• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl
12274458_965345163545490_7489392163552587488_c

All posts by Maarten Kools

Ter introductie

Geen mooiere plaats dan op de steigers en dat geldt zeker voor de nieuwe Bavo! Maar ... waar zou dit zijn en wat zie je hier eigenlijk? (foto BvHH 2013).

Geen mooiere plaats dan op de steigers en dat geldt zeker voor de nieuwe Bavo! Maar … waar zou dit zijn en wat zie je hier eigenlijk? (foto BvHH 2013).

Vorige week zijn we gestart met een serie over kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo. Een mooie aanleiding was de feestdag van Cecilia, die in de kathedraal vereeuwigd is met een prachtige sluitsteen. Voor we daarmee verder gaan willen we de auteur van de serie introduceren: Bernadette van Hellenberg Hubar.

Wie met enige regelmaat in de kathedraal komt heeft haar vast al eens rond zien wandelen: geconcentreerd, met een schriftje in haar hand, maakt ze aantekeningen over wat ze in het gebouw aantreft. De kathedraal zelf is immers de belangrijkste bron voor het boek dat ze aan het schrijven is en dat in het voorjaar van 2016 uitkomt: Ad orientem | Gericht op het oosten gaat het heten.

Met deze serie, waarin de auteur ook haar passie voor raadseltjes tot uitdrukking brengt, willen we het nieuwe boek over onze kathedraal extra aandacht geven. Niet alleen, omdat we hopen dat zoveel mogelijk mensen het straks gaan lezen, maar ook vanwege de bibliofiele uitgave, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de kathedraal.

Weet u het nog:

Korting van € 10,00
Op dit moment kan het boek besteld worden tegen een prijs van € 39,95 per exemplaar. Na het verschijnen, voorjaar 2016, wordt dit € 49,95.
Het boek is te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres vermelden).

Bibliofiel exemplaar ten bate van de restauratie
Het is ook mogelijk om in te tekenen op een aparte editie, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie
van de kathedraal. De ondergrens is € 100,00 per exemplaar, waarbij de naam van de begunstiger in het boek vermeld wordt. Meer dan € 100,00 mag natuurlijk ook! Alle begunstigers krijgen een gesigneerd exemplaar uit de aparte, genummerde serie. Graag aanmelden via: NieuweBavo@gmail.com.

Terug naar de auteur over wie we het volgende kunnen vertellen:

Bernadette van Hellenberg Hubar (1956) heeft kunstgeschiedenis gestudeerd aan de Rijksuniversiteit van Utrecht. In 1984 heeft ze samen met een jurist en enkele kunsthistorici, onder wie Wies van Leeuwen, het Cuypersgenootschap opgericht. In die tijd was het nog heel normaal om gebouwen van Pierre Cuypers, de vader van Joseph Cuypers, te slopen of van zijn uitmonstering te ontdoen. Concrete aanleiding was de inrichting van de Servaaskerk in Maastricht, die het genootschap jammer genoeg niet heeft kunnen behouden.

Met andere projecten ging het heel wat beter, reden waarom het Cuypersgenootschap in 1997 de Prins Bernhardfondsprijs ontving. Naast het actievoeren voor het behoud van negentiende en vroeg twintigste-eeuws cultuurgoed, deed Bernadette van Hellenberg Hubar onderzoek naar het beeldprogramma van de voorgevel van het Rijksmuseum, een coproductie van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en Victor de Stuers. Dit leidde in 1995 tot een proefschrift dat bekroond werd met de Karel van Manderprijs (1997). Voordat ze in 2013 met de nieuwe Bavo startte is de auteur vanaf 2011 bezig geweest met een grote opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed die resulteerde in het boek De genade van de steiger. Monumentale schilderkunst in het interbellum.

Aan de buitenkant van de nieuwe Bavo is het één groot kleurenfeest. Daarover gaat Bernadette van Hellenberg Hubar (hier aan het fotograferen) zeker nog een verhaal schrijven. De buitenpolychromie neemt een belangrijke plaats in in het nieuwe boek over de kathedraal (foto Leo Reijnen 2015).

Aan de buitenkant van de nieuwe Bavo is het één groot kleurenfeest. Daarover gaat Bernadette van Hellenberg Hubar (hier aan het fotograferen) zeker nog een verhaal schrijven. De buitenpolychromie neemt een belangrijke plaats in in het nieuwe boek over de kathedraal (foto Leo Reijnen 2015).

Een mens kan niet alleen werken, ontspanning hoort erbij. Die zoekt Bernadette in de natuurgebieden rond haar huis, waar ze iedere dag met de hond wandelt. Daarnaast houdt ze van puzzelen, Scandinavische detectives en vindt ze het heerlijk om af en toe een gedichtenbundel te schrijven. Wil je meer weten van haar? Kijk op haar website, www.vanhellenberghubar.org, of volg haar via Facebook.

Bronnen

  • Ad orientem | Gericht op het oosten wordt uitgegeven door WBOOKS te Zwolle, in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo. Het boek komt tot stand op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed te Amersfoort.
  • Voor meer informatie over het boek en de bibliofiele uitgave surf naar de website van de kathedraal: http://www.rkbavo.nl/categorie/ad-orientem/
  • Voor een uitgebreide samenvatting van Ad orientem | Gericht op het oosten zie http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo
  • Voor het Cuypersgenootschap volg www.cuypersgenootschap.nl

Overige berichten in deze serie

29 november: Geen paniek!

[print]

Eerste Zondag van de Advent

Schriftlezingen:

  • Jeremia 33,14-16; Jeruzalem nieuw

  • Lucas 21,25-36; Heft uw hoofden op

We zullen het weer gaan meemaken na deze week:
zo gauw de Sint zijn hielen gelicht heeft
worden in Haarlem, de gezelligste winkelstad van Nederland,
de etalages allemaal omgebouwd.
De baard van Sint wordt door engelenhaar vervangen:
de in goudpapier verpakte lege etalagepakjes van de Sint
worden vervangen door dennengroen
en de Sint zelf wordt omgebouwd tot kerstman.

Men heeft er buiten dit kerkgebouw geen vermoeden van
hoe heilzaam het is, om nog zonder dennengroen en engelenhaar,
sober deze vier weken lang, rustig Advent te vieren.
Hier krijgen we nog de tijd om zonder premature kerstsfeer
ons echt voor te bereiden op de dingen die komen gaan
en te leren hoe wij het nieuwe burgerlijke jaar 2016
goed gevormd in te gaan.

Advent is de tijd van bezorgdheid en waakzaamheid
altijd beseffende dat het op deze wereld toch nog iets worden kan.
Advent is de tijd van de verwachting.
Een levenshouding waarin de kinderen ons in deze dagen voorgaan:
vol verwachting klopt ons hart!
Wij leven als gelovigen samen in verwachting:
in de grote verwachting
de verwachting van GODS NIEUWE TOEKOMST.

Als je naar deze wereld kijkt,
dan kun je twee dingen doen.
Je wendt je ogen af, je sluit je af, je droomt weg… je vlucht
of je blijft kijken
en je probeert te begrijpen wat je ziet,
je vraagt jezelf af waarom gebeurt wat er gebeurt.

Je wilt het weten want deze wereld is jouw zaak;
of je wilt het niet weten
want deze wereld is jouw zaak niet..
Wij praten wel veel over de toekomst van onze wereld
maar helaas … al te veel als toeschouwers,
als buitenstaanders…

En als buitenstaanders vormen wij dan ook vaak
een kritisch sikkeneurig publiek.

We zeggen bijvoorbeeld:
het gaat steeds slechter of ‘het zal mijn tijd wel uitduren.’

De profeet Jeremia wijst ons
op de kracht van het woord van God
DAT WERKELIJKHEID WORDT.

Het zijn niet zomaar beloftes
maar toezeggingen vanwege de Schepper van hemel en aarde!

Maar vertelt het evangelie ons niet erg eng
over rampen en akeligheid?
Omdat we allemaal graag paniek-journalisten zijn
valt ons dat extra op en kijken we speciaal naar de griezelige details.

Maar de evangelist Lucas zou krachtig protesteren:
“ik wil helemaal niet over die rampen praten
maar juist over het nieuwe
dat er dwars door alle ellende heen doorbreekt.
Hef je hoofd omhoog
(ik denk er altijd bij ‘Sammie’)
want je redding nadert: er is hoop!”

Nog even nadenkend over
de rampen die het evangelie van deze zondag ons voorhield.
Het zijn geen angstvisioenen
om mensen de stuipen op het lijf te jagen.
Evenmin zijn het voorspellingen
waarmee je onder het motto ‘de bijbel heeft toch gelijk’
anderen kunt bestoken.
Of invuloefeningen à la de raadselspreuken van Nostradamus.

Hier wordt allereerst nagedacht over een historisch, gebeuren:
de rampzalige verwoesting van Jeruzalem
door de Romeinse cohorten in het jaar 70,
de ondergang van de Joodse staat
en de verstrooiing van Israël onder de volken
het begin van de martelgang die uiteindelijk
naar de ghetto’s en de vernietigingskampen zou leiden.

De evangelies zijn geschreven even voor of kort na dit gebeuren
en, net nog steeds bezig zijn met de ramp van de 2e wereldoorlog
zo worden de lezers van het evangelie
ook nog even herinnerd aan die catastrofe
en de latere lezer vult dat aan
met alle gruwelen die hij zelf heeft meegemaakt.

Maar een aandachtig lezer en theoloog merkte op
dat precies op de helft van deze tekst, een omslag plaats vindt.
Het ondergangs-scenario wordt visioen van een nieuwe toekomst.

Na de zevende regel waarin geschreven staat
hoe de grondvesten van het heelal zullen wankelen lezen wij:
‘dan zal er groot licht zijn
en zullen zij de mensenzoon zien komend op de wolken’.

Ik citeer de theoloog (Schillebeeckx) nu even:
‘Zoals de God van Israël
-de God-bevrijder van de Uittocht, de uit-redding-
als een kolom van wolken voor het volk uitging
en als een vuur zijn mensen bijlichtte in de nacht:
zo zal de Mensenzoon komen
op een kolom van wolken, met macht en groot licht,
de mens zoals hij zijn moet: de nieuwe Adam.’

‘Waakt over jezelf’ eindigt de tekst van vandaag,
‘zodat je hart niet vadsig wordt van het drinken en het eten.

Deze wereld
-wil Jesus middels de evangelist zijn hoorders leren- is jouw zaak,
wat hier geschiedt heeft met jou te maken.

Alle leed dat er geleden wordt,
iedere smartenkreet die klinkt
is er om jou wakker te maken opdat je ziet wat er gebeurt,
opdat je ontmaskert wat er fout is hier
en optreedt, handelt, kiest.

‘Word ook niet onderhorig aan bezit’.
De bezitlozen hebben niets en je zou denken
dat die de hele dag aan niets anders denken
maar dat is niet waar. Ze gaan ons voor in levenskunst,
en roepen ons op om eerlijk te delen.

Advent is de tijd van de actie van Solidaridad
voor Zuid Amerika, van meer aandacht voor elkaar
van zoeken naar de dingen die voor jou persoonlijk belangrijk zijn
van opnieuw beginnen:
bezorgd over de dingen die fout zijn
maar wakker zoekend naar mogelijkheden om
de situatie op deze wereld te verbeteren.

Als je bezorgd maar vooral tegelijk wakker bent
ben je in staat te ontkomen
aan alles wat er gebeuren zal
en aan de vernietigende werking, de doodsmacht van de feiten.
Je zult dan niet meer meeschamperen met allen
die de mens wel door hebben
maar, oog in oog met het visioen van de nieuwe mens,
rechtop staan en stand houden.
Dan zul je ook niet meer spreken over het ‘einde der wereld’
maar over de ‘voleinding’, de voltooiing
ofwel het begin van het koninkrijk der hemelen
dat nu nog verborgen is
maar door zal breken als wij er voor durven kiezen.
Dat wij allemaal van de partij mogen zijn!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

22 november: Een uniek koningschap

[print]

Christus Koning

Schriftlezingen:

  • Daniël 7,13-14

  • Apokalyps 1,5-8

  • Johannes 18,33-37

‘In die tijd riep Pilatus Jesus bij zich
en zei tot Hem: ‘zijt gij de koning der joden?’
Pilatus weet als hij dat vraagt waar hij het over heeft.
De invloed van Jesus op de gewone mensen in Israël
is voor Pilatus en zijn keizer zeer bedreigend.

Het is bekend dat de evangelisten de Romeinse Pilatus
doorgaans sparen ….. waarschijnlijk uit angst
voor Romeinse represailles tegen de jonge christengemeenten.
Maar Pilatus deugde van geen kanten..
hij was een ordinaire machtswellusteling
en heeft honderden mensen laten vermoorden
bijvoorbeeld toen ze een keer op zijn buitenverblijf
in Caesarea afkwamen om te vragen
of de bronzen Romeinse adelaars van de tempelpoort gehaald mochten worden.
Hij heeft ze allemaal laten afslachten toen.

Pilatus ons bekend als ‘handenwasser’ en aarzelaar
was in werkelijkheid een bloeddorstig tiran, zeer trouw handlanger van de keizer
en de vertegenwoordiger van een onderdrukkend systeem
en hij zal dan ook alles doen om dat te redden.

Pilatus de corrupte machthebber, de moordenaar
wordt in onze geloofsbelijdenis genoemd.
Niet alleen om te weten in wat voor tijd Jesus stierf
maar vooral om te horen DOOR WIENS HAND Jesus stierf.
Hij (Pilatus) was de hoofdverantwoordelijke
voor de moord op Jesus.
Zijn oordeel is het dat Jesus’ dood heeft betekend,
zijn soldaten waren het die Jesus bespotten,
zijn soldaten dobbelden om Jesus’ kleren en
zijn soldaten sloegen Jesus aan het kruis.

Pilatus is de vertegenwoordiger van de keizer
met alles waar die voor staat.

Pilatus maakt listig gebruik van enkele
met de Romeinen collaborerende joden
uit de laagste en de hoogste klassen.
Er is maar één macht die erkend mag worden
en dat is die van de keizer.
Jesus’ invloed op de gewone mensen van Israël
is voor Pilatus en zijn keizer zeer bedreigend: hij moet dood!

Pilatus’ vraag aan Jesus
‘bent u de koning der joden?’
is daarom buitengewoon uitgekookt
en het is voor Jesus levensgevaarlijk
hem onmiddellijk met ja te beantwoorden.
Zijn vraagt houdt in:
‘wil jij de keizer en zijn zetbazen vervangen
en zelf de koningsmacht naar jou toe trekken?
Ben jij de koning der joden?’

Wat Pilatus niet weet
is dat de Joodse Bijbel
zo vreselijk kritisch staat
tegen elk koningschap
van wie ook.

In Israël mocht eerst geen koning zijn
en toen die toch kwam moest hij wel
‘onder curatele’ staan van een profeet.
Jesus koning noemen ligt dan ook niet voor de hand.

Dat Jesus zelf het koningschap geambieerd heeft
is uitermate onwaarschijnlijk.
Hij vluchtte immers weg toen mensen Hem
(na de broodvermenigvuldiging) tot koning willen uitroepen.
Hij wilde helemaal geen koning zijn.

Pas als Hij ontluisterd en gemarteld,
weerloos voor Pilatus staat geeft Hij
-en dan nog pas na zijn aandringen- toe
in een bepaalde zin koning te zijn.

Een koning zonder paleis
(Hij had geen steen om zijn hoofd op te leggen)
een koning zonder aardse macht
(Hij kwam om te dienen).

Een koning namens de God van Israël
dus een bijzonder soort koning.
Als Jesus zegt: ‘koning ben ik
doelt Hij op een andere machtsstructuur dan die Pilatus kent:

‘Mijn koningschap is niet van deze wereld.

Dat laatste woord
(‘mijn koningschap is niet van hier’)
is niet een aanduiding
van een koningschap van Jesus in de hemelse sferen
maar een getuigenis van Zijn andere manier
van getuige van Gods koningschap zijn op aarde.

Hij wil alleen zelf alleen maar koningszoon zijn als knecht.
Als dienaar van de Vader die heersen zal
door de kracht van de LIEFDE.

En zo heeft hij de trekken gekregen
van die Mensenzoon waar Daniël in een tijd van onmenselijkheid over droomde.
We spraken de vorige week over de verdrukking van toen,
de ballingschap, een tijd waarin ze alleen nog maar
aan de rivieren van Babel konden zitten wenen.
De soldaten vroegen om een liedje uit Sion
maar ze konden het niet…
zingen in een gevangenkamp gaat moeilijk.

In die ellende droomt Daniël over
de nieuwe mens, die het aanschijn der aarde zal veranderen.

Wij geloven dat Jesus die nieuwe mens is,
de eersteling van een nieuwe mensheid.

Hij had het toegegeven:
‘JA KONING BEN IK PILATUS
en dan wil ik dat zijn van de Joden,
het volk dat jij vertrapt hebt:
Koning ben ik van alle verdrukten
en geminachten.
Als wij Jesus op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar
tot koning uitroepen op dit merkwaardige Christus Koningfeest
dienen we wel heel goed te beseffen
hoe deze koning koning was: als een knecht.
Koning van alle ten onrechte aangeklaagden.
Koning van allen die gemarteld worden en nog zullen worden.
Koning met een doornenkroon.

En als wij Hem als koning aanvaarden
zal dat een andere manier van mens zijn voor ons inhouden.
We zullen niet meer zweren bij wat geweldig is en indrukwekkend
maar zoeken naar de zin van ons bestaan.

De mensheid ontdekt radeloos
dat alles wat zo waardevol lijkt op het eerste gezicht…
dat vaak niet is.
Dat geld en welvaart alleen niet gelukkig maken.

Een moderne filosoof zei:
‘laten wij toch alsjeblieft niet meer blijven spreken
over de crisis van het geloof’
-het geloof heeft zijn kracht,
zijn eigen waarde en zal die blijven houden-
maar we mogen spreken van
EEN CRISIS VAN HET ONGELOOF.’

De mensheid, en de jeugd gaat voorop-
gaat op zoek.
Ze zoeken naar kracht en zin in hun bestaan.

En waar vindt je die?

Het is goedkoop om nu te zeggen:
‘het antwoord is eenvoudig: zoek het bij Jesus
dan zul je rust vinden en troost’.
Zeker, het is juist om dat te zeggen
maar ieder mens zal zelf die ontdekking moeten doen.

En wij die Hem al lang als onze koning belijden
doen niet voldoende als wij alleen maar zeggen:
‘gaan jullie toch vlug naar Jesus’.

Wij zullen ZELF Jesus moeten verkondigen
door Hem ook werkelijk na te volgen en te doen als Hij.
Door er meer op uit te zijn
te troosten dan getroost te worden,
te begrijpen dan om begrepen te worden,
te beminnen dan om bemind te worden.

Vandaag zijn wij als parochie op de laatste zondag van het kerkelijk jaar bijeen:
we hebben allemaal onze eigen idealen
wij hebben allemaal onze eigen mogelijkheden,
als pastor, als gehuwde, als ongehuwde,
als oudere als jongere.

En het is zinvol ons kerkelijk jaar te eindigen
met voornemens van een nieuwe begin
zoals Franciscus – de patroon van onze Paus- ons voorbad:

Heer, maak mij tot een werktuig van Uw vrede.
Laat mij waar haat is liefde brengen,
waar onrecht is tot vergeving stemmen,
waar verdeeldheid is eendracht stichten,
waar dwaling is echtheid tonen,
waar wanhoop is, hoop wekken,
waar droefheid is vreugde brengen
waar duisternis is licht ontsteken.

Dat wij daar voor elkaar in staat toe zijn,
tot zegen van elkaar,
dat geve God!

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

De sluitsteen van Cecilia in de Nieuwe Bavo (feestdag 22 november)

Sluitsteen met het monogram van Cecilia in de nieuwe Bavo (foto Beeldbank RCE-Margaretha Svensson).

Sluitsteen met het monogram van Cecilia in de nieuwe Bavo (foto Beeldbank RCE-Margaretha Svensson).

De sluitsteen van Cecilia past bij uitstek in de serie verborgen schoonheden in de nieuwe Bavo. Je kunt vast raden waar het zit, als ik je vertel waar de initialen voor staan: Cecilia die op 22 november haar feestdag heeft. Alleen de eerste vier letters die haast aan elkaar geregen worden door een S, van sancta uiteraard. Joseph Cuypers heeft dit op een aparte manier gedaan, want het gaat hier om een sluitsteen die je overal ziet waar gewelfribben elkaar ontmoeten (alweer een hint dus, want dat betekent omhoog kijken). Meestal zijn de sluitstenen rond, maar hier heeft hij er een soort kussentje van gemaakt. Probeer eens met je ogen het patroon van het fraai gestrikte lint te volgen, waar in de kwasten gouddraad lijkt te zijn verwerkt. Rond de gouden letters op het blauwe fluweel – want zo stel ik me dat voor – is een lauwerkrans gevlochten. Dat herinnert aan de ene kant aan de Romeinse herkomst van Cecilia en aan de andere kant aan haar martelaarschap.

Het interessante van kerkelijke kunst is dat ze ons als een tijdcapsule terugbrengt naar momenten lang geleden, in dit geval naar Rome anno 223. Hoe zou het daar toen zijn geweest. Als je het verhaal van Cecilia in de ‘Legenda aurea’ leest, waren het geen rustige tijden, want ze werd immers gedood vanwege haar geloof. In de eerste eeuwen van het christendom ging het op en af met de vervolgingen, ook al was het geloof al vrij snel doorgedrongen tot de hogere regionen van de maatschappij. Cecilia is wat dat betreft een mooi voorbeeld, want zij kwam, zoals de ‘Legenda aurea’ vertelt, uit een nobel geslacht.

In dit verhaal is ook de aardige misinterpretatie opgenomen die er toe leidde dat Cecilia de patrones van de muziek werd. Het gaat om één zin uit de oorspronkelijke legende, waarin staat dat ze tot God zong, terwijl de muziek van haar bruiloft opklonk. De passage ‘cantantibus organis’ (=klinkende muziekinstrumenten) werd veel later zo begrepen dat zij tot God bad, terwijl ze het orgel liet zingen. Zo heeft ze Gregorius als originele patroon van de muziek weten te verdringen. Het aardige is dat ook hij in de nieuwe Bavo aanwezig is, en als je hem hebt gevonden ben je behoorlijk dicht in de buurt van deze sluitsteen. Overigens had de architect wel iets met Cecilia, maar daarover vertel ik een andere keer.

Bronnen

  • Akker s.j, Dries van den, en Albert Gerritsen, Heiligen, op: www.heiligen.net (vanaf 2007), zoekterm Cecilia.
  • Beeldbank RCE, zoektermen: Bavo, Margaretha Svensson.
  • Caxton, William, The Golden Legend or Lives of the Saints. Compiled by Jacobus de Voragine, Archbishop of Genoa, 1275. First Edition Published 1470. Englished by William Caxton, First Edition 1483, Edited by F.S. Ellis, Temple Classics, 1900 (Reprinted 1922, 1931.) | bit.ly/Legenda-aurea, zoekterm Cecilia.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg , Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016.
  • Wursten, Dick, ‘St. Caecilia – patrones der muziek en muzikanten’, op: dick.wursten.be, http://www.dick.wursten.be/caecilia.htm (2015).

Overige berichten in deze serie

15 november: Door krisissen heen

[print]

33e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Daniël 12,1-9; Het teken van de Mensenzoon

  • Marcus 13, 24-32; Toch is de zomer nabij

De wereld roept om recht: om Sjaloom.
Het evangelie geeft ons een zware opdracht:
wij moeten aan die vrede bouwen: een prioriteit!
Dat verdraagt geen compromissen.
Zeker, we mogen, ja we moeten zorgen voor ons zelf.
Maar iedere keer worden we doorverwezen:
om er vooral te zijn voor de anderen, onze naasten,
de mensen in onze buurt:
onze partners, onze ouders , onze kinderen onze vrienden.

En tegenwoordig is de familie
waar we verantwoordelijkheid voor dragen nog groter:
we reizen met het grootste gemak rond naar Indonesië,
naar Afrika, jongelui gaan op huwelijksreis
naar Sri-Lanka of de Dominicaanse Republiek:
de hele wereld is ons thuisland geworden.

Als kerk hebben we niet meer de kracht
om getalsmatig, met wapperende gewaden present te zijn.
Maar we kunnen des te efficiënter aanwezig zijn,
onopvallend als de weduwe met haar penninkje
over wie wij de vorige week, op de diakonale zondag, spraken.

De arme weduwe met haar bescheiden teken
heeft de vorige week eigenlijk de preek verzorgd
en de wezenlijke verkondiging voor haar rekening genomen.
Ze gaf in het tempelofferblok haar laatste centen,
alles wat ze nog had.

Jesus zag dit kleine gebeuren
en wees zijn leerlingen op deze belangrijke daad
en daarna spreekt Hij over de grote dingen
en gaat Hij zijn leerlingen voorbereiden op de laatste dingen
en over het eindoordeel spreken.
De grote vraag is daarbij: ‘zal het nog wat worden op deze aarde?’
Jesus citeert daarbij de visioenen van Daniël.

Daniël schreef hij zijn visioenen op in een tijd van verdrukking van zijn volk
tijdens de ballingschap in Babel. Ik citeer:
De grote vorst MICHAEL zal opstaan
om de kinderen van Gods volk te beschermen.
Er zal een grote nood zijn
maar al degenen die opgetekend staan in het boek des levens
zullen worden gered en de getrouwen zullen stralen
als de glans van het uitspansel
en diegenen die de mensen tot gerechtigheid hebben gebracht
zullen schitteren als sterren voor eeuwig en immer
‘.
Daniël
die deze visioenen over Michaël opschreef,
doorzag dat de machten van het kwaad
niet voor eeuwig zullen kunnen blijven heersen,
en dat het recht zal zegevieren.

Voor het zover is zal er nog heel wat moeten gebeurden
en we zullen ook nog veel moeten meemaken.

Jesus kondigt al de gruwelijke dingen aan
die gebeuren en nog te gebeuren staan voor het koninkrijk Gods daar is.
Hij doet dat niet om de nieuwsgierigheid
van in onheil en ellende geïnteresseerden te bevredigen
of paniek te zaaien.

De aankondiging is er geheel op gericht
om de leerlingen van Jesus,
een kleine weerloze minderheid,
vooral in het begin
in tijden van vervolging en angst
blij en hoopvol te houden:
te bemoedigen en te sterken in slechte tijden.
Het is een oproep aan de leerlingen
om in de ure des gevaars op hun post te blijven en te volharden.
De grote nadruk ligt op de waakzaamheid,
volharding, trouw aan je opdracht door alles heen.

Maar er is hulp!
Zoals de God van Israël, de God bevrijder,
die van de uittocht, de uit-redding,
als een kolom voor het volk uitging
en het volk als een vuur bijlichtte in de nacht
— zo zal de mensenzoon, het mensenkind, komen
op een kolom van wolken, met macht en groot licht.

De Mensenzoon die verschijnt is geen engerd
die uit het niets opdoemt maar de nieuwe mens
zoals hij eigenlijk behoort te zijn en zoals Jesus dat is.

Het doel van Zijn komst is
het verzamelen van de uitverkorenen.
Daarbij vallen alle grenzen weg, ze komen uit alle windstreken.

En als er dan staat dat ‘de zon zijn licht niet meer zal geven’
is dat symbolisch bedoeld.

De zon is niet meer nodig -lijkt de evangelist te willen zeggen-
het ware licht zal immers schijnen als Jesus zelf
de Koning zal zijn van vrede en recht.

Er zijn al voortekenen die ons later zien
dat het goed kan worden op aarde.
En dan wordt er ook nog over de vijgenboom gesproken
die gaat uitbotten.

De vijgenboom behoort mét de wijnstok,
tot de edelste gewassen van het nieuw land
waar alles anders zal zijn.
De verspieders hadden in vroeger tijden
immers ook vijgen meegenomen
uit het land van de wijnstokken, melk en honing.

De vijgenboom is minder aansprekend.
Het ‘zitten onder de vijgenboom’
wordt in de joodse spreekwijze
een uitdrukking voor het in vrede leven
en onder die vijgenboom zittend kun je dan
rustig lezen in de boeken van God.
Een vijgenboom is iets anders dan de Hollandse boerenkool
die blijft bij de grond en geeft geen schaduw
de vijgenboom met zijn grote bladeren is imposant
biedt schaduw, overvloedig.

Kort tevoren (in Mc.11,12) had Jesus gezocht
naar de vruchten aan een vijgenboom die verdord was.
Hij wilde zijn leerlingen erop wijzen dat het,
wat Hem betreft, toch wel de tijd van de oogst mocht zijn:
de tijd van de beslissingen!

Jesus zegt dan ook:
‘In jouw dagen moet het gebeuren’.
In jouw dagen zal het gebeuren
die doorbraak van het Koninkrijk
door alle ellende heen.

‘In jouw dagen’ zegt hij. Daarmee bedoelt Jesus:
‘In jouw dagen vallen de beslissingen
Het woord klinkt tot jou die dit hoort:
jouw beslissingen kunnen de loop
van heel de geschiedenis, zo ellendig als ze is,
doen veranderen.

In alle inzet van de rechtvaardigen
en de mensen die wakker voor het goede kiezen
wordt het teken zichtbaar door alles heen:
van de mensenzoon,
DE NIEUWE MENS die zich vertoont.

Voor Marcus was Jesus dat:
maar dan niet als enige nieuwe mens maar als
‘eersteling van de schepping.’
Maar het kan ook zijn dat jij zelf die nieuwe mens bent
daar denken wij aan bij iedere doop.
Dan hopen en bidden wij dat deze nieuwe mensenkinderen
diegenen zullen zijn
die net dat ene stukje goedheid de wereld in brengen
dat de weegschaal die de goede en de slechts dingen tegen elkaar afweegt
met een grote klap naar de goede kant doet overslaan.

We hebben als christenen ons geloof niet
om een rustig leven te kunnen leiden:
we hebben een taak,
een roeping en we zullen er later op beoordeeld worden
of we aan die roeping hebben beantwoord
als de koning tot ons zeggen zal:
‘wat heb je voor je broeder of zuster betekend.’

Onze Heer zal het zelfs zo krachtig zeggen:
‘IK was hongerig, je hebt mij toch wel gespijzigd?
IK had dorst, je hebt me toch wel aan water geholpen;
IK was vreemdeling, azielzoeker,
je hebt me toch wel goed ontvangen,
mij niet verdacht gemaakt
zoals sensatiebladen en sommige mensen
die zich opwerpen als politici dat doen.

IK was ziek, je hebt me toch niet aan mijn lot overgelaten.’
Ik was in de gevangenis:
je hebt mij niet als mens geminacht

IK was dat allemaal.
Wat jij in jouw leven voor de minsten der mijnen hebt nagelaten te doen
heb je mij onthouden
maar wat je wel hebt gedaan.. dat heb je dus voor mij gedaan

Die roeping te dragen is niet makkelijk
maar tegelijkertijd een uitdaging.

We bidden om een efficiënte aanwezigheid
van ons allen, ieder op onze eigen plek
in dienstbaarheid.

We hebben God als onze Supporters met een hoofdletter:
Wij gaan niet alleen door het leven.

Ik citeer tenslotte uit het Joodse morgengebed:
U was er, toen de wereld nog niet geschapen was.
U bent er sinds de wereld geschapen is.
U bent er in de wereld die komen zal.
U gaat vandaag en de komende dagen met ons mee

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Ad orientem | Gericht op het oosten

Vue op de koepel van de nieuwe Bavo met de lege nissen en baldakijnen, welke laatste bestemd waren voor beelden. Foto RCE Beeldbank - Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2014

Vue op de koepel van de nieuwe Bavo met de lege nissen en baldakijnen, welke laatste bestemd waren voor beelden. Foto RCE Beeldbank – Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2014

Voor het eerst sinds ruim een eeuw stond de kathedrale basiliek van Haarlem, beter bekend als de nieuwe Bavo, van binnen en buiten in de steigers. Tijdens de restauratie was er alle gelegenheid om dit ontwerp van Joseph Cuypers (1861-1949) – zoon van Pierre Cuypers – van dichtbij te onderzoeken. Dat leidde tot ontdekkingen die het aanzien van de kathedraal hebben veranderd.

Wat te denken van het herstel van de polychromie aan de buitenkant van traptorens, topgevels en bouwsculptuur die in Nederland zonder weerga is. Of van de blauwe voegen in het interieur en de rijk versierde terracotta’s binnen en buiten. Door de reparatie en de uitbreiding van het glas-in-lood kwam de bijzondere visie van de architect op het licht in deze kerk aan de oppervlakte. Weinig andere vakbroeders waren zo bewust bezig om de atmosfeer van het Hollandse landschap naar binnen te halen.

Maar ook een fenomeen dat al vanaf het ontstaan van de kathedraal zichtbaar was, maar niettemin vrijwel onopgemerkt bleef, kon dankzij de steigers minutieus onderzocht worden: het onvoltooide karakter van de nieuwe Bavo. Achter dit gesamtkunstwerk gaat dan ook een fascinerend programma schuil. Samengevat in de titel Ad orientem (Gericht op het oosten) behelst dit ruim twintig eeuwen cultuur. Dat wordt in dit boek rijk geïllustreerd over het voetlicht gebracht.

Korting van € 10,00

Op dit moment kan het boek besteld worden tegen een prijs van € 39,95 per exemplaar. Na het verschijnen, 29 februari 2016, wordt dit € 49,95.
Het boek is te bestellen via restauratie@rkbavo.nl (graag verzendadres vermelden).

Bibliofiel exemplaar ten bate van de restauratie

Het is ook mogelijk om in te tekenen op een aparte editie, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de kathedraal. De ondergrens is € 100,00 per exemplaar, waarbij de naam van de begunstiger in het boek vermeld wordt. Meer dan € 100,00 mag natuurlijk ook! Alle begunstigers krijgen een gesigneerd exemplaar uit de aparte, genummerde serie. Graag aanmelden via: restauratie@rkbavo.nl.

Specificaties

Er zitten heel wat creaturen in de nieuwe Bavo, waardoor de kathedraal ook wel wat weg heeft van een middeleeuws bestiarium (een encyclopedie van alle wezens onder de zon). Waar zou deze zitten? Foto BvHH 2015

Er zitten heel wat creaturen in de nieuwe Bavo, waardoor de kathedraal ook wel wat weg heeft van een middeleeuws bestiarium (een encyclopedie van alle wezens onder de zon). Waar zou deze zitten? Foto BvHH 2015

Illustraties: circa 250 afbeeldingen in kleur en zwart-wit
ISBN: 978 94 625 8119 7 Uitvoering: gebonden
Bijzonderheden: in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op advies van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed
Aantal pagina’s: 400
Meer informatie: http://bit.ly/Bavo-Ao
Uitgever: WBOOKS in opdracht van de Stichting KathedraleBasiliek Sint Bavo, op advies van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed

Over de auteur

Bernadette van Hellenberg Hubar (1956) leidt als zelfstandig onderzoeker en schrijver haar eigen bureau vanhellenberghubar.org. Eerder publiceerde ze over negentiende en vroeg twintigste-eeuwse iconografie en esthetica, en monumentale schilderkunst uit het interbellum. Voor haar proefschrift Arbeid & Bezieling, over het programma van de voorgevel van het Rijksmuseum, ontving ze in 1997 de Karel van Manderprijs.

8 november: Bescheiden en dienstbaar

[print]

32e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • 1 Koningen 17,10-16; Het laatste mee

  • Marcus 12,38-44; Het muntje van de arme

Het is een ontroerend verhaal, de eerste lezing.
Er is hongersnood in de stad Sarepta.
‘Er was honger in het land’ lezen we.
Iedereen had het slecht.
En dan wordt een weduwe ten tonele gevoerd:
zij had het helemaal slecht.
Een weduwe had het so wie so moeilijk in Israël,
ze was kwetsbaar en had geen steun.
Had ze kinderen dan was er misschien nog toekomst,
ze zouden later voor haar kunnen zorgen.
Maar de zoon van deze weduwe is
even weerloos als zijzelf: er is geen hoop meer.
Met haar kleine jongen
zal ze haar laatste broodje bakken en opeten
en dan is het einde daar.
Op dat moment komt de profeet aangelopen:
ELIA heet hij.
Die naam betekent: GOD IS WERKELIJK DE HEER.
De naam ‘IK ZAL ER ZIJN’ klinkt in zijn naam door.
Maar waar is Hij dan, de Enige,
die gezegd heeft dat Hij het werk van Zijn handen niet loslaat?
Hij lijkt ver
en de vele beden om dagelijks brood hebben niets uitgehaald.

De profeet komt binnen. Om te geven, te redden?
Op het eerste gezicht niet.
Hij komt binnen OM TE VRAGEN.
Hij vraagt om brood.
Wat een on-mens.
Ziet hij dan niet dat deze vrouw
aan het einde van haar mogelijkheden is?

Maar de profeet beveelt: ‘GEEF DEEL!’.
Eigenlijk zegt hij:
‘durf te sterven door het laatste weg te geven wat je hebt.’

Maar het wonder gebeurt.
Neen ik bedoel nog niet de goede afloop
als het meel blijken zal niet op te raken.
Ik bedoel het grote verbazingwekkende feit
dat de weduwe inderdaad haar laatste levensrantsoen weggeeft.

Ze waagt het, te geven.
Ze durft te sterven om te leven, ze waagt en ze wint.

De vrienden van Jesus waren Hem trouw gevolgd.
Tot driemaal toe hadden zij moeten horen wat Hij wilde:
sterven in Jeruzalem.

Sterven voor Zijn mensen.. sterven.. OM TE LEVEN.
‘Dat nooit Heer’ had Petrus meteen al uitgeroepen.
Maar Jesus gaat Zijn weg.. Jeruzalem tegemoet.
Hij gaat Zijn weg van het geven tot het uiterste.

Als Jesus Jeruzalem is binnengekomen
treedt Hij de tempel binnen.
Zo is de Messias in het hart van Zijn stad.

Wie zijn degenen bij wie Hij zich daar thuis voelt?
Neen, niet de tempelgeestelijken
met hun wapperende gewaden die indruk willen maken.
Voor kleine mensen is Hij bereikbaar.

En namens hen treedt een vrouw op, een weduwe,
weer een weduwe.
Ze geeft al wat ze heeft weg
-net als haar voorgangster toen in Sarepta- ;
ze offert van haar armoede
voor het in stand houden van tempel en synagoge.

Ja, ze houdt die werkelijk in stand
-in de ware, de geestelijke betekenis van het woord-
en Jesus prijst haar.
Ze heeft zichzelf gegeven
voor de opbouw van Gods woning onder de mensen.

Wij zijn hier samen in onze tempel.
In onze geschiedenis kennen wij
een voortdurende spanning tussen rijk en arm.

We mogen –al zijn profiteurs met zijn ideeën aan de loop gegaan-
toch nooit vergeten dat op een bepaald moment iemand is opgestaan
een joodse man met Hollandse voorouders,
die een protest in het leven riep
tegen de ongerechtigheid in de wereld: Karl Marx.
Zijn theorie mag dan zijn tijd gehad hebben
en degenen die zeiden hem te volgen hebben het verbruid:
maar de onrust die hem bezielde
mag best onze onrust blijven.
We zullen toch moeten durven zien
dat wij in onze westerse beschaving
door ons groepsegoïsme vaak het beeld
van Israëls God die voor de kleinen koos hebben verduisterd
en de zorg voor de ander, het kernpunt van het christendom,
niet in al zijn veelomvattendheid hebben verstaan.

Het is een bijbelse gedachte
dat de wereld er is voor ons allen.
Niet alleen voor een bepaalde groep
die toevallig op dat moment de baas is
en er dus van profiteren kan en de dienst kan uitmaken
maar de aarde is er voor alle aardbewoners.

De Pausen hebben gelukkig ook duidelijk hun stem laten horen
tegen dit onrecht in de grote encyclieken RERUM NOVARUM en,
40 jaar later, QUADRAGESIMO ANNO.

Deze Paus sluit in al zijn spreken en doen
aan bij die sociale leer van de kerk.
Een kerk die niet dient, dient nergens toe.
Daar denken we aan op onze diakonale zondag.

Er is veel gedaan door christenen. In het klein vooral.
Er is goed gezorgd voor arme en zieke mensen bijvoorbeeld.
Maar er wordt méér gevraagd van gelovigen.
We kunnen niet alleen omzien naar de individuele mensen
maar moeten ook zien naar de volkeren
die in staat moeten worden gebracht
zichzelf te kunnen ontplooien
zonder dat ze de bedelnap moeten ophouden.

Steeds weer horen wij hoe de grote wereldconferenties
tussen de rijke en de arme landen mislukken
omdat de stappen die echt gedaan moeten worden niet gezet worden
omdat het eigen westers hemd toch nader blijkt
dan de rok van onze verantwoordelijkheid voor de wereld.

Het evangelie is een zware opdracht.
Het verdraagt geen compromissen.
De wereld roept om recht: om Sjaloom.

Zeker, we mogen, ja we moeten zorgen voor ons zelf.
Maar iedere keer worden we doorverwezen:
om er vooral te zijn voor de anderen, onze naasten,
naar de mensen in onze buurt:
onze partners, onze ouders , onze kinderen onze vrienden.

En tegenwoordig is de familie
waar we verantwoordelijkheid voor dragen nog groter:
we reizen met het grootste gemak rond naar Indonesië,
naar Afrika, jongelui gaan op huwelijksreis naar Sri-Lanka:
de hele wereld is ons thuisland geworden.
—————
Als kerk hebben we niet meer de kracht
om getalsmatig, met wapperende gewaden present te zijn.
Maar we kunnen des te efficiënter aanwezig zijn,
onopvallend als de weduwe met haar penninkje.

De priester-arbeiders bv. van kort na de oorlog
waren onopvallend maar solidair aanwezig
in de wereld van de arbeid.

De zusters van Charles de Foucould
in de Amsterdamse Jordaan,
op het woonwagenkamp in Den Haag
of meereizend met een bekend circusgezelschap.
Het zijn veelal goed wetenschappelijk gevormde vrouwen
die net als alle anderen in hun buurt de kleine beroepen kiezen:
als werksters midden in de nacht met andere vrouwen bezig
in de grote kantoren.

Door hun aanwezigheid, hun levensstijl
laten ze iets zien van een nieuwe wereld.

De arme weduwe met haar bescheiden teken
heeft vandaag eigenlijk de preek verzorgd
en de wezenlijke verkondiging voor haar rekening genomen.
Na dit teken getoond te hebben
gaat Jesus de leerlingen voorbereiden op de laatste dingen
door over het eindoordeel te gaan spreken.

Dat doet Jesus,
zelf arm geworden, gestorven aan het kruis.
Hij had op aarde geen steen
om zijn hoofd op neer te leggen
en zelfs geen eigen graf. Een ander moest het zijne afstaan.
Neen, we hebben als christenen ons geloof niet
om zo een rustig leven te kunnen leiden:
we hebben een taak,
een roeping en we zullen er later op beoordeeld worden
of we aan die roeping hebben beantwoord
als de koning tot ons zeggen zal:
‘wat heb je voor je broeder of zuster betekend.’

Onze Heer zal het zelfs zo krachtig zeggen:
‘IK was hongerig, je hebt mij toch wel gespijzigd?
IK had dorst, je hebt me toch wel aan water geholpen;
IK was vreemdeling, asylzoeker,
je hebt me toch wel goed ontvangen,
mij niet verdacht gemaakt
zoals sensatiebladen en sommige mensen
die zich opwerpen als politici dat doen.

IK was ziek, je hebt me toch niet aan mijn lot overgelaten.’
Ik was in de gevangenis:
je hebt mij niet als mens geminacht

IK was dat allemaal, en
wat jij in jou leven
voor de minsten der mijnen hebt nagelaten te doen
heb je mij onthouden
maar wat je wel hebt gedaan..
dat heb je dus voor mij gedaan

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

1 november: Allerheiligen/Allerzielen

[print]

Allerheiligen/Allerzielen

Schriftlezingen:

  • Openbaring 7,2-14

  • Matteüs 5,1-12a

Toen ik de kinderen eens uitlegde
dat er in onze kerk zoveel heiligen waren afgebeeld,
vooral in de gebrandschilderde ramen, zei een van hen:
‘als ik het goed begrijp zijn heiligen mensen
waar licht door schijnen kan…’ een prachtige definitie.

Met een heilige is een mens bedoeld
die doet wat hij doen moet.

Iemand die zich wil laten vullen met zijn opdracht
en daar voor leven wil tot zijn laatste snik.
Dat is een geschiedenis van vallen en opstaan.

Van sommige heiligen lezen we
dat ze van kindsafaan al heilig waren.

Van de heilige Nicolaas wordt bijvoorbeeld verteld
dat hij als baby al; op vrijdag de moederborst weigerde
omdat hij zich wilde onthouden.

Maar over de meeste heiligen horen we andere verhalen.

Meestal was er in hun leven sprake
van een worsteling om te proberen hun roeping te vinden.

In vele heiligengeschiedenissen lees je dan ook
dat ze eerst een oppervlakkig en zondig bestaan leidden
en zich dan -gelukkig niet te laat- bekeerden
en anderen tot zegen konden gaan zijn.

Dat staat bijvoorbeeld in het verhaal van Bavo te lezen.

Wat die verhalen ons willen leren is
dat in ieder menselijk leven er een groei is naar God toe.

Het gaat meestal niet vanzelf,
het gaat niet gemakkelijk en niemand
-ook niet Nicolaas- is meteen echt vol van God.

Daar heb je tijd voor nodig.

De roepstem van God naar ieder mens toe
krijgt heel geleidelijk en langzaam-aan pas antwoord.

Ieder mens ontdekt zijn roeping
doordat een ander hem nodig heeft.

Als je voor God kiest en Zijn gerechtigheid en Zijn vrede
zal je tegenwerking ontmoeten.

Je zult weerloos zijn in de grote wereld
waarin andere waarden gelden
en waarin de macht van de sterkste alleen nog maar telt.

Als Jesus met zijn vrienden heeft plaatsgenomen op de berg
wijst Hij hen op de omgekeerde wereld
zoals God die voor ogen heeft.

De wereld van God waarin niet onmiddellijk
de gewone rijken rijk zijn
maar waarin de mensen die arm kunnen zijn
de nieuwe rijkdom zullen ontdekken van het gaan met God.

De vrienden die bij het heilige volk willen horen
zullen treuren omdat zij zien wat er allemaal aan vreselijks gebeurt,
ze zullen niet tevreden zijn met alles
wat is zoals het is maar hongeren en dorsten naar de gerechtigheid.

In die uitspraken van Jesus, de zaligsprekingen genoemd,
wordt alles op zijn kop gezet.

De mensen die het hier goed hebben
worden niet genoemd maar juist degenen die lijden,
die tekort komen en die vervolgd worden.

Of degenen die door hun karakter uitstralen
dat zij anderen tot zegen kunnen zijn:
dat zij kunnen vergeven,
dat ze zachtmoedig kunnen zijn en mild;
dat zij willen kiezen met hun hele wezen
voor God en Zijn nieuwe toekomst,
de zuiveren van hart en inzet.

God is -staat in een van de nieuwere tafelgebeden
die we regelmatig in deze kerk bidden-
altijd maar bezig zich een volk te verzamelen.

Een volk van mensen die voor Hem willen kiezen, een Heilig volk.
Tot dat volk behoren grote geesten
als Thomas van Aquino en Theresia van Avila,
tot dat volk behoren ook de simpelen van geest
zoals Benedictus Labre -gelukkig ook in onze kerk afgebeeld-,
tot dat volk behoren kinderen en ouderen,
bisschoppen en huismoeders,
zonderlingen en geleerden.

U hoorde in de eerste lezing van vandaag vertellen
hoe het de kinderen Israëls zijn,
die de kern vormen van het nieuwe volk van God.

Heel de mensheid wordt gegroepeerd
rondom de 144.000 getekenden, de 12 x 12.000 getekenden
uit alle stammen van Israël. En dan klinken al 20 eeuwen door
de 12 namen van de stammen van Gods lievelingsvolk.

Bijna was er een ongeluk gebeurd vandaag
en hadden we hun namen niet gehoord.
In uw boekje staan ze namelijk niet vermeld,
helaas, waarschijnlijk om tijd en drukinkt te besparen.

Wat een afschuwelijk gebrek aan respect
voor de namen van Gods kinderen.

Wij hebben gelukkig de volledige bijbel even gepakt
en zo hebt u dus toch, als vanouds, de namen gehoord
van alle stammen Israëls, van iedere stam 12000 getekenden.

Uit de stam Issachar, Zebulon, Naftali en de stam Juda,
de stam van Jesus zelf! Je mag ze toch niet vergeten,
de mannen en vrouwen van het volk
waar God mee begonnen is op weg te gaan;
de heiligen van het begin: de oerheiligen eigenlijk.

Ze staan daar als de kern van een nieuw nog groter nieuw volk van God.
De niet joden mogen in een kring om hen heen staan.
rondom dit unieke volk
gemarteld en gekwetst als geen ander volk;
in de loop der geschiedenis meerdere malen met uitsterven bedreigd
maar levend en stralend voor God hier in de volle Gloria!

Als wij het feest van alle heiligen vieren,
vieren we dat God ooit tot zijn joden heeft gezegd:
‘wees een heilig volk.’

Probeer in jullie midden mijn naam hoog te houden
en niet te geloven in de macht van de afgoden
en de grote machten om je heen.

En over hun hoofden heen zegt Hij ook tot ons:
probeer te geloven dat mijn geschiedenis van vrede en recht
de enige echte belangrijke geschiedenis is
en die maak ik met mijn mensen: groten en kleinen,
mannen en vrouwen, kinderen en volwassenen:
een volk, een volk van mensen met een roeping:
een heilig volk heet dat.

We denken deze dagen aan de grote heiligen van vroeger
maar ook, nu wij tegelijk Allerzielen vieren
aan de kleine heiligen die wij zelf gekend hebben
onze dierbaren die leefden onder Gods aangezicht.

En als wij vandaag, gezegend en wel de kerk verlaten
moeten wij beseffen:
de mensen die Gods licht in deze wereld moeten doorlaten vandaag
zodat anderen het kunnen zien:
de heiligen, de geroepen van nu,
dat zijn wij.
God zegene ons
bij het vervullen van die opdracht.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

25 oktober: Iedereen in het licht!

[print]

30e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jeremia 31,7-9

  • Marcus 10,46-52; Genezing van de blinde bij Jericho

Jericho is niet zomaar een stad!
Het is de stad met de muur aller muren:
Ze stonden ooit streng overeind
en de poorten waren gesloten
toen weerloze slaven van Egypte die zochten naar woonruimte
om levensruimte vroegen.
Maar, u kent het verhaal:
‘the walls came tumbling down.’

Wat is dit actueel in onze dagen!
Duizenden en duizenden mensen zijn op zoek
naar leefruimte maar overal zijn hekken en muren.

Door een geweldloze actie van de weerlozen
die zeven maal rondom de stad liepen
met de ark van God in handen
gingen de muren eraan en stortten in.
Een verhaal met een rijke symboliek:
het woord van God
(gesymboliseerd door de ark met de tien geboden)
is alle gewelddadigheid de baas.
Nog een beetje mooier gezegd:
geen muur houdt stand voor de kracht van de liefde.

Jesus passeert Jericho als Hij op weg gaat naar Jeruzalem.
Jericho in Jesus’ tijd een spookstad,
alles in puin en de profeten hadden gezegd
‘nooit mogen die muren worden herbouwd.’

Jesus passeert Jericho als een tussenstation
op zijn weg naar Jeruzalem.
Daar vermeldt Marcus Jesus’ ontmoeting
op zijn weg naar Jeruzalem met een blinde.
Het is de 4e ontmoeting in de serie ontmoetingen van Jesus
op weg naar Jeruzalem waar Hij zijn leven voor de mensheid zal offeren.
De eerste die hij tegenkwam was de farizeeër, die vroeg of je als man je vrouw mocht wegsturen
toen kwamen de kinderen die de leerlingen wilden wegsturen,
toen de rijke jongen die Jesus wilde volgen
maar niet alles wat hij bezat durfde te verkopen,
en nu is er de blinde bedelaar.
In al die ontmoetingen leren wij iets over
hoe Jesus de mensen benadert
en wie Jesus voor de mensen wil zijn.

Laat ons goed opletten:
wat gaat Hij doen, wat gaat Hij zeggen?

* Wat gaat Hij doen?
Allereerst: hij loopt de blinde niet voorbij
zoals zovelen die geen aandacht besteden aan mensen in nood,
die naast de weg terecht gekomen zijn.
‘Langs de weg’ lag hij, zo vermeldt de evangelist.
Hij kon niet meelopen met alle anderen
die druk doende waren, allemaal gewichtig op weg naar belangrijke dingen.

De blinde doet daar niet aan mee, hij ligt aan de weg, is machteloos.
Hij leeft van wat een vriendelijke onnozelaar hem geeft
maar hij hoort niet bij de anderen,
Hij ligt LANGS de weg.

Als de mensen merken dat hij naar Jesus roept
vallen ze eerst tegen uit:
‘hou je mond, jij hoort niet bij ons.’

Maar Jesus stopt. Hij heeft hem gehoord.
Heel schijnheilig gaan de anderen dan op eens om
en zeggen: ‘heb goede moed, hij roept je.’
Maar die omstanders zijn niet belangrijk.

Het gaat om Jesus en de man langs de weg.
Jesus stopte zagen we, maar wat doet hij nog meer?
Hij richt het woord tot Hem.

En wat gaat Hij dan zeggen?
Zoiets als ‘arme sukkelaar, zal ik je helpen.’
Neen, Jesus stelt zich niet boven deze naaste.

Hij zegt iets anders. Niet ‘ik zal wel even dit’
maar Hij richt zich tot de ander
Hij neemt hem serieus als Hij vraagt:
‘wat wil jij dat ik voor jou zal doen.’

Een nieuwe levenshouding van
aandacht en trouw aan wat de ander van jou wil.

De oktobermaand is missiemaand,
de vorige week hebben we voor de missie gecollecteerd.
Het gaat dan niet om neerbuigendheid en betweterigheid
het gaat om waarachtige dienstbaarheid.

Een goede missionaris zegt niet:
‘arme sukkels in breng jullie een blijde boodschap’
maar vraagt – net als Jesus in het evangelie vandaag- :
‘wat kan ik voor jullie betekenen.’

Tegenwoordig wordt het erg belangrijk geacht
– en vroeger was het dat eigenlijk ook al –
om te beseffen wat mensen
van de landen waar jij op bezoek bent zelf willen.

Ze vragen dat je hun cultuur bijvoorbeeld
serieus neemt. En daarom zijn zij degenen
die bij het tweede Vaticaanse concilie ervoor gezorgd hebben
dat de volkstaal, voor ons het Nederlands, in de liturgie kwam.

Het waren niet de moderne westerse theologen die dat bereikten
maar dat waren de missionarissen in Indonesië
en op de Filipijnen die de dwaasheid inzagen
van het begroeten van mensen
met een eigen cultuur van duizenden en duizenden jaren
in het Latijn, de hoftaal van het westromeinse keizerrijk
dat vergeleken met hun cultuur pas kwam kijken.

‘Wat wil jij dat ik voor jou wil doen’
is de vraag die missionarissen en zendeling uitspreken
bij hun contact met anderen

maar dat zal ook de vraag moeten zijn
die alle mensen op de lippen moeten nemen
als zij zich keren tot hun medemensen,
actueel vandaag nu er zoveel duizenden vragen om hulp.

Het is de vraag van de mens
die zich werkelijk voor een ander interesseert,

het is de vraag van de man of de vrouw
die zijn of haar partner serieus neemt
en misschien ook die van de ouders aan hun kind-

het is de vraag die de hulpverlener, de professionele
of de vrijwilliger van een parochie bijvoorbeeld
op de lippen moet nemen
als hij het voorrecht heeft een ander te mogen bezoeken;
WAT WIL JIJ DAT IK VOOR JOU ZAL DOEN.

De blinde weet wat hij zeggen moet:
‘Heer dat ik weer mag zien!’
Hij wordt geholpen,
hij zal zien.

Dat zal heel wat voor hem gaan betekenen
maar niet alleen omdat hij
nu de bloemetjes en de bijtjes kan bekijken.

Hij zal Jesus zien, de Messias
en hij zal zien wat Jesus gaat doen en welke weg Hij zal gaan.

En nu zou ik zeggen:
-arme blinde was je maar niet genezen-
want je zult zien hoe Jesus opgaat naar Jeruzalem
je zult zien hoe Hij daar veroordeeld wordt,
hoe Hij zal lijden en sterven aan het kruis.

Je zult Jesus’ vernedering zien
en zijn graflegging.

En als dat allemaal gebeurd is
komt het op het echte zien aan.

Het zal er dan op aan komen
te zien dat deze Jesus werkelijk de zoon van God was
dat Hij werkelijke de solidaire vriend van de kleinen was
en dat Hij in zijn trouw aan de wil van de Vader
de ware Messias was die gevolgd moet blijven worden.

De mens die zover is dat hij dit alles ziet
zal ook het vervolg mogen zien: de verrijzenis.

De mens die ziet dat de mens die in deze duisternis ging
werkelijk de gestalte van God is
zal op de paasmorgen ook het ware licht zien
dat iedere mens verlicht;

Als mensen Hem durven volgen
zullen alle muren van haat en achterdocht
net als die van Jericho instorten,
zal de dienst aan de naaste hoogtij vieren,
zullen alle tranen worden gedroogd
en zal God alles in allen zijn.
Wat zou het fijn zij als dat werkelijkheid zou worden;
de profeet droomde daar vandaag al van;
een einde aan ballingschappen en ellende:
een nieuw begin voor ontheemden en verdrukten:
als God ons allemaal thuisbrengt
dat zal een droom zijn…
die werkelijkheid kan worden,
liefst dankzij ons.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

18 oktober: Wie durft?

[print]

29e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 53, 1-12; Een knecht die lijden moet

  • Marcus 10, 32-45; De rechter en de linkerzijde

Ze durven wel wat!
Die twee goedwillende jongens uit het evangelie van vandaag.

Ze willen best wat wagen.
Ze wilden Jesus achterna, -niet slecht-
ze willen best voor Hem opkomen
ook als er moeilijke dingen worden gevraagd
maar… wel boter bij de vis:
ereplaatsen in het Koninkrijk dat komt na de strijd,
aan Jesus’ rechter- en linkerhand liefst.

Het pleit voor Jesus’ zorgvuldigheid
in zijn omgang met zijn leerlingen,
als Hij de zonen van Zebedeüs totaal niet verwijt
dat hun vraag eigenlijk voortkomt uit verwaandheid en overmoed.
Het is, volgens Jesus, misschien toch een eerste stap
op de weg van God,
een jeugdig idealisme dat je niet meteen moet afsnauwen.

Hij bestraft ze dus niet maar test ze op hun echte kwaliteiten als Hij zegt:
‘kunnen jullie de beker drinken die ik zal drinken
en de doop ondergaan die ik zal ondergaan’.

Als ze dan (nog steeds overmoedig) antwoorden:
‘JA DAT KUNNEN WIJ’ .
Kan Jesus dat niet zomaar laten gaan.

Konden ze maar een beetje in de toekomst kijken,
d.w.z. kenden ze zichzelf maar een klein beetje beter!
Niet meer dan vier hoofdstukken verder
zullen wij over alle leerlingen, zonder uitzondering,
horen vernemen:
‘TOEN VERLIETEN ALLEN HEM EN NAMEN DE VLUCHT’,
en nog later horen we wie er aan zijn rechter – en linkerhand
terecht komen: twee medeveroordeelden aan het kruis.

Over het lijden dat de rechtvaardigen overkomt
hoorden we vandaag de Jesajatekst:
‘de Heer heeft besloten zijn dienaar
te vernederen en Hem te doen lijden.’
Heel gemakkelijk beschouwen we deze tekst als een soort noodlotstekst
het is als het ware ‘in de sterren geschreven’
beter: door de Vader bevolen en door de profeet voorspeld
dat Jesus zou lijden
maar zo simpel is het niet.

In een van onze tafelgebeden staat daarom ook dat Jesus
VRIJWILLIG ZIJN LIJDEN OP ZICH NAM.
Niet dus omdat het in de sterren
of in de boeken geschreven stond.
Niet als noodlot maar.. als konsekwentie
van het opkomen voor de dingen waar Hij voor opkwam.

Jesus wilde met Zijn boodschap over God
de mensen geluk en vrijheid doorgeven….
als dat mogelijk zou zijn.
Eigenlijk had Jesus
-al klinkt dat een beetje vreemd in onze oren-
helemaal niet willen lijden.

Maar…. dat bleek niet mogelijk.
Door de buitenwereld werd Hij
(juist als Hij opriep tot menselijkheid,
vriendelijkheid en vrijheid)
regelmatig voor gek of ‘bezeten’ uitgemaakt:
zelfs door zijn eigen familie…
En aangezien Hij wilde blijven wie Hij was en wat Hij was
wekte dat steeds meer verzet op.

Omdat Hij trouw wilde zijn aan Zijn roeping,
een roeping van trouw en solidariteit aan de mensen,
vooral aan de mensen die verdrukt werden of geminacht..
ging Hij onafwendbaar zeker Zijn lijden tegemoet.
Een moderne psycholoog schreef eens:
‘zo leek Zijn situatie op die van een patrijs
na het invallen van de winter:
Nog dragen zijn veren de bonte schut-kleuren van de zomer,
maar de eerste sneeuwval
ontneemt aan deze prachtige tooi iedere beschuttingswaarde
en op groteske wijze is hij voor alle prooizoekers
al van verre herkenbaar.’

Jesus leefde als evenbeeld van God.
Hij leefde vastberaden en overtuigd
van de waarde van Zijn voorbeeld
maar juist daarom was Hij zo kwetsbaar
een gemakkelijke prooi voor zijn tegenstanders
en daarom deed zijn innerlijke vastberadenheid
zijn leerlingen huiveren van vrees.

De kring van de leerlingen die al of niet tekort schieten
staat in het Marcus-evangelie model
voor heel de kerkgemeenschap van toen en later.

Het zal in de kerk nooit aankomen
op mooie titels of prachtige ambten
maar op consequente dienst tot het uiterste toe.
Vandaag is het wereldmissiedag, dan
bezinnen we ons op het merkwaardige feit
dat er tot op de dag van vandaag mensen zijn die in Jesus’ naam
gingen en nog steeds gaan verkondigen
wie de God van Abraham Isaak en Jacob,
(die ook de God van Jesus wilde zijn), is
en dat Die partij heeft gekozen
voor menselijkheid en vrijheid
en dat Hij daarom bij uitstek solidair wil zijn
met al die mensen die veracht en vervolgd worden
of gemarteld: waar ter wereld niet.

Missionarissen zijn de mensen die
-meer dan anderen wellicht-
de solidariteit waartoe wij als kerk geroepen zijn
handen en voeten hebben gegeven.
Ze hebben medicijnen aangesleept en ontwikkelingswerk gedaan
vòòr iemand nog wist dat wij dat moesten doen.

In een tijd waarin mensen vaak niet verder keken
dan hun eigen Hollandse erfje
trokken zij er al op uit
om de boodschap van de bevrijding te verkondigen
over heel de wereld.

Die boodschap zal nog wel enige tijd moeten blijven klinken
want helaas is de rol van de mensen die de vrijheid van anderen
willen belemmeren nog lang niet uitgespeeld..
en zijn er nog steeds mensen die voor een gemakkelijk leven
onderdanig aan de grote economische machten
en machthebbers kiezen.

Jesus ontmaskert de structuren van macht en geweld
die nog steeds mensen ongelukkig maken.
als Hij de manier van doen van de groten der aarde beschrijft en zegt:
‘je weet hoe de groten der aarde willen regeren:
met macht en met ijzeren vuist’.
en Hij gaat verder:
‘Zo moet het bij jullie er niet aan toe gaan:
wie onder jullie groot wil zijn
moet dienaar van de anderen durven wezen.’

Daarmee roept Jesus ons niet op
tot een soort zachte bescheidenheid
maar tot een daadwerkelijke dienstbaarheid
en trouw die anderen tot zegen is.
Dat zal heel wat consequenties hebben.

Over de hoofden van de twee goedwillende onnozele zonen
van Zebedeüs heen verzekert Hij iedereen
die vandaag Zijn volgeling wil zijn:
‘Je zult de kelk drinken die ik drink
en de doop ondergaan die ik ondergaan zal’.

En wat zal je dat opleveren?
Allereerst een hoop zorgen,
het maakt je leven zwaarder
als je je de dingen aantrekt die gebeuren
en zelf dienstbaar wilt zijn aan de opbouw
van een wereld waar ruimte is voor allen.

Maar toch heeft Jesus eerder ook wel iets fijns gezegd:
‘als je mij volgt zul je
hier al in dit leven al een overvloed aan troost ontvangen.’
Die troost komt niet tot je als een loon dat je verdiend hebt
maar als bevestiging dat je goed bezig bent als je gaat met God.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor