• Leidsevaart 146
  • 023 - 532 30 77
  • info@rkbavo.nl

All posts by Maarten Kools

De sluitsteen van Cecilia in de Nieuwe Bavo (feestdag 22 november)

Sluitsteen met het monogram van Cecilia in de nieuwe Bavo (foto Beeldbank RCE-Margaretha Svensson).

Sluitsteen met het monogram van Cecilia in de nieuwe Bavo (foto Beeldbank RCE-Margaretha Svensson).

De sluitsteen van Cecilia past bij uitstek in de serie verborgen schoonheden in de nieuwe Bavo. Je kunt vast raden waar het zit, als ik je vertel waar de initialen voor staan: Cecilia die op 22 november haar feestdag heeft. Alleen de eerste vier letters die haast aan elkaar geregen worden door een S, van sancta uiteraard. Joseph Cuypers heeft dit op een aparte manier gedaan, want het gaat hier om een sluitsteen die je overal ziet waar gewelfribben elkaar ontmoeten (alweer een hint dus, want dat betekent omhoog kijken). Meestal zijn de sluitstenen rond, maar hier heeft hij er een soort kussentje van gemaakt. Probeer eens met je ogen het patroon van het fraai gestrikte lint te volgen, waar in de kwasten gouddraad lijkt te zijn verwerkt. Rond de gouden letters op het blauwe fluweel – want zo stel ik me dat voor – is een lauwerkrans gevlochten. Dat herinnert aan de ene kant aan de Romeinse herkomst van Cecilia en aan de andere kant aan haar martelaarschap.

Het interessante van kerkelijke kunst is dat ze ons als een tijdcapsule terugbrengt naar momenten lang geleden, in dit geval naar Rome anno 223. Hoe zou het daar toen zijn geweest. Als je het verhaal van Cecilia in de ‘Legenda aurea’ leest, waren het geen rustige tijden, want ze werd immers gedood vanwege haar geloof. In de eerste eeuwen van het christendom ging het op en af met de vervolgingen, ook al was het geloof al vrij snel doorgedrongen tot de hogere regionen van de maatschappij. Cecilia is wat dat betreft een mooi voorbeeld, want zij kwam, zoals de ‘Legenda aurea’ vertelt, uit een nobel geslacht.

In dit verhaal is ook de aardige misinterpretatie opgenomen die er toe leidde dat Cecilia de patrones van de muziek werd. Het gaat om één zin uit de oorspronkelijke legende, waarin staat dat ze tot God zong, terwijl de muziek van haar bruiloft opklonk. De passage ‘cantantibus organis’ (=klinkende muziekinstrumenten) werd veel later zo begrepen dat zij tot God bad, terwijl ze het orgel liet zingen. Zo heeft ze Gregorius als originele patroon van de muziek weten te verdringen. Het aardige is dat ook hij in de nieuwe Bavo aanwezig is, en als je hem hebt gevonden ben je behoorlijk dicht in de buurt van deze sluitsteen. Overigens had de architect wel iets met Cecilia, maar daarover vertel ik een andere keer.

Bronnen

  • Akker s.j, Dries van den, en Albert Gerritsen, Heiligen, op: www.heiligen.net (vanaf 2007), zoekterm Cecilia.
  • Beeldbank RCE, zoektermen: Bavo, Margaretha Svensson.
  • Caxton, William, The Golden Legend or Lives of the Saints. Compiled by Jacobus de Voragine, Archbishop of Genoa, 1275. First Edition Published 1470. Englished by William Caxton, First Edition 1483, Edited by F.S. Ellis, Temple Classics, 1900 (Reprinted 1922, 1931.) | bit.ly/Legenda-aurea, zoekterm Cecilia.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg , Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016.
  • Wursten, Dick, ‘St. Caecilia – patrones der muziek en muzikanten’, op: dick.wursten.be, http://www.dick.wursten.be/caecilia.htm (2015).

Overige berichten in deze serie

15 november: Door krisissen heen

[print]

33e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Daniël 12,1-9; Het teken van de Mensenzoon

  • Marcus 13, 24-32; Toch is de zomer nabij

De wereld roept om recht: om Sjaloom.
Het evangelie geeft ons een zware opdracht:
wij moeten aan die vrede bouwen: een prioriteit!
Dat verdraagt geen compromissen.
Zeker, we mogen, ja we moeten zorgen voor ons zelf.
Maar iedere keer worden we doorverwezen:
om er vooral te zijn voor de anderen, onze naasten,
de mensen in onze buurt:
onze partners, onze ouders , onze kinderen onze vrienden.

En tegenwoordig is de familie
waar we verantwoordelijkheid voor dragen nog groter:
we reizen met het grootste gemak rond naar Indonesië,
naar Afrika, jongelui gaan op huwelijksreis
naar Sri-Lanka of de Dominicaanse Republiek:
de hele wereld is ons thuisland geworden.

Als kerk hebben we niet meer de kracht
om getalsmatig, met wapperende gewaden present te zijn.
Maar we kunnen des te efficiënter aanwezig zijn,
onopvallend als de weduwe met haar penninkje
over wie wij de vorige week, op de diakonale zondag, spraken.

De arme weduwe met haar bescheiden teken
heeft de vorige week eigenlijk de preek verzorgd
en de wezenlijke verkondiging voor haar rekening genomen.
Ze gaf in het tempelofferblok haar laatste centen,
alles wat ze nog had.

Jesus zag dit kleine gebeuren
en wees zijn leerlingen op deze belangrijke daad
en daarna spreekt Hij over de grote dingen
en gaat Hij zijn leerlingen voorbereiden op de laatste dingen
en over het eindoordeel spreken.
De grote vraag is daarbij: ‘zal het nog wat worden op deze aarde?’
Jesus citeert daarbij de visioenen van Daniël.

Daniël schreef hij zijn visioenen op in een tijd van verdrukking van zijn volk
tijdens de ballingschap in Babel. Ik citeer:
De grote vorst MICHAEL zal opstaan
om de kinderen van Gods volk te beschermen.
Er zal een grote nood zijn
maar al degenen die opgetekend staan in het boek des levens
zullen worden gered en de getrouwen zullen stralen
als de glans van het uitspansel
en diegenen die de mensen tot gerechtigheid hebben gebracht
zullen schitteren als sterren voor eeuwig en immer
‘.
Daniël
die deze visioenen over Michaël opschreef,
doorzag dat de machten van het kwaad
niet voor eeuwig zullen kunnen blijven heersen,
en dat het recht zal zegevieren.

Voor het zover is zal er nog heel wat moeten gebeurden
en we zullen ook nog veel moeten meemaken.

Jesus kondigt al de gruwelijke dingen aan
die gebeuren en nog te gebeuren staan voor het koninkrijk Gods daar is.
Hij doet dat niet om de nieuwsgierigheid
van in onheil en ellende geïnteresseerden te bevredigen
of paniek te zaaien.

De aankondiging is er geheel op gericht
om de leerlingen van Jesus,
een kleine weerloze minderheid,
vooral in het begin
in tijden van vervolging en angst
blij en hoopvol te houden:
te bemoedigen en te sterken in slechte tijden.
Het is een oproep aan de leerlingen
om in de ure des gevaars op hun post te blijven en te volharden.
De grote nadruk ligt op de waakzaamheid,
volharding, trouw aan je opdracht door alles heen.

Maar er is hulp!
Zoals de God van Israël, de God bevrijder,
die van de uittocht, de uit-redding,
als een kolom voor het volk uitging
en het volk als een vuur bijlichtte in de nacht
— zo zal de mensenzoon, het mensenkind, komen
op een kolom van wolken, met macht en groot licht.

De Mensenzoon die verschijnt is geen engerd
die uit het niets opdoemt maar de nieuwe mens
zoals hij eigenlijk behoort te zijn en zoals Jesus dat is.

Het doel van Zijn komst is
het verzamelen van de uitverkorenen.
Daarbij vallen alle grenzen weg, ze komen uit alle windstreken.

En als er dan staat dat ‘de zon zijn licht niet meer zal geven’
is dat symbolisch bedoeld.

De zon is niet meer nodig -lijkt de evangelist te willen zeggen-
het ware licht zal immers schijnen als Jesus zelf
de Koning zal zijn van vrede en recht.

Er zijn al voortekenen die ons later zien
dat het goed kan worden op aarde.
En dan wordt er ook nog over de vijgenboom gesproken
die gaat uitbotten.

De vijgenboom behoort mét de wijnstok,
tot de edelste gewassen van het nieuw land
waar alles anders zal zijn.
De verspieders hadden in vroeger tijden
immers ook vijgen meegenomen
uit het land van de wijnstokken, melk en honing.

De vijgenboom is minder aansprekend.
Het ‘zitten onder de vijgenboom’
wordt in de joodse spreekwijze
een uitdrukking voor het in vrede leven
en onder die vijgenboom zittend kun je dan
rustig lezen in de boeken van God.
Een vijgenboom is iets anders dan de Hollandse boerenkool
die blijft bij de grond en geeft geen schaduw
de vijgenboom met zijn grote bladeren is imposant
biedt schaduw, overvloedig.

Kort tevoren (in Mc.11,12) had Jesus gezocht
naar de vruchten aan een vijgenboom die verdord was.
Hij wilde zijn leerlingen erop wijzen dat het,
wat Hem betreft, toch wel de tijd van de oogst mocht zijn:
de tijd van de beslissingen!

Jesus zegt dan ook:
‘In jouw dagen moet het gebeuren’.
In jouw dagen zal het gebeuren
die doorbraak van het Koninkrijk
door alle ellende heen.

‘In jouw dagen’ zegt hij. Daarmee bedoelt Jesus:
‘In jouw dagen vallen de beslissingen
Het woord klinkt tot jou die dit hoort:
jouw beslissingen kunnen de loop
van heel de geschiedenis, zo ellendig als ze is,
doen veranderen.

In alle inzet van de rechtvaardigen
en de mensen die wakker voor het goede kiezen
wordt het teken zichtbaar door alles heen:
van de mensenzoon,
DE NIEUWE MENS die zich vertoont.

Voor Marcus was Jesus dat:
maar dan niet als enige nieuwe mens maar als
‘eersteling van de schepping.’
Maar het kan ook zijn dat jij zelf die nieuwe mens bent
daar denken wij aan bij iedere doop.
Dan hopen en bidden wij dat deze nieuwe mensenkinderen
diegenen zullen zijn
die net dat ene stukje goedheid de wereld in brengen
dat de weegschaal die de goede en de slechts dingen tegen elkaar afweegt
met een grote klap naar de goede kant doet overslaan.

We hebben als christenen ons geloof niet
om een rustig leven te kunnen leiden:
we hebben een taak,
een roeping en we zullen er later op beoordeeld worden
of we aan die roeping hebben beantwoord
als de koning tot ons zeggen zal:
‘wat heb je voor je broeder of zuster betekend.’

Onze Heer zal het zelfs zo krachtig zeggen:
‘IK was hongerig, je hebt mij toch wel gespijzigd?
IK had dorst, je hebt me toch wel aan water geholpen;
IK was vreemdeling, azielzoeker,
je hebt me toch wel goed ontvangen,
mij niet verdacht gemaakt
zoals sensatiebladen en sommige mensen
die zich opwerpen als politici dat doen.

IK was ziek, je hebt me toch niet aan mijn lot overgelaten.’
Ik was in de gevangenis:
je hebt mij niet als mens geminacht

IK was dat allemaal.
Wat jij in jouw leven voor de minsten der mijnen hebt nagelaten te doen
heb je mij onthouden
maar wat je wel hebt gedaan.. dat heb je dus voor mij gedaan

Die roeping te dragen is niet makkelijk
maar tegelijkertijd een uitdaging.

We bidden om een efficiënte aanwezigheid
van ons allen, ieder op onze eigen plek
in dienstbaarheid.

We hebben God als onze Supporters met een hoofdletter:
Wij gaan niet alleen door het leven.

Ik citeer tenslotte uit het Joodse morgengebed:
U was er, toen de wereld nog niet geschapen was.
U bent er sinds de wereld geschapen is.
U bent er in de wereld die komen zal.
U gaat vandaag en de komende dagen met ons mee

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Ad orientem | Gericht op het oosten

Vue op de koepel van de nieuwe Bavo met de lege nissen en baldakijnen, welke laatste bestemd waren voor beelden. Foto RCE Beeldbank - Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2014

Vue op de koepel van de nieuwe Bavo met de lege nissen en baldakijnen, welke laatste bestemd waren voor beelden. Foto RCE Beeldbank – Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2014

Voor het eerst sinds ruim een eeuw stond de kathedrale basiliek van Haarlem, beter bekend als de nieuwe Bavo, van binnen en buiten in de steigers. Tijdens de restauratie was er alle gelegenheid om dit ontwerp van Joseph Cuypers (1861-1949) – zoon van Pierre Cuypers – van dichtbij te onderzoeken. Dat leidde tot ontdekkingen die het aanzien van de kathedraal hebben veranderd.

Wat te denken van het herstel van de polychromie aan de buitenkant van traptorens, topgevels en bouwsculptuur die in Nederland zonder weerga is. Of van de blauwe voegen in het interieur en de rijk versierde terracotta’s binnen en buiten. Door de reparatie en de uitbreiding van het glas-in-lood kwam de bijzondere visie van de architect op het licht in deze kerk aan de oppervlakte. Weinig andere vakbroeders waren zo bewust bezig om de atmosfeer van het Hollandse landschap naar binnen te halen.

Maar ook een fenomeen dat al vanaf het ontstaan van de kathedraal zichtbaar was, maar niettemin vrijwel onopgemerkt bleef, kon dankzij de steigers minutieus onderzocht worden: het onvoltooide karakter van de nieuwe Bavo. Achter dit gesamtkunstwerk gaat dan ook een fascinerend programma schuil. Samengevat in de titel Ad orientem (Gericht op het oosten) behelst dit ruim twintig eeuwen cultuur. Dat wordt in dit boek rijk geïllustreerd over het voetlicht gebracht.

Korting van € 10,00

Op dit moment kan het boek besteld worden tegen een prijs van € 39,95 per exemplaar. Na het verschijnen, 29 februari 2016, wordt dit € 49,95.
Het boek is te bestellen via restauratie@rkbavo.nl (graag verzendadres vermelden).

Bibliofiel exemplaar ten bate van de restauratie

Het is ook mogelijk om in te tekenen op een aparte editie, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de kathedraal. De ondergrens is € 100,00 per exemplaar, waarbij de naam van de begunstiger in het boek vermeld wordt. Meer dan € 100,00 mag natuurlijk ook! Alle begunstigers krijgen een gesigneerd exemplaar uit de aparte, genummerde serie. Graag aanmelden via: restauratie@rkbavo.nl.

Specificaties

Er zitten heel wat creaturen in de nieuwe Bavo, waardoor de kathedraal ook wel wat weg heeft van een middeleeuws bestiarium (een encyclopedie van alle wezens onder de zon). Waar zou deze zitten? Foto BvHH 2015

Er zitten heel wat creaturen in de nieuwe Bavo, waardoor de kathedraal ook wel wat weg heeft van een middeleeuws bestiarium (een encyclopedie van alle wezens onder de zon). Waar zou deze zitten? Foto BvHH 2015

Illustraties: circa 250 afbeeldingen in kleur en zwart-wit
ISBN: 978 94 625 8119 7 Uitvoering: gebonden
Bijzonderheden: in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op advies van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed
Aantal pagina’s: 400
Meer informatie: http://bit.ly/Bavo-Ao
Uitgever: WBOOKS in opdracht van de Stichting KathedraleBasiliek Sint Bavo, op advies van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed

Over de auteur

Bernadette van Hellenberg Hubar (1956) leidt als zelfstandig onderzoeker en schrijver haar eigen bureau vanhellenberghubar.org. Eerder publiceerde ze over negentiende en vroeg twintigste-eeuwse iconografie en esthetica, en monumentale schilderkunst uit het interbellum. Voor haar proefschrift Arbeid & Bezieling, over het programma van de voorgevel van het Rijksmuseum, ontving ze in 1997 de Karel van Manderprijs.

8 november: Bescheiden en dienstbaar

[print]

32e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • 1 Koningen 17,10-16; Het laatste mee

  • Marcus 12,38-44; Het muntje van de arme

Het is een ontroerend verhaal, de eerste lezing.
Er is hongersnood in de stad Sarepta.
‘Er was honger in het land’ lezen we.
Iedereen had het slecht.
En dan wordt een weduwe ten tonele gevoerd:
zij had het helemaal slecht.
Een weduwe had het so wie so moeilijk in Israël,
ze was kwetsbaar en had geen steun.
Had ze kinderen dan was er misschien nog toekomst,
ze zouden later voor haar kunnen zorgen.
Maar de zoon van deze weduwe is
even weerloos als zijzelf: er is geen hoop meer.
Met haar kleine jongen
zal ze haar laatste broodje bakken en opeten
en dan is het einde daar.
Op dat moment komt de profeet aangelopen:
ELIA heet hij.
Die naam betekent: GOD IS WERKELIJK DE HEER.
De naam ‘IK ZAL ER ZIJN’ klinkt in zijn naam door.
Maar waar is Hij dan, de Enige,
die gezegd heeft dat Hij het werk van Zijn handen niet loslaat?
Hij lijkt ver
en de vele beden om dagelijks brood hebben niets uitgehaald.

De profeet komt binnen. Om te geven, te redden?
Op het eerste gezicht niet.
Hij komt binnen OM TE VRAGEN.
Hij vraagt om brood.
Wat een on-mens.
Ziet hij dan niet dat deze vrouw
aan het einde van haar mogelijkheden is?

Maar de profeet beveelt: ‘GEEF DEEL!’.
Eigenlijk zegt hij:
‘durf te sterven door het laatste weg te geven wat je hebt.’

Maar het wonder gebeurt.
Neen ik bedoel nog niet de goede afloop
als het meel blijken zal niet op te raken.
Ik bedoel het grote verbazingwekkende feit
dat de weduwe inderdaad haar laatste levensrantsoen weggeeft.

Ze waagt het, te geven.
Ze durft te sterven om te leven, ze waagt en ze wint.

De vrienden van Jesus waren Hem trouw gevolgd.
Tot driemaal toe hadden zij moeten horen wat Hij wilde:
sterven in Jeruzalem.

Sterven voor Zijn mensen.. sterven.. OM TE LEVEN.
‘Dat nooit Heer’ had Petrus meteen al uitgeroepen.
Maar Jesus gaat Zijn weg.. Jeruzalem tegemoet.
Hij gaat Zijn weg van het geven tot het uiterste.

Als Jesus Jeruzalem is binnengekomen
treedt Hij de tempel binnen.
Zo is de Messias in het hart van Zijn stad.

Wie zijn degenen bij wie Hij zich daar thuis voelt?
Neen, niet de tempelgeestelijken
met hun wapperende gewaden die indruk willen maken.
Voor kleine mensen is Hij bereikbaar.

En namens hen treedt een vrouw op, een weduwe,
weer een weduwe.
Ze geeft al wat ze heeft weg
-net als haar voorgangster toen in Sarepta- ;
ze offert van haar armoede
voor het in stand houden van tempel en synagoge.

Ja, ze houdt die werkelijk in stand
-in de ware, de geestelijke betekenis van het woord-
en Jesus prijst haar.
Ze heeft zichzelf gegeven
voor de opbouw van Gods woning onder de mensen.

Wij zijn hier samen in onze tempel.
In onze geschiedenis kennen wij
een voortdurende spanning tussen rijk en arm.

We mogen –al zijn profiteurs met zijn ideeën aan de loop gegaan-
toch nooit vergeten dat op een bepaald moment iemand is opgestaan
een joodse man met Hollandse voorouders,
die een protest in het leven riep
tegen de ongerechtigheid in de wereld: Karl Marx.
Zijn theorie mag dan zijn tijd gehad hebben
en degenen die zeiden hem te volgen hebben het verbruid:
maar de onrust die hem bezielde
mag best onze onrust blijven.
We zullen toch moeten durven zien
dat wij in onze westerse beschaving
door ons groepsegoïsme vaak het beeld
van Israëls God die voor de kleinen koos hebben verduisterd
en de zorg voor de ander, het kernpunt van het christendom,
niet in al zijn veelomvattendheid hebben verstaan.

Het is een bijbelse gedachte
dat de wereld er is voor ons allen.
Niet alleen voor een bepaalde groep
die toevallig op dat moment de baas is
en er dus van profiteren kan en de dienst kan uitmaken
maar de aarde is er voor alle aardbewoners.

De Pausen hebben gelukkig ook duidelijk hun stem laten horen
tegen dit onrecht in de grote encyclieken RERUM NOVARUM en,
40 jaar later, QUADRAGESIMO ANNO.

Deze Paus sluit in al zijn spreken en doen
aan bij die sociale leer van de kerk.
Een kerk die niet dient, dient nergens toe.
Daar denken we aan op onze diakonale zondag.

Er is veel gedaan door christenen. In het klein vooral.
Er is goed gezorgd voor arme en zieke mensen bijvoorbeeld.
Maar er wordt méér gevraagd van gelovigen.
We kunnen niet alleen omzien naar de individuele mensen
maar moeten ook zien naar de volkeren
die in staat moeten worden gebracht
zichzelf te kunnen ontplooien
zonder dat ze de bedelnap moeten ophouden.

Steeds weer horen wij hoe de grote wereldconferenties
tussen de rijke en de arme landen mislukken
omdat de stappen die echt gedaan moeten worden niet gezet worden
omdat het eigen westers hemd toch nader blijkt
dan de rok van onze verantwoordelijkheid voor de wereld.

Het evangelie is een zware opdracht.
Het verdraagt geen compromissen.
De wereld roept om recht: om Sjaloom.

Zeker, we mogen, ja we moeten zorgen voor ons zelf.
Maar iedere keer worden we doorverwezen:
om er vooral te zijn voor de anderen, onze naasten,
naar de mensen in onze buurt:
onze partners, onze ouders , onze kinderen onze vrienden.

En tegenwoordig is de familie
waar we verantwoordelijkheid voor dragen nog groter:
we reizen met het grootste gemak rond naar Indonesië,
naar Afrika, jongelui gaan op huwelijksreis naar Sri-Lanka:
de hele wereld is ons thuisland geworden.
—————
Als kerk hebben we niet meer de kracht
om getalsmatig, met wapperende gewaden present te zijn.
Maar we kunnen des te efficiënter aanwezig zijn,
onopvallend als de weduwe met haar penninkje.

De priester-arbeiders bv. van kort na de oorlog
waren onopvallend maar solidair aanwezig
in de wereld van de arbeid.

De zusters van Charles de Foucould
in de Amsterdamse Jordaan,
op het woonwagenkamp in Den Haag
of meereizend met een bekend circusgezelschap.
Het zijn veelal goed wetenschappelijk gevormde vrouwen
die net als alle anderen in hun buurt de kleine beroepen kiezen:
als werksters midden in de nacht met andere vrouwen bezig
in de grote kantoren.

Door hun aanwezigheid, hun levensstijl
laten ze iets zien van een nieuwe wereld.

De arme weduwe met haar bescheiden teken
heeft vandaag eigenlijk de preek verzorgd
en de wezenlijke verkondiging voor haar rekening genomen.
Na dit teken getoond te hebben
gaat Jesus de leerlingen voorbereiden op de laatste dingen
door over het eindoordeel te gaan spreken.

Dat doet Jesus,
zelf arm geworden, gestorven aan het kruis.
Hij had op aarde geen steen
om zijn hoofd op neer te leggen
en zelfs geen eigen graf. Een ander moest het zijne afstaan.
Neen, we hebben als christenen ons geloof niet
om zo een rustig leven te kunnen leiden:
we hebben een taak,
een roeping en we zullen er later op beoordeeld worden
of we aan die roeping hebben beantwoord
als de koning tot ons zeggen zal:
‘wat heb je voor je broeder of zuster betekend.’

Onze Heer zal het zelfs zo krachtig zeggen:
‘IK was hongerig, je hebt mij toch wel gespijzigd?
IK had dorst, je hebt me toch wel aan water geholpen;
IK was vreemdeling, asylzoeker,
je hebt me toch wel goed ontvangen,
mij niet verdacht gemaakt
zoals sensatiebladen en sommige mensen
die zich opwerpen als politici dat doen.

IK was ziek, je hebt me toch niet aan mijn lot overgelaten.’
Ik was in de gevangenis:
je hebt mij niet als mens geminacht

IK was dat allemaal, en
wat jij in jou leven
voor de minsten der mijnen hebt nagelaten te doen
heb je mij onthouden
maar wat je wel hebt gedaan..
dat heb je dus voor mij gedaan

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

1 november: Allerheiligen/Allerzielen

[print]

Allerheiligen/Allerzielen

Schriftlezingen:

  • Openbaring 7,2-14

  • Matteüs 5,1-12a

Toen ik de kinderen eens uitlegde
dat er in onze kerk zoveel heiligen waren afgebeeld,
vooral in de gebrandschilderde ramen, zei een van hen:
‘als ik het goed begrijp zijn heiligen mensen
waar licht door schijnen kan…’ een prachtige definitie.

Met een heilige is een mens bedoeld
die doet wat hij doen moet.

Iemand die zich wil laten vullen met zijn opdracht
en daar voor leven wil tot zijn laatste snik.
Dat is een geschiedenis van vallen en opstaan.

Van sommige heiligen lezen we
dat ze van kindsafaan al heilig waren.

Van de heilige Nicolaas wordt bijvoorbeeld verteld
dat hij als baby al; op vrijdag de moederborst weigerde
omdat hij zich wilde onthouden.

Maar over de meeste heiligen horen we andere verhalen.

Meestal was er in hun leven sprake
van een worsteling om te proberen hun roeping te vinden.

In vele heiligengeschiedenissen lees je dan ook
dat ze eerst een oppervlakkig en zondig bestaan leidden
en zich dan -gelukkig niet te laat- bekeerden
en anderen tot zegen konden gaan zijn.

Dat staat bijvoorbeeld in het verhaal van Bavo te lezen.

Wat die verhalen ons willen leren is
dat in ieder menselijk leven er een groei is naar God toe.

Het gaat meestal niet vanzelf,
het gaat niet gemakkelijk en niemand
-ook niet Nicolaas- is meteen echt vol van God.

Daar heb je tijd voor nodig.

De roepstem van God naar ieder mens toe
krijgt heel geleidelijk en langzaam-aan pas antwoord.

Ieder mens ontdekt zijn roeping
doordat een ander hem nodig heeft.

Als je voor God kiest en Zijn gerechtigheid en Zijn vrede
zal je tegenwerking ontmoeten.

Je zult weerloos zijn in de grote wereld
waarin andere waarden gelden
en waarin de macht van de sterkste alleen nog maar telt.

Als Jesus met zijn vrienden heeft plaatsgenomen op de berg
wijst Hij hen op de omgekeerde wereld
zoals God die voor ogen heeft.

De wereld van God waarin niet onmiddellijk
de gewone rijken rijk zijn
maar waarin de mensen die arm kunnen zijn
de nieuwe rijkdom zullen ontdekken van het gaan met God.

De vrienden die bij het heilige volk willen horen
zullen treuren omdat zij zien wat er allemaal aan vreselijks gebeurt,
ze zullen niet tevreden zijn met alles
wat is zoals het is maar hongeren en dorsten naar de gerechtigheid.

In die uitspraken van Jesus, de zaligsprekingen genoemd,
wordt alles op zijn kop gezet.

De mensen die het hier goed hebben
worden niet genoemd maar juist degenen die lijden,
die tekort komen en die vervolgd worden.

Of degenen die door hun karakter uitstralen
dat zij anderen tot zegen kunnen zijn:
dat zij kunnen vergeven,
dat ze zachtmoedig kunnen zijn en mild;
dat zij willen kiezen met hun hele wezen
voor God en Zijn nieuwe toekomst,
de zuiveren van hart en inzet.

God is -staat in een van de nieuwere tafelgebeden
die we regelmatig in deze kerk bidden-
altijd maar bezig zich een volk te verzamelen.

Een volk van mensen die voor Hem willen kiezen, een Heilig volk.
Tot dat volk behoren grote geesten
als Thomas van Aquino en Theresia van Avila,
tot dat volk behoren ook de simpelen van geest
zoals Benedictus Labre -gelukkig ook in onze kerk afgebeeld-,
tot dat volk behoren kinderen en ouderen,
bisschoppen en huismoeders,
zonderlingen en geleerden.

U hoorde in de eerste lezing van vandaag vertellen
hoe het de kinderen Israëls zijn,
die de kern vormen van het nieuwe volk van God.

Heel de mensheid wordt gegroepeerd
rondom de 144.000 getekenden, de 12 x 12.000 getekenden
uit alle stammen van Israël. En dan klinken al 20 eeuwen door
de 12 namen van de stammen van Gods lievelingsvolk.

Bijna was er een ongeluk gebeurd vandaag
en hadden we hun namen niet gehoord.
In uw boekje staan ze namelijk niet vermeld,
helaas, waarschijnlijk om tijd en drukinkt te besparen.

Wat een afschuwelijk gebrek aan respect
voor de namen van Gods kinderen.

Wij hebben gelukkig de volledige bijbel even gepakt
en zo hebt u dus toch, als vanouds, de namen gehoord
van alle stammen Israëls, van iedere stam 12000 getekenden.

Uit de stam Issachar, Zebulon, Naftali en de stam Juda,
de stam van Jesus zelf! Je mag ze toch niet vergeten,
de mannen en vrouwen van het volk
waar God mee begonnen is op weg te gaan;
de heiligen van het begin: de oerheiligen eigenlijk.

Ze staan daar als de kern van een nieuw nog groter nieuw volk van God.
De niet joden mogen in een kring om hen heen staan.
rondom dit unieke volk
gemarteld en gekwetst als geen ander volk;
in de loop der geschiedenis meerdere malen met uitsterven bedreigd
maar levend en stralend voor God hier in de volle Gloria!

Als wij het feest van alle heiligen vieren,
vieren we dat God ooit tot zijn joden heeft gezegd:
‘wees een heilig volk.’

Probeer in jullie midden mijn naam hoog te houden
en niet te geloven in de macht van de afgoden
en de grote machten om je heen.

En over hun hoofden heen zegt Hij ook tot ons:
probeer te geloven dat mijn geschiedenis van vrede en recht
de enige echte belangrijke geschiedenis is
en die maak ik met mijn mensen: groten en kleinen,
mannen en vrouwen, kinderen en volwassenen:
een volk, een volk van mensen met een roeping:
een heilig volk heet dat.

We denken deze dagen aan de grote heiligen van vroeger
maar ook, nu wij tegelijk Allerzielen vieren
aan de kleine heiligen die wij zelf gekend hebben
onze dierbaren die leefden onder Gods aangezicht.

En als wij vandaag, gezegend en wel de kerk verlaten
moeten wij beseffen:
de mensen die Gods licht in deze wereld moeten doorlaten vandaag
zodat anderen het kunnen zien:
de heiligen, de geroepen van nu,
dat zijn wij.
God zegene ons
bij het vervullen van die opdracht.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

25 oktober: Iedereen in het licht!

[print]

30e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jeremia 31,7-9

  • Marcus 10,46-52; Genezing van de blinde bij Jericho

Jericho is niet zomaar een stad!
Het is de stad met de muur aller muren:
Ze stonden ooit streng overeind
en de poorten waren gesloten
toen weerloze slaven van Egypte die zochten naar woonruimte
om levensruimte vroegen.
Maar, u kent het verhaal:
‘the walls came tumbling down.’

Wat is dit actueel in onze dagen!
Duizenden en duizenden mensen zijn op zoek
naar leefruimte maar overal zijn hekken en muren.

Door een geweldloze actie van de weerlozen
die zeven maal rondom de stad liepen
met de ark van God in handen
gingen de muren eraan en stortten in.
Een verhaal met een rijke symboliek:
het woord van God
(gesymboliseerd door de ark met de tien geboden)
is alle gewelddadigheid de baas.
Nog een beetje mooier gezegd:
geen muur houdt stand voor de kracht van de liefde.

Jesus passeert Jericho als Hij op weg gaat naar Jeruzalem.
Jericho in Jesus’ tijd een spookstad,
alles in puin en de profeten hadden gezegd
‘nooit mogen die muren worden herbouwd.’

Jesus passeert Jericho als een tussenstation
op zijn weg naar Jeruzalem.
Daar vermeldt Marcus Jesus’ ontmoeting
op zijn weg naar Jeruzalem met een blinde.
Het is de 4e ontmoeting in de serie ontmoetingen van Jesus
op weg naar Jeruzalem waar Hij zijn leven voor de mensheid zal offeren.
De eerste die hij tegenkwam was de farizeeër, die vroeg of je als man je vrouw mocht wegsturen
toen kwamen de kinderen die de leerlingen wilden wegsturen,
toen de rijke jongen die Jesus wilde volgen
maar niet alles wat hij bezat durfde te verkopen,
en nu is er de blinde bedelaar.
In al die ontmoetingen leren wij iets over
hoe Jesus de mensen benadert
en wie Jesus voor de mensen wil zijn.

Laat ons goed opletten:
wat gaat Hij doen, wat gaat Hij zeggen?

* Wat gaat Hij doen?
Allereerst: hij loopt de blinde niet voorbij
zoals zovelen die geen aandacht besteden aan mensen in nood,
die naast de weg terecht gekomen zijn.
‘Langs de weg’ lag hij, zo vermeldt de evangelist.
Hij kon niet meelopen met alle anderen
die druk doende waren, allemaal gewichtig op weg naar belangrijke dingen.

De blinde doet daar niet aan mee, hij ligt aan de weg, is machteloos.
Hij leeft van wat een vriendelijke onnozelaar hem geeft
maar hij hoort niet bij de anderen,
Hij ligt LANGS de weg.

Als de mensen merken dat hij naar Jesus roept
vallen ze eerst tegen uit:
‘hou je mond, jij hoort niet bij ons.’

Maar Jesus stopt. Hij heeft hem gehoord.
Heel schijnheilig gaan de anderen dan op eens om
en zeggen: ‘heb goede moed, hij roept je.’
Maar die omstanders zijn niet belangrijk.

Het gaat om Jesus en de man langs de weg.
Jesus stopte zagen we, maar wat doet hij nog meer?
Hij richt het woord tot Hem.

En wat gaat Hij dan zeggen?
Zoiets als ‘arme sukkelaar, zal ik je helpen.’
Neen, Jesus stelt zich niet boven deze naaste.

Hij zegt iets anders. Niet ‘ik zal wel even dit’
maar Hij richt zich tot de ander
Hij neemt hem serieus als Hij vraagt:
‘wat wil jij dat ik voor jou zal doen.’

Een nieuwe levenshouding van
aandacht en trouw aan wat de ander van jou wil.

De oktobermaand is missiemaand,
de vorige week hebben we voor de missie gecollecteerd.
Het gaat dan niet om neerbuigendheid en betweterigheid
het gaat om waarachtige dienstbaarheid.

Een goede missionaris zegt niet:
‘arme sukkels in breng jullie een blijde boodschap’
maar vraagt – net als Jesus in het evangelie vandaag- :
‘wat kan ik voor jullie betekenen.’

Tegenwoordig wordt het erg belangrijk geacht
– en vroeger was het dat eigenlijk ook al –
om te beseffen wat mensen
van de landen waar jij op bezoek bent zelf willen.

Ze vragen dat je hun cultuur bijvoorbeeld
serieus neemt. En daarom zijn zij degenen
die bij het tweede Vaticaanse concilie ervoor gezorgd hebben
dat de volkstaal, voor ons het Nederlands, in de liturgie kwam.

Het waren niet de moderne westerse theologen die dat bereikten
maar dat waren de missionarissen in Indonesië
en op de Filipijnen die de dwaasheid inzagen
van het begroeten van mensen
met een eigen cultuur van duizenden en duizenden jaren
in het Latijn, de hoftaal van het westromeinse keizerrijk
dat vergeleken met hun cultuur pas kwam kijken.

‘Wat wil jij dat ik voor jou wil doen’
is de vraag die missionarissen en zendeling uitspreken
bij hun contact met anderen

maar dat zal ook de vraag moeten zijn
die alle mensen op de lippen moeten nemen
als zij zich keren tot hun medemensen,
actueel vandaag nu er zoveel duizenden vragen om hulp.

Het is de vraag van de mens
die zich werkelijk voor een ander interesseert,

het is de vraag van de man of de vrouw
die zijn of haar partner serieus neemt
en misschien ook die van de ouders aan hun kind-

het is de vraag die de hulpverlener, de professionele
of de vrijwilliger van een parochie bijvoorbeeld
op de lippen moet nemen
als hij het voorrecht heeft een ander te mogen bezoeken;
WAT WIL JIJ DAT IK VOOR JOU ZAL DOEN.

De blinde weet wat hij zeggen moet:
‘Heer dat ik weer mag zien!’
Hij wordt geholpen,
hij zal zien.

Dat zal heel wat voor hem gaan betekenen
maar niet alleen omdat hij
nu de bloemetjes en de bijtjes kan bekijken.

Hij zal Jesus zien, de Messias
en hij zal zien wat Jesus gaat doen en welke weg Hij zal gaan.

En nu zou ik zeggen:
-arme blinde was je maar niet genezen-
want je zult zien hoe Jesus opgaat naar Jeruzalem
je zult zien hoe Hij daar veroordeeld wordt,
hoe Hij zal lijden en sterven aan het kruis.

Je zult Jesus’ vernedering zien
en zijn graflegging.

En als dat allemaal gebeurd is
komt het op het echte zien aan.

Het zal er dan op aan komen
te zien dat deze Jesus werkelijk de zoon van God was
dat Hij werkelijke de solidaire vriend van de kleinen was
en dat Hij in zijn trouw aan de wil van de Vader
de ware Messias was die gevolgd moet blijven worden.

De mens die zover is dat hij dit alles ziet
zal ook het vervolg mogen zien: de verrijzenis.

De mens die ziet dat de mens die in deze duisternis ging
werkelijk de gestalte van God is
zal op de paasmorgen ook het ware licht zien
dat iedere mens verlicht;

Als mensen Hem durven volgen
zullen alle muren van haat en achterdocht
net als die van Jericho instorten,
zal de dienst aan de naaste hoogtij vieren,
zullen alle tranen worden gedroogd
en zal God alles in allen zijn.
Wat zou het fijn zij als dat werkelijkheid zou worden;
de profeet droomde daar vandaag al van;
een einde aan ballingschappen en ellende:
een nieuw begin voor ontheemden en verdrukten:
als God ons allemaal thuisbrengt
dat zal een droom zijn…
die werkelijkheid kan worden,
liefst dankzij ons.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

18 oktober: Wie durft?

[print]

29e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Jesaja 53, 1-12; Een knecht die lijden moet

  • Marcus 10, 32-45; De rechter en de linkerzijde

Ze durven wel wat!
Die twee goedwillende jongens uit het evangelie van vandaag.

Ze willen best wat wagen.
Ze wilden Jesus achterna, -niet slecht-
ze willen best voor Hem opkomen
ook als er moeilijke dingen worden gevraagd
maar… wel boter bij de vis:
ereplaatsen in het Koninkrijk dat komt na de strijd,
aan Jesus’ rechter- en linkerhand liefst.

Het pleit voor Jesus’ zorgvuldigheid
in zijn omgang met zijn leerlingen,
als Hij de zonen van Zebedeüs totaal niet verwijt
dat hun vraag eigenlijk voortkomt uit verwaandheid en overmoed.
Het is, volgens Jesus, misschien toch een eerste stap
op de weg van God,
een jeugdig idealisme dat je niet meteen moet afsnauwen.

Hij bestraft ze dus niet maar test ze op hun echte kwaliteiten als Hij zegt:
‘kunnen jullie de beker drinken die ik zal drinken
en de doop ondergaan die ik zal ondergaan’.

Als ze dan (nog steeds overmoedig) antwoorden:
‘JA DAT KUNNEN WIJ’ .
Kan Jesus dat niet zomaar laten gaan.

Konden ze maar een beetje in de toekomst kijken,
d.w.z. kenden ze zichzelf maar een klein beetje beter!
Niet meer dan vier hoofdstukken verder
zullen wij over alle leerlingen, zonder uitzondering,
horen vernemen:
‘TOEN VERLIETEN ALLEN HEM EN NAMEN DE VLUCHT’,
en nog later horen we wie er aan zijn rechter – en linkerhand
terecht komen: twee medeveroordeelden aan het kruis.

Over het lijden dat de rechtvaardigen overkomt
hoorden we vandaag de Jesajatekst:
‘de Heer heeft besloten zijn dienaar
te vernederen en Hem te doen lijden.’
Heel gemakkelijk beschouwen we deze tekst als een soort noodlotstekst
het is als het ware ‘in de sterren geschreven’
beter: door de Vader bevolen en door de profeet voorspeld
dat Jesus zou lijden
maar zo simpel is het niet.

In een van onze tafelgebeden staat daarom ook dat Jesus
VRIJWILLIG ZIJN LIJDEN OP ZICH NAM.
Niet dus omdat het in de sterren
of in de boeken geschreven stond.
Niet als noodlot maar.. als konsekwentie
van het opkomen voor de dingen waar Hij voor opkwam.

Jesus wilde met Zijn boodschap over God
de mensen geluk en vrijheid doorgeven….
als dat mogelijk zou zijn.
Eigenlijk had Jesus
-al klinkt dat een beetje vreemd in onze oren-
helemaal niet willen lijden.

Maar…. dat bleek niet mogelijk.
Door de buitenwereld werd Hij
(juist als Hij opriep tot menselijkheid,
vriendelijkheid en vrijheid)
regelmatig voor gek of ‘bezeten’ uitgemaakt:
zelfs door zijn eigen familie…
En aangezien Hij wilde blijven wie Hij was en wat Hij was
wekte dat steeds meer verzet op.

Omdat Hij trouw wilde zijn aan Zijn roeping,
een roeping van trouw en solidariteit aan de mensen,
vooral aan de mensen die verdrukt werden of geminacht..
ging Hij onafwendbaar zeker Zijn lijden tegemoet.
Een moderne psycholoog schreef eens:
‘zo leek Zijn situatie op die van een patrijs
na het invallen van de winter:
Nog dragen zijn veren de bonte schut-kleuren van de zomer,
maar de eerste sneeuwval
ontneemt aan deze prachtige tooi iedere beschuttingswaarde
en op groteske wijze is hij voor alle prooizoekers
al van verre herkenbaar.’

Jesus leefde als evenbeeld van God.
Hij leefde vastberaden en overtuigd
van de waarde van Zijn voorbeeld
maar juist daarom was Hij zo kwetsbaar
een gemakkelijke prooi voor zijn tegenstanders
en daarom deed zijn innerlijke vastberadenheid
zijn leerlingen huiveren van vrees.

De kring van de leerlingen die al of niet tekort schieten
staat in het Marcus-evangelie model
voor heel de kerkgemeenschap van toen en later.

Het zal in de kerk nooit aankomen
op mooie titels of prachtige ambten
maar op consequente dienst tot het uiterste toe.
Vandaag is het wereldmissiedag, dan
bezinnen we ons op het merkwaardige feit
dat er tot op de dag van vandaag mensen zijn die in Jesus’ naam
gingen en nog steeds gaan verkondigen
wie de God van Abraham Isaak en Jacob,
(die ook de God van Jesus wilde zijn), is
en dat Die partij heeft gekozen
voor menselijkheid en vrijheid
en dat Hij daarom bij uitstek solidair wil zijn
met al die mensen die veracht en vervolgd worden
of gemarteld: waar ter wereld niet.

Missionarissen zijn de mensen die
-meer dan anderen wellicht-
de solidariteit waartoe wij als kerk geroepen zijn
handen en voeten hebben gegeven.
Ze hebben medicijnen aangesleept en ontwikkelingswerk gedaan
vòòr iemand nog wist dat wij dat moesten doen.

In een tijd waarin mensen vaak niet verder keken
dan hun eigen Hollandse erfje
trokken zij er al op uit
om de boodschap van de bevrijding te verkondigen
over heel de wereld.

Die boodschap zal nog wel enige tijd moeten blijven klinken
want helaas is de rol van de mensen die de vrijheid van anderen
willen belemmeren nog lang niet uitgespeeld..
en zijn er nog steeds mensen die voor een gemakkelijk leven
onderdanig aan de grote economische machten
en machthebbers kiezen.

Jesus ontmaskert de structuren van macht en geweld
die nog steeds mensen ongelukkig maken.
als Hij de manier van doen van de groten der aarde beschrijft en zegt:
‘je weet hoe de groten der aarde willen regeren:
met macht en met ijzeren vuist’.
en Hij gaat verder:
‘Zo moet het bij jullie er niet aan toe gaan:
wie onder jullie groot wil zijn
moet dienaar van de anderen durven wezen.’

Daarmee roept Jesus ons niet op
tot een soort zachte bescheidenheid
maar tot een daadwerkelijke dienstbaarheid
en trouw die anderen tot zegen is.
Dat zal heel wat consequenties hebben.

Over de hoofden van de twee goedwillende onnozele zonen
van Zebedeüs heen verzekert Hij iedereen
die vandaag Zijn volgeling wil zijn:
‘Je zult de kelk drinken die ik drink
en de doop ondergaan die ik ondergaan zal’.

En wat zal je dat opleveren?
Allereerst een hoop zorgen,
het maakt je leven zwaarder
als je je de dingen aantrekt die gebeuren
en zelf dienstbaar wilt zijn aan de opbouw
van een wereld waar ruimte is voor allen.

Maar toch heeft Jesus eerder ook wel iets fijns gezegd:
‘als je mij volgt zul je
hier al in dit leven al een overvloed aan troost ontvangen.’
Die troost komt niet tot je als een loon dat je verdiend hebt
maar als bevestiging dat je goed bezig bent als je gaat met God.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

11 oktober: Kwetsbaarheid als wijsheid

[print]

28e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Wijsheid van Salomo 7:1-11; Kostbaar is wijsheid

  • Marcus 10:17-30; De rijke (jonge)-man

Mooi dat boek van de Wijsheid:

‘Ook ik, Salomo, ben een sterfelijk mens,
zoals alle anderen,
en een afstammeling van de eerst-geboetseerde
die uit de aarde is voortgekomen.

In de moederschoot werd ik tot
een lichaam gemodelleerd
in tien maanden tijds.

En toen ik geboren was ademde ik
dezelfde lucht in
als ieder ander en viel op de aarde,
zoals het ons allen vergaat.

In windsels werd ik grootgebracht:
geen enkele koning immers
is zijn leven anders begonnen.

De intrede in het leven is eender voor allen
en gelijk is ook ons levenseinde, de uittocht.

Daarom bad ik en inzicht werd mij geschonken:
ik smeekte en de geest van wijsheid kwam over mij.

Ik verkoos haar boven scepters en tronen
en in vergelijking met haar beschouwde ik rijkdom als niets;
zelfs de kostbaarste steen stelde ik met haar niet gelijk.

Alle goud is bij haar vergeleken slechts stof
en zilver niet meer dan slijk.

Ik hield van haar meer dan van gezondheid en schoonheid
en ik stelde haar boven het licht.

Want de glans die zij – de wijsheid- uitstraalt verbleekt nooit.
Met haar vielen mij alle goederen ten deel
en dank zij haar verwierf ik rijkdommen zonder tal.’

Koning Salomo wordt hier ten tonele gevoerd een heel belangrijk man!
Hij is bekend om zijn rijkdom en zijn macht.
Zijn regeringstijd was de glorietijd van Israël!
Een tijd van welvaart, vrede en recht.

Het boek koningen zegt:
‘in die dagen zat iedereen vredig onder zijn eigen vijgeboom,
het ezeltje gebonden aan de wijnstok’.
Maar wat deze droomkoning gaat zeggen verbaast ons een beetje.

De groten de aarde horen zelfverzekerd en flink over te komen.
Des te opvallender is het dat we in het boek van de wijsheid,
meer dan 2000 jaren oud, geschreven in het midden-oosten
-de streek waar de eeuwen door
heel wat mannelijke potentaten hebben geregeerd en nog regeren-
des te opvallender is het wat koning Salomo,
de grote heerser van Jeruzalem ons dan te zeggen heeft.

Niet: ‘ik Salomo de grote spreek, maar:

‘Ik ben een sterfelijk mens als alle anderen.
In de moederschoot werd ik tot een lichaam gemodelleerd.
Ik was tien maanden in de schoot van mijn moeder en toen ik
geboren was ademde ik de lucht in die iedereen inademt,
ik viel op de aarde zoals het ons allen vergaat
en liet mijn eerste geschrei horen.’

Een koning die erkent dat hij is als alle andere mensen,
sterfelijk, hulpeloos…
een machthebber die erkent dat hij als baby’tje heeft gehuild.

Dat zouden Napoleon of Hitler
niet over hun lippen hebben kunnen krijgen
en toch is het de (simpele) waarheid:
koningen, keizers ministers, allemaal mensen:
weerloos, angstig soms en kwetsbaar.

Ieder mens komt op dezelfde wijze op de wereld en
– zegt Salomo terecht- sterft als alle anderen.
Soms wordt dat laatste gecamoufleerd:
bij staatsbegrafenissen met veel bombarie
of door protserige graftombes op te richten
om eeuwig belangrijk te blijven
en over je graf heen te regeren……
maar het helpt niet.

We zijn allemaal even kwetsbaar als de eerstgeboetseerde mens
die naakt was, zoals wij de vorige week hoorden
en er zich niet voor schaamde.
Kwetsbaar zijn we, naakt, en het einde is voor allen hetzelfde.

Deze woorden worden niet doorgegeven
om mensen somber te maken
maar kunnen mensen werkelijk tot zegen zijn.
Ze kunnen hen van frustraties afhelpen
en van machtscomplexen
die die frustraties moeten verbergen, verlossen.

Als alle dictatoren van de afgelopen eeuwen
hadden beseft hoe kwetsbaar en klein ze eigenlijk zijn
hadden we nooit een oorlog gehad. Dan waren we wijs!
Want dat besef leidt tot wijsheid… horen we.

Als Salomo gezegd heeft te beseffen hoe kwetsbaar hij is
gaat hij verder:
‘ik wil daarom zoeken naar het echt belangrijke
in dit leven en heb daarom OM WIJSHEID gebeden.’

Jesus sluit daar op aan als Hij zegt:
‘als gij niet wordt als een van deze kinderen
zult gij het koninkrijk Gods niet binnengaan.’
De kinderen, de bezitlozen bij uitstek
roepen ons op te delen en te spelen,
en samen het aanschijn der wereld veranderen.

De echte wijsheid is geen geleerdheid
-ik ken weinig geleerde maar gelukkig veel wijze mensen-
maar het vermogen om de dingen juist te zien
en om te weten wat je moet doen.

Het Hebreeuwse woord voor wijs is
in het Amsterdamse woord ‘goochem’ letterlijk bewaard gebleven.
Het betekent in ons spraakgebruik ‘handig’
en dat is helemaal niet zo’n gekke vertaling.
Echte wijsheid is praktisch en heeft met DOEN te maken.

Als je weet wat waardevol is en wat niet
weet je ook hoe je moet handelen.
Je zult geen tijd meer besteden aan dingen die niets waard zijn,
aan machtsstrijd of viering van je eigen belangrijkheid,
je zult ook geen conflicten koesteren
maar je tijd besteden aan de dingen die waardevol zijn:
aan de liefde en de zorg voor elkaar.

Vandaag de tweede ontmoeting
van Jesus op weg naar Jeruzalem.
Een man komt naar Jesus toe.
Hij heeft zijn leven nog niet op orde kennelijk.
Hij bezit veel en probeert netjes te leven
maar is toch onzeker..
omdat hij niet weet wat hij met alle dingen van het leven
en vooral ook met zichzelf aan moet.
Hij wil het wel weten en vraagt:
‘wat moet ik doen om het eeuwig leven te beërven ?’
Hij wil contact met Jesus
om de zin van zijn leven te ontdekken.

Maar dat kan een ander je niet zomaar leren.
Jesus antwoordt door te zeggen wat de man eigenlijk al wist:
‘door de geboden van God te onderhouden’.

‘Dat doe ik al’ zegt de man.
Maar Jesus begrijpt dat er meer nodig is
om deze mens zijn roeping te laten ontdekken.
Hij moet wakker worden geschud en ontdekken
dat hij zelf tot echte keuzes komen moet.

Dan schokt Jesus hem -en ons die naar het verhaal luisteren-
door te zeggen:
‘verkoop alles wat je bezit en geef het aan de armen.’

Marcus beschrijft dan
hoe de man Jesus in totale ontreddering verlaat.
Wij zijn zo nieuwsgierig dat we graag zouden willen weten
wat de man later gedaan heeft.
Is hij opgenomen in een inrichting omdat de klap te groot was
of -een betere afloop-
heeft hij zich na de schok verwerkt te hebben misschien bekeerd?
Dat kan: Dorotheé Sölle schreef er een heel boek over
‘het recht van een mens om anders te worden.’

De evangelisten geven op zulk soort indiscrete vragen
natuurlijk geen antwoord.
Het verhaal blijft met opzet onvoltooid:
wie zal het afmaken?

Antwoord: wijzelf, de hoorders.
Het verhaal is op ons gericht.
Jesus vraagt indirect aan ons:
‘wat hebben JULLIE er voor over om het eeuwig leven te beërven,
om een zin in je leven te vinden?’

Wij worden vandaag opgeroepen zelf wijs te worden
en te weten waar het op aan komt.
En dan komt het op zinvol, radicaal handelen aan.
Als individu en als groep.

Alles wordt door Jesus’ uitdagende woorden op zijn kop gezet,
alles wordt onder kritiek gezet.
‘Mijn koninkrijk is niet van DEZE wereld’ zegt Jesus:
alles is anders. Radicaal anders
en jij persoonlijk moet kiezen en doen.

Niemand kan jou dat uit handen nemen
je zult zelf je keuzes moeten maken
alleen jij kunt dat doen, niemand anders.

De wijsheid geeft ons een wapen in handen
om te doorzien hoe alles op deze wereld in elkaar zit.

Waar het het vraagstuk van arm en rijk betreft
gaat het tegenwoordig om rijkdom en armoede in het groot.

Het grote bezit is collectief geworden;
in handen van de hele westerse of zo u wilt noordelijke wereld.
Die onrechtvaardige verdeling van de goederen op aarde
is een ramp voor heel de 3e wereld.

En daarom kan niemand langs de boodschap van vandaag hen:
‘verkoop wat ge bezit en geef het aan de armen.’

Die wijsheid krijgt -als het goed is-
handen in voeten in ons handelen, dat goochem mag zijn
door het breken en delen
waarbij we allemaal mee moeten doen.

De afgelopen week vierde de synagoge het feest van de Loofhutten.
Men verlaat ’s avonds zijn stevige stenen huizen
en houdt de maaltijd in een hutje
denkend aan de tocht in de woestijn.
Je moet door het dak de hemel kunnen zien.
En daar zit je dan, weerloos, klein, levend met God.

Wij zitten hier in onze grote stevige kerk
we proberen een beetje naar de hemel te kijken
de koepel met de grote ramen naar buiten.

Vanuit die hemel komt onze opdracht.
Dat we van de partij willen zijn
zeggen we iedere keer als wij bidden
uw naam worde geheiligd; uw koninkrijk kome uw wil geschiede.
Het is oktober missiemaand.
We worden weer opgeroepen tot solidariteit.
Als wij die durven opbrengen
zullen we anderen tot zegen zijn en hier
en in het hiernamaals gelukkig zijn.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

Bavofeest 2015: Een altijd weer nieuw verbond

[print]

27e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Genesis 2, 18-25; Het is niet goed dat de mens alleen is

  • Marcus 10, 1-16; Zij vormen samen één lichaam

Je hebt altijd op deze wereld anderen nodig:
‘het is niet goed dat de mens alleen is’ zegt Jesus.
Hij nodigt de mensen uit tot trouw aan elkaar:
zoals hij zelf trouw is aan zijn levensopdracht.
Jesus begint over trouw te spreken
als hij zelf het besluit heeft genomen op te gaan naar Jeruzalem.

Franciscus, wiens feestdag wij vandaag vieren
-daarom is het vandaag ook dierendag-
Franciscus riep op een dag zijn leerlingen bijeen.
en hij zei: ‘ vandaag ga ik trouwen.’
Grote paniek. Vader Franciscus trouwen.
Maar hij haalde ze gauw uit de droom.
‘Vandaag ga ik trouwen en weet je wie mijn bruid is:
VROUWE ARMOEDE.

Daarmee zei hij iets over zijn roeping
over zijn levensdoel…
arm zijn met de armen.

Het evangelie van Marcus
gaat helemaal over Jesus die trouw is,
Jesus die trouwt.
Maar wie is dan Zijn bruid ?

De bruid heeft een prachtige naam:
Jeruzalem. Om het evangelie van vandaag
over trouwen beter te begrijpen
hebben we daarom dat beginvers van het evangelie
erbij gelezen: Jesus gaat op naar Jeruzalem.
Zijn liefde leidt hem naar zijn levensdoel:
Jesus de bruidegom, Jeruzalem de bruid.

Hij zal zijn leven geven voor de bruid
en velen tot zegen zijn: deze trouwe bruidegom.
Ja, als de Mensenzoon op weg gaat naar Jeruzalem
breekt een nieuwe fase van God toekomst open.
Hij ‘gaat op’ naar de berg waar Abraham eens
zijn zoon naar toe leidde.
Hij ‘gaat op’ om Zijn zending te volbrengen.
En natuurlijk zijn er mensen langs de weg.

De personen en groepen die Hij tegenkomt
zijn geen toevallige voorbijgangers.
Wie het verhaal van Marcus aandachtig leest,
komt tot de ontdekking dat die mensen er moeten staan,
om duidelijk te maken aan de wereld wat hier gebeurt.

De eerste die verschijnt is een Farizeeër,
een man die de Wet van Mozes kent.
En hij begint de bruidegom van Jeruzalem
een kritische vraag te stellen:
een typische mannenvraag.
Hij stelt de vraag:
‘Staat het een man vrij, zijn vrouw te verstoten?’
Een merkwaardige arrogante vraag.
Mag dat nu wel of mag dat niet.

Tot beter begrip:
in een geval van zeer ernstige ontrouw
was het in Mozes’ tijd geoorloofd,
neen niet om een vrouw te verstoten
maar om afscheid van haar te nemen,
haar ‘weg te zenden’. Daar was een heel ritueel bij.
De vrouw kreeg een brief mee
dat haar huwelijksrelatie beëindigd was
voor de eventuele kinderen werden regelingen getroffen
en de omstanders kregen de taak
haar niet haar leven lang met haar falen te achtervolgen.

Jesus corrigeert de schriftgeleerde even
door het woord ‘verstoten’ niet over te nemen
en valt zo niet in de val die ze voor hem hebben gezet maar:
Hij gaat uit van wat Mozes ooit gezegd heeft
maar Hij doet meer!
Hij gaat vertellen wat eigenlijk de bedoeling is
als mensen met elkaar een relatie op gaan bouwen,
of een taak of een roeping gaan volbrengen.
Jesus gaat voor zijn antwoord terug naar het scheppingsverhaal.
Daar staat geschreven dat man en vrouw geschapen zijn
om elkaar tot zegen te zijn.
In bijna alle bijbelvertalingen staat
dat de mens een hulp zoekt en krijgt die ‘bij hem past’.
Dat staat er niet en het is,
als u getrouwd bent,
niet getrouwd met een vrouw of man die ‘bij u past’.
Want dan zou u een saai huwelijk hebben.

Er staat in de bijbel geschreven
dat de mens moet zoeken naar een hulp
OM TEGENOVER HEM (of haar) TE STAAN.
En dat is heel wat anders. In het allerlaatste vers van ons verhaal
-helaas in onze boekjes weer weggelaten- staat
dat man en vrouw beiden naakt waren
maar zich niet voor elkaar schaamden.
Ze durven zich weerloos voor elkaar op te stellen
en hebben geen masker of pantser nodig dat hen beschermt.

Als man en vrouw elkaar echt ontmoeten willen
moeten ze ‘naakt’ tegenover elkaar durven staan:
zich durven tonen zoals ze zijn.
Vrees en schaamte zijn dan niet nodig.

Terug naar Jesus en zijn stad…
Jeruzalem kan zo, volgens Marcus onbevreesd
haar Messias ontmoeten. Ze mag zijn wie ze is.
Hij, Jesus, de ware bruidegom, zal de bruid
die Jeruzalem (namens de mensheid) is
niet wegzenden….Hij zal haar trouw zijn
tot in de dood.
Niemand zal Jesus kunnen weerhouden
de stad binnen te gaan waarover Hij heeft geweend,
zoals een bruidegom weent om zijn bruid of een man om zijn vrouw.

‘Hoe zouden wij ooit voor elkaar kunnen leven
had Hij ons de liefde niet voorgeleefd’
zingt een nieuwe Nederlands kerklied.
Het offer van Gods trouw aan de mensheid
is een trouw die werkelijk eeuwig is,
een trouw die ons aller leven doet veranderen…..

Het gaat dus niet aan
gehuwden wier huwelijk gestrand is
te achtervolgen met de woorden die Jesus uitspreekt:
Jesus spreekt over Gods fundamentele trouw aan de mensen
en – als het even kan – zal dat mensen lukken.

Het is niet dwaas als een bruidegom zijn bruid
trouw belooft tot de dood
-al weet je nooit of dat het huwelijk het zal houden-
het is niet dwaas als een jongeman belooft
priester te zijn zijn hele leven lang
ook al kan ook dat niet lukken.

De hamvraag is dan niet:
‘mag het nou wel of niet: scheiden, uit het ambt treden’
maar hoe kunnen wij elkaar zo goed mogelijk bijstaan
dat wij niet uit elkaars liefde vallen
en hoe kunnen wij elkaar zo goed mogelijk helpen
als wij mensen niet aan de grote idealen
die God ons voorhield en die Jesus voorleefde
toekomen…

Jesus zal zijn bruid (Jeruzalem=de mensheid)
trouw blijven tot het einde toe.
En deze verbintenis heeft toekomst:
de kinderen komen ter sprake, een nieuwe generatie.
Als de leerlingen die bars en wel ook willen wegzenden zegt Hij:
‘laat die kinderen toch bij mij komen,
want aan hen die zijn zoals zij,
behoort het rijk der hemelen.’ En Hij zegende hen.

Zo ontstond er een nieuwe gemeenschap van jong en oud rond Jesus:
de kerk. Die wordt door de apostelen graag
met een lichaam vergeleken: één lichaam, één saamhorigheid.
Wij proberen dat hier gestalte te geven
door samen, gelukkig jong en oud
te luisteren naar Gods woord,
de sacramenten te vieren:
de doop, de Eucharistie,
– niet het sacrament voor volmaakte mensen
maar het brood onderweg voor reizigers
die steun nodig hebben – het huwelijk, de ziekenzalving.
En waar het onze toekomst betreft:
God stelt onze trouw op prijs
maar staat iedere keer weer klaar
om zich met ons te verzoenen.

Wij zijn geen haar beter dan de anderen
maar daar gaat het niet om.
Laten wij ons op dit parochiefeest voornemen
allemaal samen blijmoedige getuigen te blijven
van Zijn trouw die onze trouw verre te boven gaat.
Zijn trouw is niet alleen een trouw ‘tot de dood’
maar zelfs over de dood heen;
wij zijn het werk van zijn handen
Hij zal ons nooit loslaten.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor

27 september: Onverwachte mogelijkheden

[print]

26e Zondag door het Jaar

Schriftlezingen:

  • Numeri 11, 25-29; Mozes stelt helpers aan

  • Jacobus 5,1-6; Wee u jullie rijken

  • Marcus 9, 38-50

Het Bavofeest gaan we volgende week vieren we
maar fijn dat we vandaag hier met zo velen te zijn.
Dank aan alle speciale gasten die vandaag wilden komen:
uit Zwitserland om te zingen –een koor uit 742-
en uit heel Nederland om de doop van een jongetje anno 2015 te vieren.
Samen zijn we Gods volk en dan nog wel een volk onderweg.

Dat klinkt gezellig maar het is ook moeilijk.
Kijk naar de joden in de woestijn.
Deze week gaan de joden om daar aan te denken
een week lang in schuurtjes wonen, de zgnm. ‘loofhutten’
om aan die tijd te denken.
Ze waren Mozes gevolgd en op weg gegaan uit Egypte.
Het begin was stralend: vrij zijn is toch geweldig!
De zee was opengegaan vertelt ons de Bijbel
geweldig, samen het nieuwe land tegemoet.
Maar dan valt het tegen. Het moreel zakt:
ja ze gaan zelfs zeggen: ‘waren we maar in Egypte gebleven.’

Het oude Egypte (het slavenland) wordt plotseling geïdealiseerd
‘wij denken terug aan de vis die we in Egypte gratis kregen
(ja in een concentratiekamp, dat wel),
aan de komkommers, de uien en de knoflook.’
Allemaal in het werkkamp dat in hun herinnering een paradijs wordt.
Wat kunnen mensen de werkelijkheid toch verdraaien.
Hier dient krachtig te worden ingegrepen.

Om het volk van de hardleersheid
en het terug verlangen naar Egypte te genezen stelt Mozes 70 helpers aan.
In de tabernakeltent wordt gebeden om de Heilige Geest
(net zoals wij met Pinksteren in deze kerk om de Heilige Geest bidden
en daarna, bij de priesterwijding, vormselplechtigheden enzovoorts).

De 70 slaan aan het profeteren,
ze zijn enthousiast voor hun nieuwe opdracht.
Maar dan gebeuren er vreemde dingen:
er blijken twee mannen te zijn
die helemaal niet bij de kerkdienst in de tabernakeltent zijn geweest en die
OOK OVER DE GROTE DADEN GODS GAAN SPREKEN!
Ze worden bij Mozes aangebracht: ‘wat krijgen we nou,
zomaar mensen die ook goede dingen gaan doen
terwijl wij toch de hitte van de dag gedragen hebben.’
Het lijkt een beetje op dat verhaal van de werkers uit de wijngaard
waarin de mensen die een uurtje hebben gewerkt ook het volle loon krijgen.

Merkwaardig genoeg is Mozes is niet verontrust.
Hij zegt: ‘ik wilde dat het hele volk enthousiast werd
dat ze allemaal profeten zouden worden
en gaan spreken over de grote dingen die God doet.’

Profeten leren ons te geloven in een nieuwe goede toekomst
ook als de omstandigheden daar niet op wijzen
en, een tweede ding:
ze leren je kritisch te zijn, vooral over jou zelf.

Die kritische houding vooral naar onszelf toe is nuttig
en ook moeten we, de Paus gaat ons daarin voor,
goed nadenken over wat er in onze dagen allemaal speelt.

De apostel Jacobus gaat vandaag ook lekker te keer.
Hij heeft zijn pijlen vooral op de rijken gericht:
‘weent en jammert over de rampen die jullie zullen overkomen.’
Moeten wij ons dat allemaal laten welgevallen?

Misschien worden we ook wel eens jaloers
op de goede dingen die er ook buiten de kerk gebeuren
(-niet alle artsen zonder grenzen zijn katholiek,
alle mensen van Amnesty ook niet- ). Jesus sluit daarop aan
als de leerlingen klagen dat er mensen van buiten de eigen kring
Jesus’ naam gebruikten en in zijn naam goede dingen doen:
‘wie niet tegen ons is, is voor ons.’

Aan ons als trouwe kerkgangers worden dan vragen gesteld.
Als de Geest van God toch zomaar wat rondwaait
ook buiten de kerk: wat doen we dan nog hier?
Wat heeft het voor zin om je in te spannen
als God net zoveel van de anderen houdt als van ons?

We zouden Jesus’ les verkeerd begrijpen
als we er uit zouden afleiden dat wij niet meer meetellen:
en het dus helemaal geen zin heeft om te geloven,
of lid van een kerk te zijn en iedere zondag te komen horen en vieren.
Niets is minder waar.

Tot ons wordt uitdrukkelijk gezegd
-wat eigenlijk tot iedereen wordt gezegd- houd vol!
En we worden als kerkgangers
extra duidelijk geconfronteerd met de woorden van God
die ons op onze gezamenlijke menselijke verantwoordelijkheid wijzen.

Alle kritiek die wij van Gods profeten en de apostelen te horen krijgen
wordt tot ons gezegd omdat God weet dat wij,
vanuit ons geloof , een bijzondere taak hebben in deze wereld.

Dankzij dat geloof kunnen wij ook de kracht opbrengen
onszelf te verbeteren
en deze wereld, waar wij zo vanzelf deel van uitmaken
te gaan verbeteren…. ook al zal ons dat energie en geld kosten.

Jesus gebruikt erg krachtige woorden:
‘als uw hand u ergert, hak hem af,’
Daarmee zijn geen enge dingen bedoeld maar zoiets als:
jij zult het met je eigen handen moeten doen:
je zult jouw handen moeten uitstrekken naar je naaste.
Je zult met jouw eigen ogen zijn nood moeten zijn,
je eigen voeten in beweging brengen en naar hem toe gaan.

Het is –ter bemoediging weer- goed
de laatste woorden van zijn toespraak
-helaas hoorden we die niet daarom vertel ik ze even-
‘hebt zout in uzelf en vrede onder elkaar’.
Zout komt straks ook op tafel bij de doop.

We zijn blij met enthousiaste ouders
en met de nieuwe kansen die God ons biedt.
Jesus heeft veel vertrouwen in wat wij allemaal kunnen doen.
Dat zegt hij in Zijn afscheidswoorden die we bij Johannes vinden
een geweldig vertrouwen uit in dat zwakke groepje mensen
dat die net als alle anderen fouten maakt en blundert
als Hij stelt: ‘ jullie zullen de dingen die ik heb voorgedaan na doen,
dezelfde dingen zullen jullie doen, ja zelfs grotere dingen.

Je zou het nu toch weer hoog in je bol kunnen krijgen.
Maar dan geldt:

Het kenmerk van goed christen zijn is echter
de openheid naar buiten toe en de bescheidenheid.
Gods Geest waait waar die wil. Goed om dat in deze tijd te beseffen.

Bij het laatste oordeel vraagt Jesus dan ook niet:
‘was je katholiek’ of ‘was je Bavoparochiaan?’
maar: ‘ik was hongerig, gaf je mij te eten,
dorstig, heb je mij gelaafd; vreemdeling, heb je mij opgenomen.
Het gaat om de daad.

Waar het onze eigen rol als gelovigen betreft gaat het
om de volstrekte eerlijkheid. Als we die opbrengen,
onze eigen fouten zien, zal dat op anderen
toch weer indruk maken. Je merkt dat
omdat ondanks alles wat er zich afspeelt
er toch steeds mensen zijn die katholiek willen worden
of anderen die dat niet willen maar toch zeggen: ‘goed dat er een kerk is.. .’

Ze willen zich aansluiten, -en ze doen dat ook,
dat maken wij als pastores steeds meer mee- .
Dat willen ze niet omdat de kerk zo’n indrukwekkend instituut is
-die tijd is definitief voorbij- ook niet
omdat gelovigen zoveel beter zouden zijn dan anderen
of omdat onze argumenten hen overtuigden.
Maar waarom dan wel?

Omdat de zaak zelf van de gerechtigheid hen interesseert
omdat ze weten dat de wereld zonder vrede niet kan leven
omdat ze beseffen dat hun leven niet zomaar leven is
maar dat ze geroepen zijn terzake van ja en nee;

omdat ze graag willen meelopen in die lange stoet
van mensen van goede wil
die de geschiedenis door willen trekken als mensen van hoop:
een volk van bisschoppen, priesters, religieuzen,
pastorale werkers, mannen en vrouwen
allemaal mensen van hoop als het goed is.

En de allerbelangrijkste noemde ik nog niet:
de ‘gewone’ mensen (tussen aanhalingstekens) die volhouden en helpen.
Kerk zijn wij samen
Gods volk onderweg, de wereld door.

God geve ons de kracht om wakker te zijn en open
om de Geest in ons te laten doordringen
zoals het zout dat alles smaakvol; maakt

De Geest van God bezielt het aardrijk..
de kracht van Gods goedheid brengt tallozen in beweging:
binnen en buiten de kerk. En we hebben elkaar nodig:
Goedwillenden van alle gezindten:

ZO ZAL GODS KONINKRIJK DOORBREKEN
IN ONZE DAGEN als het goed is.

Hein Jan van Ogtrop, pastoor