt het niet weten hoeveel mensen in het buitenland of binnenland, als ze een kerk bezoeken toch een kaarsje aansteken en in het intentieboek vaak iets schrijven. Dat is goed: bidden mag, bidden moet, met bidden moet je nooit ophouden.

Neen, het is niet zo dat je alles wat je op je verlanglijstje hebt staan
onmiddellijk zult verkrijgen. Het is niet tafeltje dek je, ezeltje strek je..
Geloven en bidden betekent niet een fijne levensverzekering afsluiten bij God die dan direct uitkeert.

Bidden gaat er op de eerste plaats van uit dat jij gelooft in een God die je uitdaagt
zelf je bijdrage te leveren aan een betere wereld en het geluk van anderen.

Dat betekent vaak: je storten in het avontuur, als Abraham, op reis durven gaan.
Dingen durven loslaten, je los maken van allerlei dingen
die belangrijk zijn of lijken en groeien naar wat God van je vraagt.

Jesus geeft zijn leerlingen een beetje bijles in het bidden.
De leerlingen kennen natuurlijk eindeloze reeksen gebeden, hele litanieën en vele psalmen. Toch vragen ze aan Jesus: ‘Heer leer ons bidden.’
Ze vragen niet naar de bekende weg maar ze vragen eigenlijk:
‘laat ons iets leren van jouw oriëntatie op God dan kunnen wij het ook proberen.
Laat ons zo vol zijn van wat God wil dan zullen wij samen het aanschijn der aarde veranderen.’

En dan mag je bidden, met klem en vaak
UW KONINKRIJK KOME… UW WIL GESCHIEDE..

en GEEF ONS (en met die ons zijn niet alleen wijzelf bedoeld
maar mensen van ALLE naties en talen)
HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD.

Lucas, de kerk-evangelist bij uitstek, vertelt ons veel over het bidden.
Hij beschouwt dat als een belangrijke taak van de kerk.
Lucas vertelt uitgebreid hoe de eerste kerk werd gesticht, hoe de eerste christenen alles gemeenschappelijk hadden, de armen hielpen en de zieken genazen…
en dan vertelt hij ons ook dat ze samen volharden in het gebed.

Leven in de Geest van Jesus en bidden zoals Hij dat leerde horen bij elkaar.

Die beide dingen tezamen vormen de grote opdracht
voor de jonge gemeenschap van volgelingen
die zich rond Jesus’ vernieuwende boodschap verzamelen willen.

Leven in Zijn Geest en bidden kun je het beste met anderen samen doen.
Daarom vragen de leerlingen ook: ‘Heer, leer ONS bidden’.

De gebeden van een gebedsgemeenschap -en wij zijn dat deze morgen- hebben een bijzondere kracht. En dan is iedereen nodig.
Daarover gaat een mooi verhaal:

‘Eens deed de Baalsjem Tov -een belangrijke Poolse joodse leraar uit de 18e eeuw- heel lang over zijn gebed. Zijn leerlingen worden ongeduldig en gaan maar vast naar huis. Pas veel later horen ze hoe erg dat geweest is.

Hun meester vertelt hun dan:
‘Wat er gebeurde doordat jullie weggingen en mij alleen lieten zal ik jullie door een gelijkenis verklaren.’

‘Het gebeurde eens in de tijd van de vogeltrek. De inwoners van een kleine stad ontwaarden op een goede dag in zo’n vlucht trekvogels een zeer kleurige vogel,
zoals geen mensenoog er ooit een had gezien.

De vogel streek neer in de top van de hoogste boom en nestelde daar.
Toen de koning dit ter ore kwam gebood hij de vogel uit het nest te halen.

Een aantal mensen moest op elkaars schouders gaan staan als een ladder,
totdat de hoogste het nest kon pakken..

Het opbouwen van de ladder vergde echter zoveel tijd dat de ondersten ongeduldig werden en begonnen te bewegen en de ladder stortte ter aarde.’

En de rabbijn besloot:
‘jullie hebben mij in de steek gelaten door allemaal weg te gaan terwijl ik bijna bij Gods troon was en al onze echte noden bij Hem neer had kunnen leggen
zodat verlossing had kunnen geschieden. Die blijft nu uit’

Het is van het grootste belang – het is goed dat nog eens duidelijk in deze tijd te zeggen- dat de christelijke gemeenschap bijeen blijft: dat wij bij elkaar blijven.

Je komt niet naar de kerk omdat je het ergens mooi vindt
niet eens omdat jijzelf het nodig heeft maar op de eerste plaats
omdat God en zijn gemeenschap jou nodig hebben.
Samen moet je het als christenen opbrengen
bij elkaar te blijven. Samen ijverend voor de leniging van de nood van anderen,
samen bouwend aan een gemeenschap waarin geleefd wordt in de Geest van Jesus en… samen te bidden.

En daarbij mag je dan niet zo bescheiden zijn als Abraham
die te vroeg ophield. Je moet volhouden.

De man die zijn vriend lastig valt midden in de nacht en vraagt om brood krijgt zijn broodje niet wegens de vriendschap die de man die in bed ligt hem toedraagt,
ook niet vanwege de lengte of de schoonheid van zijn gebeden maar wegens zijn volharding. Letterlijk staat er: ‘onbescheidenheid’ en eigenlijk betekent het griekse ANAIDEIA: schaamteloosheid!

In de donkere jaren 40-45 is er gebeden, echt gebeden, volhardend
ja onbescheiden aangedrongen op de bevrijding van de tirannie
en om de komst van de vrede.

Ook vandaag zal er gebeden moeten worden, duidelijk en volhardend om recht en vrede.. En al die bidders zullen ook werkelijk voor recht en vrede willen kiezen en er zich voor inzetten.

Wij kunnen dan goede actieve, blijmoedige christenen zijn
die anderen tot zegen zijn. En zo kan ik eindigen met Sint Paulus’ advies
in zijn Filippenzenbrief: ‘Verblijd u in de Heer te allen tijde, ik zeg het nogmaals verblijd u! Uw vriendelijkheid moet aan alle mensen bekend zijn: de Heer is nabij. Wees in niets te bezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking en nooit zonder dankzegging.’

Als wij ons daar aan willen houden
zal waar worden wat Paulus ons tenslotte toezegt:
‘En de vrede Gods die alle verstand te boven gaat,
zal uw harten en uw gedachten behouden in Christus Jesus.’

Vandaag is onze Paus in Krakau bij gelegenheid van de wereldjongerendagen.
Onze eigen hulpbisschop is er ook.
Ik denk dat Abraham wat geruster zou kunnen zijn:
zoveel duizenden jonge mensen van goede wil!
Neen, ze kunnen niet toveren maar wel samen
geloven, hopen en liefhebben
het is toch een goed teken.

Zolang er mensen van goede wil blijven is er hoop
zolang die mensen elkaar opzoeken blijven
blijft het Koninkrijk van God in zicht.
Zolang mensen durven bidden is er licht
in de duisternis.

Hemelse Vader, ons geloof is vaak te klein
geef ons durf, ja brutaliteit
om bij U aan te komen met wat ons werkelijk bezighoudt.
Ons geloof is vaak te klein.
Leer ons bidden zoals Jesus ons dat geleerd heeft:
En geef ons dan ook de moed te leven zoals Hij ons het voordeed.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

17 juli: Een actieve vrouw!

[print]

16e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Genesis 18, 1-10

  • Lucas 10,38-42

God is dichterbij dan je denkt
je moet Hem alleen willen zien.
Hij komt naar ons toe en bezoekt ons graag,
regelmatig zelfs. Hoe?
Om te beginnen verschijnt Hij in mensen die op ons afkomen
(dat leren wij uit het goede boek: de Bijbel).
Zijn wij aan zijn komst in ons leven toe?

‘Ik was vreemdeling’ lezen we in het evangelie
‘en ge hebt mij opgenomen’ .
Vreemdeling…. bij ons komt dan de aarzeling;
wij zijn van nature wantrouwend.
‘Die ander is vast gevaarlijk, wat moet die hier.’

Abraham kent die reserve niet
als er plotseling drie mensen bij hem aankloppen.
Water biedt hij aan – in de woestijn kostbaarder dan zilver-
een gemest kalf wordt geslacht, kazen aangesleept
en glimmend van voldoening kijkt Abraham toe
hoe de vreemdelingen genieten van zijn eten.
Abraham is gastvrij en… terecht
vreemdelingen zijn niet zomaar vreemdelingen
hij ontvangt God zelf
die hem heil en zegen toewenst
en een nieuwe toekomst aankondigt.

Op Jesus’ pelgrimstochten naar Jeruzalem
is het huis van Marta en Maria een regelmatige pleisterplaats.
Om precies te zijn: het huis van Marta,
Maria woont in.
We horen het elders in het evangelie duidelijk vermeld:
‘een vrouw die Marta heette ontving Hem in haar woning.’
Het is pijnlijk om te merken
hoe simpel vaak over Marta gepraat wordt.
Marta geldt dan als een dom sloofje,
een vrouw die stoft en zwoegt
en eigenlijk niet weet waar het over gaat.
Maria is dan degene die weet wat belangrijker is
en luistert in plaats van in de keuken te redderen.

Daarbij vergeten we dat de keuken in een Joods huis,
– in ieder huis trouwens, ook bij ons in de pastorie-
een hele belangrijke plek is.
Ik vind het bij een huiszegen
-waarom vragen de Haarlemmers daar toch zo weinig om?-
misschien omdat ze minder verhuizen dan Amsterdammers-
Ik vind een huiszegen heel belangrijk
ik heb dat ook al meerdere malen gezegd.
En ik vind het bij een huiszegen
altijd goed om ook even de keuken te bezoeken.

In het jodendom is de keuken bijna een heiligdom
omdat daar de kosjere spijzen bereid worden.
Je hebt dan een aparte melk-keuken en een vlees-keuken.
Het gaat daarbij niet om de regels of de regeltjes
maar om het hele vrome godsdienstige spel
waarmee wordt aangegeven dat mensen
met zorg en eerbied met alles wat hun geschonken is moeten omgaan.

Marta, de bezige, is de behoedster van het actieve geloof.
Ze is de huisbazin
zonder wie dit gezinnetje niet zou kunnen bestaan.
Zij houdt -met alle andere joodse vrouwen-
in tijden van vervolging en pijn het geloof overeind.

Jesus heeft vaak van Marta’s zorg genoten
en wie weet wat ze allemaal nog voor wijze adviezen
aan onze Heer gegeven heeft
zoals vrouwen dat vaak
-schijnbaar onopvallend maar des te duidelijker- doen.

Van Marta is trouwens ook nog een geloofsbelijdenis bekend
die zeker zo krachtig is als die van Petrus.
Als ze later Jesus ontvangt als hun broer Lazarus is gestorven zal ze zeggen:
‘Heer ik weet dat Gij de Messias zijt
die in de wereld gekomen is.’
Een geloofsuitspraak waarop Jesus ook best
zijn kerk had kunnen bouwen.

Marta staat voor alle vrouwen
die het geloof als een werkzame kracht doorgeven
aan de nieuwere generaties.
En Maria dan?
Zij staat model voor de luisterende mens.

De mens die luistert naar het nieuwe en zich verbaast.
Ze verbaast zich over de rijkdom van het geloof
en over de nieuwe kansen die God iedere keer opnieuw
aan mensen geeft.
Zij verheugt zich over de woorden van Jesus,
onze Messias en zij beseft
dat de mens niet leeft van brood alleen,
maar van alle dingen die voortkomen uit de mond van God.

Vlak voor Jesus’ dood hebben Marta en Maria hem samen ontvangen.
Marta heeft hem gesterkt door hem te eten te geven,
Maria door voor zijn voeten neer te knielenen hem te zalven.
Volgende week is de feestdag van Marta en wordt dat in de hymne
in herinnering geroepen: ik lees een stukje voor:
Marta wordt toegesproken:
Toen, vóór zijn heengaan door de dood/ uw zuster hem gebalsemd heeft/
hebt gij voor ’t laatst uw dienst gewijd/ aan hem die ons het leven geeft.
O gastvrouw die de Heer ontving/ bij u in huis was hij niet vreemd.
Maak onze harten welbereid/ dat Hij bij ons zijn intrek neemt.

Marta en Maria: ze horen bij elkaar:
ze staan voor twee zaken die bij elkaar horen.
Ze zijn allebei nodig en samen wijzen ze ons
1) op het volhouden in trouw aan je dagelijks opdrachten
èn
2) het je open stellen voor het nieuwe.

Geloof zal niet kunnen bestaan
als er geen Marta’s zijn,
mensen, die met taaie volharding blijven doorgaan
met de gewone dingen die gedaan moeten worden in een wereld,
thuis of in de parochie, betrouwbaar op hun post.

Maar geloof zal de vonk van het leven missen
als er niet ook mensen als Maria zijn;
vrouwen en mannen, jongeren en ouderen,
die durven horen wat nog niemand gehoord heeft
en durven doen wat nog niemand heeft gedaan.
Gezegend de mensen die elkaar aanvullen, corrigeren en helpen.

Waar het de vrouwen betreft:
wij zijn nog lang niet toe aan het echt op ons laten inwerken
van alle teksten die er over vrouwen in de Bijbel staan.
We hebben er gewoon overheen gelezen
en vrouwen kunnen ons helpen bij de bestudering daarvan.

Deze weken hebben we de feestdagen van Maria Magdalena (donderdag de 22e),
van Martha (de week daarop) en dan is er ook nog Birgitta (de 23e)
ook een stevige tante; Jakobus staat er op de 25e
-oneerbiedig gezegd- een beetje zieligjes tussenin.

Augustinus vertelt ons: ‘denk niet dat op de pinksterdag
alleen de 12 leerlingen de Heilige Geest ontvingen
neen, het waren er 120, mannen en vrouwen.’
In deze kerk hebben we er meerdere malen voor gepleit
-en dat is zelfs in de geest van het Vaticaan
waar steeds meer vrouwen worden uitgenodigd
belangrijke functies te bekleden-
voor een serieuzer nemen van de vrouw in de kerk..

In het aandachtig liedboek van Oosterhuis lezen wij het zo:
‘Gezegend zij de vrouw voor de man
en de man voor de vrouw,
en oud voor jong en sterk voor zwak.
Gezegend die weten wil wat recht en wat slecht is,
en die trefzeker kiest en niet wijkt voor geen macht.
Die onbevangen spreekt en onbevangen liefheeft.’

En we lezen ook in de Schrift:
‘Als er twee of drie bijeen zijn
dan ben ik in hun midden.’

Het is dus geen vaag vrijblijvend gebeuren.
Als mensen elkaar ontmoeten,
elkaar serieus nemen, van elkaar willen leren…
is er iets heiligs gaande

Dat gebeurt hier.
Kinderen worden gedoopt,
teeners gevormd,
jonge mensen trouwen…
Mensen rouwen ook en sterken elkaar.

De tekst van Oosterhuis die ik citeerde
over de zegens die wij elkaar kunnen brengen
eindigt met Degene te bezingen die dan in de buurt is
de Gast in ons midden
die wij in iedere geloofsbelijdenis
noemen als onze Metgezel:

‘Gezegend is de nieuwe mens die tot ons kwam,
Jesus Messias, die zich gegeven heeft,
zich nemen laat, die wordt gebroken,
uitgedeeld van hand tot hand:
zijn ultieme aanwezigheid in ons midden.

Dat Hij welkom blijft in ons midden is mijn bede
en dat wij gastvrij en open zijn naar elkaar.
Dan zij wij met elkaar gezegend
en kijkt Hij naar ons in liefde en trouw.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

10 juli: Kijk eens vanuit de onderkant

[print]

15e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Deuteronomium 30,10-14

  • Lucas 10,25-37

Ieder mens wil iets worden; ieder mens wil iets doen.
Wat hij zelf leuk vindt of waar andere mensen mee geholpen worden.
Iedere twaalf-jarige wil piloot worden -vooral omdat ze dat zelf leuk vinden-
of verpleegkundige en dierenarts, dat om mensen en dieren te helpen.

Fanatiek zijn we net als dat mannetje in het evangelie.
Hij was ijverig en toegewijd als gelovige:
Hij wilde koste wat het kost de hemel verdienen.

‘Meester wat moet ik doen om het eeuwig leven te krijgen?’
vraagt de ijverige man aan Jesus.
Je moet zijn ijver prijzen maar
er staat iets niet zo moois bij:
‘hij vroeg dat om Jesus op de proef te stellen.’
Hij vond eigenlijk wat Jesus allemaal preekte en deed maar niets.
Jesus gaat –heel goed- niet meteen op zijn vraag in
Maar stelt een wedervraag: ‘wat weet je daar zelf van?
‘Wat heb je daarover gelezen in de Wet van Mozes?
De man, bekend met de Schrift, antwoordt meteen:
‘je zult God beminnen met heel zijn hart,
met heel je verstand met heel je ziel en met al je krachten
EN JE NAASTE ALS JEZELF.

Einde van de ontmoeting zou je zeggen
maar de man zeurt door: ‘maar wie is dan mijn naaste.’
Wie is zijn naaste?
Hij gaat er vanuit dat hij degene is
die allemaal zware, belangrijke opdrachten heeft te vervullen
die niet mee vallen maar
is die naaste de liefde van de edele mens die hij zelf toch is, wel waard?
Geldt die wet van de naastenliefde zomaar voor iedereen?
Zijn ze dat eigenlijk wel waard?

Moeten wij iedereen liefhebben?
Mensen van andere rassen,
mensen van andere geloofsrichtingen ook?
Wat zijn dat allemaal voor mensen…
zullen ze er geen misbruik van maken ?
Wie is er de naaste die mijn kostbare liefde verdient?

Om hem uit deze hoogmoedige houding los te weken
vertelt Jesus een verhaal.
Over de man die hulpeloos op straat ligt.
En Jesus herhaalt de vraag van de schriftgeleerde ‘Wie is mijn naaste?’
maar Hij plaatst hem in een andere context.

De parabel is eeuwenlang bijna alleen maar uitgelegd
vanuit het standpunt van de man die goed zit
en die goede dingen moet doen.
Dan ben je heel belangrijk en je hebt veel werk.

Ik ga dat niet veroordelen,
het is allemaal goed bedoeld en nuttig
maar we komen aan het verhaal niet toe
-ook niet als wij moderne diakonale kerk willen zijn-.

Jesus wil de houding van de man die met hem discussieerde,
en van ieder die dit evangelie later ooit zal horen
180 graden omdraaien.
Als wij onszelf steeds maar blijven zien als de mens die
zich welwillend en hulpvaardig over anderen moet buigen
wil Jesus het graag eens omdraaien.

Jesus gaat de vraag van de man die zich tot hem keerde herhalen
maar dan vanuit een ander gezichtspunt:
‘wie is de naaste
VAN DEGENE DIE IN DE HANDEN VAN DE ROVERS GEVALLEN IS.’

En zo wordt ieder van ons uitgenodigd
nu eens met andere ogen te kijken dan gewoonlijk.
Draai de TV-camera maar eens om.

Kijk nu eens niet van boven naar beneden maar van beneden naar boven
en dan zul je zien dat de mens niet alleen geroepen is helper te zijn
maar ook een weerloze mens kan zijn
die zelf geholpen moet worden en die liefde nodig heeft.
Dat geldt voor iedereen, ook voor jou!
Niemand van ons, ik niet, u die dit hoort niet, kan zonder liefde.
We zien het helaas al te vaak:
mensen die geen liefde hebben gehad
worden daardoor bitter en ontoegankelijk.

Soms hoor je mensen als ze 90 zijn
nog vertellen met een door tranen omfloerste stem
dat ze als klein kind geen liefde hebben ontvangen.
Het is echt zo dat mensen
niet zonder liefde kunnen. Niemand.

Net zoals een plant zijn porsietje water nodig heeft,
-geen hele plenzen, dat is overdreven-
zo heeft iedere mens liefde nodig steeds opnieuw.
Niemand kan zonder woorden van bemoediging,
niemand kan zonder een woord van troost.
Het is goed daaraan te denken
en die momenten in jouw leven die er zijn te onderkennen.

Voordat je kunt vragen wie jij dapper en wel moet gaan helpen
dient de voorafgaande vraag te zijn:
‘wie is er voor mij de naaste geweest die ik nodig had.
Ik was zelf hulpeloos
en heb toen iemand gehad die zich over mij heen boog.
Ik was zelf arm en alleen
en heb toen en toen iemand gehad die een goed woord sprak
en mij tot sterkte was?’

Te vaak besteden mensen hun tijd
aan het tellen van de keren dat zij
in anderen zijn teleurgesteld.

Evangelischer en zinvoller is het
de momenten te overwegen en te heroverwegen
waarop mensen voor jou iets betekend hebben
en jou tot zegen zijn geweest.
Zo besef je je eigen weerloosheid en
je leert ook nog hoe je anderen moet helpen
doordat hebt gemerkt wat je zelf hielp en wat niet.

Eén is er die zich over ons heen gebogen
nog voordat wij ons tot anderen konden wenden.
Dat is de ENE, die wij zo graag toebidden
wat Hij ooit tot ons gezegd heeft: IK ZAL ER ZIJN…
Het is dezelfde die zijn gezicht heeft laten zien
in die ene man over wie het hele evangelie handelt:
Jesus van Nazareth, die de vrome mensen van zijn tijd
denigrerend noemden:
‘een Samaritaan’ en ‘van de duivel bezeten.’

Het is inderdaad ‘van de gekke’
zoals Hij op de mensen afging.

Zijn helpende hand wordt door ons, westerlingen die alles hebben
en denken geen hulp nodig te hebben nauwelijks nog gepakt
maar de kleine mensen uit de ontwikkelingslanden,
die door hebzucht en arrogantie van de rijkere landen
arm en hulpeloos gebleven zijn, die weten het wel.

Die zien uit naar de Goddelijke hand van Jesus die hen helpt,
en naar de handen van degenen die in Zijn geest handelen;
de mens die trefzeker kiest,
de mens die geen bloed vergiet maar die recht doet.

Onze sociale acties zullen pas lukken
als wij weten hoe hulpeloos wij zelf zijn
en zo de nood van onze naasten kunnen meevoelen
en hem als mens serieus nemen.
Mensen als moeder Theresa en majoor Boshart
hebben dat voorgeleefd.
Net zoals Jesus zelf dat deed, weerloos met de weerlozen.
Jesus die niet arrogant en zelfgenoegzaam
de mens tegemoet trad
maar die – tegen de blinde bedelaar bijvoorbeeld-
zei: ‘wat wil JIJ dat ik voor jou zal doen…

Wat moeten we dus doen om het eeuwig leven te verwerven?
Wat moeten wij doen om het belangrijkste te winnen
wat er te winnen valt?

Het woord van God is niet ver
je hoeft niet hoog naar de hemel om het te halen,
je hoeft niet lang te zoeken:
je levensopdracht staat in je eigen hart geschreven,

De hunkering naar liefde
staat in je eigen hart geschreven.
En zo kun je je opdracht ook lezen
in de ogen van de mens die naast je staat
die ook niet zonder liefde kan.

Je naaste beminnen als jezelf
zou je ook zo kunnen vertalen:
bemin je naaste, hij is net zo’n weerloos mens als jij
en doe hem aan wat je zelf fijn vindt dat iemand anders voor jou zou doen.

Als iedereen zo aan de gang gaat komt Gods koninkrijk
midden onder ons!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

3 juli: God die ons verblijdt!

[print]

14e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • Jesaja 66,10-14; Verheug U met Jeruzalem

  • Lucas 10,1-12+17-20; de oogst is groot.

De vorige week liep ik rond in Frankrijk;
niet veel mensen in de kerk.
Toch heerste er een blijde sfeer.
Blijheid hoort bij het geloof!
U herinnert zich vast wel, net als ik
de voetgebeden waar de Mis mee vroeger begon.
Onbegrijpelijke Latijnse volzinnen,
waar je als misdienaar je tong over brak
maar prachtig:
“Introibo ad altare Dei” zei de priester
en de goed getrainde misdienaars antwoordden foutloos:
“ ad Deum qui laetificat juventuten meam.”
Voor de niet latinisten de vertaling:
De priester zei: ‘Ik zal opgaan naar het altaar van God’
en het misdienaartje antwoordde:
‘tot God die mijn jeugd verblijdt !!!!’
De blijdschap van onze jeugd
werd zo bij iedere viering in herinnering geroepen.
Blijdschap hoort bij het geloof.
Er zijn maar liefst twee zondagen per jaar die blijdschap zelfs als naam hebben:
zondag gaudete, ‘wees blij’ zo tegen kerstmis:
en zondag laetare ‘verheugt u’ halverwege de vasten.
Blijdschap mag!
De blijdschap zoals we die we in de vakantieweken beleven.
De blije gekte in Frankrijk bij de Tour de France.
De dopingschandalen even vergeten, gewoon plezier.
Blijdschap leer je vaak van kinderen
die onbedaarlijk kunnen lachen.

Ons volwassenen ligt, door de band genomen, tobben beter.
Tobben over deze wereld, tobben over onszelf, over de kerk.
Om met het laatste te beginnen:
vele mensen maken zich zorgen
over wat er overblijft van de kerk:
vele kerkgebouwen moeten worden gesloten.
In onze pastorie resideerden ooit een plebaan
met 5 kapelaans en een x-aantal zusters…
We leven dus in een droevige tijd
en wil de laatste het licht uit doen..

Zo’n mentaliteit is niet evangelisch.
Een andere mentaliteit is in overeenstemming
met de ware geest van de schrift…en bovendien klopt het niet
getuige de jonge mensen die zich op de doop voorbereiden
van henzelf of hun kinderen. Straks
na de Mis weer twee dopen, een doop ook nog
met het huwelijk van de ouders gecombineerd:
vanavond om 5 uur weer een huwelijk
van 2 trouwe bevrienden van de Bavo en 14 juli weer enzovoorts.

Geloof is kennelijk aantrekkelijk.
Het is een vreugde
-en daar moeten we meer van getuigen dan van het andere-
het is een echte vreugde om liturgie te vieren en te zingen
-daar komen die nieuwe leerlingen op af.
Waarom is dat leuk?
De bron van alle vreugde is dat het een zonnige zaak is
een geloof te hebben, een doel in je leven.

Om nog even door te gaan:
het woord evangelie zelf betekent ook: ‘blijde boodschap.’
Het is dan ook duidelijk de bedoeling
dat zo veel mogelijk mensen aan die blijdschap deel krijgen.

Het gaat daarbij niet om de vorming van een elitekorps,
een ‘happy few’ maar een grote groep mensen
van alle tongen en talen.
Een grote groep: dat hoorden wij vandaag.

In tegenstelling tot de andere evangelisten
vertelt Lucas niet alleen dat Jesus 12 apostelen uitzocht
maar ook dat hij 72 leerlingen uitzocht
die hij er twee aan twee op uitstuurde..

Sint Lucas verwijst met het noemen van die 72 leerlingen
naar het oude boek Genesis waarin staat dat Noach 72 kleinzonen had
en dat die samen de stamvaders waren van alle volkeren op aarde.
Met andere woorden:
de kerk bestaat uit mensen van allerlei naties en stromingen,
mensen van allerlei slag
en er bestaan geen hogeren en lageren
iedereen is belangrijk, en iedereen is onmisbaar!
De kerk is internationaal en
iedereen heeft gelijke rechten.

Nog even terug naar de eerste lezing:
‘verheug je Jeruzalem’ hoorden we.
Verheug je MET Jeruzalem wordt deze zondag gezegd
neem dus deel aan haar vreugde.
Laat de vreugde toe in je leven.
Niet de oppervlakkig blijdschap,
(Roomse blijdschap we dat ook wel
maar daar heb ik toch niet zoveel mee
omdat die vaak gepaard gaat met oppervlakkigheid).
Aan oppervlakkige blijdschap hebben wij geen behoefte
maar wel aan de diep doorvoelde vreugde van het geloof.

‘Overvloedig is de oogst’ zegt Hij ook nog.
En dan zijn we weer terug bij het begin waarin ik de zorg over de kerk noemde.
De oogst kan worden binnengehaald, ook in deze dagen.
De kerk kan veel bete­kenen in deze tijd.

Als Jesus zijn volgelingen toespreekt
heeft hij het duidelijk over de tegenwerking die zij zullen ontmoeten,
en over de beproeving die niemand van ons bespaard blijft
Maar Hij heeft het ook over de kracht die het geloof mensen geeft:
‘ik zag de duivels uit de hemel vallen.’ Toe maar.

Tenslotte: wat is de diepe reden van onze blijdschap?
Daar spreekt Jesus over aan het einde van het evangelie van vandaag.
Verheug je maar niet alleen omdat die duivels naar beneden vallen
-dat is eigenlijk mooi meegenomen-
maar omdat ‘jullie namen staan opgetekend in de hemel.’

Onze namen staan opgetekend in Gods hand.
Dat geldt voor allen die ons voorgingen
voor onze overledenen, dierbaren die we missen.
Maar ook voor de namen van ons die een taak hebben
en van wie nog veel verwacht wordt.

Afgelopen nacht kwam het bericht van het overlijden van Elie Wiesel:
iemand die twee kampen overleefde en velen om zich heen zag sterven.
Iedere keer weer één bijzonder door God geliefd mens.
Hij overleefde zei ik en dat was goed want zo kon hij vertellen hpe heyt was.
Maar verre van haat te zaaien werkte hij aan de verzoening.
Van hem zijn we woorden bekend:
‘vandaag bid ik voor de mensen die vermoord zijn:
niet zes miljoen mensen maar zes miljoen keer EEN mens.
Maar ik bid ook voor hun bewakers en de moordenaars
zij moeten verder: dat God hen mag helpen.

We zijn als gelovigen mensen die eerlijk moeten erkennen wat er fout was:
daarom beginnen we iedere viering ook met een schuldbelijdenis.
Maar dan gebeurt het grote wonder:
na het ‘ik belijd’ en KYRIE ELEISON
mogen we in de Paas- en Pinkstertijd
-en daar zitten we in- het Gloria aanheffen.
Eer aan God in den Hoge die van mensen blijft houden.

We hoeven ons zelfs niet alleen maar
-wel een beetje natuurlijk-
uit te sloven om de wereld beter te maken
maar we mogen ook vandaag weer horen:

Jullie zijn door God geliefd;
ieder van ons, u, jij, ik mag weten:
onze namen staan opgetekend in de hemel,
of anders gezegd: onze namen staan geschreven in Gods hand.
Als God zo voor ons is,
wie zal dan tegen zijn?

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Jubileumconcert Muziekinstuut Sint Bavo & Koorschool Sint Bavo

poster-jubileumconcert-2016

Zondag 19 juni 2016, aanvan 16:00 uur in de Kathedrale Basiliek Sint Bavo. Kaarten zijn te reseveren op www.bavoconcert.nl. U kunt via de website kaarten reserveren à €10,-. Ook kunt u vanaf 15:30 uur bij de toegang kaarten verkrijgen à €12,50.

Dit jaar bestaat het Muziekinstituut Sint Bavo 70 en de Koorschool 65 jaar. Dit wordt gevierd met een jubileumconcert. Een feestelijke mix van opera, gospel, vocal percussion, muziektheater en close harmony, met optredens van top professionals en top amateurs van de Koren van het Muziekinstituut. Ter gelegenheid van het dubbele jubileum volgden de koorleden workshops bij professionals in de muziekgenres die ver af liggen van de kernactiviteit van de koren van het Muziekinstituut: het op hoog niveau uitvoeren van koormuziek van de 15e tot de 21e eeuw.

De workshops worden gegeven door Frommermann (Comedian Harmonists), Wishful Singing (muziek en beweging), ZO! Gospel Choir (gospel), Abdelhadi  Baaddi van ISH (vocal percussion en rap), Pepijn Lagerwey (close harmony) en Michelle Mallinger, Joost van Velzen en Vincent van den Elshout (opera).

Onder het muziekinstituut horen de Koorschool St. Bavo en zeven koren die in de loop der tijd vanuit de Koorschool zijn ontstaan. Het Kathedrale Koor is het centrale koor van het Muziekinstituut en het visitekaartje bij uitstek. Het wordt gevormd door koorschoolleerlingen uit groep 6, 7 en 8, adolescente en volwassen oud-leerlingen. Naast het (wekelijks) verzorgen van de koorzang in de kathedraal, treden de koren op als concertkoor in binnen- en buitenland. Met de Koorschool heeft het Muziekinstituut een unieke basisschool vanaf groep 5. De leerlingen krijgen tijdens 200 uur per schooljaar een stevige muzikale training en worden opgeleid tot koorzangers die hedendaagse en klassieke (kerk)koormuziek op hoog niveau kunnen uitvoeren.

Nieuwe Bavo Zomer Fair

FlyerZomerfair_2016Zaterdag 11 juni, tussen 10:00 en 16:00 uur, organiseert de Parochie H.H. Antonius en Bavo de Nieuwe Bavo Zomer Fair.

Het wordt een dag vol gezelligheid voor jong en oud.

  • Koop iets op de boeken- en leuke-dingen-markt
  • Laaft u bij de koek-en-zopie, met koffie/thee en lekker gebak
  • Er zijn spelletjes voor groot en klein
  • Laat kinderen zich uitleven op het springkussen

De Nieuwe Bavo Zomer Fair wordt georganiseerd in de tuin van de kathedraal aan het Emmaplein.

De opbrengst komt geheel ten goede aan de restauratie van de Nieuwe Bavo.

Als u graag wilt meehelpen dan kunt u zich vóór 8 juni per email aanmelden via restauratie@rkbavo.nl, of telefonisch via 06-14536685.

Gewelventochten

koepelOp zondag 12 juni worden de gewelven, de prachtig gerestaureerde koepel en de torens van de St. Bavo Kathedraal aan de Leidsevaart voor publiek geopend. De rondleiding zal mede aandacht schenken aan de recent voltooide restauratie van de kathedraal; van dichtbij kan een ieder nu het mooie resultaat bewonderen.

De spannende tocht over krakende plankieren, door spelonken en langs de vele wenteltrappen, brengt de bezoeker op verborgen plekken in deze prachtige kathedrale basiliek. De overgangen van kleine gangen naar verbluffende uitzichten (zowel binnen als buiten de kerk) zijn spectaculair. Als de bezoeker uiteindelijk bij de klokken in de torens is aangekomen, kan er genoten worden van een fantastisch uitzicht over Haarlem en verre omstreken.

Tijdens de gewelventocht zullen ervaren en enthousiaste gidsen U vergezellen op een ontdekkingsreis langs ruim 118 jaar Haarlemse historie, kerkelijke bouwkunst en religieuze symboliek. Er wordt ruime aandacht besteed aan de resultaten van de restauratie van de afgelopen jaren. Kortom een bezoek meer dan waard!
Details

  • Kaartverkoop vanaf 13.30 uur in de kerk
  • De eerste gewelventocht is om 14:00 uur
  • De laatste beklimming start om 15.30 uur
  • De tijdsduur van de tocht is anderhalf uur
  • De entreeprijs bedraagt € 5 per persoon
  • Tussen 12 en 16 jaar onder begeleiding

NB: Wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Kaartverkoop alleen in de kerk en zolang er nog voldoende plaatsen zijn die dag.

Gouden priesterjubileum H.J. van Ogtrop: De twee stoeten

[print]

10e Zondag door het Jaar.

Schriftlezingen:

  • 1 Koningen 17,17-24

  • Galaten 1,11-19

  • Lucas 7,11-17

Samen zijn wij Gods volk onderweg.
Ons gingen mensen voor, ons zullen mensen volgen.
Vandaag begin ik even met te denken aan wie ons voorgingen.
Ik denk natuurlijk aan mijn ouders die allebei in de juist voltooide meimaand stierven: mijn vader in 1958, hij werd slechts 54 jaar
mijn moeder die daarna dapper volhield, werd 91 en stierf in 2005.
Ik denk ook aan mijn oudoom Joseph, gewijd in 1914, pastoor in Luik,
die mij leerde mensen te ontmoeten.
Ik denk aan collega’s in Amsterdam en Haarlem: Joseph Keet in Osdorp die mij veel bijbracht, en de vroegere Bavogeestelijken: Jan van der Zalm, aan zuster Annette die zo plotseling stierf oudejaarsavond 1995,
en oud vicaris Harry Kuipers.
Ik denk aan alle parochianen wiens uitvaart ik hier mocht leiden, vooral de kinderen vergeet ik niet: de dappere Johan 7 jaren jong. Laura ook zo jong die stierf in de oudejaarsnacht 1999 en Chrisje ook 7 jaren jong die kort voor kerstmis stierf 2 jaar terug. Ik denk aan de familie van Veldhuizen van de MH17 plotseling weg van de aarde.
Met hen samen, zij boven, wij beneden
vormen we de gemeenschap der heiligen.

Vandaag ligt de nadruk toch even op de mensen beneden.
Wij moeten volhouden: gelovend, hopend en liefhebbend.
We hebben idealen die al of niet uitkomen.
We maken mooie dingen mee en minder mooie…
er wordt creativiteit gevraagd om ons eigen leven in te vullen.

Sinds 24 jaren woon ik in de Bavopastorie.
22 Jaar geleden hadden we ook 2 Syrische gezinnen in huis.
Het was een voorrecht hier met Frans Geels vroeger en met Eric nu
de bovenvertrekken bewoond te hebben: net zoals Elia
die een bovenvertrek bewoonde in Sarepta.

Binnenkort krijg ik waarschijnlijk een ander bovenvertrek:
in Heemstede naar het zich laat aanzien. Maar ik blijf wel ‘van de Bavo’ hier
en houdt dan kantoor op de eerste verdieping…
maar daar gaat het nu niet om vandaag.

Vandaag gaat het om het verhaal dat hier in dit gebouw
-en ik zei ik in een interview dat kerkgebouwen
daarom de belangrijkste gebouwen zijn die er zijn-
het verhaal dat hier wordt doorverteld over God die met de mensen meetrekt.
Mooi maar helpt die ons nog wel een beetje?
Is er nog hoop in deze wereld: de vorige zondag verdronken er 700 vluchtelingen op zee, afgelopen vrijdag waarschijnlijk nog zo’n 400.

De weduwe van Sarepta was zwaar teleurgesteld toen het noodlot toesloeg
en haar kind stierf: ‘Man Gods, hoe heb ik het nu met u?
Bent u alleen maar bij mij komen wonen om mijn zonden openbaar te maken door mijn zoon te laten sterven.’ Maar het verhaal eindigt goed
na dit droeve begin. Het leven wint het van de dood.

Dat wordt ons ook geleerd in het evangelieverhaal over Naim.
De naam van die stad betekent: ‘lieflijke stad’
maar het is er in het begin van het verhaal allesbehalve lieflijk.

Wij lopen eerst nog opgewekt mee met Jesus de Messias en zijn vrienden.
Jesus gaat ons zelfbewust voor naar Jeruzalem.
Een grote groep mensen volgt hem: alles lijkt prachtig
al weet Jesus wel degelijk wat hem in Jeruzalem te wachten staat.

En dan is daar opeens die andere stoet.
Als we bij de stadspoort aankomen
komt daar een treurende menigte naar buiten
vele mensen begeleiden een weduwe
die haar enige zoon moet missen het verhaal lijkt op het Eliaverhaal.
Ook een weduwe. Een weduwe herinnert in Israël aan de perioden
dat God zelf als de bruidegom van het volk afwezig leek.
Een weduwe is al zielig maar zonder nageslacht helemaal.
Deze stoet kan alleen maar op weg zijn naar de diepte.
‘De profundis clamavi’ (Ps. 130) hebben ze vast gezongen :
Velen uit de stad met de liefelijke naam
-wat klinkt die nu wrang- heffen met haar deze klaagzang aan:
‘we zitten in de diepte en roepen naar U!’

Twee stoeten komen elkaar in het evangelieverhaal van deze morgen tegen.
De ene stoet bestaat uit vele klagers rond de dode jongen,
de andere stoet van Jesus met zijn volgelingen is op weg naar het leven.

Zij zijn ‘opgaande naar Jeruzalem’ zeiden we.
Een kleine groep durft het maar aan deze man te volgen.
En dan vertelt het evangelie dat Hij de heiland is
die de breuk heelt, die de dood had veroorzaakt.
Jezus raakt de lijkbaar aan; de dragers staan stil.
Hoe durft Hij! Treedt Hij op als goddelijke held die de chaos terugdringt,
of staat Hij daar – net als aan het bed van het dochtertje van Jaïrus
of aan het graf van Lazarus – als mens, de mens bij uitnemendheid
die van God toekomst durft te vragen, te eisen ter wille van het recht op aarde!

Jesus staat daar tussen God en de mensen in.
Hij worstelt als het ware om een zegen,
Hij ontrukt aan de nacht het levenslicht.
Hij staat als Abraham voor de Eeuwige of als Jakob voor de engel.
Hij bidt tot Zijn Vader en roept dan:
‘Jongen ik zeg je sta op’ en hij staat op.
De breuk tussen de moeder (de wanhopige gemeente)
en haar kind wordt hersteld, er is weer toekomst.
Het drama van een nieuwe generatie die afgestorven was
wordt ongedaan gemaakt.

Dat houdt een boodschap in voor alle anderen
die met Jesus mee zullen gaan lopen in de toekomst.
Ook de nieuwste generatie, de jonge kerk kun je zeggen,
wordt tot leven gewekt teruggeven aan zijn moeder
en zal weer in contact komen met de oude traditie,
weer leven in het gezelschap van aartsvaders, profeten en rabbijnen,
maar met het aangezicht naar de toekomende dingen.

In 2016 zijn wij samen onderweg door de wereld van nu:
samen volk van Jesus, Gods Volk onderweg.
Mensen vragen het wel eens:
‘hoe ervaar je dat nou, het verschil van de kerk van vroeger
met die van nu?’ Ik kijk dan altijd heel verbaasd
want ik leef niet in vroeger, ik leef in het nu.
Ik kijk naar alles wat er gebeurt en ik groei mee.

Als jong priestertje ging ik kijken bij de Damslapers
en de Provo’s, allemaal interessant… vond ik.
Ik was –en ben nog- erg politiek geïnteresseerd
maar vond toch altijd mijn roots in de oude verhalen
waar Jesus zelf uit leefde. Over de God die als naam had:
IK ZAL ER ZIJN. Een God die het initiatief heeft;
wij mogen alleen maar toekijken.
Ik zie geloof groeien bij mensen, ook in onze tijd.
Ik zie mensen afscheid nemen van de kerk
-vooral in de tijd van de discussie over de seksuele mistoestanden
in de kerk die al te menselijk bleek.-
Maar ik zie ook dat de oude idealen altijd weer nieuw zijn
en mij en vele anderen blijven boeien
en altijd weer mensen naar de kerk toetrekken.

Ik geniet van de kathedraal als gebouw, warm geel, groot maar gezellig
ik hoor hoe een klein kindje van twee dat voelt als hij de koepel in kijkt
en zegt: ‘daar heb ik gewoond.’
Ik merk hoe de kerk goede dingen kan doen.
Neen de wereld in een klap goed maken kunnen wij niet maar
wel kunnen wij aan diakonie doen, mensen hoop geven,
gezinnen (ja het zijn er maar een paar) ondersteunen.
Wel kunnen we mensen troosten aan het ziekbed
en het sterven van mensen bijlichten met hoop.

De kerk verkondigt terecht dat er hoop is voor de mensen.
Dat zie ik als bruidsparen elkaar hun jawoord geven,
als ik vaders en moeders hun kinderen zie knuffelen bij de doop.
God is de Goede Herder van ons mensen
die ons samenbrengt en het werk van zijn handen nooit loslaat.

De kerk hoeft niet machtig te zijn:
hoe bescheidener hoe beter
maar wel gastvrij en open naar zoveel mogelijk mensen.

Niet veroordelend maar eerbiedig kijkend naar
datgene wat God al met mensen aan het doen is
zonder dat wij van de kerk dat wisten.

We zijn een kerk die fouten maakt
dat is altijd zo geweest maar zo kan God des te beter laten zien
dat het niet van onze plannen afhangt of het wat wordt
maar Hij kan tonen dat Zijn Geest overal aanwezig is
onder alle mensen van goede wil.

Wij hebben de plicht om duidelijk te spreken
ook al lijkt het nergens op te slaan.

Op de zondag toen er 600 vluchtelingen op zee omkwamen
klonk het evangelieverhaal over de wanhopige leerlingen
die 5000 man achter zich aan hebben:
ze weten er geen raad mee en zeggen: laat ze gaan.
Jesus woedend: STUUR NIEMAND WEG!
Dat moeten wij ook zeggen.
Al er zijn er schijnbaar hopeloos veel: STUUR NIEMAND WEG

Duidelijk spreken dus. En handelen
en als dat niet lukt weet God zelfs raad met matheid en lusteloosheid,
ja kan zelfs de dood overwinnen.

In de opwekkingsverhalen belijdt de christelijke oergemeente
dat allen die de Messias mogen ontmoeten
met Hem op weg zijn naar het leven.
Door ons met deze Jezus toe te vertrouwen aan God,
zullen wij merken dat de dingen uiteindelijk toegroeien
naar wat God heeft bedoeld.

In de nieuwtestamentische verkondiging is er ook nog de wetenschap
dat de Messias zelf op de grond in de hof van Olijven wanhopig was
en zelfs is nedergedaald ter helle, naar die uiterste grimmigheid en onverbiddelijkheid van de dood.

Hij heeft zelf de doodsnood in alle poriën van zijn lichaam ondergaan
en gesmeekt dat die beker aan Hem voorbij zou gaan.
Jezus toonde zich aanzienlijk meer geschokt en angstiger
dan Socrates die onbewogen de gifbeker dronk.

Jezus neemt de menselijke onmacht en ons verdriet ernstig
maar omdat Hij staat aan de kant van de Heer van het leven,
kan Hij bij het dochtertje van Jaïrus zeggen dat ze slaapt,
en in Naïn bevelen: ‘Jongen, Ik zeg je, sta op!’

De majesteit van Gods handelen wordt op deze wijze zichtbaar.

Het evangelie dat wij samen verkondigen met al onze collega’s
en dat alle parochianen in hun eigen leven gestalte geven
-ze doen dat als gezegd vaak beter dan hun voorgangers-
is niet door mensen uitgedacht.
Paulus zegt dat tot zijn lastige Galaten.

Het is ook niet van een mens ontvangen of geleerd
-hoewel diegenen die ons voorgingen
en die ik aan het begin noemde wel hebben bemiddeld-
het is ons gegeven door de openbaring van Jesus Christus
die voor ons geleden heeft, die voor ons gestorven is
en als Voorganger met een grote V
ons voorgaat op weg naar het nieuwe leven.

Wij bidden dat Zijn Koninkrijk mag komen in onze dagen
dat wij samen trouw aan onze opdracht verdergaan.

Wij allen, de stoere jongens, mannen, meisjes en puellae van het koor
u allen ouderen en kinderen, mannen en vrouwen
Wat heb ik veel van u geleerd!

God heeft jullie allemaal nodig en mij ook
alleen maar om dat te vertellen.
Dat probeerde ik weer vandaag
God zegene ons allen!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Sacramentsdag: Anderen tot zegen zijn

[print]

Sacramentsdag.

Schriftlezingen:

  • Genesis 14, 18-20

  • Lucas 9,10-17

Katholieke mensen van boven de 40 kennen hem goed.
In iedere Eucharistieviering klonk zijn naam
die tegenwoordig nog maar in één van de eucharistische gebeden mag klinken:
MELCHISEDEK.
Bij priesterfeesten zong het koor:
‘TU ES SACERDOS SECUNDUM ORDINEM MELCHISECH’.
Zijn naam betekent: KONING VAN HET RECHT.
Maar wie hij precies was?
In veel oude Romaanse kerken prijkt hij ergens in het priesterkoor…
en altijd afgebeeld met twee belangrijke attributen:
hij komt de toeschouwer tegemoet met in zijn handen brood en wijn.
Wie was hij? We lezen over hem in het Abraham-verhaal,
het verhaal van de eerste gelovige.
Hij heet ‘KONING VAN SALEM’,
het bekende SALEM uit ‘SALEM-ALEIKUM,’
de Arabische vredesgroet;
Melchisedek was koning van de vredesstad.
De man van het recht was koning over een vredes-plaats.

Volgens de rabbijnen was hij koning
over de plaats waar later de tempel gebouwd zou worden
of -wat weidser gezien- koning van Jeruzalem.
Hij verschijnt hier voordat er überhaupt sprake is van tempel en godsdienst
als een totaal nieuwe figuur in het hele bijbelse theater,
als je dat zo oneerbiedig noemen mag.

In de Hebreeënbrief wordt verteld dat hij ‘geen vader of moeder had’ .
Bedoeld is dat hij een beetje te mooi voor deze wereld lijkt
en daarom maar als een soort engel zonder aardse ouders wordt beschreven.
Daarmee doe je hem een beetje onrecht
want hij staat juist te boek als een goed mens,
gelukkig dat die er ook nog zijn, een mens waarmee God beginnen kan.

Hij biedt brood en wijn aan,
aan de zwervende Abraham
en hij spreekt hem zegenrijke woorden toe.
Een soort dienst van woord en tafel maar dan achterstevoren.
Hij zegent hem en als hij deze zegen heeft ontvangen
kan Abraham op zijn beurt zegen gaan uitdelen.
Zegen is er om doorgegeven te worden.
Wij zijn immers ook samen kerk om alles te delen,
de Geest die ons op de goede weg houdt maar ook concreter,
ons lijf en ons goed. En daar zijn brood en wijn de tekenen van.

Als Jesus met zijn vrienden maaltijd houdt
spreekt hij de mysterieuze woorden die wij iedere keer weer
in stilte en met huiver aanhoren:
‘dit is mijn lichaam voor jullie’.
Zijn lijf, zijn leven voor ons gebroken en gedeeld.

Dat Hij zijn leven geven wil wordt
heel zijn leven door al bewezen door zijn daden.
Door zijn liefde, door zijn trouw.
Door zijn aandacht voor mensen,
door zijn dienstbaarheid voor de zieken.
Door zijn woorden als Hij neerknielt bij de blinde van Jericho en zegt:
‘wat wil jij dat ik voor jou zal doen.’

Het laatste avondmaal begint ook met zo’n teken,
het teken dat wij op witte donderdag
-de eigenlijke Sacramentsdag- herdachten:
hij knielt neer voor zijn vrienden en wast hen de voeten.
Zo zegt Hij, al doende:
‘Ik ben er voor jullie: dit is mijn leven
ik leef het en ik geef het voor jullie.’
In dit geven, dit breken en dit delen gaat het
over een wonderlijke nieuwe manier van mens zijn
waar om heen zich een nieuwe mensengemeenschap kan gaan vormen.

Melchisedek brak zijn brood en deelt zijn wijn
met Abraham, de zwervende arameeër.
Jesus doet dat tijdens het laatste avondmaal
met een groep volgelingen in angst en beven bijeen.
Om hen de volle betekenis te leren
had Hij eerder met zijn leerlingen,
had Hij eerder al de maaltijd gehouden met de 5000 mensen.
Laten we ons niet vergapen op het wonder alleen maar vooral op het teken letten.
Het verhaal van de spijziging van de 5000 is een les.
De kern van die les wordt ons in het verhaal spoedig onthuld.
De leerlingen schrikken van al die mensen en willen ze wegsturen.
Maar dat is tegen de wil van de Heer: ‘zeg dat ze
gaan zitten.’ Niemand mag ‘van Jesus weg’ gestuurd worden.
Dat is tegen de geest van het Koninkrijk.
Niemand wordt weggestuurd.

Sommigen gáán weg, uit zichzelf:
de rijke jongeling bijvoorbeeld die zo schrikt
als Jesus zeg dat hij alles moet gaan verkopen wat hij bezit.
Eén keer maar lezen we (in de handelingen van de apostelen)
over een echtpaar dat weggestuurd wordt:
omdat zij weigerden te delen.
Maar dat is dan ook de enige echte reden
waarom iemand weggestuurd mag worden:
als wij weigeren te delen.

Het brood en de wijn die Hij ons aanreikt
worden niet onthouden aan de zondaars,
dat zijn wij immers allen.
De gaven zijn bedoeld als voedsel voor onderweg
en opdat wij de tekenen verstaan; in hun volste betekenis.
In de oude kerk was er een hele discussie gaande
wanneer het brood en wijn
nu werkelijk veranderden in het lichaam en bloed van Christus.
Daar waren verschillende theorieën over. Sommigen zeiden:
‘dat gebeurt bij het vertellen van het instellingsverhaal’
dat is de idee zoals wij die beleven.
Maar vele kerkvaders hadden andere ideeën.
Ze zeiden: dat gebeurt pas als door alle aanwezigen samen
het Onze Vader gebeden wordt,
want dan -als wij ons gezamenlijk tot de Vader wenden-
zijn we pas gemeenschap rond Christus
en geldt het ‘waar twee of die in mijn naam bijeen zijn’ pas werkelijk.
Weer anderen zeiden:
‘Hij is pas werkelijk in ons midden als de vredesgroet wordt uitgewisseld
en het Brood gebroken wordt’
want dan blijkt pas werkelijk dat wij gemeenschap rond Jesus willen zijn.
Ik vertel u dat niet om u in de war te brengen
maar om aan te geven dat de viering van de Eucharistie een geheel is:
een viering van woord en teken, van de herinnering aan de levende Heer
en een nadoen van de levende Heer door te breken en te delen.
En het belangrijkste zal dan de vraag zijn
of het teken in ons hele dagelijkse handelen zijn vervolg krijgt.
Want anders hoeft het niet.

Van de allereerste christenen werd gezegd
dat zij alles gemeenschappelijk hadden,
-letterlijk staat er ze waren één lichaam, één lichaam van Christus-.
In dat ene lichaam was er niemand die gebrek had
omdat zij alles deelden, dat zij zorgden voor de armen.
Ze gingen naar de tempel om de woorddienst te horen
en braken het brood van de Eucharistie
in een of ander huis waar zij hun vriendschap vierden.
En de buitenwereld keek toe en zei:
‘ZIET HOE DIE ELKAAR LIEFHEBBEN’.

De viering van Sacramentsdag
als een aparte dag buiten de goede week is nuttig
opdat wij ons nadat alle feesten gevierd zijn
met des te meer nadruk op de oude idealen kunnen gaan richten.
De Pinkstergeest jaagt ons -als het goed is-
op ons als kerk van vandaag wat meer
op de oudste christengemeenschap te oriënteren.
Zo zal dan in onze parochiegemeenschap maar hopelijk ook daarbuiten
waar kunnen worden wat wij in de oude hymne
die op de witte donderdag klonk bezongen vinden:
UBI CARITAS ET AMOR – WAAR LIEFDE IS EN VRIENDSCHAP –
IBI DEUS EST – DAAR IS GOD!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor